12-01-17

Souvenir, souvenir (2)



Schommelend

Eend botst op middenrif, schommelt
zachtjes met de klok mee, doorsnijdt belletjes
bij ingezeepte voeten. Minutenlang deel
van onbekende oceaan, kanariegele stip.
Met schuim op hoofd en schouders ben ik
de aandrijfkracht, verander op bevel haar baan. 

Druppelend ligt zij te glimmen, dromend
van de zee die om haar plastieken lijfje spoelt, 
als gedachten beginnen te sijpelen dat dit geen
hemelse vijver is, geen verdere horizon

dan strakke rand van wit glanzende kuip.
Zó onweerstaanbaar eend te zijn, dobberend
in een bocht van het bad, rondjes draaiend,

andere kringen, steeds verder van mij af.


 frb



Plastic badeend, Genk (B).



05-01-17

Souvenir, souvenir (1)


Ten grondslag aan de reeks ‘Handbagage’ – verschenen in mijn bundel Transit (Uitgeverij Meulenhoff, 2012) – liggen veertien souvenirs, op verzoek van mij door vrienden en kennissen meegebracht. Onder het motto ‘Niets is levendiger dan een herinnering’ (Federico García Lorca) liet ik mij inspireren door de voorwerpen en de gemaakte reizen. 
Op bijgaande foto het koffertje, voor een appel en een ei gekocht op een antiekmarkt in Canada dat mij tot onderstaand gedicht bracht, met daarin de door anderen meegebrachte souvenirs.

Brief 

Zo zoek ik jou in steeds andere steden,
verdwaald in onrust, altijd onderweg, 
gevuld met herinnering, onsterfelijke nachten, 

hotels als een zwaargeschonden graf.
Nooit blijf je in droefheid achter, vind je
met schijnbewegingen mijn ene arm,
open ik je vol liefde bij elke thuiskomst.

En al wat ons overeind houdt, stalt zich uit – 
in een vouw van je zijden bekleding 

die ene brief over nooit gemaakte reizen, 
aankomst noch vertrek.


Leren koffertje. Montréal, Canada


 frb

31-12-16

Over Ernst Meister (4)


Ernst Meister heb ik in zijn werken leren kennen als de man van angst en twijfel, van liefde en hartstocht. Als de zoekende dichter-schrijver-schilder voor wie de oorlogsjaren een gruwel waren en die zich voor altijd in zijn psyche nestelden. Ook als de lijdende, vaak oververmoeide, depressieve, slechtziende, bijna blinde man. Tegelijk is hij ook de fijngevoelige intellectueel die de eeuwigheid tracht te doorgronden in een diepgaand meditatief onderzoek naar de wortels van het menselijk bestaan. En vooral niet te vergeten: de dichter van de compacte taal waardoor hij niet altijd tot de makkelijkste dichters wordt gerekend maar desondanks de wereldpoëzie met bijzonder intrigerende gedichten heeft verrijkt – fonkelende parels die tot lang na zijn dood zullen schitteren.
Wat die dood aangaat, deze door Ton Naaijkens en Jan Gielkens in 1982 vertaalde dichtregels staan voor altijd in mijn geheugen gegrift: ‘Je sterft op / je gemak of toevallig’. En zo gebeurt het dat hij op 15 juni 1979 tegen zeven uur ‘s avonds, kijkend naar een reportage over het leed in Nicaragua getroffen wordt door een hartstilstand, de woorden ‘wie schrecklich’ nog op de lippen... Twee dagen voor zijn plotselinge dood had zijn zoon Reinhard hem nog het nieuws gebracht dat hem de prestigieuze Büchnerprijs was toegekend. De rouwkaart die twee dagen later door de familie wordt verstuurd, draagt in het motto de bezieling van Meister uit:

                                  Geist zu sein
                                  oder Staub
                                  Dasselbe im All.

In nog geen tien woorden hebben de achterblijvenden de meest diepliggende intentie van een geheel oeuvre samengevat.
Met Alle schepen kenteren is in 2013 dankzij de kwaliteiten en de inspanningen van Ton Naaijkens en diens uitgever AFdH een boek van grote waarde toegevoegd aan de schatkamer van vertaalde poëzie.


29-12-16

Over Ernst Meister (3)

                      (Ernst Meister, zelfportret, krijt en houtskool, zonder jaartal)


Vertaler Ton Naaijkens laat ons in Alle schepen kenteren niet alleen de dichter Ernst Meister ontmoeten, we maken ook kennis met de schilder / tekenaar Ernst Meister van wie een klein deel van zijn beeldend oeuvre in dit toch al kleurrijke boek is opgenomen. Meister als dubbeltalent dus. In een van de gedichten komen we beide disciplines tegen: Jou, wonderschoon beeld, / schilder ik / voor mijn vergetende /ogen... voor jou / het mooiste, voor de / meest vergetende.
Pas in 1955, hij is dan inmiddels vierenveertig, begint Meister voor het eerst serieus te tekenen. De aanleiding was een van zijn kinderen: men wilde graag versieringen aan de muur bij de viering van oud op nieuw – en der Vati toog aan het werk!
Tekenen en schilderen hebben met lust en hartstocht te maken, legt Ernst Meister uit, met een zekere zielstoestand. Het kost hem geen moeite om in zijn geest kleuren op te roepen, waarom die dan niet bij de gepaste gevoelsstemming aan het papier toe te vertrouwen? Voor Meister, die in zijn aanvangsperiode soms even doet denken aan Wassily Kandinsky, Paul Klee of Emil Schumacher (met de laatste was hij goed bevriend), maar al gauw een eigen richting inslaat, is het teken- of schilderproces belangrijker dan het resultaat. Het gaat hem om de beweging van de hand, aangestuurd door de gemoedstoestand van dat moment, ook om de spanning en weerstand, die ontstaat bij het hanteren van het schildersmateriaal. Met opzet geeft hij geen titels aan het werk, ieder kan er zijn eigen invulling aan geven. 
Meisters werk is zowel organisch als geometrisch opgebouwd, vaak doorsneden met zwarte lijnen. Meestal hanteert hij het formaat 17x12 cm, geen enkel werk is groter dan 83x68 cm. Een atelier heeft hij niet. Hij tekent en schildert, soms samen met zijn kinderen, zittend of staand voor de tafel. De hand, daar gaat het Meister om, is het belangrijkste instrument van uitvoering. ‘De hand controleert zichzelf,’ zei hij ooit, ‘zelfs als je blind was zou het je lukken als die hand maar de sfeer en gevoelens weet over te brengen.’ Zo ontstaan talrijke tekeningen, aquarellen en gouaches, niet alleen thuis in het Duitse Hagen maar ook op Ibiza en in de Provençaalse oorden Vaison-la-Romaine en Séguret waar hij bij vrienden vaker te gast is.


27-12-16

Over Ernst Meister (2)


Ton Naaijkens weet de dramatische ontwikkeling – door Ernst Meister in compacte gedichten lyrisch uitgeschreven – in voortreffelijk Nederlands te presenteren met groot gevoel voor de betekenis van woord en klank. Zonder de gedichten ook maar ergens tekort te doen, weet hij de hartstocht en wanhoop die uit deze poëzie spreken trefzuiver te evenaren. Net als destijds bij de vertalingen van Celans gedichten is het deze vertaler gelukt het ritme van Meisters gedichten te bewaren, soms door een accent net iets anders te leggen. De geest van Ernst Meister blijft volledig intact, en dat is in alle opzichten subliem te noemen. Niet alleen de dichter wordt recht gedaan, ook de lezer. ‘Ich reiste Entfernen’, om maar een voorbeeld te noemen, wordt in vertaling – u zag de regels hierboven in deel 1 al – ‘Ik reisde het weggaan’. Poëtischer kan het origineel niet benaderd worden. Of deze oproep van Meister aan het eind van een gedicht: ‘Lies das, und / sag mir – lies!’ die in de vertaling niets van zijn sterkte verliest, integendeel: ‘Lees dit, en / spreek je uit – lees!’ Soms moet je als vertaler wel eens accenten verleggen, juist om het gedicht niet tekort te doen. Zo’n voorbeeld is: ‘Verweile, zerfall / nicht jetzt (...)’ waar Naaijkens komt met de vondst ‘Vertoef hier, val niet uiteen / nu (...).
Of: waar Meister dicht ‘In Grüften des Leibes / ist Sehnsucht genug’ doet de vertaler deze regels alle recht aan met de vondst: ‘In de groeven van het lichaam / steekt volop verlangen.’
Hier is een gerenommeerd en gerespecteerd vertaler aan het werk geweest. Tegelijk ook de wetenschapper die doordrongen is van de kracht van de Duitse poëzie. Die ondermeer Celan en Musil vertaalde, steeds door met de dichter of schrijver in dialoog te treden.



25-12-16

Over Ernst Meister (1)


Welke van de twintig dichtbundels die de Duitse dichter Ernst Meister (1911-1979) schreef, is zijn meest spraakzame? Zelf ga ik voor Es kam die Nachricht (1970) die in 2013 in een vertaling van Ton Naaijkens en een selectie uit Meisters beeldend werk bij AFdH uitgevers verscheen onder de titel Alle schepen kenteren. Naaijkens spreekt over ‘een mijlpaal in de Duitse poëzie’. En terecht. 
Zelden las ik een bundel die zo lang nawerkt, in het Nederlands is het al niet anders. Door de intensiteit van de emotie, de constante vraag, de eeuwige twijfel, door het grote gevoel van betrokkenheid, door een alles omvattende liefde die tegelijk samenvalt met het afscheid van de geliefde waardoor de dichter zich geconfronteerd ziet met een leegte. Leegte als het meest schrijnende leed. Zoals de dichter het zelf verwoordt in deze prachtige regels: ‘Ik reisde het weggaan, / het verlangen reisde ik, / aan mijn lippen nog een glimp / van de verlaten mond.’
Eigenlijk zou deze bundel uit 1970 Gedichte für G. gaan heten, dat had Ernst Meister zo gedacht. Sommige gedichten verschenen eerder in het jaarboek Jahresring onder de titel ‘Liebesgedichte’.
De afkorting G. stond voor Gabriele Wohmann, een schrijfster, 21 jaar jonger dan Meister, die hij in 1968 in het Belgische Knokke leerde kennen. Hij wordt stapelverliefd op haar, de twee gaan een relatie aan die uiteindelijk schippert. Tegen het eind van de bundel lezen we: “Op ‘t laatst zegt / van de twee / de ene nog: / ik heb je ingeleefd / in de verlatenheid. / Op ‘t eind zegt van de twee / de andere nog: / zie, al het nabije / is zo ver, zo ver”.


07-12-16

Muurgedicht


Het moet in of rond 2000 zijn geweest dat mijn gedicht 'Holleweg' op een flatgebouw bij de gelijknamige weg / hoek Gagelboslaan in Bergen op Zoom een plaats kreeg. De website Stenen Strofen, waar ook muurgedichten van collega's zijn te vinden, vermeldt het regelmatig passeren van rouwstoeten op weg naar de even verder buiten de stad gelegen begraafplaats.
Eén klik met de muis op de foto en het gedicht geeft zijn betekenis prijs...


25-11-16

De eerste alinea (47)


"Toen de cassière hem wisselgeld had teruggegeven van zijn vijffrankstuk, liep Georges Duroy het restaurant uit. Omdat hij er wezen mocht, met zijn uiterlijk en houding van voormalig onderofficier, zette hij een hoge borst op, krulde met een militair, routineus gebaar zijn snor en wierp over de verlate etensgasten een snelle, rondgaande blik, zo'n blik van mooie jongen, die zich als een uitgegooid werpnet ontplooit."

Guy de Maupassant, Adonis. Bel-ami. Vertaling uit het Frans: Hans van Cuijlenborgh. Uitgeverij Atheneum-Polak & Van Gennep, Amsterdam 2004.

18-11-16

'Rochers de Frênes' op muziek gezet



De sinds jaar en dag in Nederland wonende Belgische componist Jean Lambrechts heeft twee van mijn gedichten in een Franse vertaling van Claude Vaessen op muziek gezet. Bij gelegenheid van zijn tachtigste verjaardag worden 'Rochers de Frênes' en een ander gedicht van mij ('La jeune fille rousse / Het roodharige meisje') samen met diverse andere koorwerken uitgevoerd door Vrouwen Kleinkoor Orpheus o.l.v. Albert Wissink uit Ede en Vocaal Ensemble Silhouet o.l.v. Hans Heykers uit Roermond. Beide werken zijn, samen met op toon gezette gedichten van Pierre de Ronsard en A. le Guillou, opgenomen in 'Le jardin des poètes'. Het concert vindt plaats op zondag 20 november om 15:00 uur in de Kapel 'Onder de Bogen' te Maastricht.

foto: Rochers de Frênes (B) © WBT-J.P. Remy


      Rochers de Frênes

Nu de kiezel die het dal straks schuurt
de berg afglijdt, uit flanken
van steen zich losmaakt

ons in beweging zet op dit punt

van uitzicht, nu wind en regen
uitpluimen boven de rivier, het water
zich losslaat op de schepen,
kijken wij op de ader neer, deint 
het water van ons weg, breekt

spektakel langs de oevers
in de kieren van de riemen uit.

Wij zijn geluid – onze ogen dicht
roeien wij tussen rotsen
door de nanacht naar de zee.

 frb
       

16-11-16

'Ein Haus in der Erde' verschenen


Tijdens de Frankfurter Buchmesse (oktober 2016) werd door de Berlijnse uitgeverij Edition Rugerup de tweetalige bundel 
Ein Haus in der Erde gepresenteerd in een vertaling van  
Stefan Wieczorek. Het nawoord is van Cees Nooteboom. Omslagbeeld: Bep Scheeren
Aantal pagina's: 160. ISBN: 978-3-942955-56-0 Prijs: € 19,90 
Uit de reeks 'Mijn huis' het gedicht 'De badkamer / Das Badezimmer':

De badkamer

Sta ik hier te sterven tot zelfs de druppels,    
ook de tranen ruim en beeldschoon vallen.    
Te sappelen om niets, geen zware kleren aan,
niet eens pijn. En woon met anderen, 
heb ik vannacht gedroomd. De kamer 

laat ik dicht vandaag, alleen jij, je hand 

op mijn schedel, zolang je wilt heel even 
strelen. En loopt het bad over, acht uur 
‘s ochtends – de damp, de geur, de honing,
zoveel trager dan geweest.

---------------------


Das Badezimmer

Hier also sterben, bis selbst die Tropfen,
die Tränen auch, hübsch und reichlich fallen.
Ich neu geboren, die Weite des Augenblicks
fühlen, die Zeit verdampft. Und wohne mit
anderen, träumte ich diese Nacht. Das Zimmer

bleibt heute geschlossen, nur du, deine Hand

auf meinem Schädel, kurz noch streicheln, solang
du willst. Und läuft das Bad dann über, acht Uhr
morgens der Dampf – der Duft, der Honig,
soviel träger als alles zuvor.


13-11-16

De eerste alinea (46)



"Op een verlaten strand achter het dorp van de inboorlingen stuitte ik op een spoor van verse stappen. Die afbeeldingen voerden mij door rottend loogkruid, zeekokosnoten & bamboe naar hun maker, een blanke man met opgerolde broekspijpen & een bonker met opgestroopte mouwen, getooid met een goedverzorgde baard & een te grote kantoor, die zo aandachtig met een theelepeltje in het asgrijze zand roerde & pluisde dat hij mij pas opmerkte toen ik hem van tien yard afstand begroette. Zo geviel het dat ik Dr. Henry Goose, geneesheer van de Londense adel, leerde kennen. Zijn nationaliteit was geen verrassing. Als er al een arendsnest bestaat dat zo verlaten is, een eiland zo afgelegen dat men kan vertoeven zonder door een Engelsman te worden aangesproken, staat dat op geen enkele kaart die ik ooit onder ogen heb gekregen."

David Mitchell, Wolkenatlas. Vertaling uit het Engels: Aad van der Mijn.
Em. Querido's Uitgeverij, Amsterdam 2005.


03-11-16

In Memoriam (15)



I.M. Peter Nijmeijer (1947-2016)

De pub houdt de luiken gesloten, schapen blaten
vanuit een dichte mist, de afstand maakt hen niet
bereikbaar. Er is geen uitzicht meer, je ziet jezelf niet,
uur na uur wordt jou elke vorm van toegang ontzegd.
Je komt tot een verzwijgen. Wat neem je mee als
herinnering nu ook de hemel is verdwenen, de ruimte
om je heen wegvalt, het glas op tafel jou niet langer
weerspiegelt – het bord op tafel al dagen ongebruikt.

 frb


02-11-16

Over 'uitvaarten' gesproken


‘De cultuur van een volk herkent men aan het omgaan met de dood,’ zei Perikles zo’n 450 jaar vóór onze jaartelling. Vooral sinds de jaren zeventig is er een ‘commercie van het dodenrijk’ ontstaan. Ondernemingen nemen keurig en gladjes, en mèt onze toestemming, de dierbare doden van ons af. De gestorvene wordt van het ene op het andere moment een artikelnummer. De serviceverstrekking is standaard: snel, efficiënt, doordacht en hygiënisch; van hetzelfde laken een pak en altijd die eeuwige koffie na.
De dood is weggedrongen, aan het zicht onttrokken. De afgestorvenen draagt men over, overmand door wanhoop en verdriet, aan de anonimiteit van het uitvaartkantoor. Men betaalt voor het begeleiden van gevoelens, verdringt het onherroepelijke. Anderen maken uit wat het beste voor de dode (lees: voor de achtergeblevenen) is. Rituelen zijn weggevallen, grafretoriek is een hoge zeldzaamheid; men is al blij dat een van de kraaien ‘namens de familie’ een woord van dank zegt. Een begrip als rouwproces is begin jaren tachtig nog niet in het Groot Woordenboek der Nederlandse Taal opgenomen.

Maar tien jaar later begint er zich langzaam een kentering voor te doen, eerst nog alleen in het westen van het land, maar de overlijdensadvertenties in de regionale kranten laten zien hoe ook elders familie en vrienden de dode meer en meer persoonlijk begeleiden op zijn of haar laatste tocht, een enkele keer zelfs zo goed als geheel buiten de uitvaartonderneming om.’

Uit: Frans Budé, Het perfecte licht, Uitgeverij Scorpio, Eckelrade 1999

Toevoeging 2016: Sommige ondernemingen dringen zich via Ster-reclames aan de kijkers op, bang hun plek te verliezen binnen de uitvaartbranch. Dan krijgt men ongevraagd op het t.v.-scherm zoiets als hier op deze video.
Een kwestie van smaak. Zo kan ik nog altijd niet wennen aan de openingswoorden van deze commercial...



24-10-16

De eerste alinea (45)



"In sommige nachten, als de storm uit het westen kwam, steunde het huis als een schip dat op zware zee heen en weer geworpen werd. Gierend beten de rukwinden zich in in de oude muren vast."

Dörte Hansen, Het oude land. Vertaling uit het Duits: Lucienne Pruijs. Uitgeverij HarperCollins [Amsterdam], 2016.

12-10-16

Flower Ben in Gent


Elizabeth Peyton schilderde in 2002 twee versies van 'Flower Ben' die op het eerste gezicht niet veel van elkaar lijken te verschillen. In het Bonnefantenmuseum in Maastricht toonde zij 2009 het portret als olieverf op board, in het S.M.A.K te Gent is tijdens de interessante tentoonstelling These Strangers... Painting and People tot en met 8 juli 2017 ondermeer 'Flower Ben (Two)' als monotype met handschildering aanwezig. Destijds schreef ik bij het werkje (25,4x21 cm) dit gedicht:

Flower Ben

De wereld is groot, klein het trapportaal,
bezaaid met loze stappen, waar je
voor of na afscheid neemt. Nu ben je nog

in de kamer, verzamelt stemmen van buiten,
in het park het sluiten van de hekken.

In welke rol staar je me aan, hoe peilloos
val je samen met wie je bent, zo engelachtig
geduldig, losgeknoopt uit de tijd. Speciaal

voor jou: steile gerbera’s in strakke glazen vaas,
tussen hun stelen de leegheid van helder water.
En niets aan de hand, denk je, alle zekerheid,

alle dromen. En toch: de schrik nog in de benen.

 frb

Eerder verschenen in Frans Budé, Peyton's Facebook, 
een speciale uitgave van het Bonnefantenmuseum 2009.


05-10-16

Verschijnt binnenkort...


Uit de tweetalige bloemlezing Ein Haus in der Erde die deze maand bij de Berlijnse uitgeverij Edition Rugerup verschijnt in een vertaling van Stefan Wieczorek en met een nawoord van Cees Nooteboom. 160 pag., € 19,90. Omslag: Bep Scheeren.

Panamarenko am 5. Februar 1940
bei seiner Geburt, Biekorfstraat 2, Antwerpen

Ohne seidenen Fallschirm eingeschwebt,
ohne fliegenden Rucksack hinaus ins Freie.
Du streckst meine kleinen Arme weit,
als ob ich Flügel bekäme, es wird Maß
genommen, mit Seifen poliert.
Herumtollen will ich unter Wasser,
strampeln in der Luft, steigen, landen,
auf silbernen Akkumulatoren senkrecht an Dir
in die Höhe, mein Düsentriebwerk vorführen.
Ich fliege, Mutti, kontinental
und sogar aerodynamisch. Weiter
Fernblick, wenn du mich hochhebst,
ich spürbar schwebe über
Tüll und Tinnef – achje, ich lebe.

----

Panamarenko op 5 februari 1940
bij zijn geboorte, Biekorfstraat 2, Antwerpen

Zonder zijden parachute ingedaald,
zonder vliegende rugzak bij u naar buiten.
Mijn armpjes wijd door u gestrekt,
alsof ik gevleugeld word, op schaal
gemeten, gepolijst met uw zepen.
Mij wentelen wil ik onder water,
peddelen in de lucht, stijgen, landen,
op zilveren batterijen loodrecht bij u
omhoog, u mijn straalkracht tonen.
Ik vlieg, moeke, continentaal
en ook nog aerodynamisch. Weidse
vergezichten als gij me optilt,
ik voelbaar zweef boven propere
doekskes, dozekes – amai, ik leef.

21-09-16

De eerste alinea (44)


"Voor de kop van de koe hangt de zoon een zwart leren masker en bindt het vast aan de hoorns. Het leer is in het gebruik zwart geworden. De koe ziet niets meer. Voor het eerst is er een plotseling nachtelijk duister aangebracht voor haar ogen. Het zal over minder dan een minuut, als de koe dood is, weer worden weggehaald. Het leren masker verschaft, over de afstand van de tien passen tussen ruststal en slachthuis, in één jaar vierentwintig uur nachtelijke duisternis."

John Berger, Het varken aarde. Vertaling uit het Engels: Sjaak Commandeur. Uitgeverij Schokland, vierde druk 2016.


17-09-16

Diashow van beelden en citaten



Johan Laserna is de Zweedse vormgever van mijn tweetalige poëziebundel Ein Haus in der Erde die binnenkort in een vertaling van Stefan Wieczorek bij de Berlijnse uitgever Edition Rugerup verschijnt.
Laserna's website is een interessante 'diashow' met na elke 7 seconden prachtige afbeeldingen en interessante citaten.

12-09-16

"Oceaan van aarde"


Oceaan van aarde

                                                   Voor G. de Chirico

Ik heb een huis midden in de oceaan gebouwd
Zijn vensters zijn de stromen die uit mijn ogen vloeien
Overal waar vestingmuren staan krioelen inktvissen
Hoor hun drievoudig hart slaan en hun snuit kloppen tegen de ruiten
                      Vochtig huis 
                      Vurig huis
                      Vluchtig seizoen
                 Seizoen dat zingt
                 De vliegtuigen leggen eieren
Let op men gaat het anker uitwerpen
Pas op voor de inkt die men gooit
Wat zou het mooi zijn als jullie uit de hemel kwamen
De hemelkamperfoelie klimt
De aardinktvissen trillen
We zijn trouwens al lang op weg onze eigen grafdelver te zijn
Bleke inktvissen uit de krijtgolven o inktvissen met jullie bleke snuit
Rondom het huis is er de oceaan die je kent
En die zich nooit neerlegt


Vertaling: frb

Uit: Het perfecte licht, Uitgeverij Scorpio, Eckelrade 1999



03-09-16

De eerste alinea (43)


"Het is zomer aan zee, de kleurige strandcabines glimmen in de zon. Stefan Zweig zit driehoog in de loggia van Maison Floréal, een grijswitte villa op de brede zeedijk van Oostende. Hij staart naar de zee. Daar heeft hij altijd van gedroomd, van dit enorme uitzicht op de zomer, op de leegte, schrijvend en kijkend in de verte. Een verdieping hoger woont zijn secretaresse Lotte Altmann, die al twee jaar zijn geliefde is, ze zal zo meteen met de schrijfmachine naar beneden komen, hij zal haar zijn nieuwste boek dicteren, en telkens weer terugkeren naar die ene passage waar hij blijft steken, waar hij vast zit. Zo gaat het nu al een paar weken lang."

Volker WeidermannZomer van de vriendschap. Oostende, 1936. Vertaling uit het Duits: Els Snick. Uitgeverij Cossee, Amsterdam 2015.