03-02-13

De eerste alinea (6)



De generaal bleef die ochtend lang in de wijnkelder. Samen met de wijngaardenier was hij 's morgens vroeg naar de wijngaard gegaan, omdat twee vaten waren gaan gisten. Het was al over elven toen hij thuiskwam na het bottelen. Op de veranda, waar het muf rook van de vochtige stenen, stond zijn jager onder de zuilen. Hij overhandigde een brief aan zijn thuisgekomen heer.

Sándor Márai, Gloed. Vertaling uit het Hongaars: Mari Alföldy. Uitgeverij Wereldbibliotheek, Amsterdam.


Geen opmerkingen: