Posts tonen met het label Fragment dagboek van een schrijver / autobiografie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Fragment dagboek van een schrijver / autobiografie. Alle posts tonen

13-11-2017

Fragment dagboek van een schrijver (5)



"De maan – Zoals ze opkomt boven de rosse bergen, niet als schijf maar als bol, als bal van bleek ivoor; het paars eromheen, het andere dat buiten haar is, het niets tussen haar en ons, het heelal, de nacht, de dood. En de dag en het licht dat voor deze ruime hangt, wat is het toch weer dun, een sluier van zijde die ieder moment kan scheuren. Je moet niet in de zon gaan liggen slapen. Je wordt wakker met pijn in je aderen, althans met een lijflijk gevoel dat je bloed en aderen hebt, met een plotseling besef van tijd die verstrijkt, en de avond die ons nog een keer opneemt met bloeiende brem en glinsterende zee – hij is even schrikwekkend als prachtig, telkens weer, vol plotselinge doorkijkjes naar het onzichtbare."

Max Frisch, Dagboek 1946-1949. Vertaling uit het Duits: Wouter Donath Tieges. Uitgeverij Meulenhoff, Amsterdam 1986.


08-11-2017

Fragment dagboek van een schrijver (4)


"De apen in de dierentuin – indruk: die zitten daar precies op de grens waar de verveling begint. Plotseling stoppen ze waarmee ze bezig zijn, kijken naar de lucht, even tonen ze alle melancholie die de mens onderscheidt: alleen kunnen de apen niet naar een concert, naar het toneel, ze kunnen er nog geen kunst van maken, ze luizen elkaar, voor de wetenschap missen ze het verstand, ze spelen met pinda's of hun geslachtsdeel – meer hebben ze nog niet in huis. Maar ze kunnen al spelen! Salamanders spelen niet; die liggen op hun buik, ademen en verteren; die hebben er zelfs geen benul van wat verveling is. Een redelijk intelligent mens, hoor je wel eens beweren, kan zich niet vervelen. Intelligentie is de voorwaarde voor verveling! Onlangs heb ik weer over de Griekse goden gelezen: en vervelen dat ze zich doen! Ze zetten aan tot moorden en oorlogen enkel om zichzelf te amuseren in hun onsterfelijkheid... De goden, niet door een eind bedreigd, en de salamanders, die op hun buik liggen te ademen – ik zou noch met de salamanders noch met de goden willen ruilen."

Max Frisch, Dagboek 1946-1949. Vertaling uit het Duits: Wouter Donath Tieges. Uitgeverij Meulenhoff, Amsterdam 1986.


04-11-2017

Fragment dagboek van een schrijver (3)


"De zee is warm maar er staat al een frisse wind, je zoekt de zon als je gezwommen hebt. Ook het zand doet als je een kuil wilt graven aan herfst denken; het blijft aan je huid plakken, kil en vochtig, en de lucht is zo dat je, als je daar ligt met je ogen dicht, plotseling aan onze bruine en rode bossen thuis moet denken. Ze zijn al bezig de in bonte kleuren geschilderde badhokjes af te breken, en de vissersbootjes zijn op het strand getrokken. Elke dag kan de laatste zijn. Verder zijn er alleen nog twee buitenlandse meisjes. Ik weet niet eens welke taal ze spreken, zo geweldig gaat de zee tekeer als ze haar golven met donderend geraas op het strand werpt. Uren achtereen kijk ik naar hun fluisterend gekrieuwel, iedere keer schittert het zand, blinkend van het nat dat langzaam als vloeipapier doffer wordt, en weer blijven de lege schelpen achter, meestal verschillende, ze zakken weg in het zand, er vormen zich kleine putjes totdat de volgende golf komt, oprijst en hol wordt zodat de zon erdoorheen, en met schuimbruisende kruin ineenklapt, stampend, kletsend, kolkend."

Max Frisch, Dagboek 1946-1949. Vertaling uit het Duits: Wouter Donath Tieges. Uitgeverij Meulenhoff, Amsterdam 1986.


01-11-2017

Fragment dagboek van een schrijver (2)


"Laatste avond ergens in een café. Dansende paartjes, vrolijk, tussendoor eten ze gerookte vis, brood met boter, augurkjes erbij, gedronken wordt er sterke drank. Drie mannen die er erg verfomfaaid uitzien spelen piano, viool en fluit. Onbeschrijflijk mooi als ze de mazurka dansen, één enkel paar, zij met zwierende haren, gelukkig, blijdschap zonder euforie, kinderlijk. Telkens weer die verbluffende flair voor lichamelijke expressie, die bedrevenheid in het liefdesspel, niet preuts maar ook niet ordinair, gratie van beide kanten, die alleen al doordat ze algemeen is nooit de indruk van exhibitionisme wekt. Je voelt een kracht, niet iets onbestemds maar iets jongs, een direct, onvoorwaardelijk plezier in leven, dansen, eten, praten of zingen."

Max Frisch, Dagboek 1946-1949. Vertaling uit het Duits: Wouter Donath Tieges. Uitgeverij Meulenhoff, Amsterdam 1986.



25-10-2017

Fragment dagboek van een schrijver (1)



"Vaak als ik 's morgens naar mijn werk rijd stap ik van mijn fiets en neem de tijd voor een sigaret. Mijn fiets zet ik niet op slot om hier niet te lang te blijven hangen, waar het water tegen de stenen van de oever klotst. Eigenlijk is het een opslagplaats, niet aangelegd voor de sier; soms stapelen ze er koeken van zwarte teer op, bergen grint dat ze met vrachtwagens komen brengen en halen, en dan is alles weer leeg; alleen de houten keten blijven, de grote brokken natuursteen, de hagedissen, het verroeste blik, natuurlijk ook het groepje berken, het verwilderde gras, het meer en het bordje 'verboden toegang' dat me jarenlang heeft afgeschrikt, daarachter de open uitgestrektheid."

Max Frisch, Dagboek 1946-1949. Vertaling uit het Duits: Wouter Donath Tieges. Uitgeverij Meulenhoff, Amsterdam 1986.