“Er was doorgaans iets rommeligs aan zijn verschijning – een knoop die niet dichtzat of één wang die gladder geschoren was dan de andere. Zijn vrouw verweet hem dat hij wanordelijk was, ze beweerde dat in zijn verschijning gewoon de rommeligheid van zijn innerlijke toestand tot uitdrukking kwam, maar hij was ervan overtuigd dat zijn vrouw niets van zijn innerlijke toestand afwist, dat hij ordelijk was in zaken en situaties die van belang waren. Hij was een trouwe echtgenoot, bedronk zich nooit, rookte niet, at met mate, en net als zijn vader beschouwde hij ijver als de grootste deugd.”
Uit: Ivan Klíma, Rechter tussen twee vuren. Vertaald uit het Tsjechisch door Irma Pieper. Uitgeverij Wereldbibliotheek, Amsterdam 2024
Ivan Klíma: https://nl.wikipedia.org/wiki/Ivan_Klíma
Irma Pieper: https://www.slavischeliteratuur.nl/tslarchief/tsl78/78l.html


















