04-10-18

De eerste alinea (72)


"Plotseling werd de hemel verduisterd door een adelaar. Zijn zwarte, bijna paars glanzende veren vormden een beweeglijke afscheiding tussen de wolken en de aarde. Een olifant en een schildpad, allebei even immens groot, bungelden verstijfd van angst aan zijn klauwen en scheerden vlak langs de bergtoppen. Het leek wel of de vogel van plan was die te gebruiken als mespunten, om zijn prooien open te rijten. Door het dichte loof van iets dat de adelaar in zijn snavel geklemd had – een onmetelijk lange tak – schitterden soms even zijn priemende ogen. Nog geen honderd repen koeienhuid zouden voldoende zijn om die tak in te wikkelen."

Roberto Calasso, Ka.
Vertaling uit het Italiaans: Els van der Pluym. Uitgeverij Wereldbibliotheek bv, Amsterdam 1998

Geen opmerkingen: