16-08-2022

Ernst Meister, uit 'Alle schepen kenteren'

 


Ik reisde het weggaan.

Door het rijdende raam

ontwaar ik plots

een zon.


Licht aller ogen,

na de middag, stond hij

aan een nevelhemel,

rond vervaagd.


Rossig gerand – geel

de verblindende kern,

blauw geworden

in mijn oog.


Zeer groot geheim,

zwevend in de leegte

de geest van de bol.

Aan mijn innerlijk


toonde zijn gloed

gezichten en hield,

zowel graf als verschijnen,

andere, geliefde, voor me

verborgen.


Ik reisde het weggaan,

het verlangen reisde ik,

aan mijn lippen nog een glimp

van de verlaten mond.



Uit: Ernst Meister, Alle schepen kenteren. Vertaald uit het Duits door Ton Naaijkens. AFdH Uitgevers, Enschede/Doetinchem 2013


Over Meisterhttps://de.wikipedia.org/wiki/Ernst_Meister_(Schriftsteller)


Over Ton Naaijkens: https://www.cliv.be/nl/geassocieerde-leden/ton-naaijkens/



Geen opmerkingen: