Posts tonen met het label Dichters. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Dichters. Alle posts tonen

22-02-2014

I.M. Leo Vroman (1915–2014)



Van sterven wordt meestal geëist
dat het lichaam zich verkilt
tot op zijn moleculen toe
en doodmoe, onherreist, verstilt,

een huis met leeggewaaide ramen
ratelend in de najaarsnacht,
een begrip met een ijsland samen
nee eenzaam      eenzaam doorgebracht,
niet meer in staat elkanders hand
verstenend knijpende te voelen;
scherven van wat wij bedoelen
rinkelen ons gekraakt verstand.
(...)


Leo Vroman, De roomborst van Klaas Vaak, Uitgeverij Querido Amsterdam, 1997


31-08-2013

In Memoriam Seamus Heany (1939-2013)



De tonen van een ondergrondse blikken fluit 
krulden door de gang omhoog, als ik die afliep 
naar waar ik wist dat ik altijd mijn wachter 
aantrof op de tegelvloer, pet op de grond, 
vingers dansend. Zijn oog oogde naar mij 
met een blik zonder verwijt die ik niet ontweek, 
of niet meteen, want beiden moesten wij het 
zelf maar zien. 
                        Terwijl het wijsje dartelde en sprong, 
hield ik een warme munt op scherp, klaar 
om te geven; maar nu sloeg ik mijn ogen neer, 
want draaide ons verkeer niet om herkenning? 
De doortocht mij verleend, stak ik de munt weg, knikte, 
en hij, zijn oog nog steeds op mij, hij knikte ook. 


Seamus Heany, uit District en Circle. Vertaling Onno Kosters en Han van der Vegt. 
Uitgeverij Meulenhoff, Amsterdam 2013.

Heany, geboren in Noord-Ierland en vaker te gast in Nederland (ondermeer in Rotterdam en Maastricht), overleed na een kort ziekbed. In 1995 ontving hij de Nobelprijs voor Literatuur.
Over District en Circle schreef The Guardian: 'Dit boek graaft zich niet alleen in je, het graaft zich diep in je.'


03-07-2013

In Memoriam Hans Groenewegen




I.M. Hans Groenewegen

Was nog even gebleven, we hadden luidkeels
zingend over stranden kunnen gaan, debatterend 
in aanzwellende golfslag. Waarom dit, nu we elkaar

alleen nog kunnen spreken tussen slaap en duisternis, 
onzeker zoekend naar een dageraad ooit voorspeld? 
Ik ga met je mee, overwin mijzelf, kom om te helen, 

breng je een groet als ik in de vroege ochtend kijk  
vanuit een binnensluipende stilte, en zwaai en zwaai.

Ingetogen knik je me toe.


frb


Hans Groenewegen, vriend en collega, overleed
na een langdurig ziekbed op 10 juni 2013.




21-02-2013

Over 'Dichtersbankjes'



'Dichtersbankjes' is een interessant blog van Hans Mellendijk. Zelf zegt hij erover aan het begin van zijn website: 'Een verzameling bankjes geassocieerd met een dichter op grond van materiaal, model, situatie of locatie. Soms echter verwijzend naar een plek waar de dichter zat of gezeten zou kunnen hebben. Het blog poogt de diverse voorraden te ontsluiten.'
Donderdag 21 februari 2013 werd er voor mij zo'n plek 'onthuld': een uiterst lange, gele, houten zitbank in het fraaie Antwerpse Centraal Station, in Vlaanderen ook wel 'Middenstatie' of 'Spoorwegkathedraal' genoemd. Heeft vast alles te maken met de twee gedichten die op de site worden geciteerd: 'Onderweg' en 'De trein loopt prachtig binnen'. En ongetwijfeld zullen ook titel en inhoud van mijn afgelopen najaar bij Meulenhoff verschenen bundel Transit een rol bij de keuze hebben gespeeld. Het openingsgedicht van deze poëzie-uitgave heet immers 'Gare Liège-Guillemins'.
Mooie plek daar in Antwerpen, ik kan er niet alleen zitten, maar ook languit op mijn rug liggen mijmeren.

© foto: Bert Bevers

31-01-2012

Gregor Laschen, 'De tekst van de vogel'



De tekst van de vogel
(voor Stefan Schwerdtfeger)

Boven tegen de hemel zoals vroeger vaak de in-
gevroren strepen, ver daarachter het geluid.
De aarde, laatste 'Gegend der Geschlagenheit', blauw-
grijs vastgekoekt bed van as waaruit nu
één voor één, af en toe samengebundeld door de wind
restjes veren stijgen, zich verzamelen boven
een haastig verlaten van voeten in het ijzer, in het
boek van de lava, ongelezen, drijven sporen voorbij. Zo
is het leven. Drijfzand komt in beeld met olievissen
tegen de hemel, daarachter de kusten van Palestina,
Afrika’s versgedolven graven. Op z’n kop
staande hemel. Heel alleen en soms samen-
gebundeld de veren
over de streek, een ingedompeld schrijven,
wegwijzer voor dit oude blindvliegen. De tekst van
de vogel is mijn tekst vooruit, klein stukje
maar, paar ooglengtes.


Gregor Laschen (Ueckermünde, Duitsland, 1941) studeerde literatuur, filosofie en kunstgeschiedenis. In 1988 richtte hij ‘Poesie der Nachbarn’ op, een literaire werkplaats voor vertalingen en publicaties van poëzie. In 1996 ontving hij voor zijn poëzie de gerenommeerde Peter-Huchel-Prijs. Aan de universiteit van Utrecht doceerde hij jarenlang moderne Duitse taal- en letterkunde. Thans woont hij in Bremen.
Foto: © Ingo Wilhelm
Vertaling: frb

22-01-2012

Gerrit Kouwenaar, 'De winter staat stil'



De winter staat stil

Schrijf de winter staat stil, lees een dag zonder dood
spel de sneeuw als een kind, smelt de tijd
als een klok die zich spiegelt in ijs

het is ijskoud vandaag, dus vertaal wat men schrijft
in een klok die niet loopt, in het vlees
dat bestaat als sneeuw voor de zon

en schrijf hoe haar lichaam bestond en zich boog
gelenigd in vlees en keek achterom
in het oog van vandaag, en lees wat hier staat

de zon op de sneeuw, het kind in de slee
het dichtgewaaide spoor, de onleesbare dood –



Uit: Gerrit Kouwenaar, Totaal witte kamer,
Uitgeverij Querido Amsterdam, 2002


(Filmpje YouTube: zegerius)

06-10-2011

Tomas Tranströmer: Nobelprijs 2011


foto: ©afp

Vanaf de berg

Ik sta op de berg en kijk uit over de baai.
Boten rusten op de oppervlakte van de zomer.
‘Wij zijn slaapwandelaars. Manen op drift.’
Zo zeggen de witte zeilen.

‘Wij sluipen door een slapend huis.
Wij duwen zachtjes deuren open.
Wij leunen tegen de vrijheid aan.’
Zo zeggen de witte zeilen.

Eens zag ik de wilsbeschikkingen van de wereld varen.
Zij hielden dezelfde koers – één grote vloot.
‘Wij zijn verspreid nu. Niemands geleide.’
Zo zeggen de witte zeilen.


Tomas Tranströmer
Uit: Het wilde plein. Gedichten 1948–1990. Vertalingen: J. Bernlef
De Bezige Bij, Amsterdam, 1992

Het helaas niet meer bestaande literaire tijdschrift Raster heeft een aantal gedichten van Tranströmer samen met een beschouwing online gezet.

05-03-2011

Dichters



De Spaanse dichteres Clara Janés (Barcelona 1940, woont en werkt in Madrid) ontmoette ik voor het eerst in 1986 tijdens Poetry International in Rotterdam. Sindsdien zijn we met elkaar in contact gebleven: we bezoeken elkaar, schrijven over en weer brieven en ontmoeten elkaar op verschillende festivals her en der in Europa.
In het filmpje legt Clara uit hoe we inspiratie vonden in elkaars poëzie. De tweetalige uitgave Creciente fértil (verschenen bij de bibliofiele uitgeverij van Ser Prop te Banholt) is daar een voorbeeld van.
In 1991 nam ik de reeks op in mijn bundel De onderwaterwind (Meulenhoff, Amsterdam).
Met 'Hans' wordt in het interview de dichter Hans van de Waarsenburg bedoeld.

08-02-2009

Dylan Thomas, Do not go gently into that good night


Do not go gentle into that good night

Do not go gentle into that good night,
Old age should burn and rave at close of day;
Rage, rage against the dying of the light.

Though wise men at their end know dark is right,
Because their words had forked no lightning they
Do not go gentle into that good night.

Good men, the last wave by, crying how bright
Their frail deeds might have danced in a green bay,
Rage, rage against the dying of the light.

Wild men who caught and sang the sun in flight,
And learn, too late, they grieved it on its way,
Do not go gentle into that good night.

Grave men, near death, who see with blinding sight
Blind eyes could blaze like meteors and be gay,
Rage, rage against the dying of the light.

And you, my father, there on the sad height,
Curse, bless, me now with your fierce tears, I pray.
Do not go gentle into that good night.
Rage, rage against the dying of the light.

01-02-2009

Arthur Rimbaud, Le dormeur du val


C'est un trou de verdure où chante une rivière,
Accrochant follement aux herbes des haillons
D'argent ; où le soleil, de la montagne fière,
Luit : c'est un petit val qui mousse de rayons.

Un soldat jeune, bouche ouverte, tête nue,
Et la nuque baignant dans le frais cresson bleu,
Dort ; il est étendu dans l'herbe, sous la nue,
Pâle dans son lit vert où la lumière pleut.

Les pieds dans les glaïeuls, il dort. Souriant comme
Sourirait un enfant malade, il fait un somme :
Nature, berce-le chaudement : il a froid.

Les parfums ne font pas frissonner sa narine ;
Il dort dans le soleil, la main sur sa poitrine,
Tranquille. Il a deux trous rouges au côté droit.

Arthur Rimbaud, oktober 1870



De slaper in het dal

Een kuil vol groen waar een rivier door zingt
Die ’t kruid met flarden zilver onbesuisd
Bespat; vanaf het fier gebergte blinkt
De zon: een klein dal dat van stralen bruist.

Een jong soldaat, blootshoofds, met open mond,
De nek in blauwe kers gedompeld, ligt
In openlucht te slapen op de grond,
Bleek in zijn groene bed vol plenzend licht.

Zijn voeten in het lis, zo slaapt hij. Zwakjes
Lachend zoals een ziek kind, soest hij zachtjes:
Natuur, wieg hem vol warmte: kou heeft hij.

De geuren doen zijn neusvleugels niet trillen;
Hij slaapt in de zon, één hand op zijn stille
Borst, rechts twee rode gaten in de zij.

(vertaling: Paul Claes)

11-01-2009

À la recherche du tombeau d'un poète



Excuse

Ik ben niet gekomen om er te komen,
ik ben er maar zo'n beetje heengegaan,
omdat langs de weg zulke hoge bomen
boven zulke kleine bloempjes staan.
Maar nu ik hier sta, nu... ik erken,
dat ik werkelijk gekomen ben.

Pierre Kemp

(Uit: Stabielen en passanten, 1934)

21-12-2008

Hommage aan...

(Uit diens bundel Harmonium, Alfred A. Knopf, Inc., New York 1923).

26-11-2008

Rainer Maria Rilke, der Panther



Der Panther
Im Jardin des Plantes, Paris

Sein Blick ist vom Vorübergehn der Stäbe
so müd geworden, dass er nichts mehr hält.
Ihm ist, als ob es tausend Stäbe gäbe
und hinter tausend Stäben keine Welt.

Der weiche Gang geschmeidig starker Schritte,
der sich im allerkleinsten Kreise dreht,
ist wie ein Tanz von Kraft um eine Mitte,
in der betäubt ein großer Wille steht.

Nur manchmal schiebt der Vorhang der Pupille
sich lautlos auf –. Dann geht ein Bild hinein,
geht durch der Glieder angespannte Stille –
und hört im Herzen auf zu sein.

6.11.1902, Paris

---------------------

De Panter
In de Jardin des Plantes, Parijs

Zijn blik is van het langsgaan van de stangen
zo moe geworden dat hij niets meer ziet.
Wel duizend stangen houden hem gevangen
en meer dan duizend stangen is er niet.

De zachtheid van zijn lenig sterke pas
die steeds de allerkleinste kring beschrijft,
is als een dans van kracht rondom een as
waarin een machtig willen is verstijfd.

Niet vaak meer trekt het scherm voor zijn pupillen
geluidloos op –. Dan gaat een beeld erdoor
naar binnen, glijdt door het van spanning stille
lijf naar zijn hart – en gaat teloor.


(vertaling Peter Verstegen)

Beeld: Harrison Clapton

02-01-2008

Epistolæ Brodsky



John Donne is dood en alles slaapt rondom.
De muren, vloer, het bed, de schilderijen,
de tafel slaapt, de kleden, het plafond,
de linnenkast, de kaarsen, de gordijnen.
De fles, de kopjes, schalen. Alles slaapt.
Brood, broodmes, porcelein, kristallen glazen,
het nachtlampje, de lakens, kast, de vaat,
trap, deuren, alles is in nacht verzonken.

(...)

Joseph Brodsky (1940-1996)
Vertaling: Peter Zeeman