17-12-2022

Benno Barnard, 'Dover Beach'

 


Dover Beach

 

De zee wiegt haar boten, haar bijgeloof, haar maan


en de witte Victoriaanse klippen rusten,


de zuilen van de wereld staan

onwankelbaar ­
 

en ons hotelraam luistert naar het tij, de tijd:


het gutturale raspen van de kiezels


waar de zee op zuigt en die zij uitspuugt,


op zuigt en uitspuugt,
is Nederlands;


en achter het donkerblauwe wandtapijt


dat voor Europa hangt
loert metrum.
 

'De zee, de zee!'


schreeuwden de tienduizend monden van Xenophon


tegen de Zwarte.
'We hebben dit allemaal overleefd


op een rantsoen van zoet water,


op een rantsoen van ezelsvlees en martelende zon.


We willen twee kutten per kerel, meteen.


Zijn wij soms geen mensen?'
 

 Je kijkt naar mij, die ademhaal door een sigaret.


Maar zie je de schepen bewegen


op die onwerkelijke schilfers maan?


Zie je de laatste catamaran
voor zijn schuimstaart 
naderen?
 

Natuurlijk kom ik nu naar bed;


natuurlijk word ik morgen wakker naast een vrouw


aan deze noordelijke zee,


o voorvaderen.

 

Uit: Benno Barnard: Mijn gedichtenschrift. Uitgeverij Atlas Contact, Amsterdam 2015
 

Over Benno Barnard: https://nl.wikipedia.org/wiki/Benno_Barnard

Geen opmerkingen: