14-08-18

De eerste alinea (69)


"Vele, vele jaren geleden, toen ik klein was, woonde er in Ferrara een joodse juffrouw die lelijk noch arm noch dom noch oud was, niet bijzonder aantrekkelijk zou je kunnen zeggen maar ook niet te versmaden, voor wie de ouders nog geen man hadden kunnen vinden, hoe vreemd dat ook mag lijken. Vreemd? Ja, vreemd. Binnen onze gemeenschap was dat destijds in alle opzichten een uitzondering. Meestal maakte men gebruik van de netwerken van verwanten, maar ook de bijeenkomsten van de vrouwenvereniging konden in dit verband heel nuttig zijn, of de dansfeesten die met Poerim werden gehouden in een paar zaaltjes van het godshuis in de via Mazzini of in de hal van de joodse bewaarschool in de via Vignatagliata, feesten waarbij fluisterende, in dichte rijen langs de wanden gezeten matrones als decor fungeerden, of anders wel de brieven die men in de moeilijkste gevallen rabbijn doctor Castelfranco verzocht te schrijven aan zijn collega's in de naburige steden in Emilia, Romagna en de Veneto: hoe dan ook, op een goed moment kwam de ware Jakob toch altijd voor de dag. Niemand hoefde te wanhopen. Had de markt geen bruidegom opgeleverd, dan kwam Lohengrin van verre aanzeilen: om te zien, zich te laten zien, en vrijwel altijd overeenstemming te bereiken."

Giorgio Bassani, De geur van hooi. Uit het Italiaans vertaald door Tineke van Dijk. Uitgeverij De Bezige Bij, Amsterdam 2018



Geen opmerkingen: