21-05-2024

Philip Larkin, 'Laat ons zingen'

 

Laat ons zingen

Ze naaien je op, je pa en moe,
al willen ze daar niet zo heen.
Ze stoppen je hun fouten toe,
doen er wat bij, voor jou alleen.

Maar zelf zijn ze ook opgenaaid
door dwazen met antieke hoeden.
Streng hebben die hun kroost gepaaid
of waren onderling aan ’t woeden.

De mens geeft zijn ellende door,
een modderbank die langzaam stijgt.
Ga er zo gauw je kunt vandoor,
zorg dat je zelf geen kinderen krijgt.

 

Philip Larkin, vertaald uit het Engels door J. Eijkelboom

Uit: Ilja Leonard Pfeijffer en Gert Jan de Vries, De canon van de Europese poëzie. Uitgeverij Meulenhoff, Amsterdam 2008

Philip Larkin: https://nl.wikipedia.org/wiki/Philip_Larkin

18-05-2024

Anna Enquist, 'Lente in Amsterdam'

 

 

Lente in Amsterdam

Ik weet het, je staat te rillen in je zomerjurk
en toch schrijf ik, schrijf ik naar mijn stad.
Schrale wind blaast je bloemen omver, tovert
toorn in de blik van passanten. Het past mij niet
je te schrijven, ik schrijf je. Hoe ik je verliet
vormt het vroegste beeld in mijn hoofd:
lege kamer, de planken, herrie op straat,
alles weg. Wie komt er terug naar een moeder
die schreeuwt en zich aanstelt, wreed, zorgeloos,
opgedirkt met lichten en linten? Ik. Naar een
die haar kinderen doodt en verdrinkt,
en ’s avonds gaat dansen? Ik.

Jij kan het niet helpen, je kreunt
rond je grachten. Ze versnijden je hart
en ze boren diep in je darmen. Ik schrijf
aan mijn stad in de kille lente: we hebben
alles verloren, hebben spijt, wij zijn oud.
Schoonheid zien we met moeite,
verdriet. Wij hebben het koud.


Uit: Anna Enquist, Hoor de stad. Uitgeverij De Arbeiderspers, Amsterdam 2015
 

Over Anna Enquist: https://nl.wikipedia.org/wiki/Anna_Enquist

14-05-2024

De eerste alinea

 

 

“Oscar is dood omdat ik toekeek toen hij doodging, zonder een vinger uit te steken. Hij is gewurgd door de touwen van een schommel, zoals kinderen in de korte nieuwsberichten. Oscar was geen kind. Op je zeventiende ga je niet per ongeluk op die manier dood. Je knijpt je keel dicht om iets te voelen. Misschien zocht hij een nieuwe vorm van genot. Daarvoor waren we tenslotte allemaal hier, voor het genot. Hoe dan ook, ik stak geen vinger uit. Daar begon het allemaal mee.”

Uit: Victor Jestin, Hitte. Uit het Frans vertaald door Josephine Rijkaarts. Uitgeverij Koppernik, Amsterdam 2023

Over Victor Jestin: https://fr.wikipedia.org/wiki/Victor_Jestin

Josephine Rijkaarts: https://www.josephinerijnaarts.nl/

11-05-2024

Els Moors, 'Onderweg naar huis'

 

 

Onderweg naar huis

onderweg naar huis
waar een kat op me wacht is het broeierig
mijn longen kreunen onder het gewicht van
tegels vloeren en dan weer rotsblokken

de pijl die ik hartstochtelijk heb toegelaten
de voorwaarde van mijn niet-aflatende
extase of hoe de zomer hoog
bij me naar binnen glijdt

een avondmaal van lauwe
door de zon verwarmde kerstomaten
en sardienen harde witte eieren
waarmee ik me de ogen dep

benen waarmee ik over het schoteltje melk heen
kan zitten de woorden wijd
en mijn vinger diep


Uit: Els Moors, Liederen van een kapseizend paard. Uitg. Nieuw Amsterdam/het balanseer, Amsterdam/Aalst 2013
 

Els Moors: https://nl.wikipedia.org/wiki/Els_Moors

07-05-2024

Aldus de schrijver

 

 

“Een tiental chagrijnige, bebaarde mannen in bont- en oliejassen sloeg hem gade vanaf het dek van een schoener die een meter of vijftig verder in het ijs vastzat. Een van hen riep iets wat tot hem kwam als een onduidelijk gemurmel. Gelach. De zwemmer blies een druppel van de punt van zijn neus. Afgezet tegen de rijke, scherpe realiteit van die uitblazing (en de onder zijn ellebogen krakende sneeuw en het tegen de randen van het wak klotsende water), leken de vage van de boot afkomstige geluiden weg te lekken uit een droom. De gedempte kreten van de bemanning negerend en zich nog steeds aan de rand vasthoudend, keerde hij zich af van het schip en richtte de blik weer op de witte leegte. Zijn handen waren de enige levende dingen die hij kon zien.
Hij trok zich uit de bijt omhoog, raapte de bijl op die hij had gebruikt om het ijs stuk te hakken, en bleef even zo staan, naakt, de ogen samengeknepen tegen de felle, zonloze lucht. Hij oogde als een oude, sterke Christus.”

 

Uit: Hernan Diaz, In de verte. Uitgeverij Atlas Contact, Amsterdam 2019
Uit het Engels vertaald door Ronald Vlek

Over Hernan Diaz: https://en.wikipedia.org/wiki/Hernan_Diaz_(writer)

04-05-2024

Bart Moeyaert, 'Brug'


Brug

Vooral 's nachts vraag ik me af
of ik er iets toe doe. Ben ik van nut.
Wat draag ik bij. Wie mist mij
als ik voor het licht wordt overlijd.
Ik haal bepaald geen troost uit
wat ik denk. Erg dwaas zie ik
de ochtend komen. Hij gaat tekeer.
Of ik vandaag bij wijze van ontbijt
weer uren voor het raam ga staan
en wacht tot iemand op de fiets
naar boven kijkt en naar me wuift.
Hoe is het mogelijk dat ik mijn tijd
aan schooien wil spenderen, terwijl
er van de stad in een twee drie
te leren valt dat de berg zand er is
omdat de put er komt. Het is een feit
dat alles nodig is, ook wat al jaren
smeekt om te verdwijnen. En als
iets dan wordt weggehaald, vergeet ik
al te gauw dat het de eeuwigheid
toch weer de goede kant op heeft gestuurd.
Aan die gedachte schurk ik mij.
Behalve 's nachts. Dan wil ik ineens
weten hoe lang voor altijd duurt.

 

Uit: Bart Moeyaert, Gedichten voor gelukkige mensen. Uitgeverij Querido, Amsterdam 2008


 

Het gedicht ‘Brug’ werd in 2006 geschreven toen Moeyaert stadsdichter van Antwerpen was en de IJzeren Brug aldaar gesloopt werd.

Meer over de dichter: https://nl.wikipedia.org/wiki/Bart_Moeyaert

 

30-04-2024

Aldus de schrijver

 

 

“Achter ons stonden de gele huizen van Menton trapsgewijs tegen de bloeiende hellingen. We proefden het water op onze handen. Ik likte mijn wijsvinger af, want de zee is het zout van de aarde, maar Du Lac bromde: ‘We gaan, we horen hier niet.’ Ik wist ook wel een paar oneliners voor als je op stap ging. Van Rimbaud: ‘Ik ga een paard kopen en weg van hier.’ Van Montaigne: ‘Men moet altijd geschoeid zijn en klaarstaan om te vertrekken.’ Van mevrouw Despentes: ‘Opstaan en wegwezen.’ Van Gide: ‘Een van de belangrijkste regelen der kunst: niet talmen.’ En de mooiste, van Christus, in het evangelie volgens Mattheüs: ‘Kom en volg mij.’”

Uit: Sylvain Tessin, Wit. Vertaald uit het Frans door Eef Gratama. Uitgeverij De Arbeiderspers, Amsterdam 2024

Sylvain Tessin: https://nl.wikipedia.org/wiki/Sylvain_Tesson

Eef Gratama: https://www.eefgratama.nl

27-04-2024

Federico García Lorca, 'Madrigalen'

 

 

Madrigalen

1

Zoals de golven in kringen
op het water.
zo in mijn hart
je woorden.

Zoals een vogel die botst
op de wind,
zo op mijn lippen
je kussen.

Zoals bronnen open
op de avond,
zo mijn zwarte ogen
op je lijf.


2

Gevangen zit ik
in je concentrische
cirkels.
Zoals Saturnus
draag ik
de ringen
van mijn droom.
Ik kan niet beslissen te zinken
of rechtop uit het water te verrijzen.
Mijn lief!
Mijn lichaam
dobbert op het stille water
van de kussen.

 

Uit: Federico García Lorca, Suites. Vertaald uit het Spaans door Bart Vonck. Uitgeverij Meulenhoff, Amsterdam 1998

Federico García Lorca: https://nl.wikipedia.org/wiki/Federico_Garc%C3%ADa_Lorca

Bart Vonckhttps://nl.wikipedia.org/wiki/Bart_Vonck

 

23-04-2024

De eerste alinea

 

 

“De Plaatsvervanger, die luisterde naar de oeroude naam Baraj, wist zich geen raad met zijn gestalte, en in het bijzonder met zijn grote hoofd met kort krullend haar. Zwijgend wierp hij met zijn gele ogen ongemakkelijke blikken op zijn meerdere, de Politieman, die bij het lijk was neergeknield. Om hen heen heerste de winternacht, scherp van de kou en met inkt gekleurd.”

Uit: Philippe Claudel, Schemering. Vertaald uit het Frans door Manik Sarkar. Uitgeverij De Bezige Bij, Amsterdam 2023
 

Philippe Claudel: https://nl.wikipedia.org/wiki/Philippe_Claudel

Manik Sarkar: https://www.euregio-lit.eu/nl/projecten/de-euregio-leest/vertalers-2023/manik-sarkar

 

20-04-2024

Aldus de schrijver

 

 

“Een wolf met een nog stuiptrekkende kip in zijn bek, op weg naar zijn hol. Een haakbusschutter met de kop van een wolf in zijn schoot, op weg naar de real, de beloning die hem toekomt. Een schooljuf die op de bushalte uitstapt met haar kartonnen koffer en nog voor ze die heeft uitgepakt het dorp alweer verlaten wil, het zo snel mogelijk wil passeren – dat passeren zal vier jaar duren, vier jaar waarin ze doodgaat van de kou en de weerzin terwijl ze in het onlangs opgetrokken schoolgebouw wacht op een nieuwe bestemming. De auto van de dokter, maar hij komt te laat. Een backpacker. Een verdwaald mormoons echtpaar dat zich met een geborduurde zakdoek het zweet van het voorhoofd veegt. De twintig seminaristen uit de abdij van Santa María de Viaceli die in ganzenpas op weg zijn naar de dam om te zwemmen. Een Seat Ibiza. Julián op zijn tractor – hij is nog maar elf; zijn vader heeft een baksteen op de bestuurders stoel gelegd zodat hij door de voorruit kan kijken. Vicenta met haar wagen en José, die haar groet vanaf de kant van de weg – hé, zegt hij; hé, zegt zij; zo gaat dat elke dag, zonder dat José haar durft te vragen wat hij haar wil vragen. Een Portugese vrachtwagen met een Portugees kenteken. Een Portugese vrachtwagen met een kenteken van de Europese Unie. Drie kinderen verkleed als dinosaurus, madeliefje en gevangene op weg naar het carnaval van Novales – het madeliefje zal de prijs voor het beste kostuum krijgen. Een bus van busmaatschappij La Cantábrica. Een hond die zonder te kijken de weg oversteekt – volgend jaar wordt hij overreden door een Volkswagen. Een stoet muilezels. Een zomergast, elke zomer, elke vakantie steeds dezelfde zomergast; hij arriveert, opent het huis dat de hele winter afgesloten is geweest, zet de ligstoelen buiten en vouwt de lakens op die over de meubels lagen, maait het gazon, snoeit de bougainvilles, vult de bloembedden, gaat eventjes van de zon zitten genieten, en wanneer die ondergaat, is het al september en heeft hij net genoeg tijd om de ligstoelen op te bergen, de lakens over de meubels te draperen en het huis opnieuw af te sluiten; elk jaar belooft hij zichzelf dat hij op een dag voor altijd naar Toñanes verhuist en de baan die hij verafschuwt en het leven waarvan hij niet houdt vaarwel zal zeggen; elk jaar weer. Een boot van de kustbescherming, die langs de kliffen vaart, een Franse boekanier en een vissersboot. Een harde noordwestenwind op paaszaterdag. De auto van Jane Seymour, en daarachter de auto van de tolk van Jane Seymour, en daarachter de auto van haar grimeuse, die van haar assistent en die van haar kleedster – ze komen bij de kliffen van Bolao een scène uit The Tunnel filmen. Een jager getooid in een berenvel en een soort ceremonieel hoofddeksel, met een haas over zijn schouder. Een Franse toerist die vraagt naar de prehistorische grot Las Aguas zonder te weten dat die vrijwel onmiddellijk na de ontdekking ervan werd gesloten. Een karavaan zigeuners die door de bewoners van Oreña zijn verdreven met stokslagen en stenen. Sneller dan wie ook de auto van Francisco Gento, die de bocht verkeerd neemt, tegen de reling van de brug knalt en richting de rivier vliegt. Er is niets aan de hand, wonder boven wonder overleeft hij het ongeluk: de zondag erop speelt hij in het Bernabéu-stadion en geeft een assist.
Zo onbetekenend is Toñanes dus: zelfs een frontale botsing met 110 kilometer per uur kan degenen die het dorp passeren niet tegenhouden.”

Uit: Juan Gómez Bárcena, Het dorp van de herinneringen. Vertaald uit het Spaans door Nadia Ramer. Uitgeverij Wereldbibliotheek, Amsterdam 2023
 

Juan Gómez Bárcena: https://en.wikipedia.org/wiki/Juan_Gómez_Bárcena

Nadia Ramer: https://www.nadiaramer.nl/

16-04-2024

Lêdo Ivo, 'Aan de dag die verstrijkt'

 

Aan de dag die verstrijkt

Dag die verstrijkt, verwond mij niet
met je angel.
Plaats mij onder het gezag
van je vaandel.
Jouw zon verlichte
mijn deel van de schaduw
dat strijdt tegen machtiger stralen.
O dag die verstrijkt,
verstrijk niet als de dagen
en niet als de vogels.
Vlucht niet tussen de takken
van brandende bomen
zoals de schorre cicaden
en ga niet in lucht op
als rook.
Laat mij niet alleen
wanneer de nacht
over de stad valt.
Blijf aan mijn zijde
en wees de diamant
van een eeuwig moment
met je geluiden
en je licht.

Uit: Lêdo Ivo, Vleermuizen en blauwe krabben. Gedichten. Vertaald uit het Portugees door August Willemsen. Uitgeverij Wagner & Van Santen, Sliedrecht 2000

Lêdo Ivo: https://www.poetryinternational.com/nl/poets-poems/poets/poet/102-17173_Ivo

August Willemsen: https://nl.wikipedia.org/wiki/August_Willemsen

13-04-2024

De eerste alinea

 

“’s Ochtends waren de kolen geleverd. We waren vroeg opgestaan en hadden het laatste hout in de kachel gelegd, hadden verkleumd met de handen in de zakken op straat voor het huis gestaan, in de morgenmist, starend naar onze witte ademwolkjes. De kolen kwamen precies op tijd, we hadden de kiepwagen via de smalle doorgang tussen de schuur en de tractorstalling verder laten komen, zo dicht mogelijk bij de stal, waar al jaren geen vee meer had ge- staan. Daar werden de briketten op het wintergras gestort, een enorme berg, prima kolen, bijna allemaal gaaf, en het zilverige kolenstof was opgestegen in de lucht.”


Uit: Judith Hermann, Lettipark. Uit het Duits vertaald door Maarten Elzinga. Uitgeverij Vleugels, Bleiswijk 2021


Judith Hermannhttps://nl.wikipedia.org/wiki/Judith_Hermann

Maarten Elzingahttps://www.vertalersvakschool.nl/docent/docent-3/



12-04-2024

Aldus de schrijver

 

 

“Larry Stack loopt met het kaartje in zijn hand door de woonkamer. Fronsend kijkt hij ernaar en hij legt het dan op de salontafel, schudt zijn hoofd en gaat weer in de leunstoel zitten, zijn hand strijkt over zijn baard terwijl zij hem zwijgend observeert, hem op de vertrouwde manier beoordeelt, na een zekere leeftijd laat een man zijn baard staan, niet om zijn mannelijkheid te bewijzen maar om zijn jeugd af te sluiten, ze kan hem zich nog amper gladgeschoren herinneren. Ze kijkt naar zijn voeten die zijn pantoffels zoeken, zijn gezichtsuitdrukking ontspant nu hij in de stoel zit, hij denkt aan iets anders, lijkt het, tot er opnieuw een diepe rimpel in zijn voorhoofd verschijnt. Hij buigt zich voorover en pakt het kaartje weer op. Het is vast niets, zegt hij. Ze wipt de kleine op en neer op haar schoot en houdt Larry ondertussen nauwlettend in de gaten. Wat bedoel je, Larry, hoezo is het niets? Hij zucht en veegt met de rug van zijn hand over zijn mond, staat op uit de stoel en begint iets op tafel te zoeken. Waar heb je de krant neergelegd? Hij loopt zoekend door de kamer, zonder iets te zien, misschien is hij de hele krant alweer vergeten, hij is op zoek naar iets in de schaduwen van zijn eigen gedachten en het lukt hem niet daar licht op te werpen. Hij draait zich om en bestudeert zijn vrouw die het kind de borst geeft en die aanblik troost hem, een gevoel van leven samengebald in een beeld dat in zo’n schril contrast staat met kwaadaardigheid dat hij wat tot bedaren komt. Hij gaat naar haar toe en steekt zijn hand uit, maar trekt die weer terug als hij haar felle blik ziet.”


Uit: Paul Lynch, Lied van de profeet. Vertaald uit het Engels door Tjadine Stheeman en Lidwien Biekman. Uitgeverij Prometheus, Amsterdam 2024

Paul Lynch: https://en.wikipedia.org/wiki/Paul_Lynch_(writer)#/media/File:Paul_Lynch_(2014)_revised.jpg

Tjadine Stheeman: https://www.hollandsdiep.nl/vertaler/177/tjadine-stheeman.html

 Lidwien Biekmann: https://nl.linkedin.com/in/lidwien-biekmann-59a9a18

09-04-2024

Czesław Miłosz, 'Een jongen'

 

Een jongen

Staand op een grote steen werp je je hengel uit.
Om je blote voeten spoelt het flikkerende water
van je geboorterivier, vol waterlelies.
Maar wie ben je, starend naar de dobber, luisterend
naar de echo’s, naar het tikken van de wasplankjes?
Wat is dat voor stigma op je voorhoofd, jongeheer,
jij die nu al lijdt aan je afzondering,
verlangend naar één ding: te zijn als anderen?
Ik ken je geschiedenis en weet wat je wordt.
Als zigeunerin zou ik naar de rivier kunnen gaan
en je de toekomst voorspellen: rijkdom en roem.
Maar zonder een woord over de prijs die wordt betaald
en die je aan hen die ons benijden nooit kunt bekennen.
Een ding is zeker: je twee naturen,
de een gierig, voorzichtig, de ander vrijgevig.
Lang zul je zoeken naar hun verzoening
tot je arbeid verspilde moeite zal blijken
en mooi alleen wat onbezonnen wordt geschonken,
grootmoedigheid en zorgeloze overgave
zonder boeken, monumenten, mensenheugenis.

Uit: Czesław Miłosz, Gedichten. Gekozen, vertaald uit het Pools en van een nawoord voorzien door Gerard Rasch. Uitgeverij Atlas – Amsterdam/Antwerpen 2003.

Czesław Miłosz: https://nl.wikipedia.org/wiki/Czesław_Miłosz

Gerard Rasch: https://nl.wikipedia.org/wiki/Gerard_Rasch

 

07-04-2024

Mustafa Stitou, 'Wie doofde'

 


Wie doofde
mijn liefdeslied


smoorde 
mijn krijgszang


stilde
mijn hongerkreet


ikzelf, oude angst pompend
door mijn aderen


oude schaamte stolpend
over mijn autonomie


oude walging koesterend
in mijn keel


wie bespuwde
mijn loflied


verstrooide 
mijn woede


bespotte mijn klaagzang
mijn biecht


ikzelf, oude schuld 
klemmend 
om mijn enkels.



Uit: Mustafa Stitou, Waar is het lam? De Bezige Bij, Amsterdam 2022

Mustafa Stitouhttps://nl.wikipedia.org/wiki/Mustafa_Stitou



02-04-2024

Ewa Lipska, 'En wij maar rennen'

 

En wij maar rennen

En wij maar rennen over het gras
terwijl werd beschikt over het lot van de geschiedenis.

Wij hoorden geen schoten.
In plaats van geschiedenis hadden we gym.

En wij maar rennen over het gras
terwijl schoenen voor ons werden genaaid.

Korte gewatteerde jasjes
waren ons een steun in de rug.


Ewa Lipska

 

Uit: Heb medelijden, tijd. Poolse poëzie van de twintigste eeuw. Samengesteld en vertaald door Karol Lesman

Uitgeverij Plantage, Leiden 2003

Over Ewa Lipska: https://en.wikipedia.org/wiki/Ewa_Lipska

Karol Lesmanhttps://www.pegasusboek.nl/nieuws/post/karol-lesman

 

30-03-2024

Aldus de schrijver

 

 

“Wat we zien is de gedaante van een grote stad.
 Door de ogen van een hoog door de lucht vliegende nachtvogel kijken we op dit panorama neer. Ons gezichtsveld is wijd, en de stad ziet eruit als één enorm organisme – of als één lichaam samengesteld uit verscheidene in elkaar vergroeide organismen. Ontelbare aderen strekken zich uit tot in de verste uithoeken van dit ondefinieerbaar gevormde lijf, pompen bloed, vervangen onvermoeibaar cellen. Zenden nieuwe informatie uit, trekken oude informatie in. Zenden nieuwe consumptieartikelen uit, trekken oude consumptieartikelen in. Zenden nieuwe tegenstrijdigheden uit, trekken oude tegenstrijdigheden in. Overal flikkert het lichaam aan en uit, wordt heet of koud, krimpt en kronkelt, op het ritme van die hartslag. Nu, kort voor middernacht, is de activiteit over zijn hoogste piek heen, maar het basaal metabolisme dat de levenskracht in stand moet houden, werkt onverminderd door. Het gonzen van de stad rijst als een constant aangehouden basnoot naar ons op – vlak, monotoon, maar zwanger van dingen die nog te gebeuren staan.”

Uit: Haruki Murakami, After dark. Vertaald uit het Japans door Jacques N. Westerhoven. Uitgeverij Atlas Contact, Amsterdam 2022
 

Over Haruki Murakami: https://nl.wikipedia.org/wiki/Haruki_Murakami

 

26-03-2024

De eerste alinea

 

“Ik ben geboren om te zwerven. Ik ben gevormd naar de aarde zoals een zeevogel naar een golf. Er zijn vogels die vliegen totdat ze sterven. Ik heb mezelf een belofte gedaan: mijn laatste afdaling zal geen machteloze tuimelpartij zijn, maar een stootduik als van een jan-van-gent, een doelbewuste duik recht op iets diep in zee af.”

Uit: Maggie Shipstead, De grote cirkel. Uit het Engels vertaald door Marion Drolsbach en Lucie Schaap. Uitgeverij Meulenhoff, Amsterdam 2022

Over Maggie Shipstead:

https://en.wikipedia.org/wiki/Maggie_Shipstead

23-03-2024

Aldus de schrijver

 

 

“Ja, ik hoor de echo van mijn vaders herinneringen als ik deze passage van Albert Camus lees: ‘Je zult op lokale bouwplaatsen arbeiders aantreffen die wankel op hun benen staan en geen houweel kunnen optillen. Maar dat komt doordat ze niet hebben gegeten. En het is een nogal stuitende logica dat iemand die niet sterk is omdat hij niet te eten krijgt minder betaald krijgt omdat hij niet sterk is.’”

Uit: Xavier Leclerc, Een man zonder titel. Vertaald uit het Frans door Eva Wissenburg. Uitgeverij Vleugels, Bleiswijk 2023

Over Xavier Leclerc: https://www.babelio.com/auteur/Xavier-Le-Clerc/561835

Eva Wissenburg: https://literairvertalen.org/vertalersbestand/eva-wissenburg

 

19-03-2024

Bei Dao, 'Zicht op de avond'

 

Zicht op de avond

een elektrisch geladen zee
en de vloot, vol toortsdragende boodschappers
rukt op naar alle hoeken van het duister

het lemmet van een oogwenk
pelt de vlammen van cipres na cipres
de takken krommen naar het donker

veranderen de richting van de nacht
in de stenen kamer op de klip
staan deur en ramen allerwegen open

de zielen, gekomen van ver
stromen samen op het glanzend porselein
een langpootmug staat tussen hen in.

Uit: Bei Dao, Bewaarde geheimen. Vertaald uit het Chinees door Maghiel van Crevel. Uitgeverij Meulenhoff, Amsterdam 1992

Over Bei Dao: https://nl.wikipedia.org/wiki/Bei_Dao

Maghiel van Crevelhttps://www.universiteitleiden.nl/medewerkers/maghiel-van-crevel#tab-1