09-04-2024

Czesław Miłosz, 'Een jongen'

 

Een jongen

Staand op een grote steen werp je je hengel uit.
Om je blote voeten spoelt het flikkerende water
van je geboorterivier, vol waterlelies.
Maar wie ben je, starend naar de dobber, luisterend
naar de echo’s, naar het tikken van de wasplankjes?
Wat is dat voor stigma op je voorhoofd, jongeheer,
jij die nu al lijdt aan je afzondering,
verlangend naar één ding: te zijn als anderen?
Ik ken je geschiedenis en weet wat je wordt.
Als zigeunerin zou ik naar de rivier kunnen gaan
en je de toekomst voorspellen: rijkdom en roem.
Maar zonder een woord over de prijs die wordt betaald
en die je aan hen die ons benijden nooit kunt bekennen.
Een ding is zeker: je twee naturen,
de een gierig, voorzichtig, de ander vrijgevig.
Lang zul je zoeken naar hun verzoening
tot je arbeid verspilde moeite zal blijken
en mooi alleen wat onbezonnen wordt geschonken,
grootmoedigheid en zorgeloze overgave
zonder boeken, monumenten, mensenheugenis.

Uit: Czesław Miłosz, Gedichten. Gekozen, vertaald uit het Pools en van een nawoord voorzien door Gerard Rasch. Uitgeverij Atlas – Amsterdam/Antwerpen 2003.

Czesław Miłosz: https://nl.wikipedia.org/wiki/Czesław_Miłosz

Gerard Rasch: https://nl.wikipedia.org/wiki/Gerard_Rasch

 

07-04-2024

Mustafa Stitou, 'Wie doofde'

 


Wie doofde
mijn liefdeslied


smoorde 
mijn krijgszang


stilde
mijn hongerkreet


ikzelf, oude angst pompend
door mijn aderen


oude schaamte stolpend
over mijn autonomie


oude walging koesterend
in mijn keel


wie bespuwde
mijn loflied


verstrooide 
mijn woede


bespotte mijn klaagzang
mijn biecht


ikzelf, oude schuld 
klemmend 
om mijn enkels.



Uit: Mustafa Stitou, Waar is het lam? De Bezige Bij, Amsterdam 2022

Mustafa Stitouhttps://nl.wikipedia.org/wiki/Mustafa_Stitou



02-04-2024

Ewa Lipska, 'En wij maar rennen'

 

En wij maar rennen

En wij maar rennen over het gras
terwijl werd beschikt over het lot van de geschiedenis.

Wij hoorden geen schoten.
In plaats van geschiedenis hadden we gym.

En wij maar rennen over het gras
terwijl schoenen voor ons werden genaaid.

Korte gewatteerde jasjes
waren ons een steun in de rug.


Ewa Lipska

 

Uit: Heb medelijden, tijd. Poolse poëzie van de twintigste eeuw. Samengesteld en vertaald door Karol Lesman

Uitgeverij Plantage, Leiden 2003

Over Ewa Lipska: https://en.wikipedia.org/wiki/Ewa_Lipska

Karol Lesmanhttps://www.pegasusboek.nl/nieuws/post/karol-lesman

 

30-03-2024

Aldus de schrijver

 

 

“Wat we zien is de gedaante van een grote stad.
 Door de ogen van een hoog door de lucht vliegende nachtvogel kijken we op dit panorama neer. Ons gezichtsveld is wijd, en de stad ziet eruit als één enorm organisme – of als één lichaam samengesteld uit verscheidene in elkaar vergroeide organismen. Ontelbare aderen strekken zich uit tot in de verste uithoeken van dit ondefinieerbaar gevormde lijf, pompen bloed, vervangen onvermoeibaar cellen. Zenden nieuwe informatie uit, trekken oude informatie in. Zenden nieuwe consumptieartikelen uit, trekken oude consumptieartikelen in. Zenden nieuwe tegenstrijdigheden uit, trekken oude tegenstrijdigheden in. Overal flikkert het lichaam aan en uit, wordt heet of koud, krimpt en kronkelt, op het ritme van die hartslag. Nu, kort voor middernacht, is de activiteit over zijn hoogste piek heen, maar het basaal metabolisme dat de levenskracht in stand moet houden, werkt onverminderd door. Het gonzen van de stad rijst als een constant aangehouden basnoot naar ons op – vlak, monotoon, maar zwanger van dingen die nog te gebeuren staan.”

Uit: Haruki Murakami, After dark. Vertaald uit het Japans door Jacques N. Westerhoven. Uitgeverij Atlas Contact, Amsterdam 2022
 

Over Haruki Murakami: https://nl.wikipedia.org/wiki/Haruki_Murakami

 

26-03-2024

De eerste alinea

 

“Ik ben geboren om te zwerven. Ik ben gevormd naar de aarde zoals een zeevogel naar een golf. Er zijn vogels die vliegen totdat ze sterven. Ik heb mezelf een belofte gedaan: mijn laatste afdaling zal geen machteloze tuimelpartij zijn, maar een stootduik als van een jan-van-gent, een doelbewuste duik recht op iets diep in zee af.”

Uit: Maggie Shipstead, De grote cirkel. Uit het Engels vertaald door Marion Drolsbach en Lucie Schaap. Uitgeverij Meulenhoff, Amsterdam 2022

Over Maggie Shipstead:

https://en.wikipedia.org/wiki/Maggie_Shipstead

23-03-2024

Aldus de schrijver

 

 

“Ja, ik hoor de echo van mijn vaders herinneringen als ik deze passage van Albert Camus lees: ‘Je zult op lokale bouwplaatsen arbeiders aantreffen die wankel op hun benen staan en geen houweel kunnen optillen. Maar dat komt doordat ze niet hebben gegeten. En het is een nogal stuitende logica dat iemand die niet sterk is omdat hij niet te eten krijgt minder betaald krijgt omdat hij niet sterk is.’”

Uit: Xavier Leclerc, Een man zonder titel. Vertaald uit het Frans door Eva Wissenburg. Uitgeverij Vleugels, Bleiswijk 2023

Over Xavier Leclerc: https://www.babelio.com/auteur/Xavier-Le-Clerc/561835

Eva Wissenburg: https://literairvertalen.org/vertalersbestand/eva-wissenburg

 

19-03-2024

Bei Dao, 'Zicht op de avond'

 

Zicht op de avond

een elektrisch geladen zee
en de vloot, vol toortsdragende boodschappers
rukt op naar alle hoeken van het duister

het lemmet van een oogwenk
pelt de vlammen van cipres na cipres
de takken krommen naar het donker

veranderen de richting van de nacht
in de stenen kamer op de klip
staan deur en ramen allerwegen open

de zielen, gekomen van ver
stromen samen op het glanzend porselein
een langpootmug staat tussen hen in.

Uit: Bei Dao, Bewaarde geheimen. Vertaald uit het Chinees door Maghiel van Crevel. Uitgeverij Meulenhoff, Amsterdam 1992

Over Bei Dao: https://nl.wikipedia.org/wiki/Bei_Dao

Maghiel van Crevelhttps://www.universiteitleiden.nl/medewerkers/maghiel-van-crevel#tab-1

16-03-2024

Ester Naomi Perquin, 'Weet nog wel'


Weet nog wel

Kwam met de boodschappen thuis, stond aan de overzijde
van mijn eigen huis, zag de ambulance voor de deur,
dacht: dit is hoe zoiets gaat, zo vaak gehoord,
nooit kunnen geloven dat nu 

de tas valt, de wijnfles in scherven, cherrytomaten rollend
door de gang, de eieren stuk, hollend naar boven, nu 

ligt de liefste in de keuken, het kind in de wieg, de zoon
in de tuin, heggenschaar, koolmonoxide, uitgegleden,
onverklaarbaar, stukje brood, open raam,
stopcontact, hartaanval, wiegendood – 

Zag toen de vreemde op de stoep. Een man, daar in elkaar gezakt.
Dacht: dat scheelde weinig, dat scheelde verdomd weinig,
dat had best een mens van mij kunnen zijn,
maar het is geen mens van mij. 

Weet nog de willekeurige passant waar niets over te zeggen valt,
wil niets over hem zeggen, wil niet dat iemand pas bestaat
terwijl hij in elkaar zakt voor mijn deur, 

wil niet dat iemand dan ineens iemand is, zo op de valreep,
veel te laat, wil part noch deel, hou mijn adem in,
mijn hart, mijn tas vast, mijn eieren heel.


Uit: Ester Naomi Perquin, Ongevraagd advies. Uitgeverij Van Oorschot, Amsterdam 2022


Over Ester Naomi Perquinhttps://nl.wikipedia.org/wiki/Ester_Naomi_Perquin


12-03-2024

J.H. Leopold, 'Staren door het raam'. Voorgelezen door Julien Schoenaerts

Staren door het raam
 

Er is een leven in wat bewegen,
de takken beven een beetje tegen
elkaar. Een even beginnen schudt
elke boom: een bezinnen dit,

een schemeren gevend van eerste denken,
met loome vingers gaan zij wenken
wenken, wenken, brengen uit
een vreezend meenen nauw geuit.

En lichte dingen, herinneringen
lispelen zij, vertrouwelingen,
zouden wel willen, willen ­dan dood
staan zij in de lucht, de boomen bloot.

De lucht, die leeg is en zonder ziel,
waar uitgetuimeld de wind uitviel.

J.H. Leopold, 'Staren door het raam'. 

Uit: Verzen. W.L. & J. Brusse's Uitgeversmaatschappij, Rotterdam 1913

Over J.H. Leopold: https://nl.wikipedia.org/wiki/J.H._Leopold

Over Julien Schoenaerts: https://nl.wikipedia.org/wiki/Julien_Schoenaerts

 

09-03-2024

Roberto Juarroz, 'Een vallend blaadje'

 

Een vallend blaadje
blijft hangen aan een tussentak
en krijgt daar de vorm
van een klein nest.

Alleen een onderbroken val
kan zich krommen tot verblijf of schuilplaats
om een andere val uit te stellen.

Als de goden zouden bestaan
zou alleen een god die was gevallen
de mens kunnen steunen.

Zoals alleen een mens die valt
een god zou kunnen steunen.


Uit: Roberto Juarroz, Verticale poëzie. Vertaald uit het Spaans door Mariolein Sabarte Belacortu. Uitgeverij Wagner & Van Santen, Sliedrecht 2002

Over Roberto Juarroz: https://nl.wikipedia.org/wiki/Roberto_Juarroz

Mariolein Sabarte Belacortu: https://nl.wikipedia.org/wiki/Mariolein_Sabarte_Belacortu

05-03-2024

Aldus de schrijver

 

 

“Wat is Fortunato daar toch aan het doen?
 Maria keek door het raam nieuwsgierig naar Fortunato, die op zijn hurken in het gras van de tuin zat. Het gras groeide weelderig, onverschillig voor het ruisen van de zee en de kleuren van de glinsterende scherpe randen daarvan – de golfjes net messen; het was groen, een stille, roerloze groene deken. Fortunato, die Vrouwe Fortuna niet lang laat duren. Grappig, om te denken aan dichters, gras, de zee vol zwaarden. Of schepjes. Schoppenvrouw brengt ongeluk. De dichter en de koningin, de macht en de roem. Ze lachte. Opnieuw Fortunato. Fortunato op zijn hurken in het gras, gekeerd naar het fortuin. Hij zat daar al een hele poos geabsorbeerd naar iets te kijken. Zal wel een beestje zijn, besloot ze.”


Uit: Autran Dourado, Het mensenschip. Vertaald uit het Portugees door Harrie Lemmens. Uitgeverij Koppernik, Amsterdam 2024

Over Autran Dourado: https://en.wikipedia.org/wiki/Autran_Dourado

Harrie Lemmens: https://nl.wikipedia.org/wiki/Harrie_Lemmens

02-03-2024

Eva Gerlach, 'Virus 1'

 


Virus (1)

Dat je zo, op je rug je mond open, ik schoof je naam in je,
lag languit tegen je aan, praatte je bij,
zong, las je voor, veegde slaap snot kwijl uit je hoeken,
zag het zwart zich terugtrekken, sluiten, zag je verstaan
wat ik niet vroeg, dat je dicht

Laat het niet komen laat het
niet nu laat hem onopgemerkt laat hem
niet opengaan hou hem
dicht met mij binnenin, een tent voor de zon

Deed je je ogen het blauw zonder eind je gloed
over open mijn bruidegom mijn
baldakijn en het kwam, ik kon erop wachten,

het schrappen, het raspen, stoten,
scheuren, breken begon


Uit: Eva Gerlach, Hier. Uitgeverij de Arbeiderspers, Amsterdam 2022

Over Eva Gerlach: https://nl.wikipedia.org/wiki/Eva_Gerlach


27-02-2024

De eerste alinea

 

“Ik ben geboren om te zwerven. Ik ben gevormd naar de aarde zoals een zeevogel naar een golf. Er zijn vogels die vliegen totdat ze sterven. Ik heb mezelf een belofte gedaan: mijn laatste afdaling zal geen machteloze tuimelpartij zijn, maar een stootduik als een jan-van-gent, een doelbewuste duik recht op iets diep in zee af.”

Uit Maggie Shipstead, De grote cirkel. Vertaald uit het Engels door Marion Drolsbach en  Lucie Schaap. Uitgeverij Meulenhoff, Amsterdam 2022

Over Maggie Shipstead: https://en.wikipedia.org/wiki/Maggie_Shipstead

24-02-2024

Fernando Pessoa, Gedicht

 

 

De dood is de hoek van een straat,
je onttrekt je alleen aan mijn blik.
Ik hoor je tred als je hem omslaat
nog net zo voortbestaat als ik.

De aarde is van hemel gemaakt.
De leugen heeft heg noch steg.
Niemand is ooit verloren geraakt,
alles is waarheid en weg.

   (23 mei 1932)

 

Uit: Fernando Pessoa, Een spoor van mezelf. Een keuze uit de orthonieme gedichten. Vertaald uit het Portugees door Harrie Lemmens. De Arbeiderspers, Amsterdam 2019

Over Pessoa: https://nl.wikipedia.org/wiki/Fernando_Pessoa

Over Harrie Lemmens: https://nl.wikipedia.org/wiki/Harrie_Lemmens

20-02-2024

De eerste alinea

 

 

“Het begon allemaal met een foto. Ik wist niet dat dit portret bestond en dat ik het in mijn bezit had – van wie heb ik het gekregen en wanneer?”

Uit: Édouard Louis, Strijd en metamorfose van een vrouw. Vertaald uit het Frans door Reintje Ghoos en Jan Pieter van der Sterre. Uitgeverij De Bezige Bij, Amsterdam 2021

Over Édouard Louis: https://nl.wikipedia.org/wiki/%C3%89douard_Louis

17-02-2024

Aldus de schrijver

 

 

“Ik bekijk mezelf dikwijls in de spiegel. Van oudsher is het mijn liefste wens iets pathetisch in mijn blik te ontwaren. Boven de vrouwen die hetzij uit blinde verliefdheid hetzij om me aan zich te binden verzinnen dat ik echt een knappe man ben of dat ik energieke gelaatstrekken bezit, heb ik geloof ik altijd diegenen verkozen die me bijna fluisterend, met een soort vreesachtige terughoudendheid zeiden dat ik niet helemaal was zoals de anderen. Inderdaad, lang heb ik mezelf wijsgemaakt dat mijn aantrekkelijkste eigenschap wellicht mijn buitenissigheid is. Uit dat gevoel verschillend te zijn putte ik mijn belangrijkste redenen tot geestdrift. Maar hoe kan ik, nu ik wat minder zelfingenomen ben, voor mezelf blijven verdoezelen dat ik me nergens door onderscheid? Ik maak een grimas terwijl ik dit opschrijf. Dat ikzelf eindelijk een zo ondraaglijke waarheid ken, daar kan ik nog mee leven, maar u! Eerlijk gezegd is er in mijn gêne iets binnengeglipt van de wat zure vreugde die je voelt wanneer je een van je gebreken wereldkundig maakt, ook al bestaat er geen enkele kans dat het publiek zich ervoor interesseert.”

Uit: Louis-René des Forêts, De kletskous.Vertaald uit het Frans door Katelijne De Vuyst. Uitgeverij Vleugels, Bleiswijk 2022

Over des Forêts: https://www.uitgeverijvleugels.nl/auteurs/louis-rene-des-forets

Over De Vuyst: https://nl.wikipedia.org/wiki/Katelijne_De_Vuyst

13-02-2024

Quote van een schrijver

 

 

“De spanning tussen het alleen staan en volledig betrokken zijn; dat is wat een schrijver maakt.”

Nadine Gordimer


Over Gordimer: https://nl.wikipedia.org/wiki/Nadine_Gordimer

10-02-2024

De eerste alinea

 

 

“Het was de eerste keer dat er een olievat was aangespoeld op de kiezels die verspreid over de kust van het eiland lagen. Er waren in de loop der jaren andere dingen aanbeland, gerafelde hemden, stukjes touw, gebarsten deksels van plastic broodtrommeltjes, strengen synthetisch materiaal dat op haar moest lijken. Ook wel eens een lichaam, zoals vandaag. Het strekte zich in zijn volle lengte uit langs het vat, met één hand naar voren, als om erop te wijzen dat ze de reis samen hadden gemaakt en niet gescheiden wilden worden.”

Uit: Karen Jennings, Het eiland. Vertaald uit het Engels door Peter Bergsma. Uitgeverij Cossee, Amsterdam 2023

Over Karen Jennings: https://en.wikipedia.org/wiki/Karen_Jennings_(author)

 

06-02-2024

Ken Babstock, uit de dichtbundel 'Sigint'

 

 

Hebben lichtgewicht mensen een hoofd?
Geef de nek ogen
en deze vragen schellen

langs een tuin van haren. Jij, ochtend,
houdt van een vreemde. Niet iedereen is
hetzelfde, maar jij houdt van een vreemde

en opende je mond voor hem
onder de beuk, de olm, onder de eik
in een uitwisseling van mens- en boom-

schimmels. Het overtollig ruimteafval maakt
bidkralen van het ochtendlijk krijspartijtje.
Fietsbanden verspreid langs de boomgrens.

 

09.25u (lokale tijd), 18 juni 1986, op 3800m, Rostov aan de Don
 

Uit: Ken Babstock, Sigint. Uit het Engels vertaald door Jeske van der Velden. Een uitgave van Perdu, Poëziecentrum (B) en Terras, 2017

Ken Babstock: https://en.wikipedia.org/wiki/Ken_Babstock

Jeske van der Velden: https://www.tijdschrift-filter.nl/webfilter/vrijdag-vertaaldag/2017/week-23-jeske-van-der-velden/

 

 

03-02-2024

Max Temmerman, 'Aanraking'

 


Aanraking


Iedereen begint in het klein.

Hoe ik ontstond, met het blote oog

kon je me niet zien, zo miniem


was ik. Al snel veranderde mijn moeder,

wat later de mensen rondom haar.

Straat na straat volgde de eerste stad.


Het land was een kleine sprong

en op een dag daverde de aarde zelf

heel even. Het lijkt niet te geloven


maar het is waar. Binnenkort

raak ik ook u zacht

maar vastberaden aan.



Max Temmerman


Gedicht uit Iedereen begint in het klein. Geboortegedichten (bloemlezing van 25 dichters). Borgerhoff & Lamberigts, Gent 2022


Max Temmermanhttps://nl.wikipedia.org/wiki/Max_Temmerman_(dichter)