21-05-17

Bij een werk van Francis Bacon



Komt aangelopen, verdwijnt onhandig
tussen slierten, stengels, wortelresten –
dit is mij, kronkelend in een lach,

de rest is tooi. Zo diep ik op,
sla ik over, wil u niet onthouden
de plassen en het vocht

waarin ik slaap, na verloop van tijd
mij draai, of anders op mijn rug
mij krab, graai en speel,

al zie ik later pas de haren die
dooreen te voorschijn, nachtblauw 
in vol ornaat de verzorger, beroerde

prater die ’s avonds afscheid neemt
en schampt de lege bakken water.
Hij vult zichzelf aan, de stilte laat hij staan.


 frb

Francis Bacon, Chimpanzee, 1955, olieverf op doek
Uit: Bestendig verblijf, Uitgeverij Meulenhoff, Amsterdam 2009


10-05-17

In Worpswede (2)



Paula Modersohn-Becker in Worpswede (2)

We herkennen elkaar, spreken af 
aan deze zijde bij elke zucht
door hoge berkenkruinen jouw stem
te horen, je leven doet zich over, straalt  

dat nooit meer afscheid komt geslopen.
Een plots gedraaide wind beroert
de iele bomen, vogels onzinnig
aan het bakkeleien, kakofonie van geluid.

Je omhelst je pasgeboren dochter,
ontfermt je over zoveel nabijheid. 
Wat dagen later, in de schaduw van 
elkaar, haalt de dood jou bij haar weg. 

De dood van gisteren is dezelfde 
als die van morgen. Alle lichten uit, 
de wind laat zich niet meer horen.


frb 

Uit: Achter het verdwijnpunt, Uitgeverij Meulenhoff, Amsterdam 2015



08-05-17

In Worpswede (1)



Paula Modersohn-Becker in Worpswede (1)

Onder witte berken lost het landschap op, 
zijn meisjes aan het zoeken
geheimen in het gras. 
Op het laatst kleine, ronde kiezels
onder wijdvertakte bomen.
Deuren slaan open, we blijven staan,
wagen ons geen richting op.

We zullen ons herinneren die dagen
bij jou, de haard, de sofa, een tafel
met stilleven. Maar waar we zijn ben je niet.
Ginds trekt het moeras, verzinkt
het monster van de nacht, terwijl jij
je gedachten liet ontluiken, strelingen

van lucht en water, wiegde je het dunste blauw.
In kleine streepjes brak de hemel open.


frb 

Uit: Achter het verdwijnpunt, Uitgeverij Meulenhoff, Amsterdam 2015


07-05-17

De eerste alinea (52)


                       "Hier is ze geweest. Op aarde en in haar huis."

Uit: Marie Darrieussecq, Hier zijn is heerlijk. Het leven van kunstschilder Paula Modersohn-Becker. Vertaling uit het Frans: Mirjam de Veth. Uitgeverij De Arbeiderspers, Amsterdam 2017.



01-05-17

Gedichten op video (4)



Mustafa Stitou

Groet

Verwelkom de demon wanneer hij jou vliegt naar de keel
en verschrikt dooft hij uit zingt de burgemeester
een groet en de wereld geeft thuis een groet
en op kijkt het hert in de mens dus groet waarom niet
de buren de boefjes de bakvisjes op het bankje
de krantenjongen de fluisterboot het wolken-
bedovertrek dat hangt uit het raam de golf
in de gevel de kangoeroe met kind
(amsterdamse school jadaammussehere!)
groet de hortensia’s en groet de voetbalkooi
het wilde hangjong groet ook het bange
hangjong zingt de burgemeester dwars
door het floers van angstnevels heen.

De eerste alinea (51)


"Ik weet niet of ik jullie mijn dromen zal vertellen. Het zijn oude, verouderde dromen die meer passen bij een puber dan bij een burger. Ze zijn rijk geïllustreerd en tegelijk exact, een beetje traag maar zeer kleurrijk, dromen die gedroomd zouden kunnen worden door een verwaande, maar in wezen simpele ziel, een zeer methodische ziel. Het zijn dromen die op den duur een beetje gaan vervelen, omdat degene die ze droomt altijd vóór de ontknoping ontwaakt, alsof de kracht van de droom zichzelf had uitgeput in het verbeelden van bijzonderheden, zonder acht te slaan op het resultaat, alsof het dromen zelf de enige nog volmaakte activiteit zonder doel was. Ik ken dus het einde van mijn dromen niet, en het kan onbehoorlijk zijn om ze te vertellen zonder een conclusie of een moraal aan te verbinden. Maar mij komen ze fantasierijk en heel intens voor. Het enige wat ik kan toevoegen om mezelf te ontlasten is dat ik schrijf vanuit de bestaansvorm – die plek in mijn eeuwigheid – die mij heeft uitgekozen."

Uit: Javier Marías, Een man van gevoel. Uit het Spaans vertaald door Aline Glastra van Loon. Uitgeverij Meulenhoff, Amsterdam 1991


21-04-17

'Look at me and see'



Nog tot 24 september 2017 te zien in het Bonnefantenmuseum te Maastricht: de tentoonstelling ‘Look at me and see what I could not (yet) see’. Werk van Gilbert De Bontridder en een aantal artistieke reacties daarop van jonge beeldende kunstenaars. Meer over deze tentoonstelling op de website van het museum.

Fragment uit het openingswoord

(...) Er blijft in het werk van Gilbert De Bontridder (1944-1996) steeds plaats voor poëzie. Het lyrische in zijn beeldende oeuvre sluit indirect aan op het karakter van het werk misschien juist door de orfische ordening van emoties in taal. In zijn ensembles neemt hij dichtregels op van ondermeer de Noord-Ierse dichter en latere Nobelprijswinnaar Seamus Heaney, diens Franse collega Pierre Reverdy, de uit de Verenigde Staten afkomstige Emily Dickinson, de Vlaamse dichter Roland Jooris (een handgeschreven gedicht van hem is opgenomen in het ensemble ‘Een dag in Collioure’) en de Nederlandse dichters Wiel Kusters, Hans van de Waarsenburg en schrijver dezes (zie foto). Door een beginstrofe van Dickinson in zijn installatie op te nemen reflecteert hij tegelijk aan haar levensverhaal en krijgt het geheel een mythische geladenheid die terugkeert in De Bontridders eigen woorden: 'The common fear/ disappearred/ in shaved dreams/ and was elevated/ to a rock of pain.' (...)

 frb

12-04-17

Gedichten op video (3)


Anneke Brassinga, Kolos

Om te schrijven als geen ander moet u eerst
lezen alles wat geschreven staat, alles weten
wat sinds Adam gedacht is en gezegd. Alleen dan

is er kans iets onvergelijkbaars bij te dragen.
Toe maar, u kunt het best: deemoedig genoeg zijn
om van al dat voorafgaande u geen jota

te besparen, van alef af. Zo ooit uitgelezen
zult u stukken groter zijn en wreder
dan uzelf – weergaloze schaduw die bliksemend

zich werpt op wat er nog te zeggen rest.


Uit: Het wederkerige, Uitgeverij De Bezige Bij, Amsterdam 2014

01-04-17

De eerste alinea (50)


"Gervaise had tot twee uur in de ochtend op Lantier zitten wachten. Daarna was ze ingedommeld, rillend van kop tot teen, doordat ze in haar borstrok in de koude lucht voor het raam was blijven zitten, en had zich koortsig dwars over het bed geworpen, haar wangen nat van de tranen. Al acht dagen, als zij van Het Kalf Met Twee Koppen kwamen, waar ze aten, stuurde hij ze met de twee kinderen naar bed en verscheen dan pas laat in de nacht, met als smoes dat hij werk had gezocht. Die avond had ze, terwijl ze op zijn terugkeer zat te wachten, gemeend hem de danstent van het Grand-Balcon te zien binnengaan, waarvan de tien verlichte ruiten de zwarte stroom van de ringboulevards verlichtten met een plas vuur. En achter hem had ze de kleine Adèle gezien, een bruineerster die in hun restaurant at, op vijf of zessen passen afstand van hem, met hangende handen, alsof ze net zijn arm had losgelaten om niet gezamenlijk door het felle schijnsel van de lampen bij de deur te hoeven lopen."

Émile Zola, De nekslag. Vertaling uit het Frans: Hans Cuijlenborg. UItgeverij L.J. Veen, Amsterdam/Antwerpen, 2004

19-03-17

Boekpresentatie 'De dagen' (2)



Guus Urlings in De Limburger en het Limburgs Dagblad van zaterdag 18 maart 2017:

"Frans Budé is bekend geworden – en ook zeer gewaardeerd – als dichter. In korte hoofdstukken, helder en precies geformuleerd, componerend met taal als in zijn beste gedichten, beschrijft Budé in zijn prozaboek De dagen het opgroeien in een provinciestad in de jaren '50 van de vorige eeuw. jeugdjaren die bepaald worden door het leven in en rond de drogisterij van zijn vader en de kerkelijke invloed op de samenleving. Zijn hoofdpersoon heeft – zoals het een 'vermomde' autobiografie betaamt – geen naam, heet consequent 'de jongen'. Hij geeft daardoor de lezer ruimte om het verhaal in te komen."

www.uitgeverijkaraat.nl216 pag., € 18,95

13-03-17

Gedichten op video (2) – Lucebert


Lucebert, moore

het is de aarde die drijft en rolt door de mensen
het is de lucht die zucht en blaast door de mensen
de mensen liggen traag als aarde
de mensen staan verheven als lucht
uit de moederborst groeit de zoon
uit het vadervoorhoofd bloeit de dochter
als rivieren en oevers vochtig en droog is hun huid
als straten en kanalen staren zij in de ruimte
hun huis is hun adem
hun gebaren zijn tuinen
zij gaan schuil
en wij zijn vrij

het is de aarde die drijft en rolt
het is de lucht die zucht en blaast
door de mensen


Uit: Lucebert, Verzamelde gedichten, Uitgeverij De Bezige Bij, Amsterdam 2002

07-03-17

Presentatie boek

Zondag 19 maart 2017 wordt in Centre Céramique te Maastricht De dagen gepresenteerd.
In De dagen, verschenen bij uitgeverij Karaat, schetst Frans Budé een boeiend relaas van een kind in de naoorlogse jaren. 
Hij beschrijft de kinderjaren van een jongen die op een haast absurde manier geconfronteerd wordt met de vroege dood van een eerder geboren zusje. Een van de constanten in het boek is niet alleen zusje Anna maar ook de winkel van zijn ouders waar hij deelgenoot wordt van de besognes van volwassenen.
In korte, ontroerende prozastukjes worden vervlogen tijden opgeroepen van zoeken naar geborgenheid in een voor een opgroeiend kind even bizarre als fascinerende wereld. 

Isbn 978 907 9770 26 7 – www.uitgeverijkaraat.nl – 216 pag. € 18,95

28-02-17

Gedichten op video (1) – Nijhoff


Martinus Nijhoff, Het kind en ik

                                   
                                      Ik zou een dag uit vissen,

                                      ik voelde mij moedeloos.

                                      Ik maakte tussen de lissen

                                      met de hand een wak in het kroos.



                                      Er steeg licht op van beneden

                                      uit de zwarte spiegelgrond.

                                      Ik zag een tuin onbetreden

                                      en een kind dat daar stond.



                                     Het stond aan zijn schrijftafel

                                     te schrijven op een lei.

                                    Het woord onder de griffel

                                    herkende ik, was van mij.



                                   Maar toen heeft het geschreven,

                                   zonder haast en zonder schroom,

                                   al wat ik van mijn leven

                                   nog ooit te schrijven droom.



                                   En telkens als ik even

                                   knikte dat ik het wist,

                                   liet hij het water beven

                                   en het werd uitgewist.



Uit: Martinus Nijhoff, Verzamelde gedichten, Uitgeverij Bakker / Daamen, Den Haag 1963. (Video: © Hollandjes)

18-02-17

De eerste alinea (49)



"Het was in 1959 dat Florence Green aan het einde van de nacht soms niet met zekerheid kon zeggen of ze wel geslapen had. Dat kwam omdat ze piekerde over de aanschaf van een klein pand, Old House, met een bijbehorend pakhuis aan het water. Ze wilde er een boekhandel beginnen, de enige in Hardborough. Het was waarschijnlijk de twijfel die haar uit de slaap hield. Ze had eens een reiger boven de riviermond zien vliegen die tijdens zijn vlucht probeerde een paling naar binnen te werken die hij gevangen had. De paling deed op zijn beurt zijn best om aan de keel van de reiger te ontkomen en worstelde zich nu eens voor een kwart, dan weer voor de helft en soms zelfs voor driekwart naar buiten. De onbeslistheid die beide dieren lieten zien was deerniswekkend. Ze wilden allebei te veel. Als Florence echt geen oog had dichtgedaan – en dat zeggen mensen vaak als ze eigenlijk iets anders bedoelen – dan nam ze aan dat de gedachte aan de reiger haar wakker had gehouden."

Penelope Fitzgerald, De Boekhandel. Vertaling uit het Engels: Mieke Prins. Uitgeverij Karmijn, Elburg 2015.


06-02-17

Lezing in OBA





Poëzie op Zondag met Frans Budé  

Zondag 12 februari, 16.00-17.00 uur, Haassezaal Openbare Bibliotheek Amsterdam


Niet alle dichters worden naar mate ze ouder worden steeds maar beter zoals Frans Budé. Zijn laatste bundel Achter het verdwijnpunt, werd enthousiast ontvangen door lezers, collega’s en recensenten. Hij breidt zijn eerdere thema’s van afscheid en verlies uit tot vermissingen en verdwijningen. En hij begeeft zich met precieze observaties op de grens van stad en land. 
Frans Budé leest voor en wordt geïnterviewd door Ineke Holzhaus. Ook leest zij gedichten van Wislawa Szymborska.

Kaarten zijn verkrijgbaar aan de balie in de entreehal of via http://www.oba.nl/activiteit.frans.html
Met OBA-pas en voor ANBO leden € 3,75 / anderen € 7,50 (incl.koffie/thee).    

  

Marijke Troelstra – Programmering Literatuur, Kunst & Cultuur Centrale OBA

OBA | Oosterdokskade 143 | 1011 DL Amsterdam | 020-5230 900 | www.oba.nl |oba.amsterdam  | facebook.com/obamsterdam | twitter.com/obamsterdam | instagram.com/obamsterdam


30-01-17

De eerste alinea (48)


"Ik herinner mij in een willekeurige volgorde:
– de glimmende binnenkant van een pols;
– stoom die opstijgt uit een natte gootsteen als er lachend een hete koekenpan in wordt gekieperd;
– spermaklodders die rond een afvoerputje cirkelen om vervolgens een heel huis door te worden gespoeld;
– een rivier die op een absurde manier terugstroomt; haar schuimende golven beschenen door een zestal elkaar achtervolgende zaklantaarns;
– nog een rivier, breed en grijs, haar stroomrichting verhuld door een straffe wind die het oppervlak beroert;
– badwater allang afgekoeld achter een afgesloten deur.
Dat laatste is niet iets wat ik werkelijk heb gezien, maar wat je je uiteindelijk herinnert, is niet altijd hetzelfde als wat je hebt meegemaakt."

Julian BarnesAlsof het voorbij is. Vertaling uit het Engels: Ronald Vlek. Derde druk, oktober 2011. Uitgeverij Atlas, Amsterdam/Antwerpen.


22-01-17

Souvenir, souvenir (3)


Voorraad

Soms is er mist, een dun gewaad
dat over onze schouders valt. We praten
over het meer dat wordt toegedekt,
achter zilveren sluiers zich opmaakt
voor een nieuwe dag. Als hier de weg,
dan daar het staketsel van de stallen.

We hebben nog mango’s voor jou,
Pirenda. Als straks de mist verwaait,
ontstaat de weg die je moet volgen.
En in een tas van dungevlochten bast
bewaar je voorraad, stemmen van
geliefden, gloed van verhalen. 

Tussen het nachtelijk dobberen van sterren 
de doden eenzaam onderweg in hun prauw.


Draagtas. Sentani, West-Papua, Indonesië


frb

12-01-17

Souvenir, souvenir (2)



Schommelend

Eend botst op middenrif, schommelt
zachtjes met de klok mee, doorsnijdt belletjes
bij ingezeepte voeten. Minutenlang deel
van onbekende oceaan, kanariegele stip.
Met schuim op hoofd en schouders ben ik
de aandrijfkracht, verander op bevel haar baan. 

Druppelend ligt zij te glimmen, dromend
van de zee die om haar plastieken lijfje spoelt, 
als gedachten beginnen te sijpelen dat dit geen
hemelse vijver is, geen verdere horizon

dan strakke rand van wit glanzende kuip.
Zó onweerstaanbaar eend te zijn, dobberend
in een bocht van het bad, rondjes draaiend,

andere kringen, steeds verder van mij af.


 frb



Plastic badeend, Genk (B).



05-01-17

Souvenir, souvenir (1)


Ten grondslag aan de reeks ‘Handbagage’ – verschenen in mijn bundel Transit (Uitgeverij Meulenhoff, 2012) – liggen veertien souvenirs, op verzoek van mij door vrienden en kennissen meegebracht. Onder het motto ‘Niets is levendiger dan een herinnering’ (Federico García Lorca) liet ik mij inspireren door de voorwerpen en de gemaakte reizen. 
Op bijgaande foto het koffertje, voor een appel en een ei gekocht op een antiekmarkt in Canada dat mij tot onderstaand gedicht bracht, met daarin de door anderen meegebrachte souvenirs.

Brief 

Zo zoek ik jou in steeds andere steden,
verdwaald in onrust, altijd onderweg, 
gevuld met herinnering, onsterfelijke nachten, 

hotels als een zwaargeschonden graf.
Nooit blijf je in droefheid achter, vind je
met schijnbewegingen mijn ene arm,
open ik je vol liefde bij elke thuiskomst.

En al wat ons overeind houdt, stalt zich uit – 
in een vouw van je zijden bekleding 

die ene brief over nooit gemaakte reizen, 
aankomst noch vertrek.


Leren koffertje. Montréal, Canada


 frb

31-12-16

Over Ernst Meister (4)


Ernst Meister heb ik in zijn werken leren kennen als de man van angst en twijfel, van liefde en hartstocht. Als de zoekende dichter-schrijver-schilder voor wie de oorlogsjaren een gruwel waren en die zich voor altijd in zijn psyche nestelden. Ook als de lijdende, vaak oververmoeide, depressieve, slechtziende, bijna blinde man. Tegelijk is hij ook de fijngevoelige intellectueel die de eeuwigheid tracht te doorgronden in een diepgaand meditatief onderzoek naar de wortels van het menselijk bestaan. En vooral niet te vergeten: de dichter van de compacte taal waardoor hij niet altijd tot de makkelijkste dichters wordt gerekend maar desondanks de wereldpoëzie met bijzonder intrigerende gedichten heeft verrijkt – fonkelende parels die tot lang na zijn dood zullen schitteren.
Wat die dood aangaat, deze door Ton Naaijkens en Jan Gielkens in 1982 vertaalde dichtregels staan voor altijd in mijn geheugen gegrift: ‘Je sterft op / je gemak of toevallig’. En zo gebeurt het dat hij op 15 juni 1979 tegen zeven uur ‘s avonds, kijkend naar een reportage over het leed in Nicaragua getroffen wordt door een hartstilstand, de woorden ‘wie schrecklich’ nog op de lippen... Twee dagen voor zijn plotselinge dood had zijn zoon Reinhard hem nog het nieuws gebracht dat hem de prestigieuze Büchnerprijs was toegekend. De rouwkaart die twee dagen later door de familie wordt verstuurd, draagt in het motto de bezieling van Meister uit:

                                  Geist zu sein
                                  oder Staub
                                  Dasselbe im All.

In nog geen tien woorden hebben de achterblijvenden de meest diepliggende intentie van een geheel oeuvre samengevat.
Met Alle schepen kenteren is in 2013 dankzij de kwaliteiten en de inspanningen van Ton Naaijkens en diens uitgever AFdH een boek van grote waarde toegevoegd aan de schatkamer van vertaalde poëzie.