Posts tonen met het label Proza-fragment. Eerder verschenen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Proza-fragment. Eerder verschenen. Alle posts tonen

12-09-2015

Uit 'Afrit'


‘Van de parkeergarage naar de aanlegsteiger is nog geen honderd meter. De brede loopplank sluit mooi aan op het zebrapad. Een steward neemt de jassen aan, een andere gaat ons voor naar het gereserveerde tafeltje. Het is weer eens wat anders, een avondlijke mini-cruise langs de oevers van je eigen stad. 
Al voor de Sancerre ontkurkt is en ik voorzichtig geproefd heb, komt er beweging in het schip. Een zacht deinen geeft de blikken van de passagiers iets onbestemds. 
Proost, ma, dat het je goed mag gaan!
De boot vaart onder de helverlichte voetgangersbrug door, in strakke banen valt het licht over de tafeltjes, verplaatst zich ritmisch naar het achterdek. Al snel is er weer het gedempte, gelige lamplicht dat uit de schemerlampjes valt.
Mijn ogen blijven gericht op een jonge vrouw aan een van de tafeltjes voor me.  Sharon! Geen twijfel mogelijk. En daarachter zit Cindy, ook van Club Chique, ze giechelt wat ongemakkelijk als haar tafelgenoot een glas omstoot. 
Ik lepel het triootje van eendenlever haastig naar binnen.
Jonge tarbot in een vlies van truffelkaas, hoor ik tegen mijn moeder zeggen. Zelf koos ik fazantenborst in wijngaardblad. Kijk eens aan, dat ziet er mooi uit.
Tussendoor heb ik Sharon opgenomen, haar ogen als ze het glas neerzet, de wijn die ze dan pas doorslikt, dat kleine, volle teugje.
Even later op het dek stoot ik haar aan. Mijn zieke moeder, fluister ik. Geroutineerd schiet ik een peuk tussen mijn bruine vingers weg. Een mooi, rood stipje buitelt de nacht in.’


Uit: Frans Budé, Afrit. Uitgeverij Plantage, Leiden 2005.


09-11-2007

Het graf van Broodthaers


'Er is een grafsteen waar op de staande achterzijde de persoonlijke, ‘mytholo- gische’ beelden van de overledene zijn aan- gebracht. Als in een allegorie staan klok en bliksemstraal, schildpad, pijp, fles, palmboom, eier- en mosselschaal bij elkaar. De onderste figuren zijn in de kalksteen gekrast, op de halfronde bovenkant staan
afbeeldingen in hoogreliëf. De aangebrachte breuklijn loopt halverwege.
Ik ben in Brussel op het kerkhof van Saint Gilles in de deelgemeente Ixelles (Elsene) bij het graf van Marcel Broodthaers. 28 janvier 1924 – 28 janvier 1976. O Mélancolie aigre château des aigles lees ik aan de voorzijde van het graf: 'O allesdoordringende melancholie, burcht van de adelaars'. Het was de leidende gedachte van de kunstenaar tot aan zijn dood in 1976.
‘Houdt u van afbeeldingen van schepen of van schepen, of misschien van beide?’ werd hem ooit gevraagd.
‘Van allebei.’
Ik laat mijn ogen over de grafsteen gaan, maar een scheepje zie ik niet. Wel een papegaai. Het zal die uit het gedicht ‘Le perroquet’ (de papegaai) zijn: ‘Déjà il crie d’un autre monde. (...) Il va passer.’ (Hij roept al vanuit een andere wereld. (...) Dadelijk sterft hij).
Ooit zag ik Broodthaers’ film ‘Une seconde d’éternité’ (Een seconde eeuwigheid, 1968). Een seconde lang, maar telkens opnieuw in één doorlopende lus, worden in handschrift de initialen M.B. geprojecteerd. Niet meer en niet minder. Nooit heeft een film mij intenser doordrongen van het begrip tijd.
In één tel flitst in een signatuur het leven van de mens voorbij. Punt. Uit.'


Uit: Frans Budé, Het perfecte licht. Uitgeverij Scorpio, Eckelrade 1999.