17-10-18

Traveler



Traveler

We lopen aan eigen schaduw vooruit,
vervloeien met de muziek om ons heen. 
Ik zie je, al spreek je geen woord.

In mijn hoofd blijf je dicht bij me, leg je 
een hand op mijn schouder en houdt me vast, 
een leven lang. De tijd loopt met ons mee, 

houdt ons bijeen. We schuilen in muziek 
om niet te verdwalen, delen vrees en 
vrolijkheid, zijn altijd onderweg
             
naar een nieuwe dag. In het diepst van de tijd, 
achter de hoogste toppen van geluk,
liggen de tuinen van weleer, vóór ons ligt
             
in uitgestrekte stilte wat verscholen blijft 
in braakliggende velden, waait hooguit iets 
binnen van de andere oever. Laten we onze angst
             
bezweren, ons verweven met de volle schoonheid 
van het leven. Muziek haalt de tijd terug. 
Zo zetten we onze weg voort, de koele 
             
nachtlucht houdt haar adem in, en zie, 
het bloesemt weer – heel even.

 frb

Uit de begin oktober bij Meulenhoff verschenen dichtbundel Zoveel nabijheid.


De Amerikaanse componist David Maslanka (1943-2017) schreef zijn compositie Traveler in 2003 als geschenk voor een vriend die afscheid nam als chef-dirigent. Het werk verklankt min of meer Maslanka’s visie op de pensionering als een belangrijke gebeurtenis, een rite de passage, in iemands levensloop. Traveler opent met de melodie van Bachs koraal “Nicht so traurig, nicht so sehr”. Daarmee wil Maslanka uitdrukken dat het laatste deel van iemands leven niet treurig moet zijn maar juist vreugdevol. Halverwege krijgt de muziek een sterk meditatief karakter. De belangrijkste opgaven in het leven zijn volbracht, er rest tijd om terug te kijken maar vooral ook om zich voor te bereiden op een nieuw leven. Aan het eind klinkt een weemoedige, vreugdevolle berusting door.
Ik werd door het muzikale werk tot een gedicht geïnspireerd toen ik in 2017 de uitvoering bijwoonde op de dag dat Harmonie Sint Petrus en Paulus Wolder het Wereldmuziekconcours won. 



04-10-18

De eerste alinea (72)


"Plotseling werd de hemel verduisterd door een adelaar. Zijn zwarte, bijna paars glanzende veren vormden een beweeglijke afscheiding tussen de wolken en de aarde. Een olifant en een schildpad, allebei even immens groot, bungelden verstijfd van angst aan zijn klauwen en scheerden vlak langs de bergtoppen. Het leek wel of de vogel van plan was die te gebruiken als mespunten, om zijn prooien open te rijten. Door het dichte loof van iets dat de adelaar in zijn snavel geklemd had – een onmetelijk lange tak – schitterden soms even zijn priemende ogen. Nog geen honderd repen koeienhuid zouden voldoende zijn om die tak in te wikkelen."

Roberto Calasso, Ka.
Vertaling uit het Italiaans: Els van der Pluym. Uitgeverij Wereldbibliotheek bv, Amsterdam 1998

27-09-18

Aankondiging nieuwe dichtbundel


Vrijdag 5 oktober 16:00 uur Van Eyck, Academieplein 1 Maastricht
Presentatie dichtbundel Frans Budé i.s.m. Boekhandel De Tribune

Inleiding: Cyrille Offermans, schrijver/essayist/criticus
Muzikale bijdrage: Kristina Rimkeviciute, viool 

In zijn nieuwe dichtbundel Zoveel nabijheid brengt Frans Budé uiterst beeldend en met groot inlevingsvermogen het onbekende van een veelal onzichtbare wereld naar voren. Aardrijken die wel of niet echt bestaan: de dichter reist erheen zonder een voet te verzetten. In zijn rijke verbeelding verplaatst hij zich evengoed naar het leven van bomen en insecten als naar dat van geteisterde eilandbewoners of een kind dat verdwaalt in een mergelgrot. Voelbaar wordt de broosheid van het bestaan”.


Frans Budé publiceerde bij Meulenhoff veertien dichtbundels waaronder Bestendig verblijf (2009), Transit (2012) en Achter het verdwijnpunt (2015). In 2018 ontving hij de Leo Herberghs Poëzieprijs.



19-09-18

Aldus de kunstenaar (24)


"Stilte is een wezenlijk bestanddeel van muziek (...).
György Ligeti was een Hongaarse componist. Hij schreef een stuk dat eindigt in stilte: tijdens de laatste maten spelen de musici niet meer, maar de dirigent gaat gewoon door. Dus je blijft in stilte dirigeren. Je moet proberen aan die stilte de betekenis te geven dat we nog steeds ín het stuk zijn, terwijl het helemaal stil is. En wanneer je uiteindelijk afsluit, staat er als instructie aan de dirigent: 'Wacht twintig seconden' – dat is lang, op een podium! Maar het werkt geweldig. Ik volg daarin exact wat Ligeti geschreven heeft. Ik sla al die maten – dirigeer door. En niemand die denkt: wat een flauwekul. Het publiek gaat daarin meer: je hoort niks meer, maar er staat daar wel iemand het ritme van het geluid aan te geven. Je staat voor een volle zaal en het is doodstil. Die spanning werkt. (...)
Dat er stilte is, is voor muziek wezenlijk."

Reinbert de Leeuw over stilte in een interview met Mieke Zijlmans in Sir Edmund (de Volkskrant) van 15 september 2018.
Afbeelding: Reinbert de Leeuw. Olieverf op paneel van Daan van Doorn

14-09-18

Aldus de kunstenaar (23)


“De zon smelt Moskou aaneen tot een vlek die als een dolle tuba heel het innerlijk doet vibreren. Roze, lila, gele, witte, blauwe, pistache-groene, vuurrode huizen, kerken, het razend groene gras... Dit tijdstip te schilderen leek me het onmogelijkste en hoogste geluk voor een kunstenaar”.

*

“Er gingen vele jaren voorbij eer ik door voelen en denken tot de eenvoudige oplossing kwam dat de doelen (dus ook de middelen) van de natuur en die van kunst wezenlijk, organisch en wereldhistorisch verschillend zijn, en even groot, dus ook even krachtig.”

*

“Abstracte kunst is de moeilijkste kunst die er is. Je moet er goed voor kunnen tekenen, een fijn gevoel hebben voor kleur en voor compositie en, dit is het belangrijkste, ook een echte dichter zijn”.


WASSILY KANDINSKY (1866-1944)


11-09-18

Aldus de kunstenaar (22)



‘Dit is het waarom van het kunstenaar zijn: op zoek zijn en hard werken. Op zoek naar iets anders dan alleen maar brood, naar iets voorbij het gewone.’

*
‘De pretentie als zouden we weten waar we het over hebben, kleineert het mysterie.'

*

‘Maar toen kwam ik tot de ontdekking dat je bij schilderen niet als bij taal gebonden bent. Je hebt niet te maken met punten of met komma's. Als je schildert, ben je vrij.’


Eli ContentUit: Kol Mokum 2005


04-09-18

Aldus de kunstenaar (21)


"Ik zoek meer dan alleen ritme, mooie kleurvlakken of atmosfeer, want dat zit er altijd in. Maar ik wil meer. Ik wil ook het sentiment schilderen. Mijn verbeeldingskracht is meer dan de verbeeldingskracht van een aap. Ik heb geschilderd als een aap. Het aapstadium zit in al mijn werk. Mijn eerste lik is het aapstadium, vanuit het aapstadium groei ik naar een intellectueler aapstadium, dat zijn dus de lijnen: het ritme. Van dat aapstadium groei ik naar de mens toe, want dat is uiteindelijk mijn verbeeldingskracht. Het heeft dan niets meer te maken met de realiteit, maar toch is de wereld erin aanwezig – want we herkennen mensen, dieren, planten, noem maar op."

Karel Appel in Karel Appel. Ik wou dat ik een vogel was. Samengesteld door Rudi Fuchs. Haags Gemeentemuseum en Meulenhoff Amsterdam, 1990.

30-08-18

De eerste alinea (71)



"Omdat de straten die van de Strand naar de Embankment leiden erg smal zijn, is het beter er niet arm in arm te lopen. Doe je dat toch, dan zullen notarisklerken opzij moeten springen in de modder; dan zullen jonge typistes vlak achter je moeten blijven drentelen. In de straten van Londen, waar geen aandacht is voor schoonheid, zal alles wat afwijkt worden afgestraft, en je kunt maar beter niet te rijzig zijn, een lange blauwe cape dragen of met je linkerhand gebaren."

Virginia Woolf, De uitreis. Uit het Engels vertaald door Barbara de Lange.
Atheneum–Polak en Van Gennep, Amsterdam 2018.



24-08-18

De eerste alinea (70)



"Mijn vader stierf vier jaar geleden op een middag in oktober, in het tweekamerappartement waarin ik nu woon. Ik zie het moment nog uiterst gedetailleerd voor me, want een paar seconden voordat hij ophield met ademen wist ik dat hij letterlijk zijn laatste adem had geslaakt. Het was tegelijk een lieflijk en dramatisch moment: ik knielend op de grond, hij liggend op bed, al enkele uren niet helemaal bij."

Mauro Libertella, Mijn begraven boek. Vertaling uit het Spaans: Merijn Verhulst. Uitgeverij Karaat, Amsterdam 2018


19-08-18

Aldus de kunstenaar (20)


"Ik heb mij altijd, vanaf het begin, verzet tegen de tendens in de abstracte kunst, om eigen stemmingen of eigen gevoelens neer te leggen in kleur en lijn."

*

"Er dient zich heel veel aan. En dat moet geschilderd worden – het móet. Soms in kleur bijvoorbeeld – soms ook niet. Het zijn dingen waar ik zelf versteld van sta. Ik heb er veel over nagedacht, soms dag en nacht, over het waarom. Maar overschat dat denken niet. Want uiteindelijk overkomt het je. Wat ik zeg: het dient zich aan."

*

"En zie: het kwaad is geen kwaad meer, het is kunst. Het klinkt ongeloofwaardig, maar het is waar."

*

"Misschien streef ik een romantisch Gesammtkunstwerk na. Dat weet ik niet. Maar als ik omval, dan zou ik wel willen dat mijn werk een mooie eenheid vormt. Een groot, donker en plechtig gebouw."


Uit: Armando. Tussen het weten en het begrijpen. Redactie Antoon Melissen. nai010 uitgevers, Rotterdam 2015.

14-08-18

De eerste alinea (69)


"Vele, vele jaren geleden, toen ik klein was, woonde er in Ferrara een joodse juffrouw die lelijk noch arm noch dom noch oud was, niet bijzonder aantrekkelijk zou je kunnen zeggen maar ook niet te versmaden, voor wie de ouders nog geen man hadden kunnen vinden, hoe vreemd dat ook mag lijken. Vreemd? Ja, vreemd. Binnen onze gemeenschap was dat destijds in alle opzichten een uitzondering. Meestal maakte men gebruik van de netwerken van verwanten, maar ook de bijeenkomsten van de vrouwenvereniging konden in dit verband heel nuttig zijn, of de dansfeesten die met Poerim werden gehouden in een paar zaaltjes van het godshuis in de via Mazzini of in de hal van de joodse bewaarschool in de via Vignatagliata, feesten waarbij fluisterende, in dichte rijen langs de wanden gezeten matrones als decor fungeerden, of anders wel de brieven die men in de moeilijkste gevallen rabbijn doctor Castelfranco verzocht te schrijven aan zijn collega's in de naburige steden in Emilia, Romagna en de Veneto: hoe dan ook, op een goed moment kwam de ware Jakob toch altijd voor de dag. Niemand hoefde te wanhopen. Had de markt geen bruidegom opgeleverd, dan kwam Lohengrin van verre aanzeilen: om te zien, zich te laten zien, en vrijwel altijd overeenstemming te bereiken."

Giorgio Bassani, De geur van hooi. Uit het Italiaans vertaald door Tineke van Dijk. Uitgeverij De Bezige Bij, Amsterdam 2018



10-08-18

De laatste vlucht van de duif



De vlucht van de duif

Een najaarsdag komt langs, jaagt woest
door het gebladerte, snel weer nacht.

Dat bomen hun toppen behoedzaam strekken
tegen de lucht, zo zuiver het streven, gloed

van eerder licht. Totdat het andermaal begint 
te waaien, boven de strakke hagen het licht

een tijdstip wordt, alles te verwachten. 
Doodsschrik weerspiegeld in het raam –

een duif aanstortend op de glazen wand,
vonken spatten van zijn borst, lichaamstaal.

Achter een masker stijgt hij boven zichzelf uit,
stervend, in ieders hoofd spant hij vleugels, 

striemt de horizon, verstrooit de tuin.
De tijd een duif, de duif een tekening. 


frb

Foto: Afdruk van een duif na botsing tegen een raam
op 29 juli 2009 in Palo Alto, Californië




07-08-18

De eerste alinea (68)


"De eerst keer dat ik een computer zag was in 1980, op mijn vierde op vijfde, maar de herinnering is niet glashelder, waarschijnlijk verwar ik haar met latere bezoekjes aan het werk van mijn vader in de Calle Agustinas. Ik zie mijn vader nog voor me met die eeuwige sigaret in zijn rechterhand en zijn zwarte ogen die recht in de mijne keken terwijl hij me de werking van die enorme machines uitlegde. Hij had gehoopt op mijn verwonderde blik en ik deed ook alsof ik geïnteresseerd was, maar zodra het kon, ging ik spelen aan het bureau van Loreto, een secretaresse met lang haar en dunne lippen die zich nooit mijn naam herinnerde."

Alejandro Zambra, Mijn documenten. Vertaling uit het Spaans: Luc de Rooy. Uitgeverij Karaat, Amsterdam 2018



02-08-18

Aldus de schrijver (9)



"Maandagavond 11 uur.*)
Gelouterd door de Dostojewskiaanse scène van vannacht keken wij samen naar de tv, James keurig in de houding staande achter mijn De Sade-bank, de zilveren schaal met de Chartreuse strak in de hand. Zelfs het bericht in het programma Doe Mee waarbij ons door een huisdokter verteld werd dat door onmatig alcoholgebruik een cyste in de lever kan ontstaan ter grootte van een voetbal en dan nog gevuld met wormen, vermocht onze sereniteit niet te storen. Ook de melding niet dat bij geelzucht de stoelgang kleurloos wordt. Wij hebben de oefeningen meegedaan. Naast elkaar, indianenkreten slakend, schoven wij met gestrekte benen op ons zitvlak door de kamer tot aan de veranda en terug.
Daarna zagen wij de heer Martens, onze nieuwe leider. Hij leerde ons o.a. dat veel landgenoten zich ernstig zorgen maken, dat er moeilijke tijden voor de deur staan, en dat het gezin de kern van de samenleving moet vormen.
Een verdienstelijk optreden. Hij was mooi amber geschminkt, maar verder van een kleurloosheid die aan die van Boudewijn de Eerste doet denken, en zo hoort het ook, want tenslotte is hij thans de emanatie van ons volk."

Uit: Hugo ClausHet verdriet staat niet alleen. Een leven in verhalen. Verzameld door Mark Schaevers. Uitgeverij De Bezige Bij, Amsterdam 2018.

*) Eerder gepubliceerd in de reeks 'Uit mijn dagboek' in De Morgen van 27 april 1979.


30-07-18

Aldus de schrijver (8)


"Behalve van de sterren, van de viervoetige mens in de grot die aarzelend zijn weg zocht naar het licht, van de Menapiërs, de Gildeman, de huursoldaat stam ik af van een zekere X. Claus. Volgens mijn vader (hij houdt van Franz Lehar, Volkswagens, Dortmunderbier) van een zekere X. Klauss uit Duitsland. Ik wil wel, maar dat het dan zoveel mogelijk in het verleden zij (ik houd meer van Gezelle dan van Stefan George). In de nacht, in het grillig duister bos van elementen die zich kruisen, bespringen, bedrijven, is X. de eerste die kan ageren op de volgers, de padvinders, de late beklimmers van het spoor terug. Die X. Claus heeft geen gezicht, geen handeling, geen staat. Ik zie hem als een boer met knevel en grijze ogen, een zachte maniak, die rond zijn vijftigste uit bewondering voor  Bonaparte de K. van zijn naam in een C. veranderde. In ieder geval, hij had een zoon die vlaszwingelaar was. Deze had met zijn wettige echtgenote Rosalie De Boever uit Dentergem een zoon die notarisklerk werd, een geleerde dus, een wijze zonder eelt op de handen, die eerder naar dossiers rook dan naar het vaderlijk vlas."

Uit: Hugo ClausHet verdriet staat niet alleen. Een leven in verhalen. Verzameld door Mark Schaevers. Uitgeverij De Bezige Bij, Amsterdam 2018.


25-07-18

Aldus de schrijver (7)


"Mijn eerste toneelstuk schreef ik nadat ik drie romans, vier gedichtenbundels en tientallen verhalen gepleegd had. Totdantoe boeide toneel mij helemaal niet en waar ik in mijn kindertijd hongerig elke donderdag naar Tom Mix, Dick Powell en Pierre Blanchard zat te staren en rond mijn zestiende jaar maandenlang drie films per dag zag, heb ik aan toneel in mijn jeugd niet de minste herinnering (behalve aan de voorstellingen van de buurtvereniging waarin mijn vader optrad. In De lustige boer stond hij tijdens de kermisscène onbeweeglijk voor een tent als worstelaar in een roze maillot. In Bij de heernonkel speelde hij de rol van de pastoor en liet onder de pruik en het lijkwitte, doorgroefde gezicht een ongeschminkte, bloedrode nek zien.)
Toen ik twintig was zag ik Huis Clos omdat Sartre het geschreven had, L'Ecole des Femmes van Jouvet omdat ik verliefd was op Dominique Blanchar, en De dood van een handelsreiziger omdat mijn moeder er heen wilde. Het stuk van Miller verveelde mij nogal, maar toen ik dit aan mijn moeder zei na afloop, werd zij hoogrood en krijste woedend, vlak voor de schouwburg: 'Probeer het zelf maar eens, stuk pretentie, dan zullen wij lachen, haha!' "

Uit: Hugo Claus, Het verdriet staat niet alleen. Een leven in verhalen. Verzameld door Mark Schaevers. Uitgeverij De Bezige Bij, Amsterdam 2018.


17-07-18

Pas verschenen



Afgelopen maand verscheen bij uitgeverij Jekerstroom een zeer bijzonder vormgegeven bibliofiele uitgave. Het betreft zes niet eerder verschenen gedichten in een zeer beperkte oplage onder de titel 'Sleutel'.
Roel Idema ontdekte een blik met oude sleutels dat na een huisontruiming in een container was gedumpt. Het bracht hem op het idee om telkens één sleutel in een door hem gemaakt 'sleutelkistje' onder te brengen, vergezeld van zes gedichten van ondergetekende. Het resultaat van het maakproces is uiterst uniek te noemen. De gedichten, zo zou men kunnen stellen, proberen het raadsel van de dingen en het leven te ontsluiten.

Bent u geïnteresseerd in een eventuele aanschaf van 'Sleutel', stuur dan een e-mail naar jekerstroom [at] xs4all.nl en meer informatie wordt u toegestuurd.

 frb


15-07-18

Aldus de schrijver (6)


"Ik heb bij lezen uit eigen werk ervaren dat ik tien keer zoveel contact krijg met mijn publiek als ik alle toelichting achterwege laat. Dichters, vooral beginnende dichters, hebben nogal eens de neiging om van alles en nog wat over het gedicht te vertellen. 'Dit gedicht behaalde de top honderd van de Turingprijs'. 'Dit gedicht is eigenlijk nog niet af.' 'Dit gedicht is geïnspireerd op de dood van een vriendin, die...'
Het is uit onzekerheid, dat snap ik wel. Het is bedoeld om de 'moeilijke' tekst behapbaar te maken, ofwel het even luchtig te maken, of persoonlijker. Een soort service aan het publiek.
Maar het is altijd een slecht idee. De toehoorders worden gedwongen steeds van registratiemodus te switchen, wat het luisteren vermoeiend maakt en de concentratie verstoort. De dichter geeft bovendien het signaal dat de tekst niet op eigen benen kan staan, en dit vertoon van onzekerheid wordt graag opgepikt door mensen in de zaal. Al te graag! Intussen wordt de ruimte van het gedicht, die mooie ruimte van het geslaagde gedicht, alleen maar vervuild en vervormd door het debris van explicatie.
Niet doen, dichters! Laat de tekst het werk doen!"


Tonnus Oosterhoff, Een kreet is de ramp niet. Essays. Uitgeverij De Bezige Bij, Amsterdam 2018



12-07-18

Aldus de schrijver (5)


"Mijn blik op de wereld verandert of ik verbeeld me dat hij verandert. Het komt me voor dat ik de dingen vroeger als meer uniek ervoer, mijzelf en mijn medemensen als zeldzame exemplaren, gebeurtenissen als eenmalig. Nu begint alles te klonteren, de verschijnselen trekken samen in structuren, die ik overigens niet goed kan benoemen of duiden. Zo wordt het ondermaanse tegelijk overzichtelijker en onbegrijpelijker en het voelt als afscheid. Ik lijk op een houtworm die na een verkeerde beweging ruggelings uit het dak van de Oude Kerk in Amsterdam valt: in het vallen ontvouwen de kruisribben zich aan hem tot een lang omgekeerd schip, terwijl hij daarvoor niet wist dat er meer bestond dan het stuk plank waarin hij en zijn voorvaderen zwoegden voor hun dagelijkse  brood."

Tonnus Oosterhoff, Een kreet is de ramp niet. Essays. Uitgeverij De Bezige Bij, Amsterdam 2018


09-07-18

Aldus de schrijver (4)


"Hoe ik als persoon verwacht aan mijn einde te komen is één ding, maar als schrijver, dat is een ander chapiter. Een schrijver sterft vele doden, het is maar hoe je doodgaan definieert. De definitiefste, de dood die zeker zal komen, maar die ik niet in den vleze zal meemaken, vindt plaats op de dag dat mijn laatste tekst van de laatste plank uit de laatste bibliotheek gaat. Het is ook mogelijk, maar dan geraken we op het groezelige pad van de semiotiek, om te stellen dat de auteur overlijdt in elke interpretatie van zijn lezer, steeds opnieuw. Of, sociologisch, bitter, dat de schrijver die nooit bij De Wereld Draait Door mag aanzitten feitelijk dood is."

Tonnus Oosterhoff, Een kreet is de ramp niet. Essays. Uitgeverij De Bezige Bij, Amsterdam 2018.