20-03-2019

Beschouwingen over 'Zoveel nabijheid' (7)




Op het literaire log 'ooteoote' gaat Remco Ekkers in op een van de gedichten uit de reeks 'Liggende leeuw'. Meelezen?
Klik dan hier.

16-03-2019

Gedichten op video (17)



Hans Faverey    

Iemand, die in de verte

haast aan een jockey doet denken,
opent met moeite het portier
en valt als een steen uit de buik

van zijn paard. Geleund op zijn riemen,

voor anker in zijn nimmer aflatende schemer,
herinnert zich mijn veerman de eeuwige
plannen voor een tunnel en glimlacht,
nog even lipoos als altijd.

-----

Eenmaal losgelaten door zijn hand

verheft zich de boemerang,
doorklieft het luchtruim,
wil al niet meer terug, ruikt de zee, ziet de zee,
scheert over het water

en duikt onder. Net of zij nog
klaar zat op haar gonzende heuvel,

de uitgekookte jageres

met de stervormige violette irissen,
met haar twee lynxen aan haar voeten
op scherp; alledrie dezelfde indringende
starende blik die je blijft volgen
tot je denkt te zijn ver-
dwenen uit zicht.



Hans Faverey, Verzamelde gedichten, Uitgeverij De Bezige Bij, Amsterdam 1993


09-03-2019

Beschouwingen over 'Zoveel nabijheid' (6)



Afgelopen week sloot Remco Ekkers zijn bespreking van Zoveel nabijheid af met de woorden 'Een rijke bundel.'
Lees de volledige recensie op literair weblog Tzum.

Lex Bohlmeijer las in het radioprogramma Passaggio (NPO Radio 4) afgelopen donderdag het gedicht 'Van verre' voor uit bovengenoemde bundel.

06-03-2019

Gedichten op video (16)



de winter staat stil

Schrijf de winter staat stil, lees een dag zonder dood
spel de sneeuw als een kind, smelt de tijd
als een klok die zich spiegelt in ijs

het is ijskoud vandaag, dus vertaal wat men schrijft
in een klok die niet loopt, in het vlees
dat bestaat als sneeuw voor de zon

en schrijf hoe haar lichaam bestond en zich boog
gelenigd in vlees en keek achterom
in het oog van vandaag, en lees wat hier staat

de zon op de sneeuw, het kind in de slee
het dichtgewaaid spoor, de onleesbare dood –


Gerrit Kouwenaar, 'de winter staat stil'. Uit: totaal witte kamer. Em. Querido's uitgeverij b.v., Amsterdam 2002



02-03-2019

Van verre




Abonnees van het online tijdschrift Laurens Jz Coster ontvangen elke werkdag een gedicht per e-mail. Afgelopen week werd het gedicht 'Van verre' doorgestuurd, ook te bekijken op 'Neerlandistiek. Online tijdschrift voor taal- en letterkundig onderzoek'.


                                       Hier kunt u het gedicht lezen.


24-02-2019

Beschouwingen over 'Zoveel nabijheid' (5)


Cyrille Offermans bespreekt de dichtbundel Zoveel nabijheid in Ons Erfdeel, februari 2019. Enkele fragmenten:

“Ruimtes openbreken, het zicht openen op de zich permanent voltrekkende wonderen aan gene zijde van de hectiek en het lawaai van het eigentijdse bestaan – dat lijkt deze dichter telkens opnieuw te motiveren. En daarbij laat hij zich graag inspireren door andere aan de natuur verslingerde specialisten, kunstenaars voor wie klank en kleur, sfeer en licht geen bijkomstigheden zijn. Ook Budé eert de zintuigen als de organen die nabijheid, intimiteit, intuïtieve verbondenheid mogelijk maken, zowel in de realiteit als in de kunst. Ruimtes openbreken, dat wil zoveel zeggen als: het gedicht laten groeien tot het toevluchtsoord voor nabijheidservaringen waarvoor de realiteit steeds minder ruimte biedt.”

(…) “De nieuwe bundel bevat een schitterende reeks getiteld ‘De ladder van Cézanne’. Daarin bezoekt de dichter (werkelijk of in zijn verbeelding) het huis van de schilder nabij Aix-en-Provence, maar distantieert zich direct van de “hang- of statoerist”, wiens invasieve blik hij wantrouwt. Hij weet, net als de schilder, dat alleen alerte meegaandheid hem dichter bij het geheim van huis en berg brengt.”

(…) “Frans Budé, de kleur- en vormgevoelige dichter, is een begenadigd waarnemer, ook en vooral van het onaanzienlijkste leven.”

(…) "Zoveel nabijheid is een doordacht gecomponeerde bundel vol formuleringen die de zinnen van de lezer aan het denken zetten. Verrassend is een reeks van elf weergaloze gedichten over goeddeels naamloze bomen, ‘Voorbij het onbekende’, waarin de dichter laat zien dat bomen meer zijn dan een metafoor voor de autoritaire bewakers van een onveranderlijk erfgoed, waartoe ze in de postmoderne visie van Gilles Deleuze en Félix Guattari werden gedegradeerd.”

(…) "Zoveel nabijheid – dat is ook, alle donkere tonen ten spijt, het overwegende gevoel van hartstochtelijke liefde voor het leven in al zijn vormen dat de bundel bij mij heeft opgeroepen."


Cyrille Offermans, Ons Erfdeel, februari 2019

23-02-2019

De eerste alinea (82)


"Omdat de vriendin met wie ze samenwoonde niet thuis was, werd de deur opengedaan door Judith. Mijn verbazing was zeer groot en onontkoombaar, beslist veel groter dan als ik haar per toeval was tegengekomen. Mijn verbazing was zo groot dat ze zich uitte in de woorden: 'Mijn god! Nog een bekend gezicht!' (Misschien was de beslissing om recht op dit gezicht af te lopen zo sterk geweest dat deze het gezicht onmogelijk maakte.) Maar er was ook gêne omdat ik hier ter plaatse de continuïteit van de dingen kwam verifiëren. De tijd was voorbijgegaan, en toch was hij niet voorbij; dat was een waarheid die ik niet onder ogen had moeten willen zien."

Maurice Blanchot, Als de tijd daar is. Vertaling uit het Frans: Kiki Coumans. Uitgeverij Vleugels, Bleiswijk 2019


16-02-2019

Bij een werk van Elizabeth Peyton


L.A. (E.P.)

Eerst het ochtendlicht waarin het laatste
restje nacht verdwijnt, zondagse slippers
aan de rand van het zwembad, geur van
water dat ik ken. Trouw bewaakt de hond

zijn schaduw. Alsof mijn lijf van porselein. 
Achter de openstaande deur de helft van 
een duisternis. Betovering als ik het natte

haar kam, de handen openvouw, in kalmte
binnentreed. Mijn smal profiel dat lichaam
wordt, zich uitspreekt op een zomerdag,

zichzelf herkent – als schaduw, als huid.



L.A. (E.P.) is een werk van Elizabeth Peyton uit 2004. Olieverf op board, 35,6 cm x 28,6 cm

Gedicht verscheen eerder in Frans Budé, Peyton's Facebook, een uitgave bij de tentoonstelling 'Live Forever: Elizabeth Peyton'Bonnefantenmuseum, Maastricht 2009


09-02-2019

De eerste alinea (81)


"Mijn vader was een van de enige twee kinderen die in de bitter koude herfst van 1939 werden geboren in het uit sintelblokken opgetrokken ziekenhuis van Old Buckram. Het andere kind, een jongetje dat niet lang genoeg bleef leven voor een naam en voor een ziel die kon worden gered, werd door zijn moeder begraven op een heuvel vlak bij het dorp toen de grond genoeg was opgewarmd om een echt graf voor hem te graven. Er was geen mis, er werd geen psalm gezongen. Zijn grafsteen, als je het zo zou kunnen noemen, was een grote, gladde kei uit de beek. De jongen werd te ruste gelegd met alleen het onuitgesproken gebed van de moeder tot een afwezige God. Ze vroeg hem om haar zoon de erfzonde te vergeven en om hem alstublieft toe te laten tot de hemel, waar hij de komst van de anderen kon afwachten totdat God in Zijn wijsheid besloot dat hun tijd gekomen was."

Phillip Lewis, Een andere stilte ('The Barrowfields'). Vertaling uit het Engels: Lidwien Biekmann. Em. Querido's Uitgeverij BV, Amsterdam 2018


06-02-2019

Gedichten op video (15)


Oktober

Weer wordt het herfst. Weer gaat het dromen onder.
Het blad verkleurt. Nog is de hemel blauw
voordat de stormen komen. 'k Denk aan jou,
dat jij bestaat, aan dat ik niets ben zonder

jouw beeld in mij, aan dat het breken zou,
aan woorden die wij niet herroepen konden,
en aan die avond dat wij elkaar vonden,
aan ganzenvlucht, zonsondergangen, kou.

En aan het einde, misverstanden, zonden
van zelfmisleiding, te voorzien berouw,
aan het vergeefse dat wij eens bestonden,
aan dat voorbijging dat ik dacht aan jou.


Uit: C.O. Jellema, Verzameld werk. Gedichten. Em. Querido's Uitgeverij BV, Amsterdam 2005

Jack W. Beneker componeerde de melodie en voert het hier uit met cellobegeleiding van Marriette Laport.




02-02-2019

Over Johan Tahon en zijn werk


Afgelopen maand verscheen er een uitgave van het Bonnefantenmuseum over het werk van de Vlaamse, internationaal gewaardeerde beeldhouwer Johan Tahon wiens tentoonstelling Wir überleben das Licht afgelopen jaar grote aandacht trok.
Museumdirecteur Stijn Huijts en kunstkenner Michaël Amy gaan in op het werk. Peter Cox en Gert Jan van Rooij zijn de fotografen die meewerkten. Van mij werd de de zevendelige gedichtencyclus 'Tocht' opgenomen. Beneden een van de gedichten uit deze reeks.
Dit bijzonder mooi vormgegeven cahier is verkrijgbaar in de museumwinkel of te bestellen via de webshop.


In zalvende dromen gewikkeld zetten we telkens
een stap voorwaarts, hoofd en romp, been en voet
in geordende samenhang. De ogen niet gericht,
de blik inwaarts gelegd waar geen littekens, geen
open wonden, hooguit dat wat eerder niet verwerkt
broeit of spant. En toch – in al onze holtes groeit
onzichtbaar een kracht achter het overdadige 
geruis van de wereld om. Wat ooit onder onze
krijtwitte schedel verzonk, zal straks naar buiten
treden, voor op de tong gaan liggen, bij ieder die ons
ziet een trilling veroorzaken en verlokkend uitgroeien 
onder stramme boomtakken en doorzichtige wolken 
tot een witte welving onder het hele hemeldek. 


frb

27-01-2019

Beschouwingen over 'Zoveel nabijheid' (5)


Mieke Wijnants op haar log 'Mieke Wijnants recenseert' over de dichtbundel Zoveel nabijheid:

"(...) De beeldende schrijfwijze zorgt ervoor dat de gedichten tot leven komen. (...) Afwisselend wordt het leven omarmd; verafschuwd bij radeloosheid en uitzichtloosheid. Heftige gevoelens kunnen worden opgeroepen. Het tot de verbeelding aansprekend gedicht ‘Orkaan’ is hartverscheurend. (...) Frans Budé is een dichter met veel klank en kleur, inlevingsvermogen en een scherp observatievermogen. Mede gezien door de afwisseling aan thema’s, is dit een bundel geworden die menig lezer zal aanspreken. Over elk gedicht is nagedacht en zet de lezer aan tot nadenken. De prettig leesbare gedichten hebben gelijktijdig de verborgen kracht dat je ze meerdere keren kunt lezen en elke keer iets nieuws ontdekt.
Zoveel nabijheid is een bundel van herkenning en thuiskomen.
Stilte is alles wat rest na het lezen van deze bundel."


5*****

24-01-2019

'Thuis bij James Ensor'



Het is elke keer opnieuw een aangename verrassing om het e-magazine 'Het moment' door te nemen, het literaire tijdschrift dat beheerd wordt door 'magazijnmeester' Huub Beurskens met als 'correspondenten' Benno Barnard, Wiel Kusters en Laurens Vancrevel. 
Zo trof ik vandaag weer eens de reeks 'Thuis bij James Ensor' aan die in 2015 werd opgenomen in mijn dichtbundel Achter het verdwijnpunt. 
Wilt u ook eens heerlijk digitaal door het magazine bladeren, dan begint hier 'Het moment' om kennis te maken met proza en poëzie al of niet in vertaling. Ik wens u veel leesgenot.



22-01-2019

Beschouwingen over 'Zoveel nabijheid' (4)


Poëziekrant nr. 1,  jan-febr. 2019, jrg. 43 (een fragment uit een recensie door Ron Elshout):

"(...) De titel van de afdeling 'Verval' suggereert in eerste instantie nog wel de abstractiegraad van het vroegere werk, maar niets is minder waar: de reeks behelst een kalme, beschouwende, maar niets verhullende wandeling door een verlaten huis. Het tweede gedicht uit deze reeks:

Er is getuigenis van een eerder leven, duizend ogen
lijken mee te kijken hoe schimmels woekeren
op houten planken, in een ondiepe kast het skeletje
van een muis, schaafsel van leeggelopen schoenen.

Sleutels die je omdraait, doen dat onwillig en traag.
We zien hoe glazig het licht de kamer binnenvalt,
vertrouwd over de vloer loopt, stilhoudt alsof het iets
van vroeger zoekt, een glas op tafel dat verplaatst is,

een vaas van kristal om uitbundig op te twinkelen. 
Alles wat eerder was, pakt zich samen, doordringt ons 

met vervlogen tijd. Heel even voelen we ons verbleken

naast de schoonheid van een theedoek, lang bewaard.


Het is duidelijk dat Budés thematiek onveranderd de vergankelijkheid betreft, maar de beelden zijn concreet en de versificatie is van een grote zorgvuldigheid. De zin 'Alles wat eerder was, pakt zich samen, doordringt ons // met vervlogen tijd' vat het gedicht, van de afdeling, van de bundel afdoende samen. Zie hoe de dichter de beschouwer en het eeuwige licht nauwgezet laat samenvallen. Ten slotte vind ik het stoffelijke beeld in de slotregel getuigen van een adembenemend verzet tégen die vergankelijkheid,
Zoveel minutieus beschreven zintuiglijkheid is niet alleen een evocatie van 'de broosheid van het bestaan', zoals de tekst op de achterkant van de bundel het noemt, maar is tevens een verzet tegen 'de botheid van de dood', zoals die in de laatste afdeling, 'Galerij', in een aantal in memoriams voor kunstbroeders genoemd wordt. Frans Budé brengt beide naderbij – en daarmee zichzelf."


20-01-2019

De eerste alinea (80)



"Ik houd niet van dit appartement, omdat ik er mezelf niet als klein jongetje in zie spelen, we hebben het gehuurd toen we trouwden en het resultaat waren onze twee zonen, jouw astma en vooral mijn onbeholpen, slappe persoontje, toen ik nog vrijgezel was nam mijn moeder me in bescherming, niet tegen mijn vader, want die zag me niet eens staan, maar tegen mijn zussen en mijn broer, ze schepte over mij op tegen visite."

António Lobo Antunes, Als een brandend huis. Vertaling uit het Portugees: Harrie Lemmens. Uitgeverij Ambo | Anthos, Amsterdam 2014

17-01-2019

De eerste alinea (79)


"Ik open de avondkrant van gisteren, daarin staat iets over ons tweeën. Er staat dat in het begin opnieuw het woord zal zijn. Maar vooralsnog wordt er in de scholen als vanouds op gehamerd dat er eerst een grote explosie is geweest en dat alle materie alle kanten op is gevlogen."


Uit: Michaïl Sjisjkin, Onvoltooide liefdesbrieven. Uit het Russisch vertaald door Gerard Cruys. Uitgeverij Querido, Amsterdam 2013

10-01-2019

De eerste alinea (78)


"Een tijdlang was ze er niet zeker van of haar man wel haar man was, min of meer zoals je, in de halfslaap, niet weet of je denkt of droomt, of je geest nog stuurt of die door oververmoeidheid bent kwijtgeraakt. Soms geloofde ze van wel, soms van niet, en soms besloot ze niets te geloven en gewoon verder te leven met hem, of met degene die op hem leek, die ouder was dan hij. Maar zijzelf was ook ouder geworden tijdens zijn afwezigheid, ze was heel jong toen ze trouwde."

Uit: Javier Marías, Berta Isla. Uit het Spaans vertaald door Aline Glastra van Loon. Uitgeverij Meulenhoff, Amsterdam 2018


05-01-2019

Aldus de schrijver (13)


"De Duitsche romantici hadden een groote liefde voor de natuur. Maar zij hielden van haar op eenzelfde wijze als de held in een roman van Toergenieff van dat meisje hield, van wie hij zegt 'Sophie beviel mij vooral, als ik met den rug naar haar toe zat, dat wil zeggen, wanneer ik aan haar dacht, wanneer ik haar in den geest voor mij zag, 's avonds vooral op het terras...' Misschien heeft slechts een van hen haar recht in het gelaat gekeken: Philipp Otto Runge, de Hamburgsche schilder, die het Nachtegalenboschje heeft gemaakt en De Morgenstond. Nooit meer is het groote wonder van zonsopgang zo geschilderd. Het groeiende licht, dat stil en stralend tot de sterren klimt, en, onder op de aarde, het koolveld, nog geheel doordrenkt van het diepe, benauwde donker van de nacht, waarin een naakt kindje – de morgen – is gebed. Hier is alles gezien en nog eens gezien. Men voelt de vele koele morgens en men ziet den schilder al opstaan voor de zon opging, en trillend van verwachting, naar buiten gaan om elk tafereel van het machtige schouwspel te zien en niets te missen van de spannende handeling, die daar begon."

Rainer Maria Rilke, Het landschap. 
Uit het Duits vertaald door A.A.M.S.
Uitgeverij A.A.M. Stols, 's Gravenhage 1944


29-12-2018

Aldus de schrijver (12)



"Daarom geloof ik dat literatuur een brug is tussen volkeren. En dat zich inleven in iemand een tegengif tegen fanatisme kan zijn. (...) Verbeeld je echt eens hoe de ander liefheeft, doodsangsten uitstaat, boos is of gepassioneerd. Er is te veel vijandschap tussen ons, te weinig nieuwsgierigheid."

Amos Oz (4 mei 1939–28 december 2018) bij de uitreiking van de Prince of Asturias Prize for Literature in 2007.