30-01-09

Dagboek (Père Lachaise)


We dragen de stilte vol goede moed.
Midden op de dag buigen struiken door,

een blijde aanwezigheid van licht stelt
vragen. Proberen gehaast te fluisteren, wij

over het pad, barsten in de aarde, prompt
ook gaten, tot waar schaduw groeit, knerpen

van grind ons omringt. Het waait nog wel,
maar uitgestorven. Daarnet heel even

ogen blonken, een kat te voorschijn,
open plek. Hoe geruisloos namen slijten,

bomen bewegen boven het stroeve gras.
En ik, donkere glazen in de middag,

onverdroten, in het zwerflicht volop
aan het pralen, niet al te zeer vermoeid.


frb

(Als 'fotogedicht' eerder verschenen in De Gids, juni 2005)

Foto: anoniem

Geen opmerkingen: