11-07-2020

'Ik schrijf je neer'


Het gedicht 'Ik schrijf je neer' van Hugo Claus is hier te volgen.
Het werd opgenomen in Gedichten 1948-1993, Uitgeverij De Bezige Bij, Amsterdam 1994 en later in de uitgave Ik schrijf je neer, De Bezige Bij, Amsterdam 2002.


08-07-2020

Aldus de schrijver (72)


"We merken dat ons lichaam een eigen leven leidt, met eigen dromen en een eigen wil, dat we er tot onze dood rekening mee moeten houden, dat we moeten toegeven, een schikking treffen of strijden. We voelen (menen te voelen) dat onze ziel alleen het beste is dat ons lichaam ons voorspiegelt. Het is mij overkomen dat ik toen ik alleen voor een spiegel stond die mijn vertwijfeling verdubbelde, mij afvroeg wat ik gemeen had met mijn lichaam, met zijn genoegens en zijn kwalen, alsof het niet bij mij hoorde. Het hoort echter wel bij mij, Monique. Dat lichaam dat zo vergankelijk lijkt, is toch duurzamer dan mijn deugdzame besluiten, duurzamer dan mijn ziel misschien, want de ziel sterft soms voor het lichaam. (...) De ziel lijkt mij soms niet meer dan de ademhaling van het lichaam."

Marguerite Yourcenar, 'Alexis of de verhandeling over de vergeefse strijd'. Opgenomen in Alexis & Het genadeschot. Vertaald uit het Frans door Theo Kars en Jenny Tuin. Uitgeverij Atheneum–Polak & Van Gennep, Amsterdam 2007

04-07-2020

'Verliefd'


Verliefd

Zo gaat het, zo ging het en zo zal het altijd gaan.
Afspreken in cafés op de sluitingsdag.
Aan de verkeerde zijde van bruggen staan.
Tussen duim en wijsvinger, als brandende as,
het fout begrepen telefoonnummer.
Parken te nat, hotels te vol, Parijs te ver.
Liefde als een veelvoud van vergissingen.

Onbeholpen woorden als zoëven op zak en
zoveel zin om, los van de wetten
van goede smaak en intellect, te schrijven
dat van de stad waar je elkaar voor het eerst zag,
een plattegrond bestaat, waarop een kus,
die het nauwelijks was, geregistreerd werd.


Eddy Van VlietVerzamelde gedichten.
Uitgeverij De Bezige Bij, Amsterdam, 2007

01-07-2020

De eerste alinea (99)


"Het was laat in de avond toen K. aankwam. Het dorp lag diep onder de sneeuw. Van de berg waarop het slot stond was niets te zien, hij was omgeven door mist en duisternis; zelfs niet het zwakste schijnsel duidde aan waar het grote slot lag. Lange tijd stond K. stil op de houten brug die van de grote weg naar het dorp leidde, en keek omhoog in de schijnbare leegte."

Franz KafkaHet slot. Vertaald uit het Duits door Guus Sötemann. Em. Querido's Uitgeverij N.V., Amsterdam 1963


27-06-2020

Aldus de schrijver (71)


"Hij liep het hek uit met de mand onder zijn arm, als een boer die naar de markt gaat. De weg voerde weldra door een bosje en kwam vervolgens uit op braakliggende velden. Hij ging op de rand van de greppel zitten en stak voorzichtig zijn hand in de mand. Lang, bijna met wellust, streelde hij de diertjes met hun zachte vacht, hun lenige rug, hun soepele flanken waaronder de hartjes met forse slagen klopten. De konijntjes, in het geheel niet bang, gingen door met eten; hij vroeg zich af welk beeld van de wereld en van hemzelf zich in hun levendige ronde ogen weerspiegelde. Hij nam het deksel weg en liet de diertjes het veld in rennen. Genietend van hun vrijheid keek hij toe hoe ze in het struikgewas verdwenen, deze dartele en vraatzuchtige knaagdieren, bouwmeesters van onderaardse labyrinten, schuwe creaturen die niettemin met het gevaar spelen, ongewapend op de kracht en de rapheid van hun achterpoten na, onverwoestbaar alleen dank zij hun onuitputteljke vruchtbaarheid. Als ze wisten te ontkomen aan strikken, knuppels, marters en sperwers, zouden ze nog enige tijd hun sprongen en hun spelen kunnen voortzetten; hun vacht zou in de wintersneeuw wit worden; in het voorjaar zouden ze zich weer gaan voeden met sappig groen gras. Hij schopte de mand in de greppel."

Marguerite Yourcenar, Het hermetisch zwart. Vertaald uit het Frans door Jenny Tuin. Uitgeverij Atheneum–Polak & Van Gennep, Amsterdam 1990

24-06-2020

'Navarra'





(3)

Weer zichtbaar wordt de duif
die zich roert in het hout,
ons opneemt in de volle geur 
van cipressen. Onder het hoge
roepen van de vogel sluiten wij
het raam, niet langer meer starend
naar de opengaande hemel,
nu ook de nacht zich opgeeft,
de vroege warmte op de bloesems slaat,
begerig spattend over het vel
van onze enkels, zichtbaar
ons tot leven brengt. Wij hadden nog
vuur gewild, in zo een korte tussentijd
ons lijf vervoerd tot lust.

 frb


Uit Navarra. Een elegie 
Bij elk van de twaalf gedichten verscheen 
een tekening of collage van Gilbert De Bontridder
Uitgeverij Huis Clos, Heerlen 1991



20-06-2020

Aldus de schrijver (70)


"Heeft de wind weer regen over de stad geblazen, dat het plotseling zo donker wordt in onze woning? Nee. De lucht is zilverhelder en stil, zoals hij dat zelden is deze zomerdagen, maar het is laat geworden zonder dat we het hebben gemerkt. Alleen de dakramen aan de overkant glimlachen nog in een zachte glans, en de hemel boven de nok is al omfloerst door een gouden damp. Over een uur zal het nacht zijn. Over een prachtig uur, want niets is mooier om te zien dan die kleur die gaandeweg verwelkt en beschaduwd wordt, en daarna in de kamer het donker dat uit de vloer opwelt totdat ten slotte de zwarte golven geluidloos boven de muren tegen elkaar slaan en ons meenemen naar hun duisternis."

Stefan Zweig, Fantastische nacht en andere verhalen.  Fragment uit 'Verhaal in de schemering'. Uit het Duits vertaald door Ria van Hengel. Uitgeverij Van Oorschot, Amsterdam 2019

17-06-2020

Aldus de schrijver (69)



"Aan de basis van al Andriessens grafische werk ligt een vel papier.
Het hoort tot de oudste tot op de dag van vandaag gebruikte beschrijfmiddelen van de mens en als zodanig eist het op zich – op een bepaalde manier een Tabula rasa gelijkend – steeds weer opnieuw 'beschreven' te worden. Bij de Tabula rasa ging het in de klassieke wereld om een met was bedekte schrijftafel, waarvan het geschrevene na het beschrijven altijd weer volledig kon worden verwijderd. In overdrachtelijke zin drukt dit idee echter ook de menselijke ziel in zijn oertoestand uit, voor ze indrukken van buitenaf ontvangt en deze zich bij wijze van spreken in haar kerven. De Griekse etymologie 'grafiké' volgend is de (be)schrijvende kunst zelfs de allerindividueelste opdracht van de graficus.
Met hun meest elementaire eigenschap, namelijk de mediale vertaling, dienen de door Cees Andriessen  gebruikte druktechnieken het overbrengen van een op een drukplaat gemodelleerde en dus plastisch geworden voorstellingsidee naar een vel papier. Het herhaaldelijk oppakken van motieven die op elkaar lijken maar nooit dezelfde zijn, doet vermoeden dat Cees Andriessen de visualisering van een vormgevend idee uitprobeert en daarbij de grenzen van zowel de materialen als de waarneming van de kijker doorgrondt. Formaat, motiefkeuze en kleurgebruik reiken tot ver buiten de traditionele beeldpatronen van houtsnede en linosnede, bijvoorbeeld als een verhaal illustrerend medium. De ongebruikelijke kleurmengingen en -klanken alsook de informeel overkomende motieven blijven in eerste instantie onbestemd, ze roepen veeleer een bijzondere sfeer op. Zo ondersteunen zij minder de verwachting van een specifieke voorstellingsinhoud, maar vergen zij in plaats daarvan een open benadering.
(...) Een dialoog tussen prent en kijker wordt gestimuleerd, tussen voorstelling en voorwerp, tussen voorstellingsruimte en de haar omgevende ruimte, tussen het kunstobject en de werkelijkheid buiten de kunst."

Cees Andriessen, Aspecten. Tweetalige uitgave. Inleidende tekst: Jeannette Brabenetz. Vertaald uit het Duits door Mischa Andriessen. Uitgeverij Stichting De Witte Mier, Apeldoorn 2017


15-06-2020

Gedicht 'Azul' van Hans van de Waarsenburg



Vandaag is het precies vijf jaar geleden 
dat Hans van de Waarsenburg overleed.

Azul

Toen we in dat landschap waren,
De zee dichtbij, waar het zand rook
Naar zand, droog en vochtig, boog
Het kinderhoofd en legde zich neer.

Ik was de vroege slaper en mijn
Stem gorgelde in schelpen. Ik was
De ziener van de zee, met zand,
Met schep en zeepier in de hand.

Ik was een jeugdbeeld, dat knaagde
Aan ochtendspiegel, moeiteloos strand.
Toen we in dat landschap waren,
Vloed spoelde, geen ontkomen.

Stond het water tot de lippen.
Ik was de golven, het kind
Van toen. Het land met gaten
In de wolken, vingers aan de rand.


Hans van de Waarsenburg, ‘Azul’. Uit Azul, Uitgeverij Wereldbibliotheek, Amsterdam 2006



14-06-2020

De eerste alinea (98)



"Ik vind het hier niet leuk. Ik wil weg."


Uit: M.J.ArlidgeWat jij niet ziet. Liefde is blind. Vertaald uit het Engels door Jan Post. Stichting CPNB / Uitgeverij Meulenhoff Boekerij bv, Amsterdam 2020


08-06-2020

Aldus de schrijver (68)


"Zover de oeverweiden reiken zijn ze vol kudden varkens, en waar veel kudden zijn, moeten er ook veel hoeders zijn. Varkenshoeders zijn echter ook mensen, nietwaar, en waar veel mensen zijn, zijn er van elke slag: gewone, tweederangs en zelfs uitstekende lieden.
Een kudde mag niet te groot zijn, dus waar er vele duizenden varkens rondlopen, moeten er ook honderden kudden zijn, en elke kudde heeft zijn varkenshoeder, en elke varkenshoeder wordt geholpen door twee of drie jongens, en zelfs meer als de kudde echt groot is. Dus leeft er een heel volk van varkenshoeders op de weiden, lui die in het bos met de biggen het licht zagen, en van wie de ouders en de grootouders en de overgrootouders ook varkenshoeder waren, lui die er hun eigen gewoontes en hun eigen herderstaal op na houden, die verder niemand begrijpt."


Ioan Slavici, De Geluksmolen. Vertaald uit het Roemeens 
door Jan H. Mysjkin. Uitgeverij Vleugels, Bleiswijk 2020 


06-06-2020

'House at dusk'



De omtrek van een tuin, dwarse boom
aan het waaien in slinkend zomergroen.

Het is laat geworden, rolluiken klateren, 
geen toegang tot een sleutelgat waar eerst

een huis, welgevallig, plots angstvallig leeg. 
Dit is een straat, van buiten naar binnen 

gekeerd, iemands stem roept iets
onverstaanbaars, speelt op, twijfelt, 

verwacht een antwoord. Misschien een kus 
die niet verraadt, of anders een gedachte, 

nee geen droom, een hand die afdaalt, 
langzaam de hoofden tegen elkaar, en buiten 

verzint de aarde een nieuwe geur, schrikt,
ondeelbaar ogenblik, een hond zich dood.


frb


Edward Hopper, House at  Dusk, 1935, olieverf op doek
                 Uit: Bestendig verblijf. Uitgeverij Meulenhoff, Amsterdam 2009




04-06-2020

Aldus de schrijver (67)


(april 1991)

"Driemaal daags in het medianieuws, bij het opstaan, eten slapen gaan: de eredienst op de beurs, de heilige Dow Jones, Sancta Nikkei, de stijging van het Bruto Nationaal Produkt, de daling van de rentevoet.
Koning voetbal regeert, dame Horeca – machtige borsten, de kont van een karrenpaard – troont aan zijn zij.
Geen geld voor cultuur, voor wetenschapsbeleid, hoogleraren worden bevorderd tot onderwijzers en technici.
Wie hoeft er nu nog na te denken? Druk op de knop en de waarheid wordt u kant en klaar toegeworpen.
Geen geld voor de ziekenverzorgers, de verplegers van de bejaarden, de lammen, de doven, de blinden, de ontredderden, de vluchtelingen, de dwarsliggers: geen marktwaarde toch?
De hoge borst van het Tijdperk der Informatie: 'Waar ligt Canada? In Azië, Australië of Amerika?' 'Ik gok, meneer, in Amerika.' 'Prachtig, u is een fijne kandidaat, u heeft deze schitterende prijs, een Nikon ter waarde van een maandloon, in de wacht gesleept.' Het feest der analfabeten: 10 procent primair, 80 procent secundair.
'Wie schilderde de Nachtwacht? Rubens, Rembrandt of Van Gogh? Jammer, mevrouw, Van Gogh is toch die van de Zonnebloemen? Maar er is niets verloren, een volgende keer beter. Wie schreef Hamlet? Goethe, Racine of Vondel?'
Consumptie is het hoogste gebod.
Wie leest er nu nog boeken? We moeten het volk geven waar het om vraagt.
Wat vraagt het volk? Het vraagt wat het door de commerçanten krijgt toegegooid."

Uit Paul de Wispelaere, Het verkoolde alfabet. Dagboek 1990-1991. Uitgeverij De Arbeiderspers (serie privédomein), Amsterdam 1992


02-06-2020

De eerste alinea (97)


"Het was bij tweeën. Daar was de trein, goddank."

Uit Robert Dessaix, Korfoe. Uit het Engels vertaald door Sjaak Commandeur. Uitgeverij Meulenhoff, Amsterdam 2001





29-05-2020

Aldus de schrijver (66)


"Begin jaren vijftig waren de schilderijen van Jackson Pollock groot en vooral breed – als friezen, waarin hij figuratieve vormgeving zocht te vermijden en, door die typische manier van doen (dripping), ons een onpeilbare ruimte voor wilde toveren, een ruimte waarin onvoorstel-
bare bewegingen van vorm en ruimte zichtbaar werden. Het schilderij Reflections of the Big Dipper (zie afb.), uit 1947, is veel kleiner en is wat formaat betreft veel traditioneler dan de latere drippings. Het staat aan het begin van zijn baanbrekende ontdekking, reden waarom er ook nog enige aarzeling te zien is in hoe het ding op gang komt. Voordat de dunne, ragfijne verfslierten verschenen was er, lijkt het, eerst een andere compositie – wolkig van karakter, met een vrij droog penseel gestempelde vlekken blauw en geel en roze, informeel en los in samenstelling. Het lijken kleuren op drift die op zoek zijn naar een stevige vormgeving. Het was misschien zoals je in een riviertje naar kronkelend water kijkt. Soms begint de stroming op een figuur of patroon te lijken maar blijkt dan toch wispelturiger. Het is het zien van suggestieve vormwording en ook ook zien hoe, op hetzelfde moment, vorm weer aan het zicht ontsnapt."

Uit: Rudi Fuchs, Kijken. Een leesboek over kunst. Uitgeverij Ludion, Gent 2011


25-05-2020

Aldus de schrijver (65)



"Op een avond zat ik in de trein, op weg naar de werf, toen de sirenes ineens begonnen te huilen en de lichten uitgingen. Even later kwam het signaal 'Dekking zoeken!' Ik zocht in het bagagerek, maar het koffertje dat ik daar had neergelegd was gestolen, en ook de hoes met het portret van Sonoko. Daar ik nogal bijgelovig ben aangelegd, was ik vanaf dat ogenblik bezeten door de gedachte dat ik Sonoko moest gaan opzoeken. Die luchtaanval van 24 mei, die nog erger was dan de luchtaanval van 9 maart, maakte dat ik een besluit nam. Misschien kon mijn liefde voor Sonoko slechts gedijen in die verpeste sfeer van catastrofe na catastrofe, misschien was onze verhouding een chemische verbinding, die zonder zwavelzuur als katalysator niet kon bestaan.
We klommen uit de trein en zochten een schuilplaats in een der vele holen die langs de lijn gegraven waren en zagen van deze schuilplaats in de lage heuvelketting die zich naar de vlakte opent, hoe de hemel boven Tokio bloedrood werd. Zo nu en dan ontplofte er iets op de grond, waarvan de weerschijn boven de wolken weerkaatst werd, en soms ook konden we plotseling een lugubere reep blauw licht zien, zo helder alsof het dag was."


Yukio Mishima, Bekentenissen van een gemaskerde. Uit het Japans vertaald door Jef Last. Uitgeverij De Bezige Bij, Amsterdam 1967


23-05-2020

'Park'



Park 1950

Vaders hebben bomen gezet, zoveel vertrouwen in de hemel. 
Bezig hoeden af te nemen, allemaal hetzelfde 
hun kind naar voren. Kleine takken, kronkelsteeltjes.
‘Nee, niet op het gras, tot aan het hekje hadden wij gedacht.’
Daarachter nesten vol met zondagseieren. 
‘Het kan wel vriezen,’ wordt erbij gezegd. Hoewel de vogels toch
al leggen, hun veren dansen echt. En onder een boom, hun tred 
over de betonnen platen, schudden ze bloesem van zich af, 
mag men praten, waar men niet meer hoeft te kijken,
lopen op z’n tenen, in de richting van het water 
wachten gaan, of denken dit is kroos, 
als men eindelijk begint te lopen 
naar weer een andere plaats.

 frb


Uit: De trein loopt prachtig binnen. Uitgeverij Meulenhoff, 
Amsterdam 2003


20-05-2020

Aldus de schrijver (64)


1 mei 1963
"Vandaag lijkt alles zo rustig. Het regent, een mals voorjaars-
regenbuitje. Ik heb de hele dag zitten werken. Omstreeks het middaguur per auto even boodschappen gedaan. De stad, de weinige mensen, het koopbare, de regen maakte mij wat melancholiek. Een melancholie die echter geen vat op mij kreeg.
Het is alsof alles goed is, zoals het is. Mijn leven aanvaard, ook als ik terugdenk. Ogenblikken van innerlijke rust, waarin ik gestaag werk, waarin ik mijzelf aanvaarden kan, zonder huiver voor het gemiste, zonder verlangen naar het andere. De grote stad verre houden."

C.O. Jellema, Een web van dromen. Keuze uit de dagboeken 1960-2003. Tekstbezorging Gerben Wynia. Em. Querido's Uitgeverij BV, Amsterdam-Anwerpen 2009



15-05-2020

Gedicht 'Moeders' van Luuk Gruwez



Moeders

Men herkent ze van ver en van vroeger: altijd in rep en roer,
altijd dat vertrouwde rumoer. Of wij het niet te koud hebben 
misschien, dat onze jas wat hoger moet geknoopt, dat wij 
die slechte vrienden beter kunnen mijden. Et cetera, 

et cetera. Zij zijn van overdosissen voorzichtigheid vervuld, 
van levenslang et cetera, stupide stuwingen in buik en boezem. 
Fluorescente details, eeuwenoud van eenvoud: spermavlekken die zij 
stil, met dromerige ogen uit de lakens van hun zonen wassen,

meisjes die zij halsoverkop uit de vrouwen moeten wissen
die zij tussentijds geworden zijn. Het kan in goede moeders
allemachtig sneeuwen, voornamelijk wanneer geen mens 
het al verwacht, begin november, zodra de doden victorie kraaien.

Zij geven kleuters sjaals en wollen wanten mee. Bananen. 
Iets dappers tegen tranen. En van hun eigen moeders die hun meer 
en meer ontglippen, worden zij de laatste moeders. Tot zij 
de handen wantrouwen die hen niet langer vasthouden kunnen.

November wordt het niet, november valt. Als avond. 
Lucht verplaatst zijn diepste rood in bladeren van beuk en eik.
En wegens alles wat zij niet meer kunnen houden, houdt hij op: 
hun wereld vol et cetera, et cetera en totterdood.


Luuk Gruwez, 'Moeders'. Uit: Garderobe. Een keuze uit al zijn gedichten. Uitgeverij De Arbeiderspers, Amsterdam-Antwerpen 2010


12-05-2020

Goethes kleurenleer (3)


"Bij deze benaming denke men weg al wat in het rood een indruk van geel of blauw zou kunnen maken. Men stelle zich een heel puur rood voor, een volmaakt, op een wit porseleinen schaal opgedroogd karmijn. We hebben deze kleur om haar verheven waardigheid vaak purper genoemd, al weten we ook best dat het purper van de Ouden meer naar de blauwe kant neigde.
Wie weet hoe purper prismatisch ontstaat zal het niet paradoxaal vinden als we beweren dat deze kleur voor een deel werkelijk, voor een deel potentieel alle andere kleuren bevat.
Als we bij geel en blauw een voortstrevende intensivering naar rood hebben opgemerkt, dan kan men zich voorstellen dat er nu, in de vereniging van de geïntensiveerde tegenpolen, plaats zou zijn voor een definitief tot rust komen dat we een ideële bevrediging zouden kunnen noemen. En zo ontstaat bij fysische fenomenen dit hoogste van alle kleurverschijnselen uit het samenkomen van twee tegengestelde uitersten, die zichzelf geleidelijk op eenwording hebben voorbereid.
(...) Het effect van deze kleur is even uniek als haar natuur. Ze maakt een indruk zowel van ernst en waardigheid als van minzaamheid en lieflijkheid. Het eerste presteert ze in haar donkere, verdichte, het tweede in haar lichte, verdunde toestand."

J.W. GoetheKleurenleer. Samengesteld door Bob Siepman van den Berg. Vertaald door Pim Lukkenaer. Uitgeverij Vrij Geestesleven, Zeist 1991