03-05-2022

Over Apollinaire (7)

 

 

“Picasso en Apollinaire blijven onafscheidelijke vrienden sinds de schrijver in 1905 voor het eerst over de schilder schreef. ‘Men heeft van Picasso gezegd,’ zo doet de ronde,‘dat zijn werk getuigt van een vroegere ontgoocheling. Het tegendeel is waar. Pablo Picasso is een telkens opnieuw opwakkerend vuur, een vlam die telkens verandert. En dat is van grote betekenis.’ 

Ook Apollinaire, die voor zichzelf licht en vuur als symbool ziet, brengt op zijn terrein een vernieuwing op gang. De bundel ‘Calligrammes’ – half geschreven, half getekende gedichten – laat duidelijk zijn invloed na, in de Nederlandse poëzie heel sterk in het werk van Paul van Ostaijen. Dan is er nog de nieuwe kunststroming die Apollinaire meent te signaleren en die hij, naar Orpheus, het orfisme noemt. Nieuwe vormen worden gemaakt uit elementen ‘die niet aan de zichtbare werkelijkheid zijn ontleend maar geheel en al zijn gecreëerd door de kunstenaar van wie ze een hoog werkelijkheidsgehalte hebben meegekregen.’ Apollinaire noemt in dit verband de schilder Robert Delaunay (zie afb. boven) als grondlegger, naast kunstenaars als Léger, Picabia en Duchamp die ook een tijd in die richting werken. Zuiverheid en licht, daar gaat het om, kleur en poëzie: ‘Ik houd van de kunst van vandaag omdat ik vóór alles houd van het licht, en alle mensen houden op de eerste plaats van het licht, zij hebben het vuur uitgevonden. (...) Het orfisme behelst de pure schilderkunst.’

De kubistische ‘vormontbinding’ maakt in het werk van Delaunay plaats voor een vergelijkbare werkwijze met betrekking tot de kleur. Hij wil zijn kleuren ‘ontmaterialiseren’ en door optische menging tot een simultane licht- en kleursensatie brengen. Bij geen enkele andere schilder is dit volgens Apollinaire zo sterk aanwezig, daarom dat volgens hem Delaunay met zijn kleurenidioom de orfist bij uitstek is, zo transparant en betoverend, zo vervult van licht. In hetzelfde jaar dat Apollinaire ‘Zone’ schrijft, werkt Robert Delaunay aan ‘La ville de Paris’, een groot doek als eerbetoon aan Cézanne. Opvallend is hoe ook Delaunay de moderne stad toezingt; geheel verschillende vormen – Eiffeltoren, huizenblokken, drie vrouwelijke naakten – lopen in elkaar over zonder dat de eenheid zoekraakt. Apollinaire is enthousiast over het sprankelende doek: ‘Hier komt een kunstopvatting tot zijn recht die misschien wel sinds de Italiaanse meesters verloren is geweest.’
In 1913 verschijnt zijn boek over het kubisme, een verzameling stukjes en artikelen die voor een deel eerder in tijdschriften en kranten is verschenen. De indeling in de kubistische stroming die Apollinaire maakt, is al snel achterhaald als sommigen (Duchamp en Léger bijvoorbeeld) het kubisme achter zich laten, of ‘overstappen’ en alleen ‘de constructieve regels’ – de techniek van het facetteren en kubiceren – overnemen.”

 frb

Uit: Het perfecte licht. Beschouwingen, verhalen, gedichten. Uitgeverij Scorpio, Eckelrade 1999

Guillaume Apollinairehttps://nl.wikipedia.org/wiki/Guillaume_Apollinaire

 

Afb.: Robert Delaunay, 'Formes circulaires, soleil', 1912-1913. Folkwang Museum Essen.




Geen opmerkingen: