“Ik kwam naar Comala omdat ze zeiden dat mijn vader, een zekere Pedro Páramo, hier woonde. Mijn moeder zei dat. En ik beloofde hem na haar dood te gaan opzoeken. Ik kneep in haar handen ten teken dat ik meende wat ik zei, want ze stond op het punt om dood te gaan en ik was van plan haar alles te beloven wat ze maar wilde. ‘Doe het,’ drong ze aan. ‘Hoe hij heet, dat weet je nou wel. Hij zal je zeker graag willen leren kennen.’ Dus zat er voor mij niks anders op dan te zeggen dat ik het zou doen, en ik bleef het maar herhalen, ook nog toen ik mijn handen uit haar dode handen moest wringen.”
Uit: Juan Rulfo, Pedro Páramo. Met een voorwoord van Gabriel García Márquez. Uit het Spaans vertaald door Jos den Bekker. Uitgeverij Meulenhoff, Amsterdam 2026
Juan Rulfo: https://nl.wikipedia.org/wiki/Juan_Rulfo
Jos den Bekker: https://papierenhelden.nl/schrijver/jos-den-bekker

Geen opmerkingen:
Een reactie posten