13-06-2021

Aldus de schrijver (110)

 


Aan Caroline Aupick

                                                           [Bordeaux,] 16 februari [1842]

"Lief mamaatje, over twee of drie dagen zal ik je in mijn armen sluiten. – Ik heb twee nare overtochten gehad – maar aangezien we nog samen zullen kunnen praten en lachen, is Onze-Lieve-Heer zo slecht nog niet.

Monsieur Zédé vertelde me dat je erg ongerust was en dat je je zo'n lange reis niet kon voorstellen  – maar ik ben pas op 4 november, de dag van ons feest, van Bourbon vertrokken. – Ik heb geen enkele brief uit Parijs gezien – niet in Port-Louis, niet in Saint-Denis – zelfs niet in Bordeaux. – 

Men vertelt me hier dat het beter met je gaat nu je je geen zorgen meer maakt. Gelukkig maar. – Op zee dacht ik aan niets anders dan aan jouw arme, dierbare gezondheid. – 

Nu kun je weer gerust zijn. – Rijtuigen verdwalen minder makkelijk dan schepen. 

C. Baudelaire
Ik omhels je van verre in afwachting van betere tijden."


Uit: Charles Baudelaire, Mijn hoofd is een zieke vulkaan. Brieven 

Gekozen, vertaald uit het Frans, ingeleid en geannoteerd door Kiki Coumans. Uitgeverij De Arbeiderspers (reeks privé-domein), Amsterdam–Antwerpen, 2021

Over Charles Baudelaire: https://nl.wikipedia.org/wiki/Charles_Baudelaire

Over Kiki Coumanshttps://www.kikicoumans.nl/


12-06-2021

Remco Ekkers: 'Dood'

 

 

Dood

Ik zal mijn dood niet zien
in de laatste seconde
als mijn lichaam neerblijft.
Ik zal niet weten hoe kracht

van het liggen naar
het dromen wegdrijft.
Ik zal niet zijn die ik was
als de dood mij leegdroomt

en tot de laatste leden stijft.
Maar dit verwart mij het meest:
het oog dat nu leest, zag
nooit de hand die nu schrijft.


Uit: Remco Ekkers, De vrouw van zwaarden. Uitgeverij Meulenhoff, Amsterdam 1989

Remco Ekkers overleed op 4 juni 2021 aan de gevolgen van een hartaanval op straat in zijn woonplaats Zuidhorn. Bovenstaand gedicht van hem werd opgenomen in het overlijdensbericht. 

Over Remco Ekkers: https://nl.wikipedia.org/wiki/Remco_Ekkers

09-06-2021

Anneke Brassinga, 'Heen'

 

Heen

In de hondsdagen versterft het wilde gezang.
Bij de kom in het gras is de merel komen drinken
vier lange teugen voor hij weer vloog –
wat leeft, leeft van schrik en beven.

Ik ken iemand; hij ligt in zijn groene graf,
het is nog vers. Hij zwijgt daar
als de schuwe vogel die hij altijd was.

Ook ik ben nog nooit zo stil geweest.
Er is beangstigend weinig te vrezen.

De zomer weelderig, de warme aarde
rustplaats waar overal
schaduwen lijken te groeien uit stralende zon.


Uit: Anneke Brassinga, IJsgang. Uitgeverij De Bezige Bij,  Amsterdam 2016

Over Anneke Brassinga: 

https://nl.wikipedia.org/wiki/Anneke_Brassinga



04-06-2021

Gedicht 'Arcangelo' bij werk van Berlinde De Bruyckere

 

 

     Arcangelo

    Dat we engelen zien, beroering voelen oog in oog
    met hun blote voeten, de toppen van hun tenen

    zich hemelwaarts verheffen of juist aan het dalen zijn.
    Daar gaan ze, nee ze komen, zijn pijnlijk zichtbaar

    aan het verdwijnen om weer terug te keren,
    zacht van huid te blijven, ons gedwee mee te voeren

    achter de tijd die nooit verstrijkt, zich aldoor herhaalt
    om waarneembaar te zijn. Niet te zeggen hoelang

    tranen gespaard achter natte doeken zich ontladen,
    schouwspel worden, gedachten in was en hars gestold.

    frb

 

Gedicht 'Arcangelo' is geschreven bij het sculptuur 'Arcangelo II' van Berlinde De Bruyckere en is er een uit een cyclus van zeven. Het kumstwerk is van was, hout, dierlijk haar, metaal en exoxy, 303 x 65,5 x 75 cm, 2020

In het Bonnefantenmuseum te Maastricht is t/m 26 september 2021 haar tentoonstelling 'Engelenkeel' te zien.

Over Berlinde De Bruyckerehttps://nl.wikipedia.org/wiki/Berlinde_De_Bruyckere

Over de tentoonstelling in het Bonnefantenhttps://www.bonnefanten.nl/nl

(foto Bonnefantenmuseum)



29-05-2021

Interview n.a.v. 'De tocht'

 

Henk Groenewegen van Boekhandel De Tribune in Maastricht gaat in gesprek met Frans Budé over diens recent verschenen dichtbundel De tocht. Corona-maatregelen hielden een publieke presentatie tegen. Stichting Pesthuys Podium bood de oplossing door het gastvrij beschikbaar stellen van een podium in het kleine, intieme theater compleet met vrijwilligers die de opname maakten.

Meer over het Pesthuys Podium: https://www.pesthuyspodium.nl

26-05-2021

Aldus de schrijver (112)

 

“Alle deuren stonden gewoon open. In de entree en eerste twee kamers was het donker, maar in het achterste vertrek, waar Kirillov woonde, brandde het licht en klonk rumoer, alsof er werd gelachen en geschreeuwd. Nikolai liep op het licht af maar ging niet naar binnen en bleef op de drempel staan. De tafel was gedekt voor de thee. Midden in de kamer stond de oude vrouw die familie was van de huisbaas en hier toezicht hield. Zij droeg het haar los en had een simpele rok aan en een vest dat met hazenbont was afgezet; haar voeten waren in pantoffels gestoken, zonder kousen. In haar armen hield ze een kindje van anderhalf met alleen een hemdje aan en met blote beentjes. Het had vuurrode wangetjes en witblonde haartjes die in de war zaten. Zo te zien was het net uit de wieg gehaald en had het liggen huilen. De traantjes waren nog niet gedroogd, maar nu strekte het de armpjes uit, klapte in de handjes en schaterlachte, hikkend, zoals kleine kinderen dat doen. Kirillov liet een grote rode gummibal op de grond stuiteren, waarbij de dreumes ‘ba, ba!’ riep. De bal kaatste tegen het plafond, Kirillov ving hem op, gaf hem aan het kind, dat hem van zich afwierp, en raapte hem weer op. Op het laatst rolde de ‘ba’ onder een kast. ‘Ba, ba!’ riep het kleintje. Kirillov ging op de grond liggen en probeerde de bal onder de kast vandaan te krijgen. Nu stapte Nicolai binnen; toen het kindje hem zag klampte het zich aan de oude vrouw vast en zette een keel op. Zij nam het mee de kamer uit.”

Uit: F.M. Dostojevski, Duivels. Vertaald uit het Russisch door Hans Bolland. Uitgeverij Athenaeum–Polak & Van Gennep, Amsterdam 2017

Over F.M. Dostojevski: https://nl.wikipedia.org/wiki/Fjodor_Dostojevski


23-05-2021

Aldus de schrijver (109)

 

“De ervaring dat Mondriaan een man van zelfverkozen afzondering was met een geringe aaibaarheidsfactor is geen biografische uitvinding van na zijn dood, laat staan een ‘mythe’, maar was reeds gemeengoed tijdens zijn leven. Uit de brieven van de kunstenaar zelf zijn legio uitspraken te selecteren die deze visie ondersteunen. Ook de mensen die hem van nabij hebben meegemaakt bevestigen dit beeld. Mondriaan had een sterke drang naar kluizenaarschap, maar compenseerde dit door een stelling ‘in het leven’ in te nemen van waaruit hij de strijd kon voeren die hem als kunstenaar verder bracht. Dit was omwille van de optimalisering en het kunstenaarschap, niet omwille van het leven zelf. Toen hij in juni 1919 na een afwezigheid van vijf jaar uit Nederland naar Parijs terugkeerde, probeerde hij zich daar zonder het minste succes een plaats te veroveren in wat wij vandaag de dag de scene zouden noemen. Aan Willy Wentholt, met wie hij een halfslachtige en nimmer geconsumeerde affaire (typisch voor zijn relatie tot vrouwen die mogelijke liefdespartner waren) achter de rug had, moest hij bekennen:

   ‘Ik heb een beetje moeilijke tijd gehad, nu gaat ’t al beter. Je begrijpt eer ik ’t zover had dat ik met berusting – voorlopig althans – mijn kluizenaar leven hier voortzet, alsof ik nog te  Laren was. Misschien kan je je indenken dat ik in ’t eerst vooral zoo graag wat meegedaan zou hebben, op allerlei gebied. Maar dat schijnt niet erg op mijn weg te liggen. Ook in Holland: als ik ergens aan meedeed, was er toch iets wat ’t weer bedierf.’”

Léon Hanssen, Alleen een wonder kan je dragen. Over het sublieme bij Mondriaan. Uitgeverij Huis Clos, Rimburg / Amsterdam 2017
Afbeelding: Piet Mondriaan, ’Victory Boogie Boogi’, 1942-1944 (onvoltooid). Olieverf, tape, papier, houtskool en potlood op doek, 127,5 x 127,5 cm, Kunstmuseum Den Haag

Over Piet Mondriaan: https://nl.wikipedia.org/wiki/Piet_Mondriaan

Over Léon Hanssenhttps://nl.wikipedia.org/wiki/Léon_Hanssen

 

19-05-2021

Gedicht bij schilderij van Aristarch Lentoelov, 1917

 

Anapa. Vrouwen met vruchten

De zondag heeft hen bijeen gebracht, de bomen
hebben hun best gedaan, geur van fruit kleurt
de gaarden. Waarom die ingetogenheid, waarom
zo rustig afgewacht? Tast toe, prijs de dag

voordat er vliegjes komen, verwarring jullie
overvalt. Haal uit naar de mannen die dadelijk

gnuivend binnenvallen, hun lied een wirwar
van woorden met wodka doordrenkt.
Scherp alvast jullie tong, droom je een toekomst

voordat de huid van appels en peren zijn glans
verliest, die ene opwellende bloem op jullie
zomerjurk verbleekt in aanstormend herfstlicht.

 frb
 

Uit: Achter het verdwijnpunt. Uitgeverij Meulenhoff, Amsterdam 2015. Eerder verschenen in Reis door Rusland naar aanleiding van de tentoonstelling ‘De grote verandering. Revoluties in de Russische schilderkunst 1895-1917 in het Bonnefantenmuseum 2013.

Afbeelding: Aristarch Lentoelov, 'Vrouwen met vruchten', 1917. Olieverf op doek, 141,7 x 160,5 cm


Over
Lentoelov: https://nl.wikipedia.org/wiki/Aristarch_Lentoelov



16-05-2021

RaamOver (slot), 'Nacht'

 


                                    https://youtu.be/9YERF2ciQVA

In het Raam aan de overkant van een straat blijken zich taferelen af te spelen die de fotograaf inspireerden en die, naar blijkt, zich ook in poëtische verbeelding kunnen voltrekken. De afgelopen weken werd op dit weblog steeds op zondag een reflectie van het RaamOver geplaatst. De trouwe kijkers bedanken wij voor hun bezoek.

Idee, foto’s en bewerking: Roel Idema. Poëzie: frb

Alle afleveringen van RaamOver zijn hier te bekijken en te lezen: https://fransbude.blogspot.com/search/label/beeldgedichten


11-05-2021

Aldus de schrijver (108)

 

“De vriendelijk ogende dame wordt omstuwd door lachende, grijns- en glimlachende maskers. Biografen wijzen erop dat Ensor opgroeide in de curiositeitenwinkel van zijn moeder, waar behalve schelpen, souvenirs en prullaria, ook maskers werden verkocht, en dat het Oostendse carnaval legendarisch was. Het Oostendse Ensorhuis, gevestigd in de woning waarin hij vanaf 1917 leefde, laat maskers zien die hij indertijd heeft gebruikt en die steeds weer terugkomen in zijn maskerwerken. (…) De vele clowneske of zelfs sinistere maskers zijn bij Ensor op de eerste plaats symbolen voor mensen die zich anders voordoen dan ze zijn. De mombakkesen vermommen en verhullen niet, zoals carnavalsmaskers doen. Integendeel, de maskers onthullen ’s mensen schijnheiligheid en boosaardigheid. Zij laten zien wie wij mensen werkelijk zijn, een gedachte die Francesco Goya al aanwendt in zijn werk. ‘Maskerade en demasqué’ is de treffende titel die die Ensorspecialist Herwig Todts gaf aan een tekst over Ensors maskerschilderijen. Behalve de vrouw zelf kijkt het masker links onderaan ons indringend aan. Ensor versterkte het maskereffect door zijn agressieve kleurgebruik, met fel rood en groen.”
 

Afbeelding: James Ensor, 'Oude dame met maskers, 1889'

Uit: Patrick De Rynck, Dit is België. In tachtig meesterwerken. Athenaeum–Polak & Van Gennep, Amsterdam 2010
 

Over James Ensor: https://nl.wikipedia.org/wiki/James_Ensor

 

09-05-2021

RaamOver (11), 'Zeezicht'

 

                   https://www.youtube.com/watch?v=E-7jObKY5kI

In het Raam aan de overkant van een straat blijken zich taferelen af te spelen die de fotograaf inspireerden en die, naar blijkt, zich ook in poëtische verbeelding kunnen voltrekken. 

De komende weken zal op dit weblog steeds op zondag een reflectie van het RaamOver worden geplaatst.

Idee, foto’s en bewerking: Roel Idema. Poëzie: frb

 

04-05-2021

Aldus de schrijver (107)

 

 

“…En voor het eerst sinds ik in het kamp ben wekt de ochtendbel me uit een diepe slaap en is mijn wakker-worden een terugkeer uit het niets. Terwijl het brood wordt uitgedeeld hoor ik in de verte, buiten de ramen, de fanfare die begint te spelen: dat zijn onze gezonde kameraden die in geluid uitrukken om naar het werk te gaan.
Uit de KB kun je de muziek niet goed horen: wat er doordringt, stampend en monotoon, zijn de slagen op de grote trom en de bekkens, maar de melodieën die zich op die ondergrond aftekenen komen alleen in verwaaide flarden over. Wij kijken elkaar aan uit onze bedden, omdat we allemaal voelen dat dit hellemuziek is.
Er zijn maar weinig wijsjes, een stuk of twaalf, alle dagen dezelfde, ochtend en avond: marsen en volksliedjes die elke Duitser dierbaar zijn. Ze zijn in onze hersens gegrift, ze zijn het laatste dat we van het Lager zullen vergeten: ze zijn de stem van het Lager, de zintuiglijke uitdrukking van zijn geometrische waanzin, van de vaste wil van anderen om ons eerst als mensen te vernietigen en ons dan langzaam dood te maken.”

Uit: Primo Levi, Is dit een mens.Vertaald uit het Italiaans door Frida De Matteis-Vogels. Uitgeverij Meulenhoff, Amsterdam 1987

Over Primo Levi: https://en.wikipedia.org/wiki/Primo_Levi

 

 

02-05-2021

RaamOver (10), 'Amazone'

 

                                           
In het Raam aan de overkant van een straat blijken zich taferelen af te spelen die de fotograaf inspireerden en die, naar blijkt, zich ook in poëtische verbeelding kunnen voltrekken. 

De komende weken zal op dit weblog steeds op zondag een reflectie van het RaamOver worden geplaatst.

Idee, foto’s en bewerking: Roel Idema. Poëzie: frb


28-04-2021

Aldus de schrijver (106)

 

(Safed, Palestina, augustus 1850)

“Ik maak een afschuwelijke nacht door, geteisterd door vlooien, luizen, allerhande jeuk. Wanneer ik het niet langer uithoud, neem ik de bontjas van Max en waag het het slaapvertrek door te steken en in de open lucht te gaan slapen. De hele familie, allemaal door elkaar op matrassen, wentelt zich over de grond; de vader snorkt, de moeder piest, het kind jankt, het stinkt er naar slaap in de ogen en nachtelijk gevees. Ik onderneem een poging om op het terras te slapen, naast Joseph en Sassetti, die op een mat liggen, Sassetti in zijn jas gerold en Joseph in zijn vilten deken. Het is zo koud en mijn huid brandt zo erg dat ik er niet in slaag mij te ontspannen; ’s morgens pas, tegen negen uur, ben ik op mijn insectendivan even ingedut. Om elf uur maken we ons gereed om te vertrekken. Onze gastheer heeft het over de gevaren tijdens onze tocht: deze werd daar vermoord, gene elders beroofd; voor een paar dagen nog werd een Turk vermoord, zijn hoofd en zijn handen werden afgehakt, enzovoort. Onze geleide bevindt zich in de moskee: die jongens leggen onderweg allemaal een grote vroomheid aan den dag en voor ze vertrekken brengen ze hun geweten in het reine: misschien zal een van ons niet meer aankomen, bedenkt ieder voor zich, zonder het hardop te zeggen. Kortom, nadat onze ezeldrijvers alle mogelijke raadgevingen aangehoord hebben, gaan we op weg.”

Uit: Gustave Flaubert, Reis door de Oriënt. Vertaald uit het Frans door Chris van de Poel. Uitgeverij Atlas, Amsterdam 2004

Over Flaubert: https://nl.wikipedia.org/wiki/Gustave_Flaubert

 

 

25-04-2021

RaamOver (9), 'Einder'

 

https://www.youtube.com/watch?v=9J14x99ZCCc&t=24s

In het Raam aan de overkant van een straat blijken zich taferelen af te spelen die de fotograaf inspireerden en die, naar blijkt, zich ook in poëtische verbeelding kunnen voltrekken. 

De komende weken zal op dit weblog steeds op zondag een reflectie van het RaamOver worden geplaatst.

Idee, foto’s en bewerking: Roel Idema. Poëzie: frb

 

 

21-04-2021

Aldus de schrijver (105)

 

“De beelden van Cor van Noorden (1927-2014) hebben alles met hem zelf te maken, ze spreken van kracht en groei, zwelling en energie. Alles wijst naar hem, naar iedere emotie. Ze ondersteunen en ademen, zijn op elkaar gericht en op de maker, spreken in gelijkmatige herhaling van de tijdstroom die alle dingen voortdurend doet veranderen. Ze zijn van een sterk emotionele geladenheid – hun materiaal is ruw en weerbarstig, hun expressie lyrisch-verfijnd. Ze reageren op elkaar, stevig en vast, in aardse oerkracht en mystieke bezieling.
Zo breken zijn beelden de stilte open, nacht en licht, spreken zij van een onstilbaar verlangen, ‘ontledigen’ de duisternis. Het is de sfeer die Roland Holst oproept in het gedicht ‘Ballingschap’: “Wind en water wijd en zijd/ houden dit eiland van verlangen  / vreemd en glinsterend gevangen / binnen den tijd// (...). En de beken zingen het mee, / En alle wateren lachen en klagen / of zij van eeuwigheid gewagen, tot aan de zee.”
In het halfduister van zijn woning-atelier, in de diepe tuin met verschillende lichtzijdes, in de nabijheid van de Maas, legt Cor van Noorden zijn ziel in elke hamerslag, wordt in het ritme van zijn ademtocht een kosmisch trillen zichtbaar in de grijze petit granit de l’Ourthe. Het is in deze beelden dat het raadsel van binnen/buiten – Henry Moore sprak ooit over ‘The mystery of the hole; the mysterious fascination of caves in hillsides and cliffs’ – samenvalt met het omringende landschap: de uitgestrekte grotten boven de langstrekkende rivier met zijn ronde inhammen, de oprijzende fruitbomen in de glooiende weilanden, het uitspansel dat heel het grensland omvat. Hier is het dat de beelden van Cor van Noorden hun ontstaan vinden.”

Uit: Frans Budé, Het perfecte licht. Uitgeverij Scorpio, Eckelrade 1999
Afbeelding: 'Collision', petit granit de l'Ourthe, 1982

Over Cor van Noorden: https://nl.wikipedia.org/wiki/Cor_van_Noorden



18-04-2021

RaamOver (8), 'Voortgang'

  

https://www.youtube.com/watch?v=NqZXkaAYosI&t=8s

In het Raam aan de overkant van een straat blijken zich taferelen af te spelen die de fotograaf inspireerden en die, naar blijkt, zich ook in poëtische verbeelding kunnen voltrekken. 

De komende weken zal op dit weblog steeds op zondag een reflectie van het RaamOver worden geplaatst.

Idee, foto’s en bewerking: Roel Idema. Poëzie: frb

 

 

15-04-2021

Nieuwe dichtbundel bij Meulenhoff: 'De tocht'

 

Onder de indruk van de sculptuur ‘L’Homme qui marche’ van Auguste Rodin (1840-1917) is het Frans Budé gelukt om in zijn poëzie dit beeldhouwwerk in beweging te brengen. Met zijn sterke verbeeldingskracht geeft hij het menselijke trekken mee – dromen, verwachtingen, emoties, herinneringen – en laat hij het voor een voetreis, waarbij zowel lands- als tijdgrenzen worden gepasseerd, vertrekken vanuit het Parijse atelier. Het einde van de tocht blijft lange tijd een raadsel. Uiteindelijk blijkt de bestemming in Nederland te liggen.

128 pag., € 20,00,-  E-book: € 11,99

De pers over eerder werk van Frans Budé:
 
Een scherp en eigenzinnig oeuvre dat bij herlezing recht overeind blijft.’ NRC Handelsblad
 
Een tijdloos en nauwgezet onderzoek naar de grenzen van leven en dood, herinneringen en vergetelheid, taal en stilte.’ de Volkskrant
 
Frans Budé laat zien dat mensenlevens wel uiteenlopende halteplaatsen aandoen, maar uiteindelijk dezelfde eindbestemming hebben.’ Trouw
• ‘Rijke bundel over reizen en reizigers. Nabij zijn ze. Allemaal.’ De Limburger
 
Frans Budé, de kleur- en vormgevoelige dichter, is een begenadigd waarnemer, ook en vooral van het onaanzienlijke leven.’ Ons Erfdeel

 

 

13-04-2021

Aldus de schrijver (104)

 

“Bij het geluid van een auto die plotseling buiten door de straat scheurt, doe ik mijn ogen open. Uitgestrekt op mijn rug op een vreemd bed staar ik omhoog naar scheuren in een vreemd plafond: een gipsen rozet, vochtplekken als een iets donkerder schaduw in het wit. Ik heb de deur open laten staan en voel dat de stoffige, droge lucht in beweging is. Ik ga rechtop zitten en dein een beetje op en neer op de ongekend zachte matras. Een spinnenweb in de hoek van het plafond beeft even in de tocht, nauwelijks zichtbaar in het zwakke schijnsel van de bureaulamp. Hier zijn zelfs de spinnenwebben oud en dood. Maar voor die prijs kun je ook niet anders verwachten. En zó erg is het toch niet? Een vlekkerige vloerbedekking, een vuil raam met aan de buitenkant een laag uitlaatgassen en stof van het asfalt van jaren, vet van honderden handen zichtbaar als verkleuring rond de deurklink. Maar het bevalt me, en op een of andere manier vind ik het passen.”

Uit: Karl Ove Knausgård, Buiten de wereld. Vertaald uit het Noors door Marianne Molenaar. Uitgeverij De Geus, Amsterdam 2020

Over Knausgård: https://nl.wikipedia.org/wiki/Karl_Ove_Knausgård

11-04-2021

RaamOver (7), 'Uitgelaten'

 

https://youtu.be/D5ruF7eAExo

In het Raam aan de overkant van een straat blijken zich taferelen af te spelen die de fotograaf inspireerden en die, naar blijkt, zich ook in poëtische verbeelding kunnen voltrekken. 

De komende weken zal op dit weblog steeds op zondag een reflectie van het RaamOver worden geplaatst.

Idee, foto’s en bewerking: Roel Idema. Poëzie: frb