01-04-17

De eerste alinea (50)


"Gervaise had tot twee uur in de ochtend op Lantier zitten wachten. Daarna was ze ingedommeld, rillend van kop tot teen, doordat ze in haar borstrok in de koude lucht voor het raam was blijven zitten, en had zich koortsig dwars over het bed geworpen, haar wangen nat van de tranen. Al acht dagen, als zij van Het Kalf Met Twee Koppen kwamen, waar ze aten, stuurde hij ze met de twee kinderen naar bed en verscheen dan pas laat in de nacht, met als smoes dat hij werk had gezocht. Die avond had ze, terwijl ze op zijn terugkeer zat te wachten, gemeend hem de danstent van het Grand-Balcon te zien binnengaan, waarvan de tien verlichte ruiten de zwarte stroom van de ringboulevards verlichtten met een plas vuur. En achter hem had ze de kleine Adèle gezien, een bruineerster die in hun restaurant at, op vijf of zessen passen afstand van hem, met hangende handen, alsof ze net zijn arm had losgelaten om niet gezamenlijk door het felle schijnsel van de lampen bij de deur te hoeven lopen."

Émile Zola, De nekslag. Vertaling uit het Frans: Hans Cuijlenborg. UItgeverij L.J. Veen, Amsterdam/Antwerpen, 2004

Geen opmerkingen: