Hemelvaart van de haas
Doodstille wei. Dan de late herfst
en de haas – eindeloze duur van
vuur en zachte voeten. Ik hoor hem
het vlakke gras opstuiven, laatste rilling nog.
Dit is mijn wereld niet die toast op hazenlepels
en viert het avondmaal. Ik hoef er niet te zijn
als alle schalen dampen, boven wit damast
een hand zijn bloed omschept. Een laatste blik
als hij gaat – twee stramme poten boven
het opgerichte hoofd, even later, vrij
en zwevend in heel een ander ruim.
frb
Gedicht opgenomen in Marianne Aartsen, Hazenveld. Campus Leporarius. Uitgeverij Philip Elchers, Groningen 1997
Afb.: Marianne Aartsen, litho 48x64 cm, oplage 30/60, eigen druk, handgesigneerd, 2000
Geen opmerkingen:
Een reactie posten