22-07-15

De eerste alinea (31)


'Hij stond voor de poort van de gevangenis van Tegel en was vrij. Gisteren had hij nog achter op de akkers aardappelen moeten rooien samen met de anderen, in gevangeniskleren; nu had hij een beige zomerjas aan, zij moesten daarginds rooien, hij was vrij. De ene tram na de andere liet hij voorbijgaan, hij leunde met zijn rug tegen de rode muur en ging niet. De cipier aan de poort liep een paar keer langs hem heen en wees hem welke tram hij moest nemen, maar hij ging niet. Het vreselijke moment was aangebroken (vreselijk Franz, waarom vreselijk?), de vier jaren waren voorbij. De zwarte ijzeren poortvleugels die hij het laatste jaar met toenemende weerzin had bekeken (weerzin, waarom weerzin), waren achter hem gesloten. Hij werd weer op straat gezet. Binnen zaten de anderen te timmeren, te lakken, te sorteren of te plakken, en hadden nog twee jaar, vijf jaar voor de boeg. Hij stond bij de tramhalte.'

Alfred Döblin, Berlijn Alexanderplatz. Vertaling uit het Duits: Hans Driessen. Uitgeverij Wereldbibliotheek, Amsterdam 2015.


Geen opmerkingen: