19-09-2019

'Verleden lichaam'




Verleden lichaam

Onder een hoek van het grastapijt in iedere richting
mieren, enerverend op hun aarden nesten aan.

Zo ook de natte duinroos die bijna op is, het spinnetje 
dat radeloos verloren, opgetild door een snavel,

in een uithoek schokt als het zichzelf ziet boven
de vijver van een tuin. En alles plaatsmaakt – 

onnaspeurlijk stil, bloedrood oploopt, eerst tak, 
dan boom wordt, wegvliegt, opgaat in de nacht.


 frb


Eerder verschenen in De trein loopt prachtig binnen,
Uitgeverij Meulenhoff, Amsterdam 2003



14-09-2019

In memoriam György Konrád


Afgelopen vrijdag 16 september overleed de schrijver György Konrad. De laatste regels uit zijn in 1985 verschenen boek Tuinfeest dat in Nederlandse vertaling verscheen bij Uitgeverij Van Gennep, Amsterdam 1988:
 
"Iemand maakt zich gereed voor de Oversteek. Het is een even feestelijke gebeurtenis als een bruiloft. Een parelmoeren ramshoorn opent zich. De dood treedt binnen waar hij wordt toegelaten.
Als ik nu niet meer mag bestaan zoals ik nu ben, wil ik liever in geen enkele vorm bestaan. Het verhaal hoeft u niet te begrijpen, ik begrijp het zelf ook niet."


12-09-2019

'Perceel'



Perceel

Zoemen naakte bijen in een hoge vlucht over 
het zomerbos. En wat als zij samenvloeien in een dans, 

in een veraf zingen tussen varens en bladeren,  
de maan verzegeld, zij hun zin verstaan? Het licht 

dat valt, goudachtig brandt achter mijn borstbeen, 
straks in bergen splinters door de ochtend drijft. 

Zal vullen bospercelen, bedelven de natte vogel  
op zijn nest, sissend op een dag tegen de hemel. 

Verlangen naar een wenteling, het vroege zomerlicht, 

blauwte van een rookschijn, de verre warmte van.


 frb


Eerder verschenen in De trein loopt prachtig binnen,
Uitgeverij Meulenhoff, Amsterdam 2003




07-09-2019

De eerste alinea (88)


"De man keek over de grafstenen die als verstrooid over de weide voor hem lagen. Het gras stond hoog en insecten gonsden in de lucht. Op de afbrokkelende, door vlierstruiken overwoekerde kerkhofmuur zat een merel te zingen. Zien kon hij hem niet. Al een tijdje gingen zijn ogen achteruit en hoewel het elk jaar erger werd, weigerde hij een bril te dragen. En al waren er argumenten voor, hij wilde ze niet horen. Als iemand hem erop aansprak, zei hij dat hij er zich nu eenmaal op had ingesteld en zich in de toenemende wazigheid van zijn omgeving wel goed voelde."

Robert Seethaler, Het veld. Vertaald uit het Duits door Liesbeth van Nes. Uitgeverij De Bezige Bij, Amsterdam 2019


31-08-2019

Poëzie- en kunstroute op Schokland


Cultuurbedrijf Noordoostpolder organiseert deze zomer t/m 22 september op Schokland een festival met ondermeer de kunstroute 'Dichter op het land'. Twintig werken van internationaal bekende kunstenaars worden vergezeld door speciaal geselecteerde poëzie van ondermeer J. Bernlef, Remco Campert, Anna Enquist, Hans Faverey, Esther Jansma, Rutger Kopland, Tonnus Oosterhoff en Hans Tentije. Beeldend kunstenaar Pieter van de Poel (foto boven) ziet mijn gedicht 'Het muizenverblijf', zo zegt hij, als aanvulling op zijn werk.
     Meer informatie over het cultuurfestijn op Schokland: http://www.dichterophetland.nl
             

Voor                            Het muzenverblijf

Ach, mijn muzen, er bestaat geen andere tijd
dan het wachten totdat u binnentreedt, naar voren
komt om mijn geest en hand te sturen, te dopen

in het zachte ochtendlicht dat u meebrengt. Hoe teder
u mij nadert – voorzichtig tast ik uw verschijning af

van de ronding van een punt naar een stip die langzaam
wegglijdt, in alle stilte steun vindt, heel aanminnig zich 

vleit om een speling van het licht heen, voor mijn ogen
gedaante wordt, vergeten lijn die zich oppakt

om gracieus te verglijden ver het landschap in.

 frb 


'Het muzenverblijf ' is opgenomen in Hans Klein Hofmeijer, 
'Artefact nr. 953'. Gapingen van mijn geest. 
Uitgeverij Lecturis, Eindhoven i.s.m. Hans Klein Hofmeijer, Oostelbeers 2018


28-08-2019

Aldus de schrijver (25)



Karl Ove Knausgård over Edvard Munch (5)

"Munch had de ambitie om het verhaal van het zelf te schilderen, en deed dat via gestileerde en dromerige weergaven van zijn innerlijke belevenissen, die samenhangend genoeg waren en dicht genoeg bij bekende verhalen of archetypen aansloten om te kunnen worden geduid en begrepen. Hij liet al het specifieke en gedetailleerde weg, liet alleen de vage golven van het geheugen rondom het wezenlijke staan, dat opdook met de kracht van een plotselinge en verschrikkelijke herinnering.
Maar wat is het zelf los van het verhaal? Je zou het kunnen zien als een plek die voortdurend aan het ontstaan is, waar dat wat gebeurt zich voortdurend vermengt met wat al is gebeurd, op manieren en in vormen die door vroegere, min of meer sterke en sturende ervaringen worden bepaald, maar hoe rigide die ook zijn, er zal toch beweging zijn, zij het via dezelfde kanalen. Het zelf is een work in progress, het begrijpt zichzelf aan de hand van herinneringen, maar leeft zijn leven ertussenin, stukje bij beetje, in heden en verleden, in gevoelens en gedachten. En het is mijn verhaal over het innerlijk, iets chaotisch wat gewoonten en ervaringen proberen te controleren, iets schetsmatigs, onafs, lauws en onbewerkts."

Uit: Karl Ove Knausgård, Zoveel verlangen op zo'n klein oppervlak. Een boek over de schilderijen van Edvard Munch. Uit het Noors vertaald door Sofie Maertens en Michiel Vanhee. Uitgeverij Atheneum-Polak &Van Gennep, Amsterdam 2018

Afbeelding: Edvard Munch, De schreeuw, 1893



23-08-2019

'Koopavond'


Koopavond

Meisjes, blikkend in de spiegelruiten, alsof er nooit
een einde komt, de etalages zich voegen en houden gaan
van allemaal. Kleine slaakjes, zo los liggen de woorden,
het donker valt rondom, terwijl de deuren sluiten, de stad
leegloopt, zwarte gaten vallen tussen rijen in. Gestadig
over liefde praten, het precieze ogenblik achterblijven,
vragen wie daar gaan in andermans gedachten, zorgvuldig
de weg inslaan naar huis, zonder nog een glimp.

 frb

Eerder opgenomen in Achter het verdwijnpunt. Uitgeverij Meulenhoff, Amsterdam 2015

Het gedicht verscheen eerder samen met dertig andere in een vertaling van Stefan Wieczorek: Frans Budé, Unterm Neonhimmel, Rosbeek Books, Nuth 2003. 

Münster. Kaufabend

Mädchen, die in Spiegelflächen schauen, als ob nie
ein Ende käme, die Schaufenster sich anschlössen
und sie alle lieb gewännen. Wiederholtes Gickeln,
so beziehungslos liegen die Worte, Dunkelheit fällt
rundum, während die Türen schließen, die Stadt
ausstirbt, schwarze Löcher drehen sich durch 
die Reihen hindurch. Pausenlos über Liebe sprechen,
gerade noch rechtzeitig zurückschrecken, fragen, wer
in den Gedanken von Anderen umhergeht, bedachtsam
den Weg nach Hause einschlagen, ohne nochmals zurückzublicken.



18-08-2019

Aldus de schrijver (24)



25 februari 1957

"En hier ben ik: Mrs. Hughes. De vrouw van een gepubliceerd dichter. O, ik wist dat het zou gebeuren --- maar niet zo wonderbaarlijk snel. Zaterdag 23 februari, bijna exact een jaar na onze eerste overrompelende ontmoeting tijdens het Saint Botolph's-feest, werden we laat wakker, chagrijnig & nog overspoeld door de laatste resten slaap, we waren teleurgesteld door de drie afwijzingen van Teds gedichten door The Nation (na drie keer achter elkaar te zijn geaccepteerd, een stomme brief van M.L. Rosenthal, die om de verkeerde reden afwijst), door Partisan Review (o, heel interssant maar we zitten helaas al boordevol gedichten) & Virigina Quarterly. Ted is een uitmuntende dichter: vol temperament & discipline, net als Yeats. Waarom zien die redacteuren dat toch niet??? mopperde ik in mezelf. Ze nemen slechte, vlakke gedichten op zonder kleur of muziek – alleen maar slechte prozavertogen over beroerde onderwerpen: onaardig, hatelijk en zonder betrokkenheid.

En toen, terwijl we bezig waren met huiselijke trivialiteiten ---Ted knoopte zijn das in de woonkamer, ik maakte melk voor de koffie warm, kwam Het Telegram.

Teds dichtbundel ---The Hawk in The Rain --- heeft de wedstrijd van Harper's voor eerste publicaties gewonnen en de drie juryleden waren: W.H. Auden, Stephen Spender & Marianne Moore! Terwijl ik dit schrijf, kan ik het nog altijd niet geloven. Kleine bange mensen wijzen af. Grote onverschrokken praktiserende dichters accepteren. Ik wist dat er zoiets zou zijn om ons in New York welkom te heten!"


Uit Sylvia Plath, De dagboeken 1950-1962. Uit het Engels vertaald door Nelleke van Maaren. Uitgeverij De Arbeiderspers (serie Privé-domein), Amsterdam 2005





14-08-2019

'Alles nieuw'



Alles nieuw

Wanneer over onze paden de regen vlucht,
troosteloos uit een of andere wolk,
onafgebroken het water om de grijze wortels

en ik mij herinner hoe ooit wij wadend door 
de flonkerende beek naar de boom die zich
stond droog te schudden, wij opnieuw

het donkere weggetje de glibbergladde
plank betraden, het mos vreemd en nat.
De zuiverheid van toen, stenen die we wierpen, 

alles nieuw, het zingen van het voorjaarswater, 
tinteling, hoe wij als kinderen
alle kleuren voelden.

 frb


Uit Blauwe rijst. Uitgeverij Meulenhoff, Amsterdam 2006




09-08-2019

Aldus de schrijver (23)



Zaterdagmorgen 13 december 1958

"Een prettige onderbreking: kijk uit het raam of de postbode nog komt: bij de tweede kop koffie zie ik zijn koperen knopen, zijn ronde blauwe pet en zijn blauw beklede bierbuik. Zie zijn uitpuilende bruinleren posttas, geteisterd en bevlekt door het veranderlijke weer in Boston. Ga naar beneden in de lift. Een dunne luchtpostbrief na een herfst vol afwijzingen, het Saxton-stipendium, afwijzing van Harper's, afwijzing van Encounter, afwijzing van Atlantic, en afwijzing van mijn boek door World Publishing House. Drie gedichten geaccepteerd, met een hartelijke, charmante en bewonderende brief van John Lehmann. 'Lorelei', 'The Disquieting Muses' en 'The Snakecharmer': al mijn romantische lyrische werk. Ik kende zijn smaak. Wat leuk, wat heerlijk. Dat geeft opeens moed. Dat opstapje. En het idee dat ik weet dat ik moet veranderen, zorgeloos moet zijn, in mijn schrijven moet opgaan...

Misschien heb ik op een dag een baby: dat geeft me een goed gevoel. Waar is mijn oude angst gebleven? Voor de pijn koester ik nog altijd groot gezag. Zal ik het ooit kunnen navertellen?"


Uit Sylvia PlathDe dagboeken 1950-1962. Uit het Engels vertaald door Nelleke van Maaren. Uitgeverij De Arbeiderspers (serie Privé-domein), Amsterdam 2005



06-08-2019

'En daar de zee'



En daar de zee
 

Al wat ik zie, beweegt zich in het donker: het golfje
dat omslaat, afscheid van de kustlijn, ver van mij

vandaan. Aanspoelt bij een zandrug, allang vergaan.
Dan een stem, wanneer ik slaap, roept mijn naam

over het water. Ik luister als het donker zwelt –
er zijn nevels, witte puntjes, wild te deinen, wind

erbij, alle uren in het schemerbos. De rest krijgt zon,
de ronding van een heuvel, langs een weg met steenslag

twee helften die mij dragen voorbij het gele helmgras, 
witte zandweg af. En daar de zee, strak en gretig.



 frb 


Eerder verschenen in De trein loopt prachtig binnen,
Uitgeverij Meulenhoff, Amsterdam 2003



02-08-2019

Aldus de schrijver (22)



"Er kwam geen letter uit mijn vingers, dus ik besloot naar zee te gaan. In Noordwijk, net ten noorden van de vuurtoren, liep ik door de duinen naar het strand. Langs het pad stak een hoekig stuk beton uit het zand. De uitkijkpost van een bunker.
In de zomer van 1945, toen Jan Wolkers naar het strand van Noordwijk of Katwijk ging om alle sporen van misère en oorlogsellende van zijn bleke lichaam door de zon te laten wegbranden, lagen alle bunkers hier nog bloot. Het moet een grimmig gezicht zijn geweest. De bunkers maakten deel uit van de Atlantikwall, de verdedigingslinie die de Duitsers langs de Europese kust hadden laten optrekken.
Jan Vermeulen was tijdens de oorlog nog gedwongen tewerkgesteld aan de Atlantikwall. Eén dag hield hij het vol. Daarna dook Vermeulen onder. Na de bevrijding zagen de vrienden elkaar pas weer. Dagen achtereen vierden ze hun vrijheid aan het strand. 'Ik werd zo bruin,' schreef Wolkers in De kus, dat ze me de Apollo van de Côte d'Azur noemden, en de meisjes me als hondjes achterna liepen.'
Wist Apollo dat als hij zijn Daphne te pakken zou krijgen, zoals in de mythe, zij op het moment suprême zou veranderen in een laurierboompje? Ik denk het niet. In elk geval had deze negentienjarige, zelfverklaarde zonnegod nog nooit een voet over de grens gezet. De Côte d'Azur kende hij alleen van naam."

Onno Blom in Memoires van een biograaf. In de voetsporen van Jan Wolkers. 
Uitgeverij De Arbeiderspers (in de serie Privé-Domein), Amsterdam 2018




28-07-2019

'Door het bos'



Door het bos

Druppelt geluid, zacht het ploffen van kastanjes. 
Laatste liefde nog, warme lach, omringd

door bomen. Ze kijken toe en ruisen, hijsen log 
boven de braamstruik, laatste kans, hun sappen 

op een aanvoerstroom van licht. Een veldmuis 
betrekt het onderhout, dan de intocht der insecten: 

de mieren, ijveraars, mee met de wind, vliegen uit 
in wanhoopsdaad, rusteloos stijgend boven de beek 

bereiken ze de verte – er recht op af. Alsof een hand 

licht schept uit een drang, onmatig veel en lang.


 frb

Eerder verschenen in De trein loopt prachtig binnen, 
Uitgeverij Meulenhoff, Amsterdam 2003



24-07-2019

Aldus de schrijver (21)


16 april 1950

"Zoals Oscar Wilde in zijn Decadentie van de leugen zegt, volgt de schilder niet de natuur maar de natuur de schilder. Dit is zo waar, althans voor mij, dat ik een landschap altijd zie door de ogen, de zeer particuliere ogen dan, van een mij vertrouwd schilder.
Vandaag zondag in volle zon. De eerste madelieven en pisbloemen bloeien in mijn grasperk, wit en geel op groen. Daarachter de rose streep van de grindweg, dan het smaragdgroen van het struikgewas, het blauwgrijze Scheldewater met zijn cinabergroene*) dijk aan de overkant. En aan de einder de zwarte kranen van de havendokken als naakte bomen loodrecht tegen de kobaltblauwe lucht met witte wolkjes. Als ik mij voorstel dat een sirene met zilvergeschubde staart zich op mijn grasveld ligt te zonnen, dan is het een schilderij van Paul Delvaux."

*cinabre=Frans voor vermiljoen

Uit Gaston Burssens, Dagboek. Uitgeverij Hadewych, Schoten 1988


19-07-2019

'La Tesa'




Landgoed La Tesa

Ritselende blaadjes onder onze voetstappen,
maar volop zomer. Wat geweest is, zal zijn,
zei Pavese, en we zien de roestige knopen
van andere jaren in het hoge, droge gras,

het troebele water van eerdere dagen.
Bomen tonen ons hun ingewanden, wonden
van ingeslagen licht, een huid zo zwart
als as. Men ziet ons in het bos, wij

die vandaag ongemakkelijk zwerven, muggen 
gadeslaan in hun ongedurige paringsdans.
Onze zintuigen in samenspraak, zoveel nabijheid, 
zoveel afstand, en alles aanwezig dit moment, 

de neerwaartse ronding in de spiraal
van de wijngaardslak, de onzichtbare hand
in het borduursel van de varenplant. Nog is

het pad bedauwd, nog is het geen nacht.

 frb


Uit: Transit, Uitgeverij Meulenhoff, Amsterdam 2012



14-07-2019

De eerste alinea (87)



"Philipp Perlmann was eraan gewend geraakt dat de dingen voor hem geen tegenwoordigheid hadden. Maar deze ochtend was het erger dan anders. Onwillekeurig liet hij het Russische grammaticaboek zakken en keek naar de hoge ramen van de veranda, waarin zich een scheefgegroeide pijnboom spiegelde. Daar, in die veranda, aan de glanzende mahonie tafels, zou het gebeuren. Vol verwachting zouden ze naar hem, de spreker, kijken, en dan, na een langdurige, ondraaglijke stilte en een angstig stokken van de tijd, zouden ze het weten: hij had niets te zeggen."


Pascal Mercier, Perlmann's zwijgen. Vertaald uit het Frans door Gerda Meijerink. Uitgeverij De Wereldbibliotheek, Amsterdam 2007

09-07-2019

'In het klaarlicht'





In het klaarlicht

Als dan het zand verstuift, de duinpan rond om
te ontvangen, dan, in andermans droom, duik ik

weer op. En kom om mij te omringen, mooier dan 
ooit, met jou uit de schemer van het sparrenbos,  

het omtrekloze, te herkennen aan het zwenken van 
         het duister, hangend aan de takken, zwaaiend steeds, 

ik beneden, omsloten door de golven – zwem jou tegen, 

de zee in, die pijnloos is, achter de branding door.

 frb


Eerder verschenen in De trein loopt prachtig binnen, 
Uitgeverij Meulenhoff, Amsterdam 2003




03-07-2019

Aldus de schrijver (20)



"De inspiratie die nodig is voor het schrijven van gedichten, maar net zo goed voor het rollen van een sigaret of het oversteken van de straat, kun je misschien op gang brengen door alvast met schrijven te beginnen. Maar wanneer zij niet ontvlamt is alle moeite vergeefs. De heftigheid van een dichterlijke roes kan nooit een garantie zijn voor het resultaat dat wordt afgeleverd. Maar zonder 'de storm van driftig bidden', zoals Lucebert het heeft genoemd en waarmee hij meteen een uiterste heeft aangegeven, slaagt een dichter er niet in de ontvankelijkheid te scheppen die voor het schrijven even noodzakelijk is als een vormgevend en controlerend vermogen. Inspiratie is een vorm van plezier die zich tot een weergaloze wellust kan verdiepen, maar ze kan ook een kwelling betekenen, een razernij die te vergelijken is met het op hol slaan van een hart door een te grote afscheiding van adrenaline. Gescheiden van de anderen, voor wie de dichter al die moeite doet, is hij tegelijk in zichzelf verdeeld en verstrooid. Hij krijgt een moederlijk, sterker: landschappelijk gevoel (moeders zijn vrouwen in wie het instinct tellurische afmetingen heeft aangenomen), een mystieke ervaring die niet zijn doel is maar zijn middel, een ervaring waaraan hij zich niet slechts overgeeft, maar die hij ook probeert te beheersen, dienstbaar te maken aan een vormbeginsel, een idee, een levenshouding of een levensbeschouwing die zoveel mogelijk in beweging blijft."

Uit Adriaan MorriënPlantage Muidergracht. Uitgeverij De Arbeiderspers (serie Privé-domein), Amsterdam 1988


28-06-2019

'In de loop van de Maas'



Deze rivier brengt haar eigen verhalen mee, schuift 
ze traag maar willig voor zich uit, soms onstuimig 
genietend, soms ontdaan, volgepakt met
herinneringen aan het achterland: bonkige 
containers op een industrieterrein, gewemel 

op een Luikse zondagsmarkt, vuursteenmijnen, 
mergelgrotten. Ze sluipt aan jachthavens en
roeiverenigingen voorbij, danst losjes 

om zeilboten heen, stuurt fronsende golfjes vooruit – 
vrolijk gegiechel van een zoenend paartje in het gras. 

Zoals de Maas het grindgat omhaagt, het grindgat 
de rijke bosschages, de bosschages de heuvelrug, 
zo omarmt het water hier het wijde landschap 
om zich heen. De wind wordt gevraagd 
om in de stille weerschijn van het avondrood 

langzaam in te dalen, niet sneller dan een afgebroken 
boomtak die in alle rust voortdrijft, niets vermoedend 

van het onbestemde, de wazig lonkende einder.

 frb

Dit gedicht verscheen in een reeks van 12 gedichten onder de titel 
In de loop van de Maas. 
Een publicatie van Van Eyck, Maastricht 2016. 
Het boekje werd gedrukt in het Charles Nypels Lab.



24-06-2019

Aldus de schrijver (19)



Karl Ove Knausgård over Edvard Munch (4)

"Dit schreef Munch zelf over zijn schilderijen uit de jaren negentig:

'Ik schilderde het ene schilderij na het andere op basis van de indrukken die ik ooit had verzameld – schilderde de lijnen en kleuren die zich op mijn innerlijke oog bevonden – op mijn netvlies.
   Ik schilderde alleen wat ik me herinnerde, zonder er iets aan toe te voegen – zonder details die ik niet meer zag. Vandaar de eenvoud van de schilderijen – die schijnbare leegte.
   Ik schilderde echo's uit mijn jeugd – in de vage kleuren van die tijd.
   Door de vertroebelde kleuren, lijn en vorm te schilderen die ik ooit had gezien – hoopte ik de sfeer van toen weer te geven, net als een grammofoon.
   Zo ontstonden de beelden van mijn Levensfries (beelden die het totale leven weergeven -red.).'

Hij schilderde met andere woorden zijn herinneringen, en probeerde de gevoelens die ze toen in hem opwekten opnieuw tot leven te brengen. De herinneringen waren definiërend, of werden het terwijl hij ze schilderde; het waren die herinneringen vanwaaruit hij zichzelf begreep, of waarin hij op zoek kon gaan naar wat hem had gemaakt tot de man die hij was."

Uit: Karl Ove Knausgård, Zoveel verlangen op zo'n klein oppervlak. Een boek over de schilderijen van Edvard Munch.Uit het Noors vertaald door Sofie Maertens en Michiel Vanhee. Uitgeverij Atheneum-Polak & Van Gennep, Amsterdam 2018

Afbeelding: Edvard Munch, De levensdans, 1899-1900