28-09-2020

De eerste alinea (106)


"Op een windstille dag in juli stijgt de rook loodrecht op naar de hemel. Dominee Johannes Malmberget wordt naar het eiland geroeid, waar hij wordt opgewacht door visser en boer Hans Barrøy, de rechtmatige eigenaar van het eiland en hoofd van de enige familie daar. Hij staat op de aanlegplaats die zijn voorouders hebben opgebouwd met rolkeien en zijn blik is gevestigd op de naderende boot, op de gekromde ruggen van de twee roeiers met de zwarte petten en daarachter het glimlachende, gladgeschoren gezicht van de dominee. Als ze dichtbij genoeg zijn roept hij: 'Zo heftig volk op bezoek.' De dominee gaat staan in de boot en laat zijn blik over de kust glijden, over de grazige heuvel waarop tussen een groepje bomen de huizen staan, en luistert naar het gekrijs van de grote mantelmeeuwen die op ieder rotsblok zitten te gakken alsof ze ganzen zijn. Hij kijkt naar de sterns en de paraderende waadvogels die onder de felle zon hun snavels in het sneeuwwitte zand boren."


Roy Jacobsen, De onzichtbaren. Vertaald uit het Noors door Paula Stevens. Uitgeverij De Bezige Bij, Amsterdam 2020

Meer over deze schrijver: https://en.wikipedia.org/wiki/Roy_Jacobsen


24-09-2020

'Een dag op Bora Bora'

 


Een dag op Bora Bora


Het zwart in de lucht verplaatst zich

naar de zijlijn, eerder dan ooit gaat

de verandadeur open, treedt verleidelijk

het eerste uur van de ochtend binnen, naakt

als een belofte, de andere volgen, zwermen uit. 

Waar we ook gaan, we dwalen door geuren, 


totdat ze in verre hoeken onder onooglijke muren

vergaan als altijd. Ver van de lagune wolken 


in zware trossen, mannen op vermoeide benen,

schommelende vleugelboten, dicht bijeen.


 

frb


Uit: Bestendig verblijf. Uitgeverij Meulenhoff, Amsterdam 2010



21-09-2020

Aldus de schrijver (82)

 


"Maar wel weet ik op een of andere manier kennelijk ook dat Bach elf kinderen had. Of misschien waren het er twintig.

Aan de andere kant was het misschien Vermeer die elf kinderen had.

Hoewel ik mogelijk denk aan het feit dat Vermeer maar twintig schilderijen heeft nagelaten.

Leonardo heeft er nog minder nagelaten, misschien maar vijftien.

Misschien klopt niet een van deze getallen."


David Markson, Wittgensteins minnares. Met een nawoord van Lieke Marsman. Vertaald uit het Engels door Erik Bindervoet en Robert-Jan Henkes. Uitgeverij Van Oorschot, Amsterdam 2020

David Markson: https://en.wikipedia.org/wiki/David_Markson



18-09-2020

Aldus de schrijver (81)

 


"Augustus brak aan, de zwarte maand. De stad lag verlaten onder de moorddadige zon, de straten waren leeg en het plaveisel van de galmende pleinen was bedekt met een laagje gloeiend stof. Het water werd schaars en de afbrokkelende fonteinen vertoonden alle tekenen van hun ouderdom, zoals reparaties met gips en plukken gelig gras die zich door de barsten wurmden. De katten verstopten zich in de schaduw van de auto's en pas tegen zonsondergang kwamen de mensen hun huizen uit om zich te verdringen bij de kraampjes met watermeloenen, wachtend op de wind. Volgens de kranten was het de heetste zomer van de laatste tien jaar."

Gianfranco Calligarich, De laatste zomer in de stad. Vertaald uit het Italiaans door Els van der Pluijm. Uitgeverij Wereldbibliotheek, Amsterdam 2020





15-09-2020

Aldus de schrijver (80)

 


"Toen ik de living bereikte, zweeg de telefoon. Ik staarde een paar tellen naar het toestel, blootsvoets op de tegelvloer keek ik naar de telefoon, die niet meer rinkelde, ontstemd nam ik toch op, en daar, tegen mijn oor, klonk geen stem, ook niet de kiestoon, er was alleen stilte. Ik heb minstens twintig seconden geluisterd naar die stilte, die niet absoluut was, ik hoorde de interferenties van radiosignalen in de verte. Het is een oplaadbare draagbare telefoon, je hoort soms geheimzinnige parasitaire stemmen, en als ik geïrriteerd ben, heb ik de indruk dat er meer interferentie is. Ik luisterde dus naar die turbulente stilte en vroeg me af: hoe kan het dat die telefoon niet de overbekende kiestoon laat horen, maar alleen die onzuivere stilte, alsof ik diep in een onderwatergrot zit waar de geluiden van de wereld me van heel ver weg bereiken?”


Caroline Lamarche, Van dieren en mensen. Novellen. Vertaald uit het Frans door Katelijne De Vuyst. Bovenstaand fragment is uit de novelle ‘Tish’. Uitgeverij Vleugels, Bleiswijk 2019


Over de schrijfster: https://nl.wikipedia.org/wiki/Caroline_Lamarche




12-09-2020

De eerste alinea (105)

 
"De dag dat alles een einde nam boog hij zich over de spoorrails. Zijn vingers zaten onder het stof. De munten had hij in een rij gelegd, zodat de ene munt een klein beetje over de andere lag. Een klein stukje. Hij legde er nog twee in het midden recht, liep een eindje weg, keerde terug, legde er opnieuw eentje recht. Hij keek omhoog en schermde zijn ogen af. Een trein naderde uit de richting van de Stad. Het was een goederentrein, mooi zo."


Jakub Małecki, Roest. Uit het Pools vertaald door Karol Lesman. Em. Querido's Uitgeverij B.V, Amsterdam-Antwerpen 2020

Over Jakub Małecki en Roest:

09-09-2020

De eerste alinea (104)


"Heeft de wind weer regen over de stad geblazen, dat het plotseling zo donker wordt in onze kamer? Nee. De lucht is zilverhelder en stil, zoals hij dat zelden is deze zomerdagen, maar het is laat geworden zonder dat we het hebben gemerkt. Alleen de dakramen aan de overkant glimlachen nog in een zachte glans, en de hemel boven de nok is al omfloerst door een gouden damp. Over een uur zal het nacht zijn. Over een prachtig uur, want niets is mooier om te zien dan die kleur die gaandeweg verwelkt en beschaduwd wordt, en daarna in de kamer het donker dat uit de vloer opwelt totdat tenslotte de zwarte golven geluidloos boven de muren tegen elkaar slaan en ons meenemen naar hun duisternis."

Uit: Stefan Zweig, 'Verhaal in de schemering', opgenomen in Fantastische nacht en andere verhalen. Uit het Duits vertaald door Ria van Hengel. Uitgeverij Van Oorschot, Amsterdam 2019

Stefan Zweighttps://nl.wikipedia.org/wiki/Stefan_Zweig



04-09-2020

Herdenking honderdste geboortedag Ger Lataster

 

Het Bonnefantenmuseum en het Provinciehuis Limburg herdenken 

de honderdste geboortedag van beeldend kunstenaar Ger Lataster 

(1920-2012) elk met een speciale tentoonstelling van zijn werk onder 


de titel Fragmenten uit zijn leven en oeuvre.


Enkele jaren geleden schreef ik bij Latasters indrukwekkende vierluik 

‘Het haar van de vrouwen, de brillen van de dichters, de schoenen van 

de arbeiders en de as van allemaal’ onderstaand gedicht. Het schilderij

uit de collectie van het museum is een directe verwijzing naar de 

verschrikkingen in de naziconcentratiekampen.


Waar hijst men nog een vlag anders dan halfstok? 

Vergeten we de treurnis van de wereld niet, 


het vloeken als uit stervende monden restjes
adem onhoorbaar om vrijheid schreeuwen,

in massagraven bijgezet in ons geheugen. De spade,
hoor ik je zeggen, vergeet vooral de spade niet,

de korzelige huid van aarde op roestig ijzer,
een kluit verplaatst boven een geschonden gelaat,

losse ledematen, het haar van vrouwen,  
van dichters de brillen, schoenen van de arbeiders,  

en men deuren, ramen, monden sluit, de wereld
in lichterlaaie – zo genadeloos wit de as van allemaal.

 frb

De tentoonstelling loopt nog t/m het eind van het jaar. Voor meer informatie:
Ger Lataster: https://nl.wikipedia.org/wiki/Ger_Lataster

Bonnefantenmuseum: https://www.bonnefanten.nl/nl/tentoonstellingen


 

 

03-09-2020

Aldus de schrijver (79)

 

"René Magrittes 'Het domein van Arnheim' kwam vermoedelijk voor het eerst in 1938 in beeld, toen nog met een venster op de voorgrond, een stenen muur en zonder het nest met eieren. Het idee om een gebergte op mysterieuze wijze in een adelaar te laten veranderen is zelfs al in 1926 te zien. Magritte maakte verschillende versies van het Arnheim-motief, ook met diverse titels. De idee kwam van Edgar Allen Poe, samen met Jules Verne een lievelingsschrijver van Magritte. 'Ik werk op dit ogenblik aan een schilderij. (...) Het is 'Het domein van Arnheim', ter herinnering aan dat verhaal van Poe dat volgens mij gedachten als deze kan opwekken: men verplaatst bergen  opdat de zon verschijnt waardoor een bepaald verlangen wordt ingewilligd.' Magritte alludeert hier op Poe's verhaal uit 1847 over de schatrijke heer Ellison. Die geeft zijn fortuin uit aan de creatie van een overweldigend, poëtisch berg- en ravijnlandschap dat kan wedijveren met fictieve landschappen uit de kunst en waarin het indringende zonlicht overal kan schijnen. Een soort natuur die subliemer is dan de echte natuur."

Uit: Patrick de Rynck, Dit is België. In tachtig meesterwerken. Athenaeum–Polak & Van Gennep, Amsterdam 2010



01-09-2020

De eerste alinea (103)



"Zo gaat het natuurlijk altijd. Iemand doet van alles om afzijdig te blijven en belandt vervolgens op een goede dag, zonder te weten hoe, in een geschiedenis die hem regelrecht naar het einde brengt."

Uit: Giafranco Calligarisch, De laatste zomer in de stad. Vertaald uit het Italiaans door Els van der Pluijm. Uitgeverij Wereldbibliotheek, Amsterdam 2020


28-08-2020

Aldus de schrijver (78)

"Met zijn kennis van zaken begon Ulrich Rückriem (Düsseldorf, 1938) beelden te maken waarin hij, met zijn ambacht, eerst blokken van steen in segmenten verdeelt en dan weer in elkaar zet. Zo wordt een werkelijk zwaar en ondoorgrondelijk volume leesbaar gemaakt en inzichtelijk. Je ziet een procedure, helder en raadselachtig tegelijk – omdat natuursteen nu eenmaal zo geheimzinnig is. Zulke stenen werden in vele culturen aanbeden, in Stonehenge vormden ze een heiligdom voor de zon. Omdat je ze toch wil begrijpen, die beelden in het Amsterdamse bos ('Stèle' en bovenstaande 'Scheibe'), ga je kijken naar de meetkunde van hun vormgeving. Maar eigenlijk is dat niet nodig. Want hun sierlijke statigheid en hun nobele vorm en gewicht, afgetekend tussen en tegen het groen van gras en bomen, is ontegensprekelijk."

Rudi Fuchs, Kijken. Een leesboek over kunst. Uitgeverij Ludion, Brussel 2011

Ulrich Rückriemhttps://nl.wikipedia.org/wiki/Ulrich_R%C3%BCckriem



24-08-2020

De eerste alinea (102)


"Zijn benen doen pijn. Aan de achterkant, waar zich spieren bevinden waar je zelden een beroep op doet en waarvan hij niet meer weet hoe ze heten. Met iedere keer dat hij trapt stoten zijn tenen tegen de voering van zijn sportschoenen, die voor hardlopen en niet voor fietsen zijn gemaakt. Zijn goedkope fietsbroek beschermt niet voldoende tegen het schuren, Henning heeft geen water bij zich en zijn fiets is veel te zwaar."

Juli Zeh, Nieuwjaar. Vertaald uit het Duits door Annemarie Vlaming. Uitgeverij Ambo/Anthos, Amsterdam 2018

20-08-2020

'Jan van Eyck en de De spiegel van Arnolfini'



Jan van Eyck en De spiegel van Arnolfini


Aangeraakt door het licht, bewegingsloos en toch

zo doorschijnend om plots jezelf te zien. Jij en ik,

zegt de spiegel, vallen samen op het stilst van de dag,



tillen deze ruimte boven oevers en heuvels uit, terwijl

de tijd achterwaarts en voorwaarts blikt, zich inspant

om jou te vangen. Dit is je plaats hier, plek die zoekend 



met het eerste licht mee verhuist, jou terugbrengt bij 

jezelf, nieuwsgierig langs gezicht en lichaam glijdt.

Hoe onbevangen je hier tevoorschijn treedt – en glanst.



 frb



Het gedicht 'Jan van Eyck en De spiegel van Arnolfini' verscheen in 2015 in Engelse vertaling op een van de zaalmuren in de Jan van Eyckacademie te Maastricht bij gelegenheid van de tentoonstelling 'Stupid as a Painter'. Het gedicht refereert aan de naamgever van deze internationale kunstinstelling. Van Eyck schilderde 'Portret van Giovanni Arnolfini en zijn vrouw' in 1434.


17-08-2020

Aldus de schrijver (77)

Jan van Eyck, Portret van Giovanni (?) Arnolfini en zijn vrouw 1434

"Er rijzen bij dit paneel veel vragen. Omdat we weten dat huwelijken in de vijftiende eeuw thuis konden worden gesloten, in aanwezigheid van twee getuigen, is de verleiding groot er een huwelijksportret in te zien. In de spiegel zijn inderdaad twee mensen zichtbaar die in dezelfde ruimte aanwezig zijn, onder wie misschien Van Eyck zelf. 'Johannes van Eyck was hier, 1434' zegt het Latijnse opschrift erboven. Het 'handenspel' van man en vrouw lijkt op een verbintenis en een plechtig moment te wijzen. Of heet de man ons als kijker, evenals de twee anderen, gewoon welkom? Anderen denken aan het equivalent van onze huwelijksfoto's. In dat geval kijken we niet naar de ceremonie zelf, wel naar een koppel. Het hondje tussen de man en vrouw in vervult de functie van onze ringen: het is een symbool van trouw. Als enige kijkt de hond ons aan. 

Wie zijn deze mensen? Zeker zijn we ook daar niet van, maar de grootste kanshebbers zijn de vierendertig jarige Giovanni Arnolfini en zijn vrouw of verloofde. Ze leggen de bleekheid aan de dag die de eigentijdse mode vereiste. Zijn gezicht is opvallend persoonlijk, dat van haar nogal popperig en engelachtig. Arnolfini was een van de vele Italianen die in het vijftiende-eeuwse Brugge als handelaar of bankier goede sier maakten en die het naturel en de ongelooflijke precisie van de Vlaamse portretkunst op hoge prijs stelden. De Arnolfini's, van wie er zeker vijf broers en neven in Brugge woonden, kwamen uit Lucca. Ze tonen zich hier als vrome lui: het kader van de spiegel bestaat uit tien schilderijtjes achter glas met taferelen uit Christus' lijdensverhaal, en links hangt een bidsnoer. Naast het bed staat een stoel waarvan het houten beeldje de heilige Margareta voorstelt, die vrouwen in barensnood bijstond. Is de vrouw misschien zwanger? Nee, een geprononceerde buik was in de mode, is tegenwoordig de gangbare mening. (Kijk ook maar naar Eva op Het Lam Gods)."

Patrick de Rynck, Dit is België. In tachtig meesterwerken. Atheneum–Polak & Van Gennep, Amsterdam 2010

Jan van Eyckhttps://nl.wikipedia.org/wiki/Jan_van_Eyck

12-08-2020

'Mind Study 2010-2011'


Mark Manders, Mind Study 2010-2011


Belevingen komen terug, worden zichtbaar

gemaakt rond het liggend naakt, strak 

gespannen aan draden tussen stoel en tafelblad.

Voelbaar de verbeelding van spanning en rust

als bij een lentevogel die opstaat uit zijn nest,

zoekend naar evenwicht onder een hemel die 

nieuwsgierig aanschuift, balancerend tussen

dageraad en nachtbegin. Hier loopt het leven 

in alle eindeloosheid door, strekt uiterst sereen 

het mysterie zich uit dat telkens opnieuw 

de horizon verlegt, vastberaden de weg door 

het labyrint vindt om plaats te nemen in onze ziel.



frb


'Mind Study 2010-2011' is nog tot en met 23 augustus te zien in het Bonnefantenmuseum tijdens de tentoonstelling 'The Absence of Mark Manders'. Bovenstaand werk behoort tot de vaste collectie.


Mark Mandershttp://www.markmanders.org

Bonnefantenmuseumhttps://www.bonnefanten.nl 




07-08-2020

Aldus de schrijver (76)




"In 1907 en 1908 schilderde Léon Spilliaert een twintigtal zelfportretten. Hij was toen zes-, zevenentwintig en had enkel jaren voordien, op de laatste dag van 1904, geschreven: 'Alles wat ik tot nu toe heb gedaan, ik zou het allemaal willen verscheuren, alles vernietigen.' Dat ging vooral over symbolische kunst met treurniswekkende landschappen en vrouwenfiguren als femmes fatales of prille maagden. Dáár wou Spilliaert vanaf, en dat deed hij onder meer door zichzelf te portretteren. In een aantal zelfportretten kijkt Spilliaert de toeschouwer aan door zijn hoofd over zijn schouder naar ons toe te wenden. In andere, zoals hier, is de confrontatie frontaal en dramatischer. Dat het nacht lijkt en het licht kunstmatig is, maakt de sfeer scherper en meer vervreemdend.

'Het aangezicht is knokig, uitgesproken, met diep ingevallen wangen, vooruitstekende jukbeenderen, zoveel tekens van wilskracht die nog worden beklemtoond door de haast brutale kaak. De ogen zijn blauw, zeer zacht, dromerig – een mistige herfstzeeblik – met toch een koude staalglans. Het voorhoofd, hoog en recht, wordt bekroond door een bevreemdende blonde haardos, warrig, quasi-fantastisch, hoffmannachtig. Het gehele aangezicht straalt een discrete gloed uit, ingehouden, aanstekelijk nochtans, spijts de bedeesde terughoudendheid van het personage.' Aldus kunstcriticus en occultist François Jollivet-Castelot in 1909."


Uit: Patrick De Rynck, Dit is België. In tachtig meesterwerken. Atheneum–Polak & Van Gennep, Amsterdam 2010


Léon Spilliaert: https://nl.wikipedia.org/wiki/L%C3%A9on_Spilliaert

Bovenstaand werk draagt de titel 'Zelfportret met rood potlood' en is uit 1908.



04-08-2020

De eerste alinea (101)


"De ochtend dat ik Tony Gardner tussen de toeristen zag zitten, begon het hier in Venetië net lente te worden. We hadden onze eerste volle week buiten op de piazza achter de rug – een verademing, dat kan ik je wel zeggen, na al die muffe uren dat we achter in het café speelden, waar we gasten in de weg zaten als ze de trap op of af wilden. Er stond vrij veel wind die ochtend, en onze gloednieuwe markies klapperde aan alle kanten om ons heen, maar we voelden ons allemaal een tikkeltje vrolijker en energieker en dat zal wel te horen zijn geweest aan onze muziek."

Kazuro Ishiguro, Nocturnes.Vijf verhalen over muziek en het vallen van de avond. Het opgenomen fragment komt uit het openingsverhaal. Vertaald uit het Engels door Marian Lamaris en Liesbeth Texeira de Mattis. Uitgeverij Atlas, Amsterdam/Antwerpen, 2009

31-07-2020

In memoriam J.M.A. Biesheuvel (1939-2020)




"De stoel zit prima en ik hoop hem tot mijn dood te bezitten. Misschien kan ik er nog tien of vijftien goede boeken op schrijven, als de oorzaakloze oorzaak van het heelal het mij vergunt, je moet toch ergens in geloven? De stoel kraakt aangenaam als je gaat verzitten. Ik moet er niet aan denken dat de hulp in de huishouding mijn kamer zou betreden en mijn bureau en de stoel zou natmaken met een doek, het zijn mijn heiligdommen. Ik heb een foto waarop je Karel van het Reve met kleine Kareltje, onze oudste kater, op die stoel ziet zitten. (Ik heb nu hoofdpijn en zou van mijn stoel op willen staan om me uit te kleden en naar bed te gaan).
Morgen eet ik bij Albert Blankert en zijn vrouw Alice. Maar de dag daarop ga ik verder met de beschrijving van mijn kamer. Wilt u iets weten van het bureaublad waaraan ik werk? Goed ik vertel het u. U kunt meteen doorlezen, maar voor mij gaan er twee hele dagen voorbij, twee dagen dichter bij kist en kuil, ik ben mij daar altijd terdege van bewust en vraag me voortdurend af: Waarom ben ik er eigenlijk? Hoe? En hoelang nog? Het is een wonder."

Uit: J.M.A. Biesheuvel, Reis door mijn kamer. Uitgeverij Meulenhoff, Amsterdam 1994, tweede druk



29-07-2020

'Boomwortels' van Vincent van Gogh



                          ‘Boomwortels’ in de Rue Daubigny, 27 juli 1890


Ik zag hoe de bomen jou nakeken. Je had ze ’s middags

uitgeschilderd, hun kronkelhout houvast zoekend

in de aarden helling, de boomwortels vechtend met

zichzelf om in leven te blijven. Je zag het tafereel,

de smart erin, herkende de pijn in stronk en schors.


De bomen hebben het schot gehoord, toen jij

in het veld een revolver op jezelf richtte. Het schot,

het schot, het schot, alsof iets hen achterna kwam,


echode door het dorp. Zwaargewond kwam je aan 

in je pension. De bomen zagen af van het opgaan in


elkaars schaduw, strekten hun wortels uit in de aarde, 

dezelfde waar jij voorbij het korenveld begraven werd.


 frb


 



28-07-2020

'Zwart trouwkostuum'


Zwart trouwkostuum

In een van de zijzakken droge, bleke sprieten
van ooit samen in het gras, een zwarte knoop
eeuwig in reserve, krulletjes pijptabak,
versneden in dagen die ik niet ken.
Ik weet niets van hun eerste nachten, van blinde
gehoorzaamheid, wellust of compassie,
zachte brandewijn of pijn. Ik zie de precisie
van het snijwerk, het gelikte van de pochet,
het haast volmaakte van een mager mannenlijf,
nooit eens een vloek, een zucht uit volle borst.
Alle dagen telden, alle nieuws bracht schrik.

 frb


Eerder verschenen in een serie over 'dinggedichten' in De Gids, jrg. 172, 2009, nr. 2