22-08-2026

Overleden Nederlandstalige dichters. Christine D'haen (1923-2009), gedicht 'De mol'

 

 

De mol 

Aarde die ’k adem in den zwaren nacht, 
voor honger aarde en aarde voor den dorst; 
mijn zachte en warm met bloed gevulde borst, 
mijn longen voor de lucht, met aard bevracht. 

Oogen waarin het zonlicht vloeide lijk 
de gouden gloed in Danaë’s schoot, herboren 
als gouden zoon uit de oogen om te gloren 
met glans en wederglans, ontaard in slijk.

Aarde getorst door mij, gewicht van grond 
met vingers doorgegraven tot een gang 
en achter deze gang een andre gang zoo lang 
dat hij in andren grond, in grond uitmondt.

Gedolven in een graf, sprakeloos en vaal, 
gevoed met wortelen en worm en zaad, 
terwijl de blauw-en-groene pauw bestaat, 
het paard, ’t hert met gewei, de nachtegaal.


Christine D’haen, Miroirs. Gedichten vanaf 1946. Uitgeverij Querido, Amsterdam 2002

Danaë (Gr.), strofe 2: koningsdochter die in haar gevangenis door Zeus werd bevrucht in de gedaante van een gouden regen.

https://nl.wikipedia.org/wiki/Christine_D'haen


Geen opmerkingen: