
Ze ziet de zee en lacht, bekleedt
haar blote huid, raakt niet uitverteld
over de stranden, korreltjes zand,
het beloofde avondrood. Kom erbij,
wenkt ze, daar strekt zich het watervlak uit,
hier ligt alles stil, men bewaakt zijn spullen,
verdrijft de tijd. Hoe alles draait, zo dicht
in de buurt, en ik wil niet eens horen
wat er onder water gromt. Daarboven
glinsteren dode vissen, op hun rug
een regenboog, waaien stoere
palmbladeren op het ritme van de wind.
frb
Afbeelding: Gauguin, olieverf op doek, 1891
Geen opmerkingen:
Een reactie posten