De kring
Mijn ezel op de dorsvloer draait zijn ronden –
oogkleppen op zijn kop – van vroeg tot laat.
Loom zit ik in de cirkel, zie zijn hoeven gaan
over de bundels korenaren. Hoe moest ik zonder
de ezel leven, kaf van het koren scheiden, wijn
bij hand, liedjes zingen, terwijl hij draaft
en draaft? Maar ’s avonds als hij slaapt, kijk
ik wakend rond in de spiegel, daar zal ik zien
hoe ik zelf lastdier werd, gevangen in de dwang
van eendere cirkelgang. Hij balkt, ik zing. Lied
en stem weren zich in keer en tegenkeer. Toon en
tegentoon gaan rond in deze omloop van de kring.
Om mij en mijn ezel sluit zich de ring. Zó komen,
vlegels van de dorsvloer, wij elkaar weer tegen.
Zegen het einde, prijs het onvermijdelijke begin.
Uit: Hans Berghuis (1924-1994), Etruskische gezangen.
Uitgeverij Querido, Amsterdam 1989
Over Hans Berghuis:
https://www.dbnl.org/tekst/bork001schr01_01/bork001schr01_01_0069.php
Geen opmerkingen:
Een reactie posten