04-07-2022

In memoriam Remco Campert (1929-2022)

 

ik kijk naar buiten
een boom die bloeit
alles leeft
een vogel die zwenkt
een mens die loopt
ik kijk naar binnen:
de dood die groeit

*

ja wat moet ik zeggen?
de nacht van mijn leven nadert
het zwart van de dood
maar elke dag verlicht
door een klein gedicht

*

ha die dood
die me mijn hele leven vergezelde
trouwe vriend
van wie ik nu afscheid neem

Remco Campert (1929-2022)

Uit: Mijn dood en ik. Uitgeverij De Bezige Bij, Amsterdam 2019

Remco Camperthttps://nl.wikipedia.org/wiki/Remco_Campert




03-07-2022

Zojuist verschenen: het album 'Boomasiel' van componist Egbert Derix

 


Verleden maand verscheen het album Boomasiel

Pianist, componist, arrangeur Egbert Derix schreef er ondermeer dit over:


BOOMASIEL, ONS LANDSCHAP IN BEWEGING

Het begin voor dit nieuwe muzikale project ligt in 2015 toen dichter Frans Budé me vroeg zijn gedicht ‘Lied van de twee bomen’ op muziek te zetten ten bate van een tentoonstelling in het Venlose museum van Bommel van Dam. Tijdens de opening van een expositie met schilderijen van Willy Gorissen voerden Baer Traa en ik de nieuwe compositie ‘Lied van de twee bomen’ uit en dat smaakte naar meer. Sinds die tijd deelden Baer en ik vaker het podium.

Toen mijn broer Govert in 2018 zijn dichtbundel ‘Boomasiel’ uitbracht viel het voor mij op zijn plek: ik zou een album opnemen waarbij ik Nederlandse gedichten op muziek ging zetten. Het werden gedichten van Frans Budé, mijn broer Govert, Louis Lehmann, Geert van den Munckhof, Herman Verweij en mijzelf. Het gedicht ‘Honger’ van Daan Kmiecik inspireerde me samen met Chick Corea’s ‘Children’s Songs’ tot een nieuwe compositie voor piano en tenorsax. Ook vroeg ik Tsead Bruinja, ooit dichter des Vaderlands en net als ik fan van Marillion en Fish, om een Friese vertaling te maken van de Marillion song ‘Pseudo Silk Kimono’.

Inmiddels zit een intensieve periode van componeren, repeteren, arrangeren en opnemen erop en ik ben heel blij met het resultaat. Frans Budé schreef een voorwoord en Daan Kmiecik verzorgde met illustraties en fotografie het artwork voor het album.

Zoals bij al mijn muzikale bezigheden heb ik het ook dit keer dicht bij mezelf en bij huis gehouden. Hoewel ‘dicht bij thuis’ voor mij de lading beter dekt. De musici die meewerken zijn stuk voor stuk mensen die ik al jaren ken en met de meesten ervan heb ik al vaak samengewerkt op het podium en in de studio.

(…)

Mocht je het album willen ontvangen stuur even een berichtje naar  egbertderix@hotmail.com

Over componist Egbert Derix: http://http://egbert.goha.be/



Souvenir, souvenir (7)

 



 Achter de luiken

Jouw eigen wil, Pinocchio, sterk als
een pijnappelpit, plaatst je aan de top.
Je muts van broodkruim, schoenen

van boomschors, je rode jak. Gesprekken
die je met me begint verhalen van wijn
in kelders, van boom en kat en vis.

Hoe je op deuren van steen klopt,
in soepele tred bij bomen binnenloopt,
verstoord lachje, je lange neus nooit stoot.

Vangen de Toscaanse heuvels de laatste
stralen op, sluit je de luiken, verdwijn je
in liefdespijn. En geen schreeuw als het huis

verdwijnt onder de dekens van de nacht, jij,
volslagen alleen, gewichtloos, tot weer een dag.


Houten Pinocchio. Collodi, Italië


Souvenirs, op mijn verzoek door familie en vrienden meegebracht, liggen ten grondslag aan de reeks ‘Handbagage’ – opgenomen in de bundel Transit, Uitgeverij Meulenhoff, Amsterdam 2012. 

Onder het motto ‘Niets is levendiger dan een herinnering’ (Federico García Lorca) liet ik mij inspireren door de voorwerpen en de gemaakte reizen.


29-06-2022

Aldus de schrijver (141)

 

“In een leren fauteuil rechts naast de schoorsteenmantel en de staande lamp zit een man met zijn gezicht en profil en een glas wijn in zijn hand. Tegenover hem een vrouw die af en toe druk gebaart, ik kan haar rode jurk zien achter de gordijnen, haar gebaren, het bewegen van haar lippen als ze praat terwijl de man naar voren buigt om naar haar te luisteren, en ik kan haast horen hoe hij, zoals altijd een beetje afwezig, zegt: ‘Natuurlijk.’ Nee, niets zal me ontgaan als ik in de kleine fauteuil op het smalle balkon ga zitten, waar ik mijn benen in de lengte kan uitstrekken en op het ijzeren hekje kan leggen, met gesmede blaadjes gekruld langs symmetrisch gebogen, ronde zwarte spijltjes. Daarboven de rokende schoorstenen, slordig naast elkaar op de daken, waaruit een dunne donkere pluim in de nog zichtbare lucht opstijgt; en de vogels, de zwaluwen die tijdens de schemering hun ingewikkelde patronen hebben gevlogen, vliegen nu uiteen en doorkruisen klapwiekend de brede opening in de lucht na de regenbui. Beneden het lawaai van de auto’s, de bussen (het ronken van de bus die precies op de hoek van de straat van snelheid verandert en doorrijdt; het zachtere, onderbroken, haast stiekeme gebrom van de auto’s); de verlichte etalages (waardoor alleen het onderste deel van de huizen voortdurend zicht- baar is); de neonreclames (de rode ruitvorm van de bar-tabac); en precies aan de overkant die vrouw en die man die met elkaar zitten te praten en te lachen in het ruime, helder verlichte appartement.”

Uit: Philippe Sollers, Het park. Vertaald uit het Frans door Kiki Coumans. Uitgeverij Vleugels, Bleiswijk 2021

Over Philippe Sollers: https://nl.wikipedia.org/wiki/Philippe_Sollers

Over Kiki Coumans: https://nl.wikipedia.org/wiki/Kiki_Coumans

26-06-2022

Fernando Pessoa, Gedicht zonder titel

 

Er zijn ziekten die erger zijn dan alle ziekten,

er is pijn die geen pijn doet, niet eens in de ziel,

maar die sterker is dan elke andere pijn.

Er zijn gedroomde angsten die echter zijn

dan de angsten die het leven ons brengt, gevoelens

die we alleen in onze verbeelding ervaren

maar die meer van ons zijn dan ons eigen leven.

Er is zoveel dat zonder te bestaan

bestaat, aanhoudend bestaat,

en aanhoudend van ons is…

Boven het vuile groen van de brede rivier

de witte v’s van de meeuwen…

Boven de ziel het zinloze gefladder

van wat nooit was en niet kan zijn en alles is.


Geef me nog wat wijn, want het leven is niets.



Uit: Fernando Pessoa, Een spoor van mezelf. Een keuze uit de orthonieme gedichten. Uit het Portugees vertaald door Harrie Lemmens. Uitgeverij De Arbeiderspers, Amsterdam 2019


Over Fernando Pessoa:

https://nl.wikipedia.org/wiki/Fernando_Pessoa


Over Harrie Lemmens

https://nl.wikipedia.org/wiki/Harrie_Lemmens



22-06-2022

Halina Poświatowska, 'in giftig gegons'

*

in giftig gegons
in geruis van gras
in de onhandige vleugels van een bij
woont de liefde

in zoenen gekleed
als een boom in druppels
groei ik

en als ik denk aan jou
dan is het
alsof een vlinder fladdert in mijn hand
gevangen en blind

en de tijd
buiten mij klaar voor de sprong
houdt in zijn voelhoorns een strootje
de dag van vandaag


Halina Poświatowska, ‘in giftig gegons’, opgenomen in Heb medelijden, tijd. Poolse poëzie van de twintigste eeuw. Samengesteld en vertaald door Karol Lesman. Uitgeverij Plantage, Leiden 2003

Over Halina Poświatowska: https://nl.wikipedia.org/wiki/Halina_Poświatowska



19-06-2022

Aldus de schrijver (140)

 


“Hij liep door het bos met de hond in zijn armen. Hij wist niet meer hoe het gegaan was, op welke wijze hij was thuisgekomen. Maar hij herinnerde zich dat hij het meer zag en dat het donker was. Hij herinnerde zich dat het windstil was boven het water. Hij herinnerde zich dat hij op benen liep die hem nauwelijks konden dragen en hij herinnerde zich dat hij zijn moeder op de stenen trap zag, waar ze in haar badjas stond. Hij herinnerde zich dat de contouren van zijn moeder diffuus waren, dat de begroeiing rond het huisje besloeg door zijn tranen. Hij herinnerde zich dat mama een paar stappen het gazon op deed, dat ze hem met een soort verbazing aankeek. En hij herinnerde zich dat zij op het grasveld in elkaar was gezakt en dat ze het in vertwijfeling uitschreeuwde, en dat het meer antwoordde.”


Uit: Alex Schulman, De overlevenden. Vertaald uit het Zweeds door Angélique de Kroon. Uitgeverij De Bezige Bij, Amsterdam 2021


Alex Schulmanhttps://en.wikipedia.org/wiki/Alex_Schulman

15-06-2022

Souvenir, souvenir (6)

 

 

Piazza

Kunststoffen handje in etalage vouwt zich open,
reikt deemoedig naar deze, naar gene onbekende.
Onder een strooivloed van gouden glitters  
verheft zich moeiteloos de Dom, strakke
pinakels, ranke torenspitsen: dit is Milaan.

Vandaag geen glimp van bruisende meiden
op geile, hoge hakken, roze scooters, vibrerend,
zwermend door een waas van uiterste stilte

die opstijgt buiten iedereen om. De dood is hier
een schouwspel, een lijkbleke mannenhand.
Aan het eind, tegen de avondlucht, ontredderd
straatlicht. Niemand die een blik werpt,

geruisloos een gordijn verschuift, rondkijkt,
en denkt: we zijn er nog, zoekend, talmend  
in de donkergrijze hoeken van het plein.


Kunstoffen handje met Dom van Milaan, Italië
  

 frb

Souvenirs, op mijn verzoek door familie en vrienden meegebracht, liggen ten grondslag aan de reeks ‘Handbagage’ – opgenomen in mijn bundel Transit, Uitgeverij Meulenhoff, Amsterdam 2012. Onder het motto ‘Niets is levendiger dan een herinnering’ (Federico García Lorca) liet ik mij inspireren door de voorwerpen en de gemaakte reizen.


12-06-2022

Bert Bevers, 'Levitatie'

 

Levitatie


Hier in dit paradijs vol appelaren tekent

de wereld zichzelf uit in spiegelschrift,

een geheim dagboek opent zich gedwee.

Het leven is verbazingwekkend simpel


met de wonderlijke maagd nabij. Met haar

moogt ge gerust vertrouwen op langzaam

zwijgen, op luchten vol leegte. Meer zelfs: op

de vederlichte aanvang van een lang verhaal.


Ze legt zich ruggelings op een oude houten

tafel en verheft zich. Verheft zich simpelweg

vanzelfsprekend. Helena zweeft. Kijk:

Helena zweeft. Eindelijk is alles zoals het hoort


te zijn. Eindelijk. 



Bert Bevers, ’Levitatie’. Camera, montage en regie: 

Maarten Bevers


Over Bert Bevers: https://nl.wikipedia.org/wiki/Bert_Bevers




07-06-2022

Over Apollinaire (slot)

 

Wat gebeurt er

Ik betrek de wacht bij de kruitfabriek
Er is een heel lieve hond in het wachthuisje
Er zijn konijnen die wegschieten in het kreupelhout
Er zijn gewonden in de wachtzaal
Er is een brigadier die in de neuzen van de snurkers knijpt
Er is een weg boven op een rots die uitkijkt over mooie valleien
Vol bloeiende bomen die de lente kleur geven
Er zijn oude mannen die discussiëren in cafés
Er is een verpleegster die bij het bed van haar gewonde aan mij denkt
Er zijn grote schepen op de onstuimige zee
Er is mijn hart dat slaat als een dirigent
Er zijn zeppelins die over het huis van mijn moeder drijven
Er is een vrouw die op de trein stapt in Baccarat
Er zijn artilleristen die op zuurtjes zuigen
Er zijn alpijnse jagers die kamperen onder maraboes
Er is een batterij van 90 mm die in de verte schiet
Er zijn zoveel vrienden die in de verte sterven

Uit: Guillaume Apollinaire, De nacht is zo mooi met zijn kierende kogels. Vertaald uit het Frans door Kiki Coumans. Uitgeverij Vleugels, Bleiswijk 2022

Over Guillaume Apollinaire: https://nl.wikipedia.org/wiki/Guillaume_Apollinaire
Over Kiki Coumans: https://nl.wikipedia.org/wiki/Kiki_Coumans

Afb.: Apollinaire met zijn geliefde 'Lou' (Louise de Coligny-Châtillon) in 1915. Beiden zijn begraven in Parijs (Père-Lachaise): https://nl.m.wikipedia.org/wiki/Bestand:Père-Lachaise_-_Division_86_-_tombe_Apollinaire_01.jpg 

 

05-06-2022

Aldus de schrijver (139)

 


“Niemand zal ooit iets vernemen over het toneel van ons bed, over het stuk dat we in dit bed opvoerden. Niemand zal ooit iets vernemen over de geur die ik er heb achtergelaten, over de tijd die ik er heb doorgebracht, naar hem kijkend als hij sliep, over de plek waar hij lag, buiten mijn bereik, met gesloten ogen, met halfopen, ontspannen hand, een hand die hij daarentegen, als ze mijn lichaam in de greep hield, stijf dichtkneep, mijn gevangen, gekluisterde lichaam dat overliep van aanbidding, angst, woede, en de identieke spiegels die ons onophoudelijk gadesloegen in hun zwarte lijst die oneindig veel groter was dan de spiegel zelf.”

Uit: Caroline Lamarche, Het geheugen van de lucht. Uit het Frans vertaald door Katelijne De Vuyst. Uitgeverij Vleugels, Bleiswijk 2021.

Over Caroline Lamarche: https://nl.wikipedia.org/wiki/Caroline_Lamarche

Over Katelijne De Vuyst: https://nl.wikipedia.org/wiki/Katelijne_De_Vuyst

 

01-06-2022

Over Apollinaire (11)

 

“‘C’était un temps béni, nous étions sur les plages’ (het was een gezegende tijd, wij waren op de stranden) schilderde Pablo Picasso op een muur tussen twee vrouwelijke naakten in. Een dichtregel van Guillaume Apollinaire. Voor Apollinaire blijkt die ‘gezegende’ tijd maar kort te zijn geweest. 

Een jaar na het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog ging Apollinaire in de vroege zomer van 1915 naar het front. Omdat hij niet meteen aan de frontlinie werd gelegerd had hij nu en dan tijd om te schrijven. Wat maanden later, als hij aan de frontlinie gestationeerd wordt, raakt hij al spoedig gedesillusioneerd door de ellende die zich in en rond de loopgraven afspeelt. In maart 1916, hij is diezelfde maand genaturaliseerd en heeft zijn naam veranderd, verwondt een granaatscherf zijn slaap. 

Hij krijgt een jaar herstelverlof en probeert in die tijd het oude Parijse leven weer op te pakken, zijn hoofd in het verband; vaak genoeg is hij gekleed in militair uniform. Maar zijn gezondheid blijft zwak. Achtendertig jaar oud overlijdt hij binnen een paar dagen aan de Spaanse griep. 

Picasso en zijn vrouw staan die negende november 1918, samen met zijn jonge echtgenote Jacqueline, aan Apollinaires sterfbed. Thuis, als hij zich in de spiegel van de badkamer bekijkt, tekent Picasso zichzelf uit – een strak en bleek gezicht dat in de gruwelijke ogen van de dood heeft gekeken. Een paar maanden later worden ook Apollinaires moeder en zijn broer het slachtoffer van de epidemie. 

‘Het wordt stil in Parijs,’ schrijft Pablo Picasso aan een galeriehoudster in Biarritz, ‘heel stil. En ik ben nog maar pas zevenendertig.’

Een week voor zijn dood heeft Apollinaire in het tijdschrift ‘L’Europe nouvelle’ in een artikel afscheid genomen van een dichter. Hij schrijft, niet wetend wat hem zelf spoedig daarna overkomt: ‘De Spaanse, zo men wil Aziatische, griep heeft de nog vrij jonge dichter Justin-Frantz Simon uit het leven weggehaald, weggerukt in nog geen vier dagen tijd naast zijn jonge vrouw, geveld door dezelfde ziekte. Hij hield van het leven, dit moderne leven, en zijn jong talent was vol beloftes die nu door de dood zijn vernietigd.’

      Alsof Guillaume Apollinaire een in memoriam voor zichzelf schrijft.”


  frb


Uit: Het perfecte licht. Beschouwingen, verhalen, gedichten. Uitgeverij Scorpio, Eckelrade 1999
Over Guillaume Apollinairehttps://nl.wikipedia.org/wiki/Guillaume_Apollinaire


Afb.: foto van de gewonde Apollinaire, maart 1916


28-05-2022

Souvenir, souvenir (5)

 

 Alles in balans

Slagschaduw over onbewoonbare oorden,
stronken langs een kronkelpad, ergens
tussen onzekere krassen de afdruk van
een kindervoet. Hoe het evenwicht

te bewaren, spelend tussen warme voren
met een speelgoedtruck – turbokracht
in hout gevat. Alles in balans, aaibaar
de motorkap, in laadbak stapels kinderdroom.

En bochten maakt hij ver vóór het bezinksel
in de modderplas. Zo vaart hij de wereld over.
Landinwaarts tussen torenhoge bomen kiept hij

zijn vracht, verliest zijn dromen, haalt nieuwe op:
druppels regen, korrels zand. Tussen vlokken
in het water glanst een schip, draait traag
zijn rondjes, sierlijk en ook weer niet.

 

Houten speelgoedauto. Tumuli, Tanzania


   frb


Souvenirs, op mijn verzoek door familie en vrienden meegebracht, liggen ten grondslag aan de reeks ‘Handbagage’ – opgenomen in mijn bundel Transit, Uitgeverij Meulenhoff, Amsterdam 2012. Onder het motto ‘Niets is levendiger dan een herinnering’ (Federico García Lorca) liet ik mij inspireren door de voorwerpen en de gemaakte reizen. 


25-05-2022

Over Apollinaire (10)

 

 

"Er is aan het begin van de twintigste eeuw geen schilder van naam geweest waar Guillaume Apollinaire niet over geschreven heeft. In de pauzes van een theatervoorstelling, tijdens de talrijke vernissages of bij de wekelijkse bijeenkomsten die hij voor zijn vrienden in een Parijs’ etablissement organiseert – vaak in ‘Café de Flore’ aan de Boulevard St. Germain –  worden de nieuwe ontwikkelingen in de kunst besproken. Onder invloed van de relativiteitstheorie, in die dagen een gevierd onderwerp, spreekt men over ‘de vierde dimensie’: ‘ze is de ruimte zelf, de dimensie van het oneindige; ze geeft plasticiteit aan de dingen,’ schrijft Apollinaire. Proust, in Du côté de chez Swann, zegt bij het beschrijven van het kerkje van Combray, dat de vierde dimensie wordt ingenomen door de tijd. Heden, verleden en toekomst moeten door de moderne kunstenaar op een simultane manier kunnen worden weergegeven, een middel dat Apollinaire in Zone toepast, maar ook vaker hanteert als hij flarden van verschillende gesprekken noteert, in de ruimtes van een café of van een metrostation, en wel of niet met elkaar verbindt. Het gedicht ‘Lundi Rue Christine’ is zo’n voorbeeld. Vaak werden die gespreksflarden door hem uit de chaos opgepikt en meteen in een cahier genoteerd: ‘(...) Deze pannenkoeken waren verrukkelijk / De fontein stroomt / Zwart haar jurk zoals haar nagels / Dat is totaal onmogelijk / Alstublieft meneer // de ring van malachiet / De grond bestrooid met zaagsel / Het klopt dus allemaal (…).’
Ook in het gedicht ‘À travers Europe’ (Dwars door Europa), opgedragen aan Marc Chagall, bouwt Apollinaire dergelijke fragmenten in waardoor het gedicht iets collage-achtigs krijgt. Hij schrijft het na een bezoek aan het Parijse atelier van de schilder. Bekend is dat Chagall destijds zeer gespannen was om aan het kritische oog van ‘de vriendelijke Zeus’ zijn werk te tonen, Apollinaire was immers de promotor van Picasso en Braque en werd nu ineens met heel ander werk geconfronteerd. Maar de schrijver is onder de indruk, spreekt meteen van het ‘bovennatuurlijke’ in Chagalls werk, en bezingt zijn enthousiasme in een gedicht dat hij hem ‘s anderendaags laat bezorgen. Hij zorgt ervoor dat Marc Chagall bij Herwarth Walden, de fameuze avant-gardist van de Berlijnse galerie Der Sturm, kan exposeren. Het leidt tot een succesvolle eenmanstentoonstelling. Mede als dank daarvoor schildert Chagall in 1913 ‘Hommage à Apollinaire’, een van de hoogtepunten uit zijn oeuvre.”


 frb

Uit: Het perfecte licht. Beschouwingen, verhalen, gedichten. Uitgeverij Scorpio, Eckelrade 1999
Over Guillaume Apollinaire: https://nl.wikipedia.org/wiki/Guillaume_Apollinaire

Over Marc Chagall: https://nl.wikipedia.org/wiki/Marc_Chagall

Afb.: Marc Chagall, 'Hommage à Apollinaire, 1913, olieverf op doek; 200,4 x 189,5 cm. Van Abbemuseum Eindhoven.

22-05-2022

Aldus de schrijver (138)

 

 

“Een kleine man was ’t, de oude Charles, vrachtrijder bij Latouche. Hij liep hippend, met een scheef lichaam, het te zware hoofd schuin op zijn schouder. In zijn sluwe gezicht, waar de huid met groezelige stoppels strak over de botten spande, keken zijn ogen geniepig. Hij puntte zelf zijn snor bij, een ‘Amerikaans streepje’.
Zijn kleren flodderden om zijn lijf. Op een streepjesbroek droeg hij een militaire jekker, die als een lange jas tegen zijn knieën tikte. Als het regent waren zijn benen ingesnoerd in puttees.
De oude Charles kwam van het platteland. Hij hield van zijn beroep als vrachtrijder, de stallen, de mest op de binnenplaats, wat hem deed denken aan de boerderijen in Beauce. Hij had een plan in zijn hoofd: zorgen dat de stalknecht de laan uitgestuurd werd en dan zelf diens plaats innemen. Daarom draaide hij als een vlieg om de dikke Latouche heen. Hij vleide hem en vertrok zijn gezicht tot een glimlach; bij Lecouvreur dronk hij nooit een borrel zonder hem er ook een aan te bieden. Het was een idee-fixe, een wangedachte in zijn gestoorde brein. Op een goede dag bereikte hij zijn doel: Latouche ontsloeg de stalknecht.”

Uit: Eugène Dabit, Hôtel du Nord. Uit het Frans vertaald door Mirjam de Veth. Uitgeverij Vleugels, Bleiswijk 2020

Over Eugène Dabit: https://fr.wikipedia.org/wiki/Eugène_Dabit

Over Mirjam de Veth: http://www.vertaalatelier.nl/mirjam.html

18-05-2022

Over Apollinaire (9)


 “Picasso en Apollinaire blijven onafscheidelijke makkers, sinds de schrijver in 1905 voor het eerst over de schilder schreef. ‘Men heeft van Picasso gezegd,’ zo begint het artikel, ‘dat zijn werk getuigt van een vroegere ontgoocheling. Het tegendeel is waar.’ ‘Pablo Picasso,’ schrijft hij elders, ‘is een telkens opnieuw opwakkerend vuur, een vlam die telkens verandert. En dat is van grote betekenis.’
Ook Guillaume Apollinaire, die voor zichzelf licht en vuur als symbool ziet, brengt op zijn terrein een vernieuwing op gang. Zijn bundel Calligrammes – half geschreven, half getekende gedichten – laat duidelijk zijn invloed na, in de Nederlandse poëzie heel sterk in het werk van Paul van Ostaijen. Dan is er nog de nieuwe kunststroming die Apollinaire meent te signaleren en die hij, naar Orpheus, het orfisme noemt. Nieuwe vormen worden gemaakt uit elementen ‘die niet aan de zichtbare werkelijkheid zijn ontleend maar geheel en al zijn gecreëerd door de kunstenaar van wie ze een hoog werkelijkheidsgehalte hebben meegekregen.’ Apollinaire noemt in dit verband de schilder Robert Delaunay als grondlegger, naast kunstenaars als Léger, Picabia en Duchamp die ook een tijd in die richting werken. Zuiverheid en licht, daar gaat het om, kleur en poëzie: ‘Ik houd van de kunst van vandaag omdat ik vóór alles houd van het licht, en alle mensen houden op de eerste plaats van het licht, zij hebben het vuur uitgevonden. (...) Het orfisme behelst de pure schilderkunst.’”

 frb
 

Uit: Het perfecte licht. Beschouwingen, verhalen, gedichten. Uitgeverij Scorpio, Eckelrade 1999
Over Guillaume Apollinaire: https://nl.wikipedia.org/wiki/Guillaume_Apollinaire

 

Afb. Picasso, ‘Portrait de Guillaume Apollinaire’, 1913

15-05-2022

Souvenir, souvenir (4)

 

Nachtportaal

De wereld helemaal nieuw, straat na straat
gastvrije huizen, uitgesleten voetstappen

– en ik nog altijd zonder lenig lichaam
hoor het schellen van de bellen niet, roept
telkens in mijn slaap wat er plots gebeurt
als de hemel dicht en geen deur meer open,

loodzware sleutels in mijn hand en hoofd,
roestige sloten als aders in mijn lijf.
Wacht, liefje, voor het ons spijt, de lamp
in het portaal gaat pruilen in de verste hoek –

ik leg wat woorden op de drempel,
spaarzaam, hakkelend weer heen.


Sleutelbos. Uberlândia, Brazilië

 frb


Souvenirs, op mijn verzoek door familie en vrienden meegebracht, liggen ten grondslag aan de reeks ‘Handbagage’ – opgenomen in mijn bundel Transit, Uitgeverij Meulenhoff, Amsterdam 2012. Onder het motto ‘Niets is levendiger dan een herinnering’ (Federico García Lorca) liet ik mij inspireren door de voorwerpen en de gemaakte reizen.


10-05-2022

Over Apollinaire (8)

 

 

“‘Billboards’ verkondigen de boodschap van de toekomst: ‘Dat is de poëzie van vandaag, het proza vind je in de kranten.’ Tussen al die beelden van de wereldstad is de dichter wanhopig op zoek naar zichzelf en de tijd waarin hij leeft.
'Zone' is in de tijd dat het verschijnt dermate vernieuwend in de poëzie qua vorm – onder meer door het weglaten van de interpunctie – en beeldspraak, dat het samen met ‘Pâques à New York’ van Valéry Larbaud tot de eerste ‘moderne-stad-poëzie’ kan worden gerekend. Alle achterliggende feiten en gebeurtenissen: Monaco waar hij vanaf zijn zevende woont, Nice waar hij naar de middelbare school gaat, Stavelot en het Rijnland (vanwaaruit hij een aantal reizen door Duitsland en naar Praag maakt), alle voorbije liefdes en vriendschappen noemt hij op in één lange ademtocht.

Je steekt de draak met jezelf en je lach spat als het hellevuur
In de vonken van je lach weerglanst je levensavontuur


Rome, de stad waar Apollinaire werd geboren, is niet langer meer het vertrekpunt. Het eindpunt, zo blijkt in de laatste regels, blijft in duisternis gehuld: ‘Vaarwel Tot ziens // gekeelde zon’.  Daartussen vallen zijn roomse jeugdherinneringen, zijn talrijke reizen – ook naar Amsterdam, Leiden en Gouda – en belevenissen van alledag in het drukke Parijse omgangsverkeer. Alles verweeft zich, op sommige plaatsen wordt het bijna apocalyptisch, zoveel beelden als hij tegen de horizon plaatst. Eenmaal gewend aan het ritme van de rijmen laat 'Zone' zich, op een enkel gedateerd feit na, lezen als een modern gedicht. De vooruitgang die destijds de wereld in een stroomversnelling bracht is ook vandaag weer actueel, en ook de stroom vluchtelingen waarover Apollinaire spreekt, heeft aan actualiteit niets ingeboet.”

 frb

Uit: Het perfecte licht. Beschouwingen, verhalen, gedichten. Uitgeverij Scorpio, Eckelrade 1999
Over Guillaume Apollinaire: https://nl.wikipedia.org/wiki/Guillaume_Apollinaire

Afb. boven: 'Salut monde' is afkomsig uit Calligrammes, poèmes de la paix et de la guerre 1913-1916 

08-05-2022

Aldus de schrijver (137)

 

12 maart 1939


“Glorieuze zondag. Zuidenwind. Felle zon. De boot vaart in het licht, op een metaalblauwe zee, aan de horizon omzoomd door een stoet kleine vlokkige, schitterende wolkjes. Een lichamelijk welbehagen, een volmaakte harmonie tussen de frisse bries en de brandende streling van de zon. Geen enkel gevoel van onbehagen meer, en daarmee alle ‘zorg’ verdwenen. Maar een aangename luiheid, geen enkele zin om te lezen of te denken. De dierlijke vreugde om van dag tot dag te leven in een hervonden lichamelijke jeugdigheid.”


Uit: Roger Martin du Gard, Kijken door een sleutelgat. Dagboeken en herinneringen. Vertaald uit het Frans door Anneke Alderlieste.

Uitgeverij De Arbeiderspers (reeks privé-domein), Amsterdam 2022


Over Roger Martin du Gard

https://nl.wikipedia.org/wiki/Roger_Martin_du_Gard

Over Anneke Alderlieste

http://nl.schwob-books.eu/translator/43/anneke-alderlieste


Afb.: Portret van du Gard door Théo van Rysselberghe: 

https://nl.wikipedia.org/wiki/Th%C3%A9o_van_Rysselberghe


03-05-2022

Over Apollinaire (7)

 

 

“Picasso en Apollinaire blijven onafscheidelijke vrienden sinds de schrijver in 1905 voor het eerst over de schilder schreef. ‘Men heeft van Picasso gezegd,’ zo doet de ronde,‘dat zijn werk getuigt van een vroegere ontgoocheling. Het tegendeel is waar. Pablo Picasso is een telkens opnieuw opwakkerend vuur, een vlam die telkens verandert. En dat is van grote betekenis.’ 

Ook Apollinaire, die voor zichzelf licht en vuur als symbool ziet, brengt op zijn terrein een vernieuwing op gang. De bundel ‘Calligrammes’ – half geschreven, half getekende gedichten – laat duidelijk zijn invloed na, in de Nederlandse poëzie heel sterk in het werk van Paul van Ostaijen. Dan is er nog de nieuwe kunststroming die Apollinaire meent te signaleren en die hij, naar Orpheus, het orfisme noemt. Nieuwe vormen worden gemaakt uit elementen ‘die niet aan de zichtbare werkelijkheid zijn ontleend maar geheel en al zijn gecreëerd door de kunstenaar van wie ze een hoog werkelijkheidsgehalte hebben meegekregen.’ Apollinaire noemt in dit verband de schilder Robert Delaunay (zie afb. boven) als grondlegger, naast kunstenaars als Léger, Picabia en Duchamp die ook een tijd in die richting werken. Zuiverheid en licht, daar gaat het om, kleur en poëzie: ‘Ik houd van de kunst van vandaag omdat ik vóór alles houd van het licht, en alle mensen houden op de eerste plaats van het licht, zij hebben het vuur uitgevonden. (...) Het orfisme behelst de pure schilderkunst.’

De kubistische ‘vormontbinding’ maakt in het werk van Delaunay plaats voor een vergelijkbare werkwijze met betrekking tot de kleur. Hij wil zijn kleuren ‘ontmaterialiseren’ en door optische menging tot een simultane licht- en kleursensatie brengen. Bij geen enkele andere schilder is dit volgens Apollinaire zo sterk aanwezig, daarom dat volgens hem Delaunay met zijn kleurenidioom de orfist bij uitstek is, zo transparant en betoverend, zo vervult van licht. In hetzelfde jaar dat Apollinaire ‘Zone’ schrijft, werkt Robert Delaunay aan ‘La ville de Paris’, een groot doek als eerbetoon aan Cézanne. Opvallend is hoe ook Delaunay de moderne stad toezingt; geheel verschillende vormen – Eiffeltoren, huizenblokken, drie vrouwelijke naakten – lopen in elkaar over zonder dat de eenheid zoekraakt. Apollinaire is enthousiast over het sprankelende doek: ‘Hier komt een kunstopvatting tot zijn recht die misschien wel sinds de Italiaanse meesters verloren is geweest.’
In 1913 verschijnt zijn boek over het kubisme, een verzameling stukjes en artikelen die voor een deel eerder in tijdschriften en kranten is verschenen. De indeling in de kubistische stroming die Apollinaire maakt, is al snel achterhaald als sommigen (Duchamp en Léger bijvoorbeeld) het kubisme achter zich laten, of ‘overstappen’ en alleen ‘de constructieve regels’ – de techniek van het facetteren en kubiceren – overnemen.”

 frb

Uit: Het perfecte licht. Beschouwingen, verhalen, gedichten. Uitgeverij Scorpio, Eckelrade 1999

Guillaume Apollinairehttps://nl.wikipedia.org/wiki/Guillaume_Apollinaire

 

Afb.: Robert Delaunay, 'Formes circulaires, soleil', 1912-1913. Folkwang Museum Essen.