20-06-18

De eerste alinea (66)



"Dat kleine, schriele mensje op de foto, met die opengesperde ogen, in een als het ware te grote gabardine jas en platgedrukt door een als het ware te grote hoed – dat is mijn vader. Naast hem, gehuld in een donkerblauw matrozenpakje met korte broek, met een wit matrozenpetje op het hoofd, op sandalen en in kniekousen – dat ben ik. Mijn moeder is er niet bij. Dus is het vast zondag. Anders had ik trouwens ook dat matrozenpakje niet aangehad."

Wiesław Myśliwski, De horizon. Em. Querido's Uitgeverij BV, Amsterdam–Antwerpen 2017


14-06-18

Roos en Blad




Mijn blaadjes op de witmarmeren vloer van Cleopatra’s slaapkamer,
in de feilloze spiegel van Maria Callas. Naast mij wordt gefluisterd,
groeien langzaam idylles, wordt in droefheid afscheid genomen.
O aanzicht van liefde en dood, mijn plicht zegt mij aanwezig te zijn.
Maar wie verjaagt het waas van meeldauw, het vilein patijn dat me bij
mijn groei bedreigde? Breek het stijve theater van de dood bij me weg,

snoei me, streel mijn knoppen, sta me bij. Groeien wil ik, vertederd
bij je blijven. Het troosteloze om ons heen zal vluchten – opgaan zal ik
in schoonheid achter heuvels waar de zon afdaalt, beminnelijk toeziet.


Kim Zwarts, Roos en Blad. Uit: Frans Budé, Roos en Blad, pale pink publishers, Maastricht 2014. Twee reeksen gedichten van elk acht foto's en twaalf gedichten in een cassette. Oplage twaalf exemplaren, genummerd en gesigneerd.



08-06-18

I.M. Gregor Laschen (1941-2018)

 


Traag de rivier, voorbij de inham bolt 
het voorzeil, spant en smoest de wind,
flirten wolken boven het laatste oevergras.  
Er komt iets koppigs, in woorden niet te vatten –

water rolt, wielt onder de boot, wat ooglengtes
verder springt een ongekende wind op de plecht, 
schuurt heel even. Hij brengt de dood mee, 

rijgt zich vast. Zo blijf jij in eenzaamheid achter,
dalend, stijgend – dan steek je over, 
het water blijft overeind, flonkerend tegen.

En wij? Wij zoeken ons voor de tijd die rest
een plek tussen jouw woorden – in weerwil van.


              frb


            
Gregor Laschen overleed 2 juni j.l.



07-06-18

Dorpsoudste



We kijken elkaar recht in de ogen, u en ik,
al schudt zo nu en dan de aarde, draait het tijdrad
eindeloos stroef. Ik weet dat ook de maan wel eens
struikelt op de weg die hij bewandelt. Mijn plek is hier

waar ik mijn naam hoor roepen en mijn stok opneem,
uit kommen het eten haal dat men voor mij bewaart.
Ik onthoud het knisperende licht dat door de struiken
sluipt, afglijdt van de groene blaadjes achter mij. Ik kijk

nog even om, neem afscheid van mijn koele zitplaats.
Was ik het die daar zo-even zat, verwijlend in gedachten?



Chrit Rousseau, Dorpsoudste, inkttekening, 27 x 25 cm. Uit: Chrit Rousseau en Frans Budé, Thuiskomen. Een inspiratie over en weer. Een Rousseau-productie, Maastricht 2017.



31-05-18

Landschap



                                 
Het wellen van kleuren – warm en intens beweegt
het uitzicht voor zijn ogen, voordat astrant de avond 
aantreedt, pas tegen het ochtendgezang weer vertrekt.
Soms wil hij een berg uithoren, elke ruis verlegt zijn blik,

en opnieuw ligt het landschap aan zijn voeten. Hij heeft
zijn eigen kleurenrijkdom, kietelt de zon of wiegt haar
in slaap, terwijl de wind intussen fluistert, bloemen
van gedaante verandert, velden speels doet golven,

geeft hij zich onvoorwaardelijk over aan de nuchterheid 
van het plateau, de grilligheid van heuvelrug en bergkam.
En koestert de herinnering die hen omarmt. O waaier 
van verbeelding en verlangens, waaier van licht en leven.

 frb

Willy Gorissen, Landschap
Aquarel op papier, 1945-1946, 25 x 45 cm. Gedicht uit een serie van zes, geschreven in opdracht van Museum van Bommel van Dam te Venlo.



24-05-18

Het evangelie volgens Malevitsj



Het gelukzalige moment iets onverminderd
in beweging te brengen, doelgericht buiten
alle krachten om een nooit eindigende ruimte in.

Zo in grote snelheid boven witte velden aanwezig
te zijn, spiedend naar het bestaande. Gevoel
van wind, een ooit afgelegde reis door het heelal,

geluid dat niet te horen is, aan komt zweven
in onze gedachten en weer verdwijnt,
alles doorsnijdend, feilloos, zo volmaakt.

Scheppend als in den beginne, een staat van
evenwicht – men dacht dat het niet kon.



Kazimir Malevitsj, Supremus. Olieverf op doek, 79,5 x 70,5, 1916
Uit: Frans Budé, Achter het verdwijnpunt, Uitgeverij Meulenhoff, Amsterdam 2015


20-05-18

Leo Herberghs Poëzieprijs


19 mei j.l. mocht ik in de 'multidisciplinaire culturele instelling' Schunck te Heerlen de vijfde en laatste Leo Herberghs Poëzieprijs in ontvangst nemen. De prijs, ingesteld door het echtpaar Cis en Leo Herberghs, bestaat uit een bedrag van € 750,- en de opdracht een dichtregel te schrijven die door beeldhouwer Tycho Flore (zie foto) in een door Staatsbosbeheer beschikbare boomstam wordt gekapt.De beuk ligt sinds afgelopen weekend in de velden rond Kunrade (gemeente Voerendaal). Eerder ging de prijs uit naar Kreek Daay Ouwens, Maria Barnas, Emma Crebolder en Ben Zwaal. Het geheel is een initiatief van de Stichting Dichter in Beeld.
De dichtregel mocht nooit eerder gepubliceerd zijn en niet meer dan honderd letters, lettertekens en spaties omvatten. Dit werd het resultaat:
             
                Zingen wij mee met de vogel die de dag kleurt,
                ons sprankelend aanwezig maakt in vervuld verlangen.


Juryvoorzitter Gert Boonekamp: "Frans Budé is een dichter met een rijk palet (...). Hij laat horen wat de harmonie van taal en stilte vermag op te roepen waardoor plaatsen waaraan iedereen achteloos voorbijloopt, plotseling verschijnen. (...). Onvermoeibaar, met een obool onder zijn schoen, houdt Budé Charon van zich af. (...) Als hij wordt getroffen door het landschap en het water, het bos, de tuin, raakt hem de tijdelijkheid, het voorbijgaande dat hij in de taal van het gedicht onder woorden brengt waardoor het alledaagse vol bloed en leven stroomt."


18-05-18

Deze foto ontbreekt


Bovenstaande foto staat niet op mijn fotolog Place PubliqueDaar staat tegenover dat er vele andere wél te zien zijn...

17-05-18

In eender welke tuinstoel



Nick Reading Moby Dick

In eender welke tuinstoel, overal ruist het.
Bloemen venten hun kleuren uit, zaaddozen,
onstuitbaar, staan op springen, voorspellen

de warme regen die nog moet komen. Al lezend
weet je dat de tijd verspringt, hoe slobberend
de wereld, het veld met gras dat voor je ogen
onbewogen doorloopt tot de verte –
alles hangt aan draden van was.

Alleen de einder redt zich zelf. Laat je straks
niet omkransen door niets ontziende
wormen, vermaal ze tussen vinger en duim.

Tijgerend op handen en voeten naar je lief
schud je alles van je af. Vier het leven, alle dagen
opnieuw ontwaken, vlinderend tussen sterren door.


Elizabeth Peyton, Nick Reading Moby Dick. Olieverf op board, 38,1 x 30,5 cm, 2003
Uit: Frans Budé, Peyton's Facebook. Uitgave Bonnefantenmuseum, Maastricht 2009

10-05-18

Stierenkop



Vertel eens, stier, denk jij Kaukasisch of Siberisch,
is je ego groot, groei je al naargelang je werk erop zit
tot een mythe uit of huil je vanbinnen als met de jaren
je krachten afnemen, wetend dat ooit het hek knarsend

opendraait, keurmeesters elkaar verdringen en
een onzichtbaar geworden vogel vol droefheid zingt?
Je geur blijft achter, wijst ons de weg naar de stallen

waar zwaluwen sjilpend in en uit zwalken boven het vee.
Op zondag de stalknecht, gejaagde adem, gebons
in zijn hoofd, die ‘s avonds wellustig de meiden streelt.


Mikhail Larionov, Stierenkop, olieverf op doek, 1913, 70,5 x 64,5 cm
Uit: Frans Budé, Achter het verdwijnpunt, Uitgeverij Meulenhoff, Amsterdam 2015



04-05-18

Muziek in de Vlaanderenstraat



Open ik voor u het raam, uitzicht
op de huizen, muziek zwelt vanzelf aan.
Het zijn er velen die hun trommels
roeren, in deze straat een strakke stoet
langs witte gevels, zo’n dag
met wapperende vlaggen, beneden
de tred van een garnizoen, stappen ze,

roeren zich in stijve laarzen, golven
hun schouders, wind steekt op, uitzinnig,
blaast muziek in het gordijn, kleuren,

druk doende, klapperen lustig over straat.

Achter alle huizen om loopt de zee uit,
danst schuim op de golven, waait tot hier.




James Ensor, Muziek in de Vlaanderenstraat, olieverf op doek 1891, 28 x 44 cm. Uit: Frans Budé, Bestendig verblijf, uitgeverij Meulenhoff Amsterdam 2009


27-04-18

Pastorale


Verdoezelen we onze naaktheid niet.
Zoals wij omwille van elkaar water halen,
volle kannen plaatsen, overzichtelijk
elke ochtend onze huid betasten.
Blad wordt tak, tak wordt boom,
het water een vernis. Nooit een einde
aan het ontwaken, de vogel boven het bos,
die woordloos aan het ontraadselen cirkels
draait, stilvalt in het dagbegin. Niemand ziet.


Georg Baselitz, Pastorale – der Tag, 1986, olieverf op doek, 330 x 330 cm. Uit: Frans Budé, Bestendig verblijf. Uitgeverij Meulenhoff, Amsterdam 2009

22-04-18

Gestalt



Gestalt

De dood die op een koele winterdag je hand grijpt.
Rook van een sigaret kringelt, verdwijnt achteloos 
achter een mannenhoofd. Je hoort een zigeunerorkest,
houdt je vast aan de muziek. Verblind door de nacht,
overspoeld door vergetelheid, kom je bij jezelf uit, breed
uitwaaierende gedachtes. Springend naar waar dan ook
laat je de wereld achter je, gevangen ben je in je eigen lijf.
Men zegt dat je een breekbaar masker draagt, de nacht 
een slurpend monster is, zich voortplant in de dood. 
Je gelooft het niet en schreeuwt het uit.


Bij Armando,  Gestalt, 'werk in carborundum', 2014. Eerder verschenen in Frans Budé, Achter het verdwijnpunt, Uitgeverij Meulenhoff, Amsterdam 2015



17-04-18

Poëzie eerder verschenen



Dal van de Oglio

Dit dal, ademend landschap, lichaam van aarde,
al het kruidige ons toebedeeld dat zich opengeeft,
ruimhartig de kleine rivier doorlaat die zich 
spoedt tussen Lombardische gronden door,

het zoemen dat voelbaar wordt, uitvloeit 
naar alle kanten, deze smalle stroom
die om doorgang vraagt, ademtocht wordt in bochten,
tokkelt en bloost onder wisselende luchten, trommelt
en blaast voordat hij ingaat, voordat hij opgaat –

toetreedt tot de Po.


frb

Eerder verschenen in Transit, Uitgeverij Meulenhoff, Amsterdam 2012

10-04-18

De eerste alinea (65)


"Ik ben sinds kort vierendertig, de helft van mijn leven. Mijn lengte is middelmatig, of iets aan de kleine kant. Mijn haar is donkerbruin, kort, om het krullen tegen te gaan en vanwege een dreigende kaalheid. Voor zover ik dat zelf kan beoordelen zijn mijn karakteristieken: een kaarsrechte nek, steil als een muur of een rotswand, volgens de astrologen kenmerkend voor hen die in het teken van de Stier geboren zijn; een hoog, nogal bultig voorhoofd, met erg gezwollen en kronkelende aders bij de slapen. Dat hoge voorhoofd houdt naar de astrologen beweren verband met het teken van de Ram. Ik ben inderdaad op 20 april geboren, dus op de grens van die twee tekens: de Ram en de Stier. Mijn ogen zijn bruin, de randen van de oogleden zijn gewoonlijk ontstoken; ik heb een frisse huidskleur en schaam mij voor het feit dat ik gauw bloos en voor mijn glimmende huid. Mijn handen zijn mager, nogal behaard, de aders zijn duidelijk zichtbaar. Mijn twee middenvingers zijn aan het eind wat gebogen, wat wijst op een zekere zwakte, iets ontwijkends in mijn karakter."

Michel Leiris, Arena. Uit het Frans vertaald door Kees Jongenburger. Uitgeverij De Arbeiderspers, Amsterdam 1981.



03-04-18

Brief van ver (2)


Brief van ver

Reizen we met onze woorden mee,
een brief
over straat
de huizen langs.
Gewogen, van een opdruk voorzien
en toebedeeld
aan wie voor ons op weg gaat,
bruggen oversteekt, pleinen,
soms een zee ertussen.

In dode uren uitgetekend
door de stilte, lopen we
ons leven na, spellen de tijd
die rest. Ik ben
niet hier, schrijf ik,
maar ergens anders
en zie het schuiven
van de schaduw.
Buiten speelt het hemellicht.
Hoe houdt God het uit, wil ik vragen,
een nachtegaal zingt
in vol ornaat.

Neem deze brief van mij, versierd
met rode kransen wijn,
vouw mijn woorden 
op je tafel uit, vergeef het kruim
dat tussen woorden sluipt,

en lees hoe hier de wind
in oude bomen aanzwelt, wegvalt,


alle tijden door.

 frb

Eerder verschenen in Bestendig verblijf. Uitgeverij Meulenhoff, Amsterdam 2009
Voor de Friese vertaling van 'Brief van ver' scrollt u even terug naar het vorige bericht.

02-04-18

Brief van ver (1)


Brief fan fier

Reizigje wy mei ús wurden op
in brief
oer de strjitte,
de huzen bylâns.
Waage, fan in opdruk foarsjoen
en taskikt
oan wa foar ús op in paad giet,
brêgen oerstekt, pleinen,
somtiden in see dertusken.

Yn deade ûren úttekene
troch stiltme, rinne wy
ús libben nei, staverje de tiid
dy't bliuwt. Ik bin net hjir, skriuw ik,
mar earne oars
en besjoch it skowe
fan it skaat.
Bûten boartet it himmelljocht.
Hoe hâldt God it út, wol ik freegje
in nachtegael sjongt
yn folle pronk.


Nim dit brief fan my, ornearre
mei reade krânsen wyn,
fâldzje myn wurden
oer dyn tafel út, ferjouw de kromkes
dy't tusken de wurden slûpe,

en lês hoe't hjir de wyn
yn âlde beamen pûstet, weifalt


alle tiiden troch.

 frb

In het Fries vertaald door Roel Idema
(Morgen volgt het origineel!)


28-03-18

De eerste alinea (64)


"Ik schrijf om helder in en om mij heen te kijken. Het lijkt of de zon verduisterd is en mijn slapeloze nacht eindeloos doorgaat. Ik knip een lamp aan, zodat ik kan zien, zodat jouw lieve ogen kunnen zien wanneer ze ontwaken. Zodat jou tenminste het bewijs resteert van mijn trouw wakende liefde. Ken jij geen rust, dan ken ik geen rust. Geen moment heb ik mijn rusteloos verdriet respijt gegeven. Ik adem je waanzin: mijn ziel verwijdt zich in de angst zoals je ogen: ze kijkt naar het donker, vreest de spoken en de smetten."

Gabriele d'AnnunzioDe schoonheid van de nacht. 
Vertaling uit het Italiaans: Jan van der Haar. Uitgeverij De Arbeiderspers, Amsterdam – Antwerpen 2018.

20-03-18

Gedicht




Gerri. Groene zandloopkever
Cincindela campestris

Achter een loshangend lipje van een afgebroken bloem, 
even na het optrekken van het zware mistgordijn, komt hij 
tevoorschijn, aarzelt allerminst op zijn weg terug, merkt 
zijn eigen snelheid niet bij het jagen en klussen, druk bezig 
met zijn werk. Hij zoekt naar iets, leeggedroomd en niet 
te stuiten, lijkt gewichtloos, raakt even uit het zicht, voelt 
zijn honger groeien, bijt zich vast in het grauwe, kille licht 
dat is overgebleven. Vliegend, dan weer ingespannen rennend,
een prooi tussen zijn tangen en kaken, een mug nog wel, 
verdwaalde mug, argeloze mug, haast hij zich een tunneltje in, 
schuift langs korrels zand, knipt, nee, rijt het diertje in stukken, alles
aan ons oog onttrokken, besproeit het met spijsverteringssappen. 
En kijkt niet op, want al te vraatzuchtig bezig, als de grond boven 
hem trilt en krult, dichtklapt na een voetstap, pardoes neergezet 
door een verdwaalde wandelaar, nietsvermoedend van zijn daad.

 frb

Uit de Poëziekrant, nummer 2, maart-april 2018. Het gedicht is uit de reeks 'Kleine insectologie'. Komend najaar verschijnt bij Meulenhoff mijn dichtbundel Zoveel nabijheid.



15-03-18

De eerste alinea (63)



"Zou u liever meer liefhebben en meer lijden, of minder liefhebben en minder lijden? Dat is, denk ik, uiteindelijk de enige echte vraag."

Julian Barnes Het enige verhaal. Vertaald uit het Engels door Ronald Vlek. Uitgeverij Atlas Contact, Amsterdam 2018