“Voor haar deur: ‘Welterusten, moeder.’
‘Welterusten, Marie.’
De anderen lagen al te slapen. Ze had een brandende kaars in de hand. Ze draaide de sleutel om en was alleen. Het was een zolderkamer, vrij dicht bij de straat, want er was maar één verdieping, en ook vrij smal, want er moest nog ruimte voor de hooizolder overblijven. Het raam klapte open als het deksel van een doos. Er stond een bed; er stond een koffer waar kleren in gepropt worden en niet opgehangen zoals in een kast; er stond een kaars, een kort stompje maar, want meisjes die gaan slapen hoeven niet lang licht.
Op de zolderkamer hing een kleine spiegel aan de muur. Hoe klein spiegels ook zijn, meisjes gebruiken ze om zich erin te spiegelen. Marie ging ervoor staan, trok haar bloes uit, liet haar rok op de grond glijden. Omdat ze niet groot genoeg was voor wat ze wilde zien, klom ze op een stoel en schoof haar hemd tot boven haar borsten.”
Uit: André Baillon, Het verhaal van ene Marie. Uit het Frans vertaald door Frans Denissen en Gisèle van Dongen. Uitgeverij Vleugels, Bleiswijk 2024
André Baillon: https://nl.wikipedia.org/wiki/André_Baillon
Frans Denissen en Gisèle van Dongen: https://schrijversgewijs.be/schrijvers/denissen-frans/


















