“Voordat Albert Guittard bij het echtpaar Penner arriveerde, die sinds hun terugkeer uit de koloniën, dat wil zeggen sinds twee jaar, in een soort kopie van een Provençaals landhuis woonden, kon hij deemotie waardoor hij werd overvallen niet beheersen. Midden op een berghelling zette hij zijn auto stil en stapte uit, als om zich ervan te vergewissen dat alles in orde was. Hij stak een sigaret op, en voordat hij weer doorreed wierp hij een blik op het landchap dat zich voor hem ontrolde tot aan de zee.
Ik lijk wel een schooljongen! dacht hij. Hij gebruikte dat woord graag, en als hij het op een pejoratieve manier leek te gebruiken, was dat onbewust. Ik lijk wel een schooljongen die naar zijn eerste maîtresse gaat. Dat is toch bepaald niet het geval.
Hij glimlachte tevreden. Maar die zelfvoldaanheid was slechts schijn. Ze diende als stimulans. Alvorens mevrouw Penner te trotseren moest hij zichzelf er eerst van overtuigen dat dit bezoek niet zo belangrijk was voor een man met de nodige ervaring.”
Uit: Emmanuel Bove, Een vrijgezel. Vertaald uit het Frans en voorzien van een nawoord door Kiki Coumans. Uitgeverij Vleugels, Bleiswijk 2026
Emmanuel Bove: https://nl.wikipedia.org/wiki/Emmanuel_Bove
Kiki Coumans: https://nl.wikipedia.org/wiki/Kiki_Coumans

Geen opmerkingen:
Een reactie posten