24-08-16

'Verraderlijke tooi'


"In de imaginaire wereld die Bep Scheeren schept vervloeien alle eerder door ons getrokken grenzen. Beelden uit het alledaagse leven vermengt ze ingenieus met herinnering en droom. Ze rangschikt en combineert net zo lang totdat er nieuwe associaties ontstaan. Alleen zo kan in haar verbeelding een vrouwenhoofd rijzen uit een wankel staande vaas om vol tederheid een paardenhoofd te kussen; en een aantrekkelijke leeuwin met elegante damesschoen triomfantelijk poseren tegen de achtergrond van een on-Afrikaans aandoend landschap.

Vervreemding is het sleutelwoord voor haar werk. Beklemming, ontheemding, daar gaat het haar om. Het gevoel dat de opgevoerde personages op de een of andere manier niet met de wereld of met zichzelf samenvallen. Er is een verstoring van de realiteit geschapen, een aangename hapering die deze kunstenaar niet geheel zonder ironie uitvergroot. Ogenschijnlijk kleine verschuivingen in de perceptie kunnen tot bizarre taferelen uitgroeien. Ontreddering wordt naast schoonheid geplaatst, emotie naast koele waarneming. Met grote verbeeldingskracht wordt de naakte werkelijkheid aangekleed.
Marguerite Yourcenar komt in haar korte roman ‘Alexis’ (Amsterdam, 2007) dicht in de buurt bij wat ik denk waar te nemen in het werk van Bep Scheeren. Ze schrijft: ‘We merken dat ons lichaam een eigen leven leidt, met eigen dromen en een eigen wil, dat we er tot onze dood rekening mee moeten houden, dat we moeten toegeven, een schikking treffen of strijden.’ Om wat verderop nuchter vast te stellen: ‘Soms sterft de ziel voor het lichaam."

 frb

Uit: Bep Scheeren. Van de haat en de liefde 2000–2010 / Vom Hass und von der Liebe 2000–2010. Museum van Bommel van Dam, Venlo 2010.

Afbeelding: Verraderlijke tooi (2005), acryl op linnen, 80x60 cm

19-08-16

De eerste alinea (42)



"Toen ik Brenda voor het eerst ontmoette, vroeg ze af ik haar bril wilde vasthouden. Daarna stapte ze naar het uiterste puntje van de duikplank en tuurde ze kippig het zwembad in. Als het leeg was geweest, zou Brenda – bijziend als ze was – het nóg niet hebben gemerkt. Ze maakte een prachtige duik en even later zwom ze terug, haar hoofd met het korte kastanjebruine haar recht vooruit, als een roos op een lange steel. Ze liet zich uitdrijven naar de kant en kwam toen naast me staan. 'Dank je,' zei ze. Haar blik was waterig, maar niet door het water. Ze stak een hand uit naar haar bril, maar zette hem niet op voor ze zich omdraaide en wegliep. Ik keek haar na. Plotseling zag ik dat ze haar handen achter haar rug bracht. Ze trok met duim en wijsvinger de onderkant van haar badpak omlaag en bedekte weer het ontblote stukje vlees. Mijn hart klopte in mijn keel."


Philip Roth,Vaarwel Columbus. Vertaling uit het Engels: Nico Polak en Fie Zegerius. Uitgeverij De Bezige Bij, vierde herziende druk, Amsterdam 2009.

13-08-16

De eerste alinea (41)



"Noem me Autolycus. Nou, doe dat toch maar niet. Al ben ik, net als die pathetische clown, iemand die veronachtzaamde kleinigheden opraapt. Wat een mooie manier is om te zeggen dat ik dingen steel. Altijd gedaan, zolang ik me kan herinneren. Ik mag wel zeggen dat ik een wonderkind was in de edele kunst van het jatten. Dat is mijn beschamende geheim, een van mijn beschamende geheimen, warvoor ik me echter niet zo schaam als wel zou moeten. Ik steel niet met het doel winst te behalen. De objecten, de kunstvoorwerpen die ik wegneem – dat is een aardig woord, nuffig, schattig – zijn over het algemeen nauwelijks van enige waarde. Hun eigenaren missen die spullen meestal niet eens. Hier raak ik door van streek, ik krijg er de bibbers van. Ik zal niet beweren dat ik betrapt wil worden, maar ik wil dat het verlies wordt opgemerkt; het is belangrijk dat dit gebeurt. Belangrijk voor mij, bedoel ik, en voor het gewicht en de geldigheid van – hoe zal ik het zeggen? De prestatie. De inspanning. De daad. Ik vraag je: wat heeft het voor zin iets te stelen van iemand als niemand weet dat het gestolen is behalve de dief?"

John Banville, De blauwe gitaar. Uit het Engels vertaald door Arie Storm. Uitgeverij Querido, Amsterdam / Antwerpen, 2015.

08-08-16

Thuiskomen (2)


Wilt u meer weten over Thuiskomen, de tentoonstelling die momenteel loopt in het Museum aan het Vrijthof? Klik dan hier.
En over de speciale boekuitgaven? Dan moet u dít even bekijken.


04-08-16

De eerste alinea (40)




‘Eens – nu jaren geleden – moest ik bijna negen weken in het ziekenhuis blijven. Het was in New York en ’s nachts had ik vanuit mijn bed een ongehinderd uitzicht op het Chryslergebouw met zijn geometrisch schitterende lichtjes. Overdag verbleekte de schoonheid van het bouwwerk en geleidelijk werd het simpelweg een van de grote vele blokken tegen de blauwe lucht en leken alle gebouwen van de stad teruggetrokken, stil, veraf. Het was mei, en toen juni, en ik weet nog dat ik vaak voor het raam naar de straat beneden stond te kijken, naar de jonge vrouwen – van mijn leeftijd – in hun voorjaarskleren, buiten met lunchpauze; ik zag de hoofden in gesprek bewegen, de blouses rimpelen in de zachte wind. Ik dacht dat ik, als ik eenmaal uit het ziekenhuis was, nooit meer over straat zou lopen zonder dankbaar te zijn dat ik een van die mensen was, en dat was ik ook jarenlang – dan herinnerde ik me het uitzicht uit het ziekenhuisraam en was ik blij dat ik op straat liep.’
Ik heet Lucy Barton. Vertaling uit het Engels: Barbara de Lange. Uitgeverij Atlas Contact, Amsterdam / Antwerpen 2016.


28-07-16

Apollinaire in Stavelot (B)


Amadeo Modigliani tekende hem uit, de kunstenaars Jean Metzinger, Max Jacob, Marcel Duchamp, zijn vriendin Marie Laurencin, en Maurice de Vlaminck. Giorgio de Chirico beeldde hem op een schilderij als de ‘blinde ziener’ af. Picasso zette hem wel twintig keer op papier, soms in een vluchtige schets, karikaturaal, andere keren gedetailleerd, maar altijd trefzeker in gestalte en karakter: Guillaume Apollinaire (1880-1918), dichter, schrijver, kunstcriticus; een enkele keer door zijn vriend met het lichaam van een atleet afgebeeld – hij ging prat op zijn struise verschijning, de onafscheidelijke pijp, snorretje, peervormig hoofd, borstelhaar. En vanaf het oorlogsjaar 1914 als frontsoldaat met getrokken zwaard en kanon. Twee jaar later, na het verwijderen van een granaatsplinter, wordt hij afgebeeld met het hoofd in een verband, smartelijk, maar met het opgespelde oorlogskruis tegelijk ook kinderlijk trots.
Wie was dit rokend heerschap dat volgens de tekeningen – de meeste verschenen als losse krabbel op notitieblaadjes of restaurantnota’s – zich zo graag verpoosde aan de borreltafel in de leeshoek?
Als Wilhelm Albertus Vladimir Apollinaris de Kostrowitzky (zijn echte naam), reserveert zijn moeder in juli 1899 voor hem en zijn jongere broer Albert een kamer in Pension Constant in het Ardense plaatsje Stavelot. Zelf neemt ze haar intrek in Spa, op een steenworp afstand van het casino, waar ze met een vriend heel wat tijd doorbrengt. 
(...)
In Stavelot dient zich met de eerste verliefdheid van de jonge Wilhelm tegelijk het ontluikende dichterschap aan. De achttienjarige Maria Dubois verschijnt in zijn leven, haar ouders baten naast de kerk, op nummer 12 café ‘Les Brasseurs’ uit. Ook bij de ‘Cercle la Fougère’, de plaatselijke toneelclub, die een zaaltje huurt in Pension Constant, is ze regelmatig te zien. Voor haar schrijft hij zijn eerste gedichten. Het wordt een korte liaison, die in Apollinaires poëzie aanwezig blijft, zoals in het gedicht ‘Mareye’, Waals voor Maria (‘Mareye était très douce étourdie et charmante / Mois je l’aimais d’Amour m’aimait-elle, qui sait?’) dat men later in zijn nalatenschap zal aantreffen. De toon van de ‘mal-aimé’, de onbeminde, die door Apollinaires gedichten loopt, is daarmee in Stavelot gezet. In de bundel ‘Le guetteur mélancolique’ (de weemoedige wachter) heeft hij de reeks ‘Stavelot’ uit 1899 opgenomen waarin Maria Dubois als ‘Mareï’ voorkomt. In de bundels ‘Alcools’ (1913) en ‘Calligrammes’ (1918) waarmee Guillaume Apollinaire
naam maakt, wordt op verschillende plaatsen niet altijd even expliciet naar de Belgische Ardennen verwezen, maar is de streek desondanks sterk aanwezig in de sfeer van het landschap.
(...)

 frb

(Fragmenten uit: ‘Voor het oog van de mens. Over de betekenis van Guillaume Apollinaire’. Opgenomen in Het perfecte licht. Uitgeverij Scorpio, Eckelrade 1999).


Vertaling opschrift foto, aangetroffen op het raam van een restaurant in Stavelot: ‘Hoog tijd de sterren opnieuw aan te steken’. 

13-07-16

De eerste alinea (39)


'Twee uur voor het aanbreken van de dag gingen ze op weg, en eerst was het niet nodig het ijs in het kanaal te breken, omdat er voor hen al andere boten waren geweest. In iedere boot stond in het donker, zodat je hem niet zien maar alleen horen kon, de bomer achterin met zijn lange riem. De jager zat op een jachtstoel die was vastgezet op het deksel van een kist, die zijn patronen en zijn lunch bevatte. De twee of meer geweren van de jager stonden tegen de lading houten lokeenden geleund. Ergens, in iedere boot, stond een zak met een of twee levende eenden, of een wijfje en een woerdje, en in iedere boot was een hond, die onrustig schoof en trilde bij het geluid van de vleugels van de eenden, die in de duisternis over hen heen vlogen.'

Ernest Hemingway, Over de rivier en onder de bomen. Vertaling uit het Engels: © A.J.G. Strengholt's Boeken. Uitgeverij Strengholt, Naarden 2001.


08-07-16

Brief



Brief an die Maus in meinem Haus

Listiges Trippeln und wieder zurück,
kleine Atemzüge treiben auf dem Abendwind,
purzeln abermals herein.
Wer schleicht im Dunkeln hier herum,
unheimlich durch die Nacht, jagt

durch meinen Kopf? Du bist behend und meine Stimme
stoppt dich nicht auf Deinen krummen Touren.
Haare unter Hochspannung, Runzelhaut.

Warum bliebst Du nicht im Garten, unsichtbar,
träumtest von Kleinigkeiten
über denen sich der Himmel dehnt?

Bebend von Verlangen hast Du mein Haus erwählt
– hier gibt es kein hinaus, Mauern habe ich
errichtet, keine andere Aussicht als mit der Zeit den Tod
hinter weißem Verputz, doch schieb' ich den noch auf.

Bis hierher und nicht weiter.
Das sollten wir voneinander wissen,
jetzt, wo es wieder still auf dem Boden wird,
Du sonst wo herumspukst,
eine Zeit aufgestachelt von Leidenschaft 
und Ehrgeiz: was suchst Du bloß
zwischen den Flocken unter meinem Bett – 
Deine bestechlichen Zähne in meinen Schnürsenkeln, Ledersohlen,

nenn' das ruhig Spaß, wenn Du am Abgrund läufst,
die Falle sich von selbst schließt. Etwas in Deinem Kopf
stellt fest: Steh deinen Mann, es ist aus.

Dies zum Abschied – so leid es mir tut.

 frb

Bij gelegenheid van de Buchmesse in Frankfurt, waar Nederland en Vlaanderen eregasten zijn, verschijnt er dit najaar bij de Berlijnse uitgeverij Edition Ugerup onder de titel Ein Haus in der Erde een tweetalige bloemlezing van mijn gedichten. De vertalingen zijn van Stefan Wieczorek. 
Het gedicht verscheen eerder als 'Brief aan de muis in mijn huis' in de bundel Bestendig verblijf, uitgeverij Meulenhoff, Amsterdam 2009.
Zodra de vormgever het omslag heeft ontworpen, volgt meer informatie.


12-06-16

Thuiskomen (1)




Van 12 juni t/m 31 augustus 2016 vindt er in het Museum aan het Vrijthof te Maastricht de tentoonstelling 'Thuiskomen' plaats. Meer hierover leest u hier.
Ter gelegenheid van de tentoonstelling verschijnt in drie verschillende edities het gelijknamige boek Thuiskomen waarin een dertigtal gedichten die geïnspireerd zijn op reisschetsen en schilderijen van Chrit Rousseau. 
Uit het boek: "Maandenlang vond er een unieke symbiose plaats tussen de schilderkunst van de een en de poëzie van de ander, waarbij Frans Budé niet voorbijging aan het rijke, geschilderde oeuvre van diens ‘compagnon de voyage’. De samenwerking breidde zich uit en werd uiteindelijk een nieuwe interactie: nu was Chrit Rousseau aan de beurt om zich te laten inspireren door het werk van Frans Budé. Vijfenzeventig maal maakte hij een originele tekening bij een met de hand geschreven gedicht van de ander. Deze set, gelimiteerd, genummerd en door beiden gesigneerd, werd toegevoegd aan een speciale editie van Thuiskomen."



02-06-16

Gedicht 'Schilder aan het werk'


In de Lage Landen-reeks van het literaire online tijdschrift Ooteoote verscheen als LL85 mijn gedicht Schilder aan het werk. Het is hier te lezen.




26-05-16

Aldus de kunstenaar (17)



"Ik heb steeds beweerd dat er meer kracht schuilt in plekken dan in personen, dat er een grotere intensiteit uitgaat van het vaste toneel dan van de verwikkeling die er zich afspeelt. Deze stelling is de theoretische basis van niet alleen mijn eigen architectuur, maar van de architectuur zelf; het is in wezen een manier van leven. Ik vergeleek dit idee met het theater, en ik verbeeldde me dat de personen de acteurs op het toneel zijn wanneer het licht aangaat. Zij betrekken u in een verwikkeling die u vreemd zou kunnen zijn en waarin u uiteindelijk altijd een vreemdeling zult blijven. Het voetlicht, de muziek, ze verschillen niet van een zomers onweer, een conversatie, een gezicht.
Maar vaak is het theater gedoofd en zijn de steden leeg als grote theaters. Het is ook ontroerend dat ieder zijn eigen kleine rol speelt; uiteindelijk zal noch de middelmatige acteur, noch de sublieme actrice de loop van de gebeurtenissen kunnen veranderen."

Aldo Rossi in Wetenschappelijke autobiografie. Uitgeverij Sun, Nijmegen 1994.


22-05-16

'In de loop van de Maas'



Grind en gruis met baggers boven water gehaald,
kordaat weggezeefd uit de duisternis, gekamd 
als gras, voor- en achterlangs naar het licht gebracht, 
gestapeld en verdeeld. Van de ene op de andere dag 

zomaar een nieuwe aarde scheppen, speelruimte 
voor de rivier die met duizend tongen de nieuwe boorden 
van haar stroombed likt, haar water laat kleuren 
in een nieuwe en wijde schemering waar de wereld

nooit zo diep en stil zich volzoog met vruchtbaar zaad 
van ver gebracht. Niet langer in het voorgeborchte,

het dorre en onvruchtbare, maar reikend naar bloei, 
opwaaiende guirlandes van wortel en blad, eindeloze 
velden, zacht ruisend, bekleed met opspringend groen. 

Ach, als je langs de oevers het baltsen van verliefde
veldleeuweriken eens mocht zien, omlaag, omhoog, 

niet langer aarzelend maar elkaar aanwezig makend.


 frb


Uit: In de loop van de Maas. Een uitgave van JVE (Jan van Eyckacademie).
Bovenstaand gedicht is er een van twaalf uit een recent gedrukte cyclus op de persen van het Charles Nypels Lab. De gedichten zijn een ode aan de Maas, speciaal aan de Grensmaas die de afgelopen maand centraal stond in de landschapsopera De Grensmaas vertelt
Meer hierover vindt u beneden op mijn weblog van 11 mei 2016.

11-05-16

Landschapsopera in Itteren-Maastricht


De komende twee weekends vinden even ten noorden van Maastricht zes uitvoeringen plaats van De Grensmaas vertelt.
Paul Coenjaarts is de bedenker en artistiek leider van de uitvoering van deze landschapsopera op de werklocatie van Consortium Grensmaas, Sybe van der Werf de regisseur.
Maandenlang was Coenjaarts op zoek naar een locatie waar het landschap echt iets te vertellen heeft. Want dat is wat hij wil: mensen confronteren met het geluid van het landschap dat overal weer anders is.
'Toen ik in Itteren het terrein van Consortium Grensmaas zag,' zegt hij daarover, 'was ik meteen verkocht. Een juweel. Een locatie waar heden en verleden samenvloeien. Waar het Consortium met imposante installaties en graafmachines als een schilder werkt aan een nieuw doek. Een veiliger Maas en nieuwe natuur.'
Hoe men kan boeken voor deze unieke voorstelling – die in Maastricht begint met een boottocht naar de locatie – en welke regionale, nationale en internationale kunstenaars er allemaal aan deelnemen is hier te lezen.


02-05-16

Aldus de kunstenaar (16)


"Peindre, c'est vivre. – Schilderen is leven. Door te schilderen duw ik de wereld van mij weg die het leven tegengaat en waarin men voortdurend gevaar loopt te worden verpletterd."

"Ik ben er niet op uit een schilderij te maken. Het schilderij is veel minder belangrijk dan wat het me toestaat te bereiken. De magische kracht van de schilderkunst... Een levenshandeling die in staat stelt om te zien... Ik meen bovendien dat de mens leeft door het oog. Daarom is de schilderkunst noodzakelijk voor het menselijk leven."

"Ik zoek mijn eigen geheim, u en ik kunnen dat niet kennen, maar door mijn schilderkunst is 't of ik nader. 't Is of ik langzaam nader kom, op de punt van de tenen, bij dat onbekende dat ik wil verrassen."

Drie citaten van Bram van Velde in Arnold Heumakers en Erik Slagter, De onmogelijkheid van de kunst. Samuel Beckett en Bram van Velde. Uitgegeven door het ABP, Heerlen 1993.


22-04-16

Pleister


Pleister

Op welke plek het op je verwonde lichaam kleeft,
op kaak of kinderknie, linkerdij of elleboog, straks
loop je weer onbezwaard op mens en wereld aan.
Vraagtekens in andermans ogen ruilen voor begrip.

Wondje dicht, bloed geronnen. Achter gesloten deuren
wordt de pijn bewaard, een splinter van het glas, de kerf 
door het verroeste mes. O wreedheid die voorafgaat
aan genezing, naklopt in langzaam helen. De duivel 

die erom grijnst, kijkt gniffelend over je schouder mee. 
Boven schrammen en schilfers slaat hij briesend de ogen neer. 

Hansaplast, zo voelt het, troostende engel op een huid geland.


frb

Uit: literair tijdschrift Terras #06. Thema Ding / Onding, 2014.




17-04-16

De eerste alinea (38)


"Dit is een persoonlijke herinnering, maar wilt u alstublieft wel bedenken dat alle herinneringen (bij elke schrijver met een rijke verbeelding) onbetrouwbaar zijn. Het geheugen van een romanschrijver is een bijzonder slechte leverancier van details; altijd kunnenwij iets beters verzinnen dan het detail dat we ons herinneren. Het correcte detail is maar zelden wat er precies gebeurde; het waarachtigste detail is wat er had kunnen gebeuren of wat er had moeten gebeuren. Ik besteed de helft van mijn leven aan herzien en voor meer dan de helft gaat dat via kleine veranderingen. Het schrijverschap is een moeizaam huwelijk tussen zorgvuldig waarnemen en het even zorgvuldig verzinnen van de waarheden die je niet zelf hebt kunnen zien. De rest is het noodzakelijke, precieze gezwoeg met de taal; dat betekent voor mij dat ik de zinnen schrijf en herschrijf tot ze net zo spontaan klinken als een goed gesprek."

John Irving, De redding van Piggy Sneed. Vertaling uit het Engels: Netty Vink. Uitgeverij Anthos, Amsterdam 1996, vijfde druk.



08-04-16

Bij de dood van Lars Gustafsson



DE DOOD

De dood is een donsje
door een windstoot over
een marmeren vloer geblazen.

De dood is het andere lichaam
dat ons eerste ontkent.


Lars Gustafsson

Uit: Een raadselachtige verdwijning. Een keuze uit de gedichten 1950-1996.
Vertaald uit het Zweeds door J. Bernlef. Uitgeverij De Bezige Bij, Amsterdam, 1999.

Lars Gustafsson overleed op 2 april 2016.



05-04-16

I.M. Wim Brands (1959-2016)



I.M. Wim Brands (1959-2016)

We wisten niet wat zich schuilhield voor en
achter in je hoofd, zagen alleen je gulle lach, wisten 
van jouw wanhoop niet. Je droeg je zelf weg van ons, 

zocht de dood op, de hakige kartels van zijn zeis. 
Het begon in ons te razen, die dag, terugblikkend, 
toen voor het laatst de camera van je wegdraaide, 

en wij je handen zagen: hoe je het boek dichtsloeg. 
Dat wij, zwijgende schare, niet merkten hoe plotseling  

jij je pas versnelde – vastberaden het eindpunt tegemoet.


 frb

29-03-16

Jacques Perk in de Belgische Ardennen


"Melreux, Belgische Ardennen, juli 1879. Kruiers brengen hun handkarren in gereedheid, hotelbediendes van het vijftien kilometer zuidelijker gelegen La Roche kijken nieuwsgierig naar de vermoeide reizigers als de trein uit het noorden puffend het stationnetje binnenloopt. Enthousiast meerennende kinderen worden teruggeschreeuwd. Hier en daar neemt een passagier vanachter een opengeschoven raampje nieuwsgierig de nieuwe omgeving in zich op. De dames zijn blijven zitten, in afwachting van een helpende hand schikken ze niet al te opvallend hun kleding. Ondertussen kijken ze naar de lucht die zich zwaar en dreigend boven het dal van de Ourthe heeft samengepakt.
De bediendes van Hôtel du Nord uit La Roche verschijnen in de coupés, koffers en dozen verhuizen naar het klaarstaande rijtuig op het hobbelige stukje grond naast het perron. De knechten begroeten de familie uit Amsterdam, knikken timide naar de jongedames in het gezelschap. Dan gooit de koetsier de zweep over de paarden. Nog maar een half uur en de familie Perk is eindelijk in haar geliefde vakantieplaats. 
Vader Perk, van huis uit dominee, heeft zijn passie voor de Ardennen bezongen in allerhande tijdschriftartikelen, hij stelde zelfs een gids samen over de Ardennen. Een eeuw later zal het stadje deze Hollander met een gedenksteen eren, als de pionier in wiens voetspoor duizenden noordelingen La Roche-en-Ardenne bezochten."

 frb

Uit: Het perfecte licht, Uitgeverij Scorpio, Eckelrade 1999.

25-03-16

De eerste alinea (37)


'Plasters en steunmuren reten plotseling uiteen; een oorverdovend geraas galmde door Baixada de la Ferradura, een kakofonie van krakende draagbalken en gebinten, neerstortende trappen, vloeren, wanden en booggewelven, versplinterend glas en verbrijzelende bakstenen, dakpannen en plavuizen, terwijl het huis onherroepelijk in elkaar zakte. Vervolgens steeg er een stofwolk op, de eerste van de reeks die de langdurige agonie die op dat moment begon zou gaan vergezellen, en warrelde boven het stadje in de heldere lucht van de lenteochtend langzaam uiteen.'

Jesús Moncada, Het jaagpad. Vertaald uit het Spaans door Adri Boon. Uitgeverij Meulenhoff, Amsterdam 1992.