“Woon je in de keuken vroeg ik en ik legde mijn handen om het hete kopje dat hij me aanreikte.
Ja meestal antwoordde hij. In ieder geval in de winter. ’s Zomers slaap ik op zolder of in de pronkkamer.
Die pronkkamer vroeg ik en er kwam een duistere herinnering boven heeft die een plafondschildering. Hij knikte en slurpte als een oude man van zijn koffieschoteltje met een suikerklontje tussen zijn tanden.
Ik zag de pronkkamer voor me. Een paar gele rubberlaarzen op een zwarte kist. Een kist die niet open kon. Hoe ik ten slotte een platte ijzeren staaf had gebruikt die ik had gevonden als een roestig landmerk dat in de grond was gestoken. Ik had hem tussen het deksel en de kist gewrongen en gewrikt tot het slot met een zwiep meegaf.
Vijfentwintig jaar later kon ik me niet herinneren wat er in de kist zat. Misschien niets anders dan ingesloten lucht.”
Uit: Karin Smirnoff, Mijn broer. Uit het Zweeds vertaald door Bart Kraamer. Uitgeverij Querido, Amsterdam 2021
Karin Smirnoff: https://en.wikipedia.org/wiki/Karin_Smirnoff_(writer)
Bart Kraamer: https://www.koppernik.nl/vertalers/bart-kraamer/

Geen opmerkingen:
Een reactie posten