“Luister: in de nacht loeien er koopvaardijschepen op de verdwenen zee en ik kan je niet uitleggen wat de zee is of waar het schip vandaan komt dat naar de zee luistert met zijn grote oor van staal. Zelfs met mijn woorden zijn er dingen die ik je niet kan uitleggen, nuances van de buitenwereld. Ik zou een lang leven nodig hebben om de ontelbare details van dit tafereel op te noemen en die tijd heb je niet. Wat wil je dat ik je nog meer zeg om een beetje vertrouwdheid tussen ons te kweken? Ik praat tegen je en mijn stemgeluid dat je hoort, is geen geluid, het zijn amper vellen papier die omgeslagen worden. Wat zou het trouwens voor zin hebben om de zee, de honden, een schip en palmbomen te beschrijven, of zelfs de grote lijnen van mijn gezicht in het donker? Beschrijvingen zijn voor de levenden, om zich gerustgesteld te voelen. Voor jou zijn het alleen geluiden achter een wand waaraan je zacht krabbelt.”
Uit: Kamel Daoud, Houris. Vertaald uit het Frans door Reintje Ghoos en Jan Pieter van der Sterre. Uitgeverij Ambo | Anthos, Amsterdam 2015
Kamel Daoud: https://nl.wikipedia.org/wiki/Kamel_Daoud
De vertalers: https://www.koppernik.nl/vertalers/reintje-ghoos-en-jan-pieter-van-der-sterre/

Geen opmerkingen:
Een reactie posten