30-09-13

De eerste alinea (16)



In het benauwde, halfduistere vertrekje ligt onder het raam mijn vader op de grond, in het wit gekleed en onnatuurlijk lang, de tenen van zijn blote voeten op een vreemde manier samengetrokken, de ook al verkrampte vingers van zijn zachte handen vredig op de borst gevouwen, zijn vrolijke ogen geheel afgedekt door de zwarte cirkel van ronde koperen muntstukken, zijn goedhartige gelaat donker verkleurd en zijn tanden ontbloot in een schrikaanjagend lelijke grijns.

Maxim Gorki, Jeugdherinneringen. Vertaling uit het Russisch: Peter Charles. Uitgeverij De Arbeiderspers, Amsterdam 2013.


Geen opmerkingen: