Innenstadt
Labyrint van straten, onhoffelijk dooreengeschud
door de tijd. Ieder zijn eigen deur na het ritme van
de stappen. Vlagen van hitte, aanzwellend geluid,
gebonk in peeskamers, woorden die zich aaneenrijgen,
elk moment weer uiteenvallen. Deze straat loopt niet dood,
zegt een man in ruil voor een muntstuk, deze straat
komt niet uit op een drooggevallen gracht, glibbert niet
langs de poort van een slachthuis. De binnenstad droomt
zichzelf vooruit, amper een plek waar niet gedacht,
gevreeën, gelachen, licht in de huizen alles onthult.
frb
Uit: Achter het verdwijnpunt. Meulenhoff, Amsterdam 2015
Gedicht bij ‘Innenstadt’ van Armando. (Öl auf Leinwand, 1983, 100 x 80 cm)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten