Aan zee
Het zand dat tussen vingers door zich losmaakt
uit jouw hand – weer terug vanwaar het kwam.
Samen het duinpad op. Dithyrambisch de lach
uit beider mond die aan komt duizelen, overgaat
in adem die wil fluisteren, woordentaal wordt,
in strelingen omgezet. Ogen dicht – de woelige zee
een waterbed, kantelen onze gedachten, onontdekte
sterren in het halfduister, schuift de nacht over onze huid.
Verlangens verspreidden zich van binnenuit.
frb
Uit: Te midden van alles. Uitgeverij Meulenhoff, Amsterdam 2024

Geen opmerkingen:
Een reactie posten