Posts tonen met het label Poëzie eerder verschenen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Poëzie eerder verschenen. Alle posts tonen

12-09-2024

Gedicht 'Hemelvaart van de haas'

 

 

Hemelvaart van de haas

Doodstille wei. Dan de late herfst
en de haas – eindeloze duur van
vuur en zachte voeten. Ik hoor hem

het vlakke gras opstuiven, laatste rilling nog.
Dit is mijn wereld niet die toast op hazenlepels
en viert het avondmaal. Ik hoef er niet te zijn

als alle schalen dampen, boven wit damast
een hand zijn bloed omschept. Een laatste blik
als hij gaat – twee stramme poten boven

het opgerichte hoofd, even later, vrij
en zwevend in heel een ander ruim.

 frb 

Gedicht opgenomen in Marianne Aartsen, Hazenveld. Campus Leporarius. Uitgeverij Philip Elchers, Groningen 1997

Afb.: Marianne Aartsen, litho 48x64 cm, oplage 30/60, eigen druk, handgesigneerd, 2000

15-06-2022

Souvenir, souvenir (6)

 

 

Piazza

Kunststoffen handje in etalage vouwt zich open,
reikt deemoedig naar deze, naar gene onbekende.
Onder een strooivloed van gouden glitters  
verheft zich moeiteloos de Dom, strakke
pinakels, ranke torenspitsen: dit is Milaan.

Vandaag geen glimp van bruisende meiden
op geile, hoge hakken, roze scooters, vibrerend,
zwermend door een waas van uiterste stilte

die opstijgt buiten iedereen om. De dood is hier
een schouwspel, een lijkbleke mannenhand.
Aan het eind, tegen de avondlucht, ontredderd
straatlicht. Niemand die een blik werpt,

geruisloos een gordijn verschuift, rondkijkt,
en denkt: we zijn er nog, zoekend, talmend  
in de donkergrijze hoeken van het plein.


Kunstoffen handje met Dom van Milaan, Italië
  

 frb

Souvenirs, op mijn verzoek door familie en vrienden meegebracht, liggen ten grondslag aan de reeks ‘Handbagage’ – opgenomen in mijn bundel Transit, Uitgeverij Meulenhoff, Amsterdam 2012. Onder het motto ‘Niets is levendiger dan een herinnering’ (Federico García Lorca) liet ik mij inspireren door de voorwerpen en de gemaakte reizen.


31-08-2021

Frida Kahlo

 


Soms word ik door één blik in de spiegel, stoelen
en sieraden om me heen, de aanwezigheid van mezelf
gewaar – ademtochtjes, rimpels en plooien van een vurig
leven. Zo viel dus na een ongeluk mijn lichaam uiteen

in brokjes been, werd opnieuw mijn heup gefiguurzaagd
uit resten bot, zwervende wervels, gapingen achterlatend,
doorschijnende lichtvensters in een gebroken lijf. Oneindig

de schade aan het bloeddoortrokken weefsel, mijn pijn.


———-


Alsof mijn geest woest krijsend zich afkeert
van mijn lichaam, ik onder sterrenstrooisel slaap
in een hemelbed, de dood glurend over de rand van
het baldakijn. Kom dan, gluiperd, knip mijn haren af,

leg een hand op mijn mond, strijk het zout, het bijtende
verdriet weg, als ik onhandig tussen regendruppels verdwaal, 

nutteloze geesten aanroep, en toch vol trots mijzelf straks

oorbellen toebedeel, zodat het klingelt boven mijn kapotte lijf.


 

 frb

 

Uit de reeks ‘Bij Frida Kahlo op visite’, opgenomen in de bundel
Achter het verdwijnpunt. Uitgeverij Meulenhoff, Amsterdam 2015

De tentoonstelling ‘Frida Kahlo & Diego Rivera: 

A Love Revolution’ in het Cobra Museum te Amstelveen 

is verlengd t/m 3 oktober 2021

Over Frida Kahlo: https://nl.wikipedia.org/wiki/Frida_Kahlo

Afb.: Zelfportret met Dr. Farill, haar laatste zelfportret
 

10-07-2021

'Liggend naakt'

 

 

Liggend naakt

Zonder te denken aan het eentonig stampen
van de zware trein naar Kharkov, het gulzig
toedekken van de straten door dikke lagen sneeuw,
de kou die daarvan afslaat, schilder ik je uit,

mijn muze, verberg ik je gelaat. Vergeet het
trippelen van die rare muizen in het trapportaal.

Licht laat ik deinen, in warme toefjes spat het
over je huid. Mijn schildersoog vindt de stilte
van je lichaam. Eén word je met jezelf, denkend

aan wat achter je zich verheft in blauw brokaat:
het vlezig bloeien van een voorbije zomer,
jij op blote voeten die zachtbeschenen nacht.


 frb

Vladimir Tatlin, Liggend naakt, 1912. Olieverf op canvas, 106 x 142 cm. Russian State Archive of Literature and Art, Moscow

Geschreven bij gelegenheid van de tentoonstelling ‘De Grote Verandering. Revoluties in de Russische Schilderkunst 1895–1917’. Bonnefantenmuseum 2013

Over Tatlin: https://nl.wikipedia.org/wiki/Vladimir_Tatlin

 

21-11-2020

'Te wachten op de trein'



Te wachten op de trein, uiterst moeizaam 

over de grijze brug, een gele bloem springt 

open, helder in een draai, en valt niet om. 


De bloei is een begin, de trein loopt prachtig 

binnen, is een engel, strijkt langs de perrons. 

Om niet te verdwalen stappen we in, jij,


bedachtzaam, tilt je koffers, probeert opnieuw

een brede lach. En staart. Breekt het landschap in, 

regen slaat het raam, rechts een huis gegeseld – 


zag je dat, een tuinschuur klapte open, er golven 

hagen op de wind. Onvermoeibaar kuiert 

de landweg, wegen binnendoor, staat


onverwacht een ladder, glimmend, hemelhoog. 

Scheert een flits van een signaal – dat er iets is,

langzaam voortduurt, en alles nog te gaan.


 frb


Uit: De trein loopt prachtig binnen. 

Uitgeverij Meulenhoff, Amsterdam 2003




14-12-2019

'Ruimte'



           Ruimte

Een hert zichtbaar maken onder een boom,
ruimte openen, vrijgeven aan het dier,
met een royaal gebaar een zwaan laten glijden
in schemerlicht, water beluisteren waar ooit een bron.
En dan de verliefde vogel die door je blik schiet.

Alleen zo wordt het waard de ladder 
onder de boom te plaatsen, tree na tree te beklimmen, 
licht te stapelen voordat het eindeloos valt

tussen het zingen van de merel door, het burlen 
van het hert. Er onverwacht een plek vrijkomt

om te schuilen in het veld, ver achter de heg.


frb


Uit: Hans Bartelet, Schepper van schoonheid
Uitgave: Stichting Hans Bartelet (1948-2007), Maastricht 2012

Omslagfoto: Sander Philippen



07-12-2019

'Koninginnenrit'



Koninginnenrit

Ik denk mij alle tijden een trotse leeuwin,
geen alledaagse die niet weet van verschil.

Een die in mijn buurt komt liggen,
als ze ademt wolkjes uit haar mond.

Bomen in het landschap vouwen zich 
open, nemen plaats, terwijl ik op zoek

naar een plek in het gras ongehinderd 
de stilte vier die bij elke storm ontploft

onder de schaduw van een schuileend.
Kijk toch hoe elegant de hakken in het zand.


frb



Bep Scheeren, ‘Koninginnenrit’, acryl op linnen, 2003-2004, 
200x200 cm. Uit: Bep Scheeren, Van de haat en de liefde, 2000 / 2010, 
Museum van Bommel van Dam, Venlo 2010



17-10-2018

Traveler



Traveler

We lopen aan eigen schaduw vooruit,
vervloeien met de muziek om ons heen. 
Ik zie je, al spreek je geen woord.

In mijn hoofd blijf je dicht bij me, leg je 
een hand op mijn schouder en houdt me vast, 
een leven lang. De tijd loopt met ons mee, 

houdt ons bijeen. We schuilen in muziek 
om niet te verdwalen, delen vrees en 
vrolijkheid, zijn altijd onderweg
             
naar een nieuwe dag. In het diepst van de tijd, 
achter de hoogste toppen van geluk,
liggen de tuinen van weleer, vóór ons ligt
             
in uitgestrekte stilte wat verscholen blijft 
in braakliggende velden, waait hooguit iets 
binnen van de andere oever. Laten we onze angst
             
bezweren, ons verweven met de volle schoonheid 
van het leven. Muziek haalt de tijd terug. 
Zo zetten we onze weg voort, de koele 
             
nachtlucht houdt haar adem in, en zie, 
het bloesemt weer – heel even.

 frb

Uit de begin oktober bij Meulenhoff verschenen dichtbundel Zoveel nabijheid.


De Amerikaanse componist David Maslanka (1943-2017) schreef zijn compositie Traveler in 2003 als geschenk voor een vriend die afscheid nam als chef-dirigent. Het werk verklankt min of meer Maslanka’s visie op de pensionering als een belangrijke gebeurtenis, een rite de passage, in iemands levensloop. Traveler opent met de melodie van Bachs koraal “Nicht so traurig, nicht so sehr”. Daarmee wil Maslanka uitdrukken dat het laatste deel van iemands leven niet treurig moet zijn maar juist vreugdevol. Halverwege krijgt de muziek een sterk meditatief karakter. De belangrijkste opgaven in het leven zijn volbracht, er rest tijd om terug te kijken maar vooral ook om zich voor te bereiden op een nieuw leven. Aan het eind klinkt een weemoedige, vreugdevolle berusting door.
Ik werd door het muzikale werk tot een gedicht geïnspireerd toen ik in 2017 de uitvoering bijwoonde op de dag dat Harmonie Sint Petrus en Paulus Wolder het Wereldmuziekconcours won. 



14-06-2018

Roos en Blad




Mijn blaadjes op de witmarmeren vloer van Cleopatra’s slaapkamer,
in de feilloze spiegel van Maria Callas. Naast mij wordt gefluisterd,
groeien langzaam idylles, wordt in droefheid afscheid genomen.
O aanzicht van liefde en dood, mijn plicht zegt mij aanwezig te zijn.
Maar wie verjaagt het waas van meeldauw, het vilein patijn dat me bij
mijn groei bedreigde? Breek het stijve theater van de dood bij me weg,

snoei me, streel mijn knoppen, sta me bij. Groeien wil ik, vertederd
bij je blijven. Het troosteloze om ons heen zal vluchten – opgaan zal ik
in schoonheid achter heuvels waar de zon afdaalt, beminnelijk toeziet.


Kim Zwarts, Roos en Blad. Uit: Frans Budé, Roos en Blad, pale pink publishers, Maastricht 2014. Twee reeksen gedichten van elk acht foto's en twaalf gedichten in een cassette. Oplage twaalf exemplaren, genummerd en gesigneerd.



07-06-2018

Dorpsoudste



We kijken elkaar recht in de ogen, u en ik,
al schudt zo nu en dan de aarde, draait het tijdrad
eindeloos stroef. Ik weet dat ook de maan wel eens
struikelt op de weg die hij bewandelt. Mijn plek is hier

waar ik mijn naam hoor roepen en mijn stok opneem,
uit kommen het eten haal dat men voor mij bewaart.
Ik onthoud het knisperende licht dat door de struiken
sluipt, afglijdt van de groene blaadjes achter mij. Ik kijk

nog even om, neem afscheid van mijn koele zitplaats.
Was ik het die daar zo-even zat, verwijlend in gedachten?



Chrit Rousseau, Dorpsoudste, inkttekening, 27 x 25 cm. Uit: Chrit Rousseau en Frans Budé, Thuiskomen. Een inspiratie over en weer. Een Rousseau-productie, Maastricht 2017.



31-05-2018

Landschap



                                 
Het wellen van kleuren – warm en intens beweegt
het uitzicht voor zijn ogen, voordat astrant de avond 
aantreedt, pas tegen het ochtendgezang weer vertrekt.
Soms wil hij een berg uithoren, elke ruis verlegt zijn blik,

en opnieuw ligt het landschap aan zijn voeten. Hij heeft
zijn eigen kleurenrijkdom, kietelt de zon of wiegt haar
in slaap, terwijl de wind intussen fluistert, bloemen
van gedaante verandert, velden speels doet golven,

geeft hij zich onvoorwaardelijk over aan de nuchterheid 
van het plateau, de grilligheid van heuvelrug en bergkam.
En koestert de herinnering die hen omarmt. O waaier 
van verbeelding en verlangens, waaier van licht en leven.

 frb

Willy Gorissen, Landschap
Aquarel op papier, 1945-1946, 25 x 45 cm. Gedicht uit een serie van zes, geschreven in opdracht van Museum van Bommel van Dam te Venlo.



24-05-2018

Het evangelie volgens Malevitsj



Het gelukzalige moment iets onverminderd
in beweging te brengen, doelgericht buiten
alle krachten om een nooit eindigende ruimte in.

Zo in grote snelheid boven witte velden aanwezig
te zijn, spiedend naar het bestaande. Gevoel
van wind, een ooit afgelegde reis door het heelal,

geluid dat niet te horen is, aan komt zweven
in onze gedachten en weer verdwijnt,
alles doorsnijdend, feilloos, zo volmaakt.

Scheppend als in den beginne, een staat van
evenwicht – men dacht dat het niet kon.



Kazimir Malevitsj, Supremus. Olieverf op doek, 79,5 x 70,5, 1916
Uit: Frans Budé, Achter het verdwijnpunt, Uitgeverij Meulenhoff, Amsterdam 2015


17-05-2018

In eender welke tuinstoel



Nick Reading Moby Dick

In eender welke tuinstoel, overal ruist het.
Bloemen venten hun kleuren uit, zaaddozen,
onstuitbaar, staan op springen, voorspellen

de warme regen die nog moet komen. Al lezend
weet je dat de tijd verspringt, hoe slobberend
de wereld, het veld met gras dat voor je ogen
onbewogen doorloopt tot de verte –
alles hangt aan draden van was.

Alleen de einder redt zich zelf. Laat je straks
niet omkransen door niets ontziende
wormen, vermaal ze tussen vinger en duim.

Tijgerend op handen en voeten naar je lief
schud je alles van je af. Vier het leven, alle dagen
opnieuw ontwaken, vlinderend tussen sterren door.


Elizabeth Peyton, Nick Reading Moby Dick. Olieverf op board, 38,1 x 30,5 cm, 2003
Uit: Frans Budé, Peyton's Facebook. Uitgave Bonnefantenmuseum, Maastricht 2009

10-05-2018

Stierenkop



Vertel eens, stier, denk jij Kaukasisch of Siberisch,
is je ego groot, groei je al naargelang je werk erop zit
tot een mythe uit of huil je vanbinnen als met de jaren
je krachten afnemen, wetend dat ooit het hek knarsend

opendraait, keurmeesters elkaar verdringen en
een onzichtbaar geworden vogel vol droefheid zingt?
Je geur blijft achter, wijst ons de weg naar de stallen

waar zwaluwen sjilpend in en uit zwalken boven het vee.
Op zondag de stalknecht, gejaagde adem, gebons
in zijn hoofd, die ‘s avonds wellustig de meiden streelt.


Mikhail Larionov, Stierenkop, olieverf op doek, 1913, 70,5 x 64,5 cm
Uit: Frans Budé, Achter het verdwijnpunt, Uitgeverij Meulenhoff, Amsterdam 2015



04-05-2018

Muziek in de Vlaanderenstraat



Open ik voor u het raam, uitzicht
op de huizen, muziek zwelt vanzelf aan.
Het zijn er velen die hun trommels
roeren, in deze straat een strakke stoet
langs witte gevels, zo’n dag
met wapperende vlaggen, beneden
de tred van een garnizoen, stappen ze,

roeren zich in stijve laarzen, golven
hun schouders, wind steekt op, uitzinnig,
blaast muziek in het gordijn, kleuren,

druk doende, klapperen lustig over straat.

Achter alle huizen om loopt de zee uit,
danst schuim op de golven, waait tot hier.




James Ensor, Muziek in de Vlaanderenstraat, olieverf op doek 1891, 28 x 44 cm. Uit: Frans Budé, Bestendig verblijf, uitgeverij Meulenhoff Amsterdam 2009


22-04-2018

Gestalt



Gestalt

De dood die op een koele winterdag je hand grijpt.
Rook van een sigaret kringelt, verdwijnt achteloos 
achter een mannenhoofd. Je hoort een zigeunerorkest,
houdt je vast aan de muziek. Verblind door de nacht,
overspoeld door vergetelheid, kom je bij jezelf uit, breed
uitwaaierende gedachtes. Springend naar waar dan ook
laat je de wereld achter je, gevangen ben je in je eigen lijf.
Men zegt dat je een breekbaar masker draagt, de nacht 
een slurpend monster is, zich voortplant in de dood. 
Je gelooft het niet en schreeuwt het uit.


Bij Armando,  Gestalt, 'werk in carborundum', 2014. Eerder verschenen in Frans Budé, Achter het verdwijnpunt, Uitgeverij Meulenhoff, Amsterdam 2015



17-04-2018

Poëzie eerder verschenen



Dal van de Oglio

Dit dal, ademend landschap, lichaam van aarde,
al het kruidige ons toebedeeld dat zich opengeeft,
ruimhartig de kleine rivier doorlaat die zich 
spoedt tussen Lombardische gronden door,

het zoemen dat voelbaar wordt, uitvloeit 
naar alle kanten, deze smalle stroom
die om doorgang vraagt, ademtocht wordt in bochten,
tokkelt en bloost onder wisselende luchten, trommelt
en blaast voordat hij ingaat, voordat hij opgaat –

toetreedt tot de Po.


frb

Eerder verschenen in Transit, Uitgeverij Meulenhoff, Amsterdam 2012

28-02-2018

De droom



De droom

Kom en vraag mij nog een keer wat ik almaar
niet vergeet: waar jij nu bent als je kijkt 

door een kier in de tijd, begonnen aan een reis.
Het is zo leeg hier dat ik verdwaal als ik niet stilsta, 

schaduw op de muren zoek, samen met de zon 
langzaam onderga. Ben ik het die zwerft en

zweeft, op zomeravonden en vroege ochtenden 
bij je aan komt kloppen, luistert naar het vallen 

van het licht, een wandeling maakt op deze
bladstille dag? En vol huiver aarzel bij het hek 

dat de weg afsluit, mij gebiedt in het duister

de zielloze duif te zien, de aarde om haar heen.

 frb


Ger Lataster, De droom (2010 ). Olieverf op doek, 150x120 cm.
Het schilderij is uit een reeks die Lataster schilderde na de dood van zijn vrouw Hermine van Hall. Het gedicht verscheen eerder in mijn bundel Transit, uitgeverij Meulenhoff, Amsterdam 2012.


31-12-2017

Oversteek


 Als nieuwjaarsgroet onderstaand gedicht


Het oversteken van de Maas

Bij elke stap bezig met de overkant.
Vraag het de Maas onder mijn voeten,
de meeuw, onbevreesd dansend boven de stenen brug.

De overkant is een belofte, komt huizenhoog
me tegemoet, flonkert en lonkt, geeft zich halverwege over.

Wyck of Maastricht, beide badend in de roem van eeuwigheid,
keer ik terug of loop ik heen? Steeds dezelfde gedachte
van afscheid en aankomst, terwijl ik mij met kloppend hart
voorwaarts spoed, naamloos opga in de drukte.

Almaar dichter op de andere oever aan, vergezicht
dat eindeloos zich ontvouwt, stadsgrond wordt, waterloop.
Droom die ik bewaar, ik draag hem met me mee.


 frb

Eerder verschenen in Achter het verdwijnpunt, Meulenhoff Amsterdam 2015. Najaar 2018 verschijnt bij dezelfde uitgever een nieuwe dichtbundel .

© foto: Peter Reinders

16-12-2017

'Black Dog'


In 2001 componeerde de Amerikaan Scott McAllister
een rapsodie voor klarinet en harmonieorkest. Hij liet zich hierbij inspireren door een gelijknamig nummer van Led Zeppelin. Het is het verhaal van een oude hond wiens geliefde twee huizen van Zeppelins opnamestudio woonde. Robert Plant, zanger bij Led Zeppelin hierover: 'De oude hond zocht zijn lief nog regelmatig op, maar na het paren had hij niet meer de kracht om huiswaarts te keren. Er zat niets anders op dan hem naar zijn huis te dragen.' McAllisters compositie werd afgelopen zomer door Harmonie St. Petrus en Paulus uit Wolder-Maastricht uitgevoerd tijdens het Wereld Muziek Concours. Op verzoek schreef ik onderstaand gedicht. De vertaling is van John Irons. Een uitvoering van 'Black Dog' is hier te beluisteren.

Black Dog

Return, labrador retriever, to the house
of your much-loved bitch, seek a way in.
I know: it’s enough to make you whine, you, worn out
in your old age, bad breath, your gums a
nasty red, your failing kidneys.

The lumps on your paws slow down your
former tempo, your heart bangs away in the wrong
place. Go on, return to your loved-one’s house.
She strokes with her eyes, beckons with her ears,
between the paws under her tail sparks

shoot up that set you all ablaze.
So: do, re, mi, duet! sings the clarinet:
give your girlfriend your great male charm, approach
her with affection, stretch out your crimson tongue,
feel your heart beat and know as of old:

she has a place for you, move that black coat of yours,
grow back to your first night. Lug yourself
afterwards off to your basket, poor old chap,
look up, look down, music evokes the urge,

One last spiral turn and sleep.