“Alain staarde Lydia doordringend aan. Hij keek al zo sinds ze drie dagen geleden in Parijs was aangekomen. Waar wachtte hij op? Een plotseling inzicht in haar of in hemzelf.
Lydia keek met wijdopen ogen terug, maar zonder felheid in haar blik. Al snel wendde ze het hoofd af, sloot haar ogen en verzonk in gedachten. Waarover? Over haarzelf? Was zij dat, die zelfingenomen woede die kolkte in haar borst en buik? Het duurde maar even. Het was al voorbij.
En dus wendde hij eveneens zijn blik af. Het gevoel was hem ontglipt, ongrijpbaar als altijd, als een slang tussen twee keien.”
Uit: Pierre Drieu La Rochelle, Dwaallicht. Vertaald uit het Frans door Marijke Arijs. Uitgeverij Vleugels, Bleiswijk 2024
Pierre Drieu La Rochelle: https://nl.wikipedia.org/wiki/Pierre_Drieu_la_Rochelle
Marijke Arijs: https://nl.wikipedia.org/wiki/Marijke_Arijs

Geen opmerkingen:
Een reactie posten