Notitie bij een Friese kerkmuur
Toen in de Eifel vulkanen uitdoofden,
hun kraters zich vulden met water,
tot tufsteen de lava verhardde,
Batavieren ons land binnenkwamen,
voor handel bevaarbaar de grote rivieren,
hier aan de kust in hutten gewoond werd
van vlechtwerk en leem, een godshuis
voor eeuwig echter gemetseld
om uitzicht op hemel wou zijn en
zeewind en regen geduldig de bouwsteen
uitsleten, blootlegden splinters
basalt, kwartsiet, van het slijkgras
de holten – toen
vond er plek voor haar nest die
muurbij, wier goudzwart schildje,
kijk, ze vliegt op,
in het zonlicht
nu vonkt.
C.O. Jellema
Uit: Verzameld werk. Gedichten. Uitgeverij Querido, Amsterdam 2005
Over de dichter: https://nl.wikipedia.org/wiki/C.O._Jellema

















