Brief uit Latium
Het overkomt de ochtendzon,
de boog over de rivier.
Geluk is waar het hoort,
de luchten nooit zo ijl geweest.
Zou dit vertroosting zijn?
De hand van de gids
om niet alleen te zijn,
haar woorden
keren uit de ruimte terug,
scheppen beloftes
voor de schoonheid van het plein.
En dan de oversteek.
Zijwaarts rijzen huizen, schaduw
snijdt een poort die toegang geeft.
Wij zijn gestalten, alles droombaar
maar dit is echt.
Wat nog toe verlangen
als in het middaguur alle ramen sluiten,
in het sluimeren
de voorstelling nog niet uit,
en wij een zucht achterlaten op het plein,
licht zien vallen als water,
van alles het innigste,
de stilte voorspeld, de waarheid omhelsd.
Spoedig keren we huiswaarts
over besneeuwde bergen
om oud te worden in het vaderland,
hopelijk niet ten val.
frb
Uit: Bestendig verblijf. Meulenhoff, Amsterdam 2009

Geen opmerkingen:
Een reactie posten