12-11-2018

11 november: eeuwherdenking De Groote Oorlog (slot)



Lees hier meer over de kunstenaar Robert Heard en zijn intenties om zijn installatie Shroud of the Somme uit te voeren zoals die nu in het Queen Elizabeth Olympic Park in Londen te bezoeken is.

(Zie ook op dit weblog de foto van aflevering 1 over deze korte serie over De Groote Oorlog).

In totaal sneuvelden er tijdens de Eerste Wereldoorlog 5.674.600 soldaten aan de kant van de geallieerden en 4.410.000 aan de kant van de Centralen. In totaal kwamen er dus 10.057.600 militairen om het leven. Er vielen één miljoen burgerslachtoffers. Daarnaast stierven door honger en ziektes nog bijna zes miljoen burgers.

11-11-2018

11 november: eeuwherdenking De Groote Oorlog (4)

Wilfred Owen
Dulce et Decorum est

Zwaarbeproefd, kromgebogen als oude kerels,
Vloekten we ons hijgend hoestend door het slijk.
Achter ons verdween de gruwel van het front.
Voort ploeterden we, naar verder weg gelegen onderkomens.
Er waren er die lopend sliepen. Anderen, hun laarzen kwijtgeraakt,
Strompelden op bebloede voeten.
Uitgeput was iedereen, verstomd, niets ziend,
Doof zelfs voor de vlakbij neervallende gasgranaten.
Gas! GAS! werd er gebruld. Als de donder rukten we
Die rotmaskers net op tijd over ons hoofd.
Een kreeg het niet voor elkaar
En krijste vertwijfeld als een dier in nood.
Vaag zag ik door mijn beslagen glazen, in een dichte waas
Als onder water in een snotgroene zee, hoe hij verzoop.
Elke nacht droom ik van hem. Hij stort zich op mij, kokhalst,
snakt naar adem en verzuipt opnieuw. Machteloos kijk ik toe.
Jij zou ook eens in zo’n afgrijselijke droom,
Mee moeten lopen met de kar waarop hij toen werd afgevoerd.
Zien hoe hij aldoor zijn ogen opensperde,
Zijn mond open en dicht ging als bij een stomme vis,
En bij iedere gierende ademstoot moeten horen
Hoe het bloed omhoog borrelde uit zijn verrotte longen,
Als gore etter uit een verkankerde wond in een onschuldig lijf.
Mijn vriend, je zou het voorgoed uit je kop laten
Jonge jongens, hunkerend naar heldenroem,
Zo stomweg die godvergeten leugen wijs te maken:
Dulce et decorum est pro patria mori.

Vertaling: Tom Lanoye


'Dulce et decorum est pro patria mori' (Hoe zacht en eervol is het te sterven voor het vaderland) is een citaat van de Romeinse dichter Horatius. 

Wilfred Owen stierf een week vóór het einde van de oorlog (11 november 2018) bij een gifgasaanval nabij Ors in Noord-Frankrijk. Hij hoort tot de bekendste oorlogsdichters.

De afbeelding boven, Der letzte Mensch / Ecce homo (1917), is een bronzen sculptuur van de Oostenrijkse beeldhouwer Anton Hanak



10-11-2018

11 november: eeuwherdenking De Groote Oorlog (3)


De dood van Wilfred Owen op 4 november 1918

Toen het ophield, door overtrekkende wolken werd
meegezogen, toen het leek op te houden en het rampzalige
vuur aarzelend begon te doven, maar niet genoeg,
jouw ogen zich naar binnen richtten, de dode paarden

achter het overvolle lazaret wegzakten in hun eigen lijf,
jij naar het schelle licht zocht dat eerder nog op je viel.
Kameraden die hoorden hoe je hoofd begon te barsten, je zocht
maar vond hen niet toen het zinkend vlot onder vuur lag, 
jou meeversplinterde, alles zwart werd die koude ochtend 

op het Sambre-Oisekanaal, de woorden die je ooit schreef 
wegdreven uit je hoofd: ‘Welke doodsklokken voor hen die 
sterven als vee? Slechts de monsterlijke woede der kanonnen.’



 frb

Uit: Achter het verdwijnpunt. Uitgeverij Meulenhoff, Amsterdam2015

Wilfred Owen stierf een week vóór het einde van de oorlog (11 november 2018) bij een gifgasaanval nabij Ors in Noord-Frankrijk. Hij hoort tot de bekendste oorlogsdichters.



09-11-2018

11 november: eeuwherdenking De Groote Oorlog (2)




De laatste seconden van Alain–Fournier

Van welke kant een scherf in wiens kop, bajonetten onder 
kogelregen, lijklucht aarde alom? Ach, die kapotte ribben, 
verscheurde rijglaarzen. Kramp gaat in mij tekeer, chère Pauline, 
ma bien-aimée, gespook van noodrantsoenen, bloeddoordrenkte 

modderdekens. Ik ben bereid, zeg ik u. De zon spookt rond 
in duisternis, totdat de maan boven de velden dienstig en 
getrouw mijn bed opmaakt, in een wade van grijzig licht
voor het laatst mijn ransel toont. Waarom dit onverwachte 
suizen van een afgedwaalde kogel in het hoofd? Ik twijfel 

van welke zijde het fatale schot, terwijl ik met u in gedachten 
tergend langzaam aan een fietstocht begin, een frisse zwempartij, 
volstrekt geluidloos, en o zo volmaakt het laatste licht zich recht.


 frb
Uit: Achter het verdwijnpunt. Uitgeverij Meulenhoff, Amsterdam 2015

Alain-Fournier, Franse schrijver, sneuvelde in september 1914 op 27-jarige leeftijd niet ver van Verdun



Les dernières secondes d’Alain-Fournier

De quel côté cet éclat dans la tête de qui, baïonnettes sous
pluie de balles, relent de mort terre partout? Ah, ces côtes cassées,
brodequins déchirés. La crampe rage en moi, chère Pauline,
ma bien-aimée, rations de réserve spectrales, couvertures de boue

gorgées de sang. Je suis prêt, vous dis-je. Le soleil hante
l’obscurité, jusqu’à ce que la lune au-dessus des champs, serviable et
fidèle fasse mon lit dans un suaire de lumière grise
montrant mon barda une dernière fois. Pourquoi ce sifflement 
soudain d’une balle égarée dans la tête? J’hésite

de quel côté le coup fatal, tandis qu’avec vous dans mes pensées
infiniment lent j’entame une balade à vélo, une baignade rafraîchissante,
sans le moindre bruit, et que tellement parfaite se dresse l’ultime lumière.



Traduit du néerlandais par Kim Andringa
Opgenomen in het tijdschrift Septentrion. 43e année, nr. 3 Septembre 2014


Die letzten Sekunden von Alain-Fournier

Woher der Splitter und in wessen Kopf? Bajonette im
Kugelregen, Leichengeruch, überall Erde. Ach, die kaputten Rippen,
zerrissene Schnürstiefel. Krämpfe zerreißen mich, chère Pauline, 
ma bien-aimée, spukende Notrationen, blutdurchtränkte

Morastdecken. Ich bin bereit, lasst Euch das gesagt sein. Die Sonne geistert
in der Dunkelheit umher, bis der Mond über den Feldern dienstfertig und
treuherzig mein Bett aufschlägt, auf einem Laken aus gräulichem Licht,
zum letzten Mal meinen Tornister zeigt. Warum dieses unerwartete
Rauschen einer verirrten Kugel im Kopf? Ich rätsele

von welcher Seite der fatale Schuss kam, während ich in Gedanken mit Euch
quälend langsam zu einer Fahrradtour aufbreche, schwimmen gehe,
völlig geräuschlos, und sich – oh so vollkommen – das letzte Licht.


Übersetzt von Stefan Wieczorek
Opgenomen in het tijdschrift die horen, 61. Jahrgang, Ausgabe 263, 2016




08-11-2018

11 november: eeuwherdenking De Groote Oorlog (1)


De scherven in het been van Ernest Hemingway

Over de Alpen heen klinkt het gejammer van Ieper, Passendale, 
Verdun en Somme, vermengt zich met het gekreun in Italië, 
het vervaarlijke sissen van lichtpijlen. En niet te verstommen
het gebulder van kanonnen, in het aardedonker witte walm

zoekend zijn weg boven de kronkelende Piave, als naast je
een granaat inslaat in de bagger, en jij, ver, heel ver weg
door een ijskoude wind achter de coulissen van de dood naar 
gifgroene velden wordt gedragen, stank van pus en smurrie, 
doorweekte matrassen, kapotgeschoten levens. Aarzelend valt 

het ochtendlicht op de witte kom naast je bed, als een spinrag 
de barstjes in het aardewerk, klontertjes bloed op 227 stukjes 

metaal, één voor één uit je been gehaald. En toch: hoe blij je bent.



 frb 
 Uit: Achter het verdwijnpunt. Uitgeverij Meulenhoff, Amsterdam 2015

Foto: installatie Shroud of the Somme van Rob Heard in het Queen Elizabeth Olympic Park in Londen. Bij de Slag aan de Somme (van 1 juli tot 18 november 1916) vielen meer dan een miljoen slachtoffers. 
De Amerikaanse schrijver en journalist Ernest Hemingway werkte als vrijwilliger voor het Rode Kruis. Bij de rivier de Piave (It) raakte hij door granaatscherven ernstig gewond aan zijn been.


05-11-2018

Aldus de schrijver (12)


OKTOBER

Gefilterd door een bladerkroon van beuken
dringt het licht tot in het okergeel tapijt
op ingesloten paden.

De kruin dunt uit, de kroon
verdwijnt, de koningsbeuk
doet afstand van de zomer.

Hij rouwt noch kreunt
op kwade dagen, takken
zwiepend in de wind.

Blijft een winter lang daar
staande slapen tot het eerste blad
zich in de voorjaarslucht ontvouwt.


Overgeschreven uit Splendor (2016), van H.C. ten Berge, sinds zijn debuut in in 1964 de veelzijdigste en avontuurlijkste dichter (tevens prozaschrijver, essayist en vertaler) van zijn generatie – hoewel hij die tijdgebonden identificatie, als elke auteur van niveau, onmiddellijk en moeiteloos achter zich laat. Geen dichter die de tijdgeest zo genadeloos te kijk zette, geen dichter ook die nog in de donkerste, meest deprimerende tijden telkens opnieuw in staat bleek onvermoede regeneratieve krachten aan te boren, de krachten van het woord, van het lied, van het licht.

Cyrille OffermansEen iets beschuttere plek misschien. Journaal 2017
Uitgeverij De Arbeiderspers, Amsterdam-Antwerpen 2018 (Privé-Domein Nr. 302)



01-11-2018

Aldus de schrijver (11)



"(...) Ineens moest ik denken aan een lp – BV Haast 39 – met muziek van Igor Stravinsky die ik een paar jaar daarvoor had gekocht, Chanson Russe, door Reinbert de Leeuw, piano, en Vera Beths, viool. Ik kende de muziek niet en had daarom het eerste stuk, een minuut of vier, in de platenwinkel beluisterd. Ik was in jubelstemming, geen twijfel mogelijk, deze bewerkte dienstmeisjesaria uit een mij volslagen onbekende opera van de componist uit 1922 was van een grote, raadselachtige schoonheid, dus werd de plaat na dat eerste stuk onmiddellijk, blijmoedig en vol verwachting van wat me nog te wachten stond afgerekend.
Thuis legde ik Chanson Russe meteen op de draaitafel. Ja, heerlijke muziek, het eerste stuk zat al zo goed in mijn gehoor dat ik flarden ervan kon meeneuriën. Het tweede zette op vergelijkbare manier in, sterker, na een maat of tien, twaalf drong het tot me door dat het om hetzelfde stuk moest gaan. En daar bleef het niet bij. Na een half uur had ik dat chanson wel acht keer gehoord. Maar van een mispersing was geen sprake. Op een inlegvel, zag ik nu, stond het in kleine lettertjes: 'Op deze plaat wordt het stuk zevenmaal herhaald. Voor iedere herhaling wordt een andere sordino gebruikt.' Even probeerde ik mijn deceptie over de miskoop, ik kon het niet anders noemen, nog te verkleinen door me wijs te maken dat ik die minimale sordino-verschillen kon horen en dat juist daaruit het ware luistergenot bestond. Maar toen ik de plaat de volgende dag aan Marion liet horen, benieuwd wanneer het haar zou opvallen dat er is mis was, werd die illusie zonder pardon weggehoond."

Cyrille Offermans, Een iets beschuttere plek misschien. Journaal 2017
Uitgeverij De Arbeiderspers, Amsterdam-Antwerpen 2018 (Privé-Domein Nr. 302)

Stravinsky's Chanson Russe, in een andere uitvoering dan boven vermeld, kunt u hier beluisteren.


30-10-2018

Aldus de schrijver (10)



"Ik ben nooit fulltime schrijver geweest en heb daar ook nooit naar verlangd. Ik heb het schrijverschap altijd gecombineerd met een normaal 'burgerlijk' bestaan, als dat niet te pathetisch klinkt. Intellectuelen, schrijvers, kunstenaars hebben zich veel te lang als een uitzonderlijke mensensoort beschouwd waarvoor aardse en sociale verantwoordelijkheden niet bestonden. Ongetwijfeld zijn er tijden geweest waarin de druk van de omstandigheden zo totalitair was dat een dergelijke romantische, escapistische, weigerachtige of 'avant-gardistische' houding niet alleen te billijken maar misschien zelfs de enige moreel te aanvaarden keuze was. Maar die tijden zijn voorbij. Meer dan ooit vraagt de globaliserende en in al zijn voegen krakende wereld om creatief intellect dat zich richt op het voorkomen van erger.
      Zo heb ik van meet af aan verschillende levens met elkaar gecombineerd. En zo heb ik ook geleerd om me tussen de min of meer geprogrammeerde resttijden, met andere, meer aandacht vragende dingen in te laten. Concreet: ik had als leraar, maar ook als ik naar de tandarts moest, een van de kinderen naar de pianoles of de auto naar de garage moest brengen, altijd een boek bij me, plus een notitieblokje met pen. En omdat ik op die manier met mijn tijd leerde woekeren, groeide mijn aversie voor mensen die hun afspraken niet nakwamen of die, meer in het algemeen, verdeden in traagheid en lethargie."

Cyrille Offermans, Een iets beschuttere plek misschien. Journaal 2017 
Uitgeverij De Arbeiderspers, Amsterdam-Antwerpen 2018 (Privé-Domein Nr. 302)


26-10-2018

De eerste alinea (73)



"Op een nacht keek de verpleegster door het raam van de afdeling naar buiten en zag zijn bestelbus voor het ziekenhuis staan. De koplampen knipperden drie keer, doofden en gingen daarna weer aan toen zij zwaaide. Ze vroeg haar collega haar even af te lossen en liep de trap op totdat ze bij de dienstingang kwam, en daar, in de herfstregen, draaide hij zijn raampje open en zei dat hij  een aantal beslissingen had genomen. De verpleegster keek hem onderzoekend aan, niet zeker of ze hem moest geloven. Ze checkte of niemand hen zag en ging de man voor naar een lege kamer op de eerste verdieping, waar ze ongestoord konden praten."

Paolo Cognetti, Sofia draagt altijd zwart. Uitgeverij Atheneum – Polak & Van Gennep, Amsterdam 2013.

17-10-2018

Traveler



Traveler

We lopen aan eigen schaduw vooruit,
vervloeien met de muziek om ons heen. 
Ik zie je, al spreek je geen woord.

In mijn hoofd blijf je dicht bij me, leg je 
een hand op mijn schouder en houdt me vast, 
een leven lang. De tijd loopt met ons mee, 

houdt ons bijeen. We schuilen in muziek 
om niet te verdwalen, delen vrees en 
vrolijkheid, zijn altijd onderweg
             
naar een nieuwe dag. In het diepst van de tijd, 
achter de hoogste toppen van geluk,
liggen de tuinen van weleer, vóór ons ligt
             
in uitgestrekte stilte wat verscholen blijft 
in braakliggende velden, waait hooguit iets 
binnen van de andere oever. Laten we onze angst
             
bezweren, ons verweven met de volle schoonheid 
van het leven. Muziek haalt de tijd terug. 
Zo zetten we onze weg voort, de koele 
             
nachtlucht houdt haar adem in, en zie, 
het bloesemt weer – heel even.

 frb

Uit de begin oktober bij Meulenhoff verschenen dichtbundel Zoveel nabijheid.


De Amerikaanse componist David Maslanka (1943-2017) schreef zijn compositie Traveler in 2003 als geschenk voor een vriend die afscheid nam als chef-dirigent. Het werk verklankt min of meer Maslanka’s visie op de pensionering als een belangrijke gebeurtenis, een rite de passage, in iemands levensloop. Traveler opent met de melodie van Bachs koraal “Nicht so traurig, nicht so sehr”. Daarmee wil Maslanka uitdrukken dat het laatste deel van iemands leven niet treurig moet zijn maar juist vreugdevol. Halverwege krijgt de muziek een sterk meditatief karakter. De belangrijkste opgaven in het leven zijn volbracht, er rest tijd om terug te kijken maar vooral ook om zich voor te bereiden op een nieuw leven. Aan het eind klinkt een weemoedige, vreugdevolle berusting door.
Ik werd door het muzikale werk tot een gedicht geïnspireerd toen ik in 2017 de uitvoering bijwoonde op de dag dat Harmonie Sint Petrus en Paulus Wolder het Wereldmuziekconcours won. 



04-10-2018

De eerste alinea (72)


"Plotseling werd de hemel verduisterd door een adelaar. Zijn zwarte, bijna paars glanzende veren vormden een beweeglijke afscheiding tussen de wolken en de aarde. Een olifant en een schildpad, allebei even immens groot, bungelden verstijfd van angst aan zijn klauwen en scheerden vlak langs de bergtoppen. Het leek wel of de vogel van plan was die te gebruiken als mespunten, om zijn prooien open te rijten. Door het dichte loof van iets dat de adelaar in zijn snavel geklemd had – een onmetelijk lange tak – schitterden soms even zijn priemende ogen. Nog geen honderd repen koeienhuid zouden voldoende zijn om die tak in te wikkelen."

Roberto Calasso, Ka.
Vertaling uit het Italiaans: Els van der Pluym. Uitgeverij Wereldbibliotheek bv, Amsterdam 1998

27-09-2018

Aankondiging nieuwe dichtbundel


Vrijdag 5 oktober 16:00 uur Van Eyck, Academieplein 1 Maastricht
Presentatie dichtbundel Frans Budé i.s.m. Boekhandel De Tribune

Inleiding: Cyrille Offermans, schrijver/essayist/criticus
Muzikale bijdrage: Kristina Rimkeviciute, viool 

In zijn nieuwe dichtbundel Zoveel nabijheid brengt Frans Budé uiterst beeldend en met groot inlevingsvermogen het onbekende van een veelal onzichtbare wereld naar voren. Aardrijken die wel of niet echt bestaan: de dichter reist erheen zonder een voet te verzetten. In zijn rijke verbeelding verplaatst hij zich evengoed naar het leven van bomen en insecten als naar dat van geteisterde eilandbewoners of een kind dat verdwaalt in een mergelgrot. Voelbaar wordt de broosheid van het bestaan”.


Frans Budé publiceerde bij Meulenhoff veertien dichtbundels waaronder Bestendig verblijf (2009), Transit (2012) en Achter het verdwijnpunt (2015). In 2018 ontving hij de Leo Herberghs Poëzieprijs.



19-09-2018

Aldus de kunstenaar (24)


"Stilte is een wezenlijk bestanddeel van muziek (...).
György Ligeti was een Hongaarse componist. Hij schreef een stuk dat eindigt in stilte: tijdens de laatste maten spelen de musici niet meer, maar de dirigent gaat gewoon door. Dus je blijft in stilte dirigeren. Je moet proberen aan die stilte de betekenis te geven dat we nog steeds ín het stuk zijn, terwijl het helemaal stil is. En wanneer je uiteindelijk afsluit, staat er als instructie aan de dirigent: 'Wacht twintig seconden' – dat is lang, op een podium! Maar het werkt geweldig. Ik volg daarin exact wat Ligeti geschreven heeft. Ik sla al die maten – dirigeer door. En niemand die denkt: wat een flauwekul. Het publiek gaat daarin meer: je hoort niks meer, maar er staat daar wel iemand het ritme van het geluid aan te geven. Je staat voor een volle zaal en het is doodstil. Die spanning werkt. (...)
Dat er stilte is, is voor muziek wezenlijk."

Reinbert de Leeuw over stilte in een interview met Mieke Zijlmans in Sir Edmund (de Volkskrant) van 15 september 2018.
Afbeelding: Reinbert de Leeuw. Olieverf op paneel van Daan van Doorn

14-09-2018

Aldus de kunstenaar (23)


“De zon smelt Moskou aaneen tot een vlek die als een dolle tuba heel het innerlijk doet vibreren. Roze, lila, gele, witte, blauwe, pistache-groene, vuurrode huizen, kerken, het razend groene gras... Dit tijdstip te schilderen leek me het onmogelijkste en hoogste geluk voor een kunstenaar”.

*

“Er gingen vele jaren voorbij eer ik door voelen en denken tot de eenvoudige oplossing kwam dat de doelen (dus ook de middelen) van de natuur en die van kunst wezenlijk, organisch en wereldhistorisch verschillend zijn, en even groot, dus ook even krachtig.”

*

“Abstracte kunst is de moeilijkste kunst die er is. Je moet er goed voor kunnen tekenen, een fijn gevoel hebben voor kleur en voor compositie en, dit is het belangrijkste, ook een echte dichter zijn”.


WASSILY KANDINSKY (1866-1944)


11-09-2018

Aldus de kunstenaar (22)



‘Dit is het waarom van het kunstenaar zijn: op zoek zijn en hard werken. Op zoek naar iets anders dan alleen maar brood, naar iets voorbij het gewone.’

*
‘De pretentie als zouden we weten waar we het over hebben, kleineert het mysterie.'

*

‘Maar toen kwam ik tot de ontdekking dat je bij schilderen niet als bij taal gebonden bent. Je hebt niet te maken met punten of met komma's. Als je schildert, ben je vrij.’


Eli ContentUit: Kol Mokum 2005


04-09-2018

Aldus de kunstenaar (21)


"Ik zoek meer dan alleen ritme, mooie kleurvlakken of atmosfeer, want dat zit er altijd in. Maar ik wil meer. Ik wil ook het sentiment schilderen. Mijn verbeeldingskracht is meer dan de verbeeldingskracht van een aap. Ik heb geschilderd als een aap. Het aapstadium zit in al mijn werk. Mijn eerste lik is het aapstadium, vanuit het aapstadium groei ik naar een intellectueler aapstadium, dat zijn dus de lijnen: het ritme. Van dat aapstadium groei ik naar de mens toe, want dat is uiteindelijk mijn verbeeldingskracht. Het heeft dan niets meer te maken met de realiteit, maar toch is de wereld erin aanwezig – want we herkennen mensen, dieren, planten, noem maar op."

Karel Appel in Karel Appel. Ik wou dat ik een vogel was. Samengesteld door Rudi Fuchs. Haags Gemeentemuseum en Meulenhoff Amsterdam, 1990.

30-08-2018

De eerste alinea (71)



"Omdat de straten die van de Strand naar de Embankment leiden erg smal zijn, is het beter er niet arm in arm te lopen. Doe je dat toch, dan zullen notarisklerken opzij moeten springen in de modder; dan zullen jonge typistes vlak achter je moeten blijven drentelen. In de straten van Londen, waar geen aandacht is voor schoonheid, zal alles wat afwijkt worden afgestraft, en je kunt maar beter niet te rijzig zijn, een lange blauwe cape dragen of met je linkerhand gebaren."

Virginia Woolf, De uitreis. Uit het Engels vertaald door Barbara de Lange.
Atheneum–Polak en Van Gennep, Amsterdam 2018.



24-08-2018

De eerste alinea (70)



"Mijn vader stierf vier jaar geleden op een middag in oktober, in het tweekamerappartement waarin ik nu woon. Ik zie het moment nog uiterst gedetailleerd voor me, want een paar seconden voordat hij ophield met ademen wist ik dat hij letterlijk zijn laatste adem had geslaakt. Het was tegelijk een lieflijk en dramatisch moment: ik knielend op de grond, hij liggend op bed, al enkele uren niet helemaal bij."

Mauro Libertella, Mijn begraven boek. Vertaling uit het Spaans: Merijn Verhulst. Uitgeverij Karaat, Amsterdam 2018


19-08-2018

Aldus de kunstenaar (20)


"Ik heb mij altijd, vanaf het begin, verzet tegen de tendens in de abstracte kunst, om eigen stemmingen of eigen gevoelens neer te leggen in kleur en lijn."

*

"Er dient zich heel veel aan. En dat moet geschilderd worden – het móet. Soms in kleur bijvoorbeeld – soms ook niet. Het zijn dingen waar ik zelf versteld van sta. Ik heb er veel over nagedacht, soms dag en nacht, over het waarom. Maar overschat dat denken niet. Want uiteindelijk overkomt het je. Wat ik zeg: het dient zich aan."

*

"En zie: het kwaad is geen kwaad meer, het is kunst. Het klinkt ongeloofwaardig, maar het is waar."

*

"Misschien streef ik een romantisch Gesammtkunstwerk na. Dat weet ik niet. Maar als ik omval, dan zou ik wel willen dat mijn werk een mooie eenheid vormt. Een groot, donker en plechtig gebouw."


Uit: Armando. Tussen het weten en het begrijpen. Redactie Antoon Melissen. nai010 uitgevers, Rotterdam 2015.

14-08-2018

De eerste alinea (69)


"Vele, vele jaren geleden, toen ik klein was, woonde er in Ferrara een joodse juffrouw die lelijk noch arm noch dom noch oud was, niet bijzonder aantrekkelijk zou je kunnen zeggen maar ook niet te versmaden, voor wie de ouders nog geen man hadden kunnen vinden, hoe vreemd dat ook mag lijken. Vreemd? Ja, vreemd. Binnen onze gemeenschap was dat destijds in alle opzichten een uitzondering. Meestal maakte men gebruik van de netwerken van verwanten, maar ook de bijeenkomsten van de vrouwenvereniging konden in dit verband heel nuttig zijn, of de dansfeesten die met Poerim werden gehouden in een paar zaaltjes van het godshuis in de via Mazzini of in de hal van de joodse bewaarschool in de via Vignatagliata, feesten waarbij fluisterende, in dichte rijen langs de wanden gezeten matrones als decor fungeerden, of anders wel de brieven die men in de moeilijkste gevallen rabbijn doctor Castelfranco verzocht te schrijven aan zijn collega's in de naburige steden in Emilia, Romagna en de Veneto: hoe dan ook, op een goed moment kwam de ware Jakob toch altijd voor de dag. Niemand hoefde te wanhopen. Had de markt geen bruidegom opgeleverd, dan kwam Lohengrin van verre aanzeilen: om te zien, zich te laten zien, en vrijwel altijd overeenstemming te bereiken."

Giorgio Bassani, De geur van hooi. Uit het Italiaans vertaald door Tineke van Dijk. Uitgeverij De Bezige Bij, Amsterdam 2018