26-01-2023

Aldus de schrijver

 

 

“Ik weet nog dat toen mijn vader vertrokken was, ik nog een paar dagen lang om het valies heen bleef lopen, zonder het ook maar met een vinger aan te raken. Ik herkende het kleine zwartleren koffertje, het slot, de ronde hoeken nog van toen ik een kind was. Mijn vader nam het altijd mee als hij voor korte tijd weg ging, en soms als hij iets van huis naar zijn werk moest meenemen. Ik herinnerde me dat ik als kind dat koffertje opendeed en tussen de spullen van mijn vader rommelde wanneer hij terugkwam van een reis, en dat ik dan genoot van de geur van eau de cologne en van een vreemd land, die eruit opsteeg. Dit valies was voor mij een vertrouwd en aantrekkelijk voorwerp dat heel veel meedroeg van het verleden en van mijn herinneringen aan mijn kinderjaren, maar nu durfde ik het niet eens aan te raken. Hoe dat kwam? Door het mysterieuze gewicht van de inhoud die de koffer verborgen hield, natuurlijk.”

Uit: Orhan Pamuk, Het valies van mijn vader. Amsterdam. Vertaald uit het Turks door Hanneke van der Heijden. De Arbeiderspers, 2007.

Orhan Pamuk: https://nl.wikipedia.org/wiki/Orhan_Pamuk

Hanneke van der Heijden: https://literairvertalen.org/vertalersbestand/hanneke_van_der_heijden

 

24-01-2023

Quote van een schrijver

 

 

“Het is beter om de woorden ‘altijd’ en ‘nooit’ achterwege te laten. We kunnen er niet voor instaan.”

Anatoli Mariënhof


Uit: Mijn eeuw, mijn vrienden en vriendinnen

De Arbeiderspers, Amsterdam–Antwerpen 2022
Anatoli Mariënhof: https://nl.wikipedia.org/wiki/Anatoli_Marienhof

21-01-2023

Hans Faverey, 'Zelden heeft de sprong van een panter'

 


(Het gedicht wordt voorgelezen door Eva Gerlach)

Zelden heeft de sprong van een panter
ook maar iets van dezelfde sprong door
dezelfde panter, wanneer niet zoals
gewild door die panter zelf.

De dolfijn die voor het schip uit zwemt
zwemt net zolang voor het schip uit,
tot er geen sprake meer is van een
dolfijn die voor het een schip uit zwemt.

En zo zal het je gebeuren, dat je nauwelijks

merkt hoe je okselzweet van geur verandert,
dat het je ontgaat hoe de centaur eerst
zijn hoeven schraapt voor hij naar je
toe komt, en in je veilige huis alles
kort en klein schopt en slaat.


 Uit: Hans Faverey, Verzamelde gedichten. Uitgeverij De Bezige Bij, Amsterdam 1993

Over Hans Faverey: https://nl.wikipedia.org/wiki/Hans_Faverey


17-01-2023

Aldus de schrijver

 

“Ik verlaat Amsterdam. Ondanks alles wat ik er aan de weet ben gekomen, is het me nog steeds niet duidelijk of ik Elimane beter heb leren kennen of dat hij een nog groter raadsel is geworden. Ik zou hier de paradox van elke zoektocht naar kennis kunnen aanhalen: hoe meer we over een klein stukje van de wereld ontdekken, des te dieper raken we ervan doordrongen hoe oneindig veel nog onbekend is en hoezeer we in het duister tasten; maar die vergelijking zou slechts ten dele recht doen aan mijn gevoel ten aanzien van die man. In zijn geval is een formulering geboden die nog verder gaat, dat wil zeggen, waaruit nog meer pessimisme spreekt over de mogelijkheid om de ziel van een mens ook maar enigszins te doorgronden. Zijn ziel is als een zwart gat, dat alles wat erbij in de buurt komt als een magneet aantrekt en opslokt. Je buigt je een poos over zijn leven en wanneer je er, ernstig en gelaten en vergrijsd, en misschien zelfs wanhopig, weer afstand van neemt, mompel je: van de menselijke ziel kun je niets weten, er valt niets te weten. Elimane is opgegaan in zijn Nacht. Ik ben gefascineerd door het gemak waarmee hij afscheid nam van de zon. Ik ben gefascineerd door de hemelvaart van zijn schim. Ik ben geobsedeerd door het mysterie van zijn lot. Ik weet niet waarom hij er het zwijgen toe heeft gedaan terwijl hij nog zoveel te zeggen had. Maar bovenal heb ik er moeite mee dat ik zijn voorbeeld niet kan volgen. Wanneer je het pad kruist van iemand die zwijgt, maar dan ook echt zwijgt, kun je niet anders dan twijfelen aan de betekenis – de noodzaak – van je eigen woorden, waarvan je je plotseling afvraagt of ze meer zijn dan een hoop gezanik, een berg taalbagger. Ik houd nu maar mijn muil en laat het even hierbij, Dagboek. De verhalen van de Spinnenmoeder hebben me uitgeput. Amsterdam heeft me afgemat. Mij wacht de weg van de eenzaamheid.” 

Mohamed Mbougar Sarr, De diepst verborgen herinnering van de mens. Uit het Frans vertaald door Jelle Noorman. Uitgeverij Atlas Contact, Amsterdam 2022

Over Sarrhttps://nl.wikipedia.org/wiki/Mohamed_Mbougar_Sarr

14-01-2023

Willem Jan Otten, 'over het roven van tijd'

 


over het roven van tijd

Waarom anders bent u,
lezende, van waar u was
maar liefst tot hier geraakt,

dan om te vernemen,
van een ander dan u zelf,
dat alle vijftig eieren

die opa Otten de Agnost
eind vorige eeuw geraapt
en leeggezogen heeft,

en in een hemelsblauwe
ladenkist gelegd,
die mij nadien gewerd,

dat alle vijftig eieren,
dat van de kneu incluis,

het pinknagelkleine,
okergeelbesproet,

alsnog in deze regels
zullen worden neergevleid
als in hun nest van toen,

en in uw lezen uitgebroed?


Uit: Willem Jan Otten, Eindaugustuswind. Uitgeverij Van Oorschot, Amsterdam, 1998


Over Willem Jan Otten

https://nl.wikipedia.org/wiki/Willem_Jan_Otten 




10-01-2023

De eerste alinea

 

“Mijn naam was een van de eerste dingen waar ik prat op ging. Ik had al vroeg geleerd (volgens mij was híj de eerste die het me vertelde) dat Arturo een ster is: het snelst en felste licht van het sterrenbeeld Boötes, aan de noorderhemel! En dat het bovendien ook een naam was van een koning in de oudheid, aanvoerder van een hele schare getrouwen: die allemaal helden waren, net als hun koning zelf, en door hun koning werden behandeld als gelijken, als broeders.”


Uit: Elsa Morante, Het eiland van Arturo. Vertaald uit het Italiaans door Manon Smits. Uitgeverij Wereldbibliotheek, Amsterdam 2021


Over Elsa Morante: https://nl.wikipedia.org/wiki/Elsa_Morante



07-01-2023

Leonard Nolens: 'Vermoeidheid'

 

Vermoeidheid

Als wij, grote mensen, moe zijn
Van het praten met elkaar,
Als we moe zijn van het slapen
Met elkaar, het wandelen
En handeldrijven met elkaar,
Het tafelen en oorlog voeren

Met elkaar, als we zo moe zijn
Van elkaar, van het elkaren
Van elkaar, dan zetten we de kat
Op onze schouder, gaan de tuin in
En zoeken de kinderstemmen achter
De hoge hagen en in de boomhut.

En zwijgend leggen wij onze vermoeidheid
In het gras, en de jaren die zwaar
En donker sliepen in de zoom
Van onze jas ontbloten zich daarboven
In een jongenskasteel en dansen op
En neer in een vochtige meisjesmond.

Als wij, de grote mensen, moe zijn
Van het praten,
Van het praten,
Van het praten met elkaar,
Gaan wij de tuin in en verzwijgen ons
In de kat, in het gras, in het kind.


Uit: Leonard Nolens, Hart tegen hart. Gedichten 1975-1996. Uitgeverij Querido, Amsterdam 1998.
 

Leonard Nolens: https://nl.wikipedia.org/wiki/Leonard_Nolens

03-01-2023

Quote van een schrijver

 


Ontwikkel een interesse in het leven zoals je het ziet; de mensen, dingen, literatuur, muziek – de wereld is zo rijk, kloppend van rijke schatten, mooie zielen en interessante mensen. Vergeet jezelf.

Henry Miller
 

Over Henry Miller: https://nl.wikipedia.org/wiki/Henry_Miller

 

01-01-2023

Jean Pierre Rawie, 'Raadsel'

 

 

Raadsel

De tijd vliegt, maar de dagen gaan te traag.
 

Een jaar is zo voorbij, terwijl de uren


elk wel een eeuwigheid lijken te duren,


en morgen wordt als gister en vandaag.



 

De mens is niet gelukkig van nature,


en kwelt zichzelf met steeds dezelfde vraag


waarop geen antwoord is. Je zou zo graag


iets door de spiegel zien, maar het blijft turen.

 



Er valt geen enkel onheil te vermijden,


en dat de dood komt, is een zekerheid


waaraan je geen gedachte meer wilt wijden.

 

 

Je raakt de mensen en de dingen kwijt,
 

tot je het leven langzaam voelt verglijden 


en deel wordt van het raadsel van de tijd.


 

 

Uit: Jean Pierre Rawie, De tijd vliegt, maar de dagen gaan te traag.
Uitgeverij Bart Bakker, Amsterdam 2012.

Jean Pierre Rawie: https://nl.wikipedia.org/wiki/Jean_Pierre_Rawie

 

27-12-2022

Aldus de schrijver

 

 

“Op een keer wist ik niet hoe ik de tijd kon doden en besloot ik een paar uur door te brengen in het Gare de Lyon.
Zwaaideuren klapperden in de wind. Mijn voeten gleden over de tegels als in een sparrenbos. Op de natte ruiten van een kiosk waren affiches geplakt. Er was zoveel tocht dat de mensen hun kranten niet konden openslaan. Hoewel het nog klaarlichte dag was, brandden de lampen achter de loketten al. De spoorwegambtenaren leken op politieagenten.
Niemand sloeg acht op me. Ik was verdrietig. Ik deed mijn best om mistroostig te blijven. Ik wilde dat de reizigers bij hun vertrek wroeging kregen, dat ze aan me dachten als ze op weg waren naar andere oorden.
Ik liep met gebogen hoofd en telkens als ik een mooie vrouw tegenkwam, keek ik haar weemoedig aan in de hoop haar te ontroeren. Ik wilde dat ze mijn behoefte aan liefde zou voelen.”

Uit: Emmanuel Bove, Mijn vrienden. Vertaald uit het Frans door Katelijne De Vuyst. Uitgeverij Vleugels, Bleiswijk 2022

Over Emmanuel Bovehttps://nl.wikipedia.org/wiki/Emmanuel_Bove

Over Katelijne De Vuijst https://nl.wikipedia.org/wiki/Katelijne_De_Vuyst

 

24-12-2022

Rozalie Hirs, 'een dag (1)'

 

een dag

1

vliegende ogen met verende vleugels lichten geworpen
op een landkaart getekend in handen vlammend
klaarwakker dat zei ik toch niet een ademloos lichtgewicht
honingmerk en stuifmeel van levende klaprozen blauwe
velden korenbloemen als ontpopte hoofden eenogige
wolkenloze lucht waar dromen vandaan tevoorschijn
komen als zijderupsjes zich in duizenden meters
spinnende talen op grijsgroene moerbeibladen bedekt
met haartjes onthullende draden een verliefde zon
tegemoet komen zomaar zonder opdracht of regen
strekkende voelsprieten even een aanraking
van uitslaande vleugels naar wat is (een dag)


Uit: Rozalie Hirs, Gestamelde werken. Uitg. Querido, Amsterdam 2012

Over Rozalie Hirshttps://nl.wikipedia.org/wiki/Rozalie_Hirs

Haar websitehttps://www.rozaliehirs.nl/rozalie-hirs-gestamelde-werken-2012/



20-12-2022

De eerste alinea

 

“Uw brieven, vader, bereikten me een paar keer per jaar. Ik zat op de universiteit, ver weg van u, maar u was nog verder weg van mij. Naïef als ik was, opende ik de envelop in het begin nog met ingehouden emotie. En altijd, zonder mankeren, vond ik daarin een in drieën gevouwen vel papier. Eén vel papier, met het briefhoofd van de zaak. Slordig gevouwen, met haastige gebaren, neem ik aan. Ongeduldig vouwde ik het open, want ik verlangde naar uw woorden, vader, ik had ze nodig. En als een dor blad dat wiegt in de wind, dwarrelde de cheque langzaam op de vloer. Ik liet hem daar liggen, bijna vergeten aan mijn voeten, want het ging me niet om uw geld, vader, maar om uw woorden. Naïef als ik was, verlangde ik naar uw woorden. En in het midden van het blad stond altijd hetzelfde, geschreven in zwarte inkt: uw naam. Verder niets. Alleen uw naam, haastig neergekrabbeld. Een woord. Alleen maar een woord. Een vader is een naam.”


Uit: Eduardo Halfon, Saturnus. Vertaald uit het Frans door Marijke Arijs. Uitgeverij Vleugels, Bleiswijk 2022


Over Eduardo Halfon

https://en.wikipedia.org/wiki/Eduardo_Halfon


Marijke Arijshttps://nl.wikipedia.org/wiki/Marijke_Arijs


17-12-2022

Benno Barnard, 'Dover Beach'

 


Dover Beach

 

De zee wiegt haar boten, haar bijgeloof, haar maan


en de witte Victoriaanse klippen rusten,


de zuilen van de wereld staan

onwankelbaar ­
 

en ons hotelraam luistert naar het tij, de tijd:


het gutturale raspen van de kiezels


waar de zee op zuigt en die zij uitspuugt,


op zuigt en uitspuugt,
is Nederlands;


en achter het donkerblauwe wandtapijt


dat voor Europa hangt
loert metrum.
 

'De zee, de zee!'


schreeuwden de tienduizend monden van Xenophon


tegen de Zwarte.
'We hebben dit allemaal overleefd


op een rantsoen van zoet water,


op een rantsoen van ezelsvlees en martelende zon.


We willen twee kutten per kerel, meteen.


Zijn wij soms geen mensen?'
 

 Je kijkt naar mij, die ademhaal door een sigaret.


Maar zie je de schepen bewegen


op die onwerkelijke schilfers maan?


Zie je de laatste catamaran
voor zijn schuimstaart 
naderen?
 

Natuurlijk kom ik nu naar bed;


natuurlijk word ik morgen wakker naast een vrouw


aan deze noordelijke zee,


o voorvaderen.

 

Uit: Benno Barnard: Mijn gedichtenschrift. Uitgeverij Atlas Contact, Amsterdam 2015
 

Over Benno Barnard: https://nl.wikipedia.org/wiki/Benno_Barnard

13-12-2022

Gullar Ferreira, 'Een moment'

 


 Een moment


Hier heb ik mij

zoals ik mij niet ken

             noch wilde zijn


zonder begin

of eind


             hier heb ik mij

             en ben er zelf niet bij


niets weet ik nog

noch weet ik iets


in deze staat

ben ik alleen een dier

             dat licht doorlaat



Uit: Ferreira Gullar, Morgen is weer geen andere dag. Uit het Spaans vertaald en van een nawoord voorzien door August Willemsen. Uitgeverij Wagner & Van Santen, Sliedrecht 2003


Over Ferreira Gullarhttps://nl.wikipedia.org/wiki/Ferreira_Gullar

August Willemsen: August Willemsen: https://nl.wikipedia.org/wiki/August_Willemsen


10-12-2022

Charlotte Van den Broeck, 'Växjö'

 

Växjö

Er heerst hier een lichtheid die tegenwringt.
We lijken uitgespeelde kinderen in de hoek
van de speelkamer, die met hun vuisten op de mat
schreeuwen dat hun lichaam niet langer in hun omtrek past.

In het middaguur staren we met dikke kameleonogen in de zon.
De wereld veegt in grove wascolijnen.
Er is geen merkbaar verschil tussen de hand en de tafel
enkel de overgang van materie.

In de uitvergrote korrels van dansende pixelbeelden
zwiert het meisjeshaar in lange staarten, meisjeshaar
dat nog geen troef is, maar een last bij het spelen
bij het lopen zijn het net zwepen.

De loomheid drukt alles naar beneden:
meer massa op evenveel oppervlakte
waardoor er ergens aan de zijkanten van de wereld
dingen over de randen vallen.

Er heerst hier een lichtheid die tegenwringt.
Alsof het allemaal maar een knikkerbaan is
een weg van boven naar beneden
tot iemand ons weer optilt.


Uit: Charlotte Van den Broeck, Kameleon. Uitgeverij De Arbeiderspers, Amsterdam / Antwerpen 2015


Charlotte Van den Broeckhttps://nl.wikipedia.org/wiki/Charlotte_Van_den_Broeck

06-12-2022

Recent verschenen: 'Bep Scheeren – Uit vele bronnen / Aus vielen Quellen'


 Uit vele bronnen

Dromend over al wat in een nacht voorbijkomt, 

slaapt ze een gat in de dag, kijkt bij het opstaan 

zichzelf aan en weet: straks verandert het landschap,


wiegen de bomen met mij mee, vliegt een vogel

op me toe. Onder een hemel vol licht en kleur

valt de wereld stil. Wacht, lijkt ze te zeggen,


nog heel even en we lopen gedwee naast elkaar

in de voetstappen van herinnering en verwachting.

We laten ons door de vogel wijzen, tussen het koeren


van duiven door, waar het zachte ruisen in volmaakte 

rust overgaat, om voldaan te blijven waar we zijn.


 frb



Eind november verscheen bij Uitgeverij Van Spijk Art Books te Venlo de rijk geïllustreerde tweetalige uitgave 

Bep Scheeren Uit vele bronnen / Als vielen Quellen. 

Publicist en kunsthistoricus Rick Vercauteren gaat uitgebreid op het werk van Scheeren in. Frans Budé schreef bij acht schilderijen een gedicht.


Fragment uit de tekst van Rick Vercauteren:


'Bep Scheeren werkt als kunstenares nooit of te nimmer direct naar de natuur of zo men wil letterlijk naar de werkelijkheid. Ze beeldt, juist extreem ver weg blijvend van begrippen als idealisme of realisme, bewust niets bestaands af. De tout court levenslustige kunstenares heeft ook geen fascinatie voor het mismaakte of wanstaltige per se. Ze drukt in haar kunst van nu louter eigen denkbeelden uit. Vanuit het aller-diepste wezen van haar kunstenaarschap wenst ze entiteiten en gedaanten - doelbewust en gedreven - een andere betekenis en nieuwe lading te geven. Niet vanuit het destructieve maar met de positieve intentie van het constructieve. Dat ze in dat scheppend proces de werkelijkheid zoals wij die normaliter kennen, overstijgt, ervaart ze naar eigen zeggen: “Als een bijzonder prettige bijvangst.’’ '


Over Bep Scheerenhttps://www.bepscheeren.nl/

Rick Vercauterenhttps://www.bol.com/nl/nl/c/boeken-rick-vercauteren/2473055+8299/


03-12-2022

Willem Jan Otten, 'De ene tel'

 

De ene tel
 

Toen mijn vader bijkwam uit de coma
volgend op gestorven zijn
en weer pneumatisch teruggebeukt
waarbij zijn borstbeen werd gekraakt,
heeft hij mij tijdens een bezoekuur
plotseling verteld dat daar,
waar hij dus niet meer was,
maar aangekomen was hij evenmin,
dat daar een koor geklonken had.

Een koor, jawel.
Gemengd. Onzichtbaar.
Maar het zong.

Zelfs hij, die alle muziek
bij naam en toenaam kende,
wist niet wie zongen,
noch de componist.
Toch kende hij het stuk.

Het klonk, en hij begreep
dat hij alleen maar op moest letten
wachtend op de ene tel
waarop hij in kon vallen.

Aller ogen, zei hij,
waren nu op mij gericht,
ik kende de muziek

en voelde hoe de ene tel
mij naderde – de ene rust

waarin mijn inzet werd verwacht,
en ja, deed ik het niet –

Hij keek me met opgetrokken schouders aan,
verontschuldigend.
Ik had niet ‘en?’ gezegd.

De apparaten van Intensive Care
zoemden een tel rust.
Toen zei hij glimlachend
ik heb het niet gedaan.

Ach, goede moordenaar,
niet hedenavond, nee,
al gisteren ben jij
in het koninkrijk gegaan,
jij wachtende op de voorgoed
jou naderende tel.

 

Uit: Willem Jan Otten, Genadeklap. Uitgeverij Van Oorschot, Amsterdam 2018

Willem Jan Otten: https://nl.wikipedia.org/wiki/Willem_Jan_Otten



29-11-2022

De eerste bloemlezing van de Nederlandse poëzie | 101 gedichten uit het Koninkrijk van 1945 tot nu



De eerste bloemlezing van de Nederlandse poëzie, verschenen bij uitgeverij Querido, bevat gedichten uit Nederland, Indonesië, Suriname en de Antillen, maar ook werk van nieuwe Nederlanders uit het Midden-Oosten en Zuid-Amerika. Het boek wil en kan geen volledig overzicht zijn van de beste gedichten geschreven in het koninkrijk, wel een startschot voor een andere inclusievere blik op onze literatuur en wie daar wel en niet aan meedoet. 


Het gaat om gedichten geschreven in het Fries, Gronings, Drents, Twents, Achterhoeks, Brabants, Limburgs, Zeeuws, Sranan, Sarnámi, Papiament, Bahasa, Zuid-Afrikaans, Dari/Farsi en gedichten rechtstreeks in het Nederlands geschreven.

De bloemlezing is samengesteld door Tsead Bruinja, Dichter des Vaderlands (2019-2020). Van de gedichten die niet rechtstreeks in het Nederlands zijn verschenen is steeds een vertaling bijgevoegd.


Na een eerdere presentatie afgelopen maand in Perdu en in de Koninklijke Bibliotheek vindt er zaterdag 3 december in het Poëziecentrum te Nijmegen om 14:00 uur een voorleesmiddag plaats door enkele dichters die in de bundel zijn opgenomen.


Meer informatie op:

https://nl.wikipedia.org/wiki/Tsead_Bruinja


https://soundcloud.com/tsead-bruinja/popular-tracks


https://www.poeziecentrumnederland.nl/activiteiten/agenda/





26-11-2022

Maarten Inghels, 'De kunst van het verdwijnen'

 

De kunst van het verdwijnen


Op het overvolle marktplein liep iemand
door een megafoon te schreeuwen om
in vredesnaam te worden vergeten.

Ik ging een eindje met de eenmansbetoging op.
Het moment brak aan om betrapt, verboden
en bestreden te zijn. Ik wandelde verknipt

rond met een keukenschaar in mijn mond.
Kon ik maar onzichtbaar zijn,
mij als een handvol zand begraven.

Niet meer in het plaatje passen
van de voorgrond met de luidruchtige uren.
Ik bekwaamde mij in de kunst van het verdwijnen.

Stiekem ging ik het hoekje om
en hing overal posters op om de aandacht
te vestigen op mijn ingestudeerde einde.

Sommigen zijn hun leven lang zoek,
verstoppen zich in de diepte van een schelp
of liggen reeds onder een verweerde steen.

Maar nu ik eeuwig weg ben
betreur ik dat niemand zag
hoe mooi ik verdween.


Uit: Maarten Inghels, Nieuwe rituelen. Uitgeverij De Bezige Bij, Amsterdam 2015

Maarten Inghels: https://nl.wikipedia.org/wiki/Maarten_Inghels


22-11-2022

De eerste alinea

 

 

“Op een nacht werd ik wakker en wist ik zeker dat oom er door het gat van de wc vandoor was gegaan, en toen ik de wc-deur opendeed, constateerde ik dat oom inderdaad door het gat in de pot was verdwenen, en de tegelvloer lag bezaaid met snippers wc-papier en ook met witte veren, honderden, alsof iemand daar een kussengevecht had gehouden, en aan de pot en aan de muren zaten haren en allerlei soorten vogelpoep, en terwijl ik naar dat nauwe gat in het porselein keek, zei ik tegen mezelf dat het niet eenvoudig kon zijn geweest voor oom, en ik vroeg me af wat ik zou kunnen doen om hem er weer uit te krijgen, ook al omdat oom zeker wel honderd kilo weegt, en om te beginnen pakte ik de wc-borstel en stak ik die zo ver mogelijk in het gat, waar een laag bruinig water in stond, en ik ragde met de borstel, maar dat leverde niets op, misschien had oom de beerput al bereikt, en door dat raggen klotste het drabbige water over de vloer, met weerzinwekkende substanties erin, en ik gleed uit en belandde op mijn knieën in die brokkige smeerboel, en ik waande me bijna in de baai bij laagwater, wanneer alles daar glibbert en stinkt.”

Uit: Rebecca Gisler, Over oom. Vertaald uit het Frans door Maartje de Kort. Uitgeverij Vleugels, Bleiswijk
 

Rebecca Gisler: https://www.uitgeverijvleugels.nl/auteurs/rebecca-gisler

Maartje de Kort: http://www.vertaalatelier.nl/maartje.html