“Soms, als ik in de straat van de academie kwam, bleef ik er een paar tellen voor de deur staan, die altijd dichtbleef voor wie er niet studeerde of doceerde. Op de gevel, naast de grote, matglazen ramen, zat een reeks marmeren platen met daarop, alsof ze nog leefden, de namen van de oude meesters – Wlérick, Brayer, Jérôme, Artozoul –, en in het midden van allemaal, in gouden letters tegen een grijze achtergrond, die van Feliza’s vroegere leermeester, Ossip Zadkine, met heel sober verwoord zijn beroep: beeldhouwkunst. Ik weet niet hoe vaak Feliza over dit trottoir is gelopen, hoe vaak ze langs deze ramen is gekomen, maar ergens gedurende mijn herfst begon ik voor me te zien hoe zij door die smalle deur naar binnen beende, met haar typische luidruchtige schaterlach die zichzelf leek te echoën, zonder te kunnen vermoeden dat ze in een Russisch restaurant een paar straten verderop, in het bijzijn van vijf personen die haar liefhadden, zou sterven.”
Uit: Juan Gabriel Vásquez, De namen van Feliza. Vertaald uit het Spaans door Brigitte Coopmans. Uitgeverij Meulenhoff Boekerij, Amsterdam 2026
Juan Gabriel Vásquez: https://nl.wikipedia.org/wiki/Juan_Gabriel_Vásquez
Brigitte Coopmans: https://onzetaal.nl/uploads/editor/1906_Brigitte_Coopmans_(Mexicaans)_Spaans.pdf

Geen opmerkingen:
Een reactie posten