13-07-16

De eerste alinea (39)


'Twee uur voor het aanbreken van de dag gingen ze op weg, en eerst was het niet nodig het ijs in het kanaal te breken, omdat er voor hen al andere boten waren geweest. In iedere boot stond in het donker, zodat je hem niet zien maar alleen horen kon, de bomer achterin met zijn lange riem. De jager zat op een jachtstoel die was vastgezet op het deksel van een kist, die zijn patronen en zijn lunch bevatte. De twee of meer geweren van de jager stonden tegen de lading houten lokeenden geleund. Ergens, in iedere boot, stond een zak met een of twee levende eenden, of een wijfje en een woerdje, en in iedere boot was een hond, die onrustig schoof en trilde bij het geluid van de vleugels van de eenden, die in de duisternis over hen heen vlogen.'

Ernest Hemingway, Over de rivier en onder de bomen. Vertaling uit het Engels: © A.J.G. Strengholt's Boeken. Uitgeverij Strengholt, Naarden 2001.


Geen opmerkingen: